Blogs

All Posts (1907)

WWW februari 2017: Boek Bibliotheekvernieuwing

Wat kwam er tussen 2001 en 2007 bovendrijven in de erwtensoep? En was het in 2008 genomen besluit van minister Ronald Plasterk om de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) te ontvlechten nu wel of niet een idioot idee? Erik Jurgens (VOB-voorzitter van 2004 tot en met 2011) meende begin 2012, vlak na zijn aftreden, van wel, maar zei erbij de OCW-ambtenaren beloofd te hebben er niet telkens op terug te komen. Wie er in 2016 wel op wilde terugkomen was Jan Ewout van der Putten (VOB-directeur van 1999 tot en met 2009). Hij vindt het nog steeds een idioot idee en meent dat de bibliotheekvernieuwing beter verlopen zou zijn als OCW de stelselgelden via de VOB had laten blijven lopen en de VOB niet gedwongen had zich te “ontvlechten”.
Van der Putten zegt dit in een interview dat is opgenomen in mijn boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing. Van der Putten: “Mijn grootste frustratie is dat we gedwongen werden het allemaal op te geven, terwijl de VOB met de Agenda voor de toekomst 2009-2012 en met op sleutelposities goede mensen klaar stond om de met de branche gemaakte afspraken na te komen.”
Niet alleen Van der Putten komt aan het woord, maar ook Wim Kamerman (procesmanager Bibliotheekvernieuwing van 2001 tot en met 2007), Ap de Vries (VOB-directeur van 2010 tot en met 2015), Marjan Hammersma (in 2008 bij OCW directeur Media, Letteren en Bibliotheken en via directeur-generaal Cultuur en Media opgeklommen tot secretaris-generaal) en Aad van Tongeren (senior beleidsadviseur bij OCW).

Meer over de inhoud van het boek in de WWW van februari 2017.


Twintig jaar bibliotheekvernieuwing verschijnt in voorjaar 2017. Het boek is al te bestellen door een mailtje te sturen aan mevrouw N.E. Brand, nellybrand49@gmail.com, onder vermelding van naam, adres en indien werkzaam in een bibliotheek of provinciale ondersteuningsinstelling ook de naam daarvan.
De prijs is tot een maand na verschijnen € 10 (voor snelle beslissers) en wordt voor bestellingen die daarna binnenkomen € 14.

(Een vooraankondiging met verwachte verschijning eind januari staat ook in Bibliotheekblad 1/2017, maar vormgeving en productie van het boek nemen meer tijd in beslag dan ik bij het schrijven van dat artikel nog dacht).

Read more…

WWW januari 2017: e-books ook via bibliotheken?

Is het de openbare bibliotheken wettelijk verboden zelf e-books te (laten) uitlenen, bijvoorbeeld via NBD Biblion? De uitspraak van het Europese Hof over gelijkstelling van papieren boeken en e-books voor wat betreft het leenrecht (mits volgens het principe van one copy, one user) leidde in Gelderland tot de gedachte dat de openbare bibliotheken het e-book-heft weer in eigen handen moeten nemen, in plaats van het over te laten aan de “landelijke digitale bibliotheek”. Sjaak Driessen, directeur van de bibliotheek in Wageningen (de bblthk), maakte er een ingezonden stuk over voor de WWW van januari 2017.

De aanleiding was een column van Duco van Minnen, beleidsadviseur bij Rijnbrink, op de website van het Gelders Bibliotheeknetwerk. Beide heren zijn niet gelukkig met de landelijke digitale bibliotheek. Van Minnen zegt: “Bibliotheken zijn meer dan doorgeefluiken van uitgevers. We zijn van oudsher selecteurs. We staan voor betrouwbare pluriforme informatie en een veelzijdig romanaanbod en daar is met de aankoop van pakketten e-boeken weinig van over gebleven.”
Driessen vindt: “De KB heeft weliswaar een wettelijke inkooptaak voor e-content maar daarmee (juridisch) geen monopolie. Bibliotheken kunnen met de huidige wetgeving niet verplicht worden om via de KB hun leden te voorzien van e-boeken. Het is bibliotheken niet verboden om zelf te collectioneren, in te kopen.”
Veel meer in de WWW van januari. Gauw lezen maar, ik wens alle lezers een bibliotheekbestendig 2017, met toename van boeken lezen en afname van getwitter.

Read more…

Notitie: Mijn Bibliotheekbubbel

Door een blog van Edwin Mijnsbergen over zijn biebbubbel ben ik aan het denken gezet. In de afgelopen zeven jaar heb ik mij bijna non-stop bezig gehouden met de sector. Ik schreef, hobbyde en werkte in de sector en over iets meer als een maand is dat voorbij. Ik kwam met creativiteit, plannen en met visie maar wat rest is een iets wat ontredderd gevoel. En toch tussen al het grijs zitten lichtpuntjes …. en die ga ik zeker missen. Mijn bubbel – Bibliotheek-Bubbel – is geknapt. Wat rest zijn spetters met mooie herinneringen.
Maar ik ben een informatieprofessional en dat is wat ik ben en blijf. Iets waar ik trots op ben, graag mee te koop loop. De openbare bibliotheeksector stroomt over van marketeers om de verschillende verhalen te verkopen maar de infoprofs verdwijnen langzaam van het toneel, en dat is iets waar ik een onbestemd gevoel van krijg. Een openbare bibliotheek kan namelijk niet zonder mensen met een goede en gedegen informatie achtergrond. Mensen die snappen wat goede en slechte bronnen zijn, hoe je met Sharepoint aan de slag moet gaan – want laat dat a.u.b. niet aan ICT’ers over! – en hoe je het beste de juiste context aan informatie kan geven, of welke meta tags je aan informatie moet toekennen om het terug te vinden. De openbare bibliotheek gaat niet om de Third Place of het gebouw, het gaat nog steeds om mensen op weg te helpen in een als maar groeiende informatiewereld. Niet meer vanuit de positie dat bibliotheken het allemaal wel weten maar samen met mensen de vraag achter de vraag gaan achter halen en samen aan de slag in co-creatie. Ik geloof in een toekomst voor de openbare bibliotheek maar er is nog een lange weg te gaan, veel succes daarmee (ex)collega’s!

– Dit is een notitie die ik voor mijn persoonlijke Facebookpagina schreef –

Read more…

WWW december 2016: Vier opmerkelijke berichten

Het ministerie van OCW heeft op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek gekregen de in het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) verzamelde gegevens van openbare bibliotheken openbaar te maken. OCW is van plan het verzoek in te willigen, maar vroeg de belanghebbenden om hun zienswijze. Dat is de gebruikelijke procedure. In de brief (pdf) wijst OCW op de weigeringsgronden zoals genoemd in de Wob. De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) liet weten juridisch advies te zullen vragen.
Juridisch advies? Ik zou zeggen: meteen instemmen. Er zou nauw verwantschap moeten bestaan tussen de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en de Wob. Beide hebben als belangrijk doel te bevorderen dat er kennis en informatie ter beschikking wordt gesteld.

Ik heb jarenlang ervaring met verzamelen van subsidiegegevens van openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. Steevast was het verzoek van de laagst gesubsidieerden deze gegevens te publiceren, want het zou de gemeente op een goed idee kunnen brengen. Van de hoogst gesubsidieerden kam het verzoek deze gegevens niet te openbaren, want de gemeente zou eens op verkeerde gedachten kunnen komen. Onzin natuurlijk, gemeenten wisselen ook onderling informatie uit.

Er zou een landelijke digitale openbare bibliotheek moeten bestaan, waarop alle gegevens van met publiek geld gefinancierde voorzieningen te vinden zijn en waarop alle in het kader van de Wob verstrekte informatie gepubliceerd wordt.

Verschillen in opgaven
De VOB-site had ook nog een ander opmerkelijk bericht. Het is gebleken dat in opgaves over uitleningen van bibliotheekorganisaties verschillen zitten tussen wat enerzijds aan de Stichting Leenrecht werd doorgegeven en anderzijds aan de Koninklijke Bibliotheek (KB) en in 2014 aan de VOB. Dit bleek uit een enquête in het kader van het onderzoek naar de afdracht van leenrechtgelden.
Zo’n bericht roept natuurlijk de vraag op hoe betrouwbaar gegevens op basis van eigen opgaven zijn. Maar gelukkig is volgens artikel 4 van de Wsob betrouwbaarheid een publieke waarde in het kader van de publieke taak van de openbare bibliotheek.

Innovatiekracht on demand
Een derde opmerkelijk bericht is dat de KB een project “Innovatiekracht on demand” is gestart, met concrete begeleiding van lokale innovatietrajecten. Maar nu had ik uit de door de KB gepubliceerde Innovatieagenda (pdf) en uit artikel 16 van de Wsob begrepen dat het primaat voor innovatie bij de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) ligt. Gaat de KB nu met een boogje om de POI’en heen rechtstreeks innovatiezaken doen met lokale bibliotheken, nog voordat de door POI’en te maken Actieagenda er is? Was het niet logischer geweest creatieve coach Erik Boekesteijn bij de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) te plaatsen in plaats van bij de KB?
Over die Innovatieagenda zelf is ook nog wel wat te zeggen, al was het maar dat de kleur van het omslag niet het openbare-bibliotheek-oranje is. Op pagina 22 wordt ineens gesproken over “het openbare bibliotheekgedeelte van de nationale digitale bibliotheek”. Blijkbaar is (of komt) er ook een niet-openbare-bibliotheek-gedeelte, Maar gaat de KB dat niet-OB-gedeelte ook betalen uit de 21,4 miljoen euro die zij van OCW op haar begroting heeft staan voor stelseltaken en digitale infrastructuur? In het Bibliotheekcharter 2010-2012 waren de digitale bibliotheek en de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) de belangrijkste innovatieonderwerpen. Is het raar de vragen te stellen, voordat je begint met een nieuwe Innovatieagenda, wat het einddoel is en wanneer die twee dingen eindelijk eens klaar zijn?

Kerstboom met kluit
Ik begreep dat ook bij het onderzoek naar één bibliotheeksysteem, die een nauwe relatie zal moeten hebben met de landelijke digitale infrastructuur, de vraag zich voordoet wat OCW (via de KB) zal betalen en wat de gemeenten en provincies (via bibliotheken en POI’en) gaan betalen. Eigenlijk weer het vraagstuk van “de kerstboom met kluit”, waar programmamanager Projectgroep Bibliotheekinnovatie Bart Drenth in 2009 over sprak: OCW betaalt de kluit (de digitale infrastructuur) en de branche betaalt de kerstballen (waar de Agenda voor de toekomst 2009-2012 zo’n 50 tot 55 miljoen euro voor nodig achtte). Maar OCW betaalt na een greep uit het gemeentefonds inmiddels ook de e-content-ballen. Tja, alles hangt met alles samen. Het zou me niet verbazen als er meer grepen in het gemeente- en/of provinciefonds op komst zijn, nu om het ene landelijke bibliotheeksysteem te bevorderen.

VOB sluit zich op
Tot slot een vierde opmerkelijk bericht: geen externe relaties en geen Bibliotheekblad meer bij de ledenvergaderingen van de VOB. Het doet me denken aan de discussies over internet als echokamer. Het lijkt erop dat de VOB de buitenwereld alleen nog kennis wil laten nemen van haar boodschappen via eigen VOB-tweets en gecontroleerde berichten op de eigen site. Ik ben het geheel eens met de open brief die hoofdredacteur Eimer Wieldraaijer hierover publiceerde. 

Meer in de WWW van december 2016.

Read more…

WWW november 2016: waar zouden we zijn zonder netwerk

Zoals we allemaal weten, hebben wij in Nederland een fantastisch bibliotheeknetwerk. Er wordt wel eens geklaagd over grote bestuurlijke drukte, maar ik schreef het al eens eerder: zo’n netwerk is net een Zwitsers horloge. Ieder veertje, radertje, schakeltje palletje, asje en chipje is onmisbaar. Haal één onderdeel eruit en het hele netwerk stort in. Zo is het ook met openbare bibliotheken. Zonder OCW, IPO, VNG, POI’en, PDO’en, VOB, KB, Plusbibliotheken, NBD, OCLC, HKA, BMC, Acta en wat me verder niet zo gauw te binnenschiet zou heel het raderwerk stil staan. Ik ben lid van mijn lokale openbare bibliotheek, maar stel nu eens dat het netwerk er niet zou zijn, zou die bibliotheek dan nog net zo goed functioneren als nu het geval is?

Dat geweldige netwerk van ons heeft wel een klein nadeel: resultaten duren soms wat langer dan een argeloze buitenstaander, zoals ik ben geworden, zou verwachten.
Neem nu de gezamenlijke (innovatie)agenda. In april meldde ik dat het stuk er was en zou worden aangeboden aan het bestuurlijk overleg van OCW, VNG, IPO, KB en VOB.
Begin juli schreef de VOB dat dit bestuurlijk overleg op 27 juni gehouden is en dat de innovatieagenda daar is vastgesteld. De Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) meldde vervolgens begin oktober dat de agenda er is. Dan denk ik in m’n onnozelheid: nu zal die definitieve innovatieagenda binnenkort wel ergens (KB-site?) verschijnen. Maar het duurde tot 10 november, nadat de WWW van november 2016 verscheen, voordat het stuk er was. Dus kon ik alleen maar vermoeden dat er nog wat meer bestuurlijk netwerkoverleg nodig was voor het stuk openbaar gemaakt kon worden. Ik hoop maar dat het door al dat uiterst nuttige overleg niet te dik en vaag is geworden.
Wanneer kan een beleidsplan niet goed zijn? Mijn criterium: als je er, na het dubbelzijdig geprint te hebben, met een gewoon nietapparaatje geen nietje doorheen kunt slaan. Zo’n stuk is op voorhand te dik om nog goed gelezen te worden.

Gelukkig voor Theo Bijvoet kon ik door het concept van het Gezamenlijk collectieplan nog net een nietje slaan. Ik zag op de KB-site dat de conceptversie van het plan in een netwerkoverleg met als vaste deelnemers Arthur Schellekens (VOB), Tineke van Ham (SPN) en Lily Knibbeler (KB) en daarnaast ook Chris Wiersma (Plusbibliotheken) plus opsteller Theo Bijvoet besproken is en dat alle partijen zich positief hebben getoond. Dat is een hele geruststelling voor het restant dat nu wat mag zeggen en voor het publiek dat hoopt op mooie collecties. Ik hoop maar dat ook IPO, VNG, OCW, de POI’en en de PDO’en zich allemaal kunnen vinden in het plan, want nogmaals: ieder onderdeeltje van het netwerk is onmisbaar voor goed openbaar bibliotheekwerk.

Read more…

Op zaterdag 12 november bezocht ik in de Kerkzaal van voormalig gevangeniscomplex De Vrije Wolf het symposium ‘Een web van Erfgoeddata’ een side event van de Hack-a-LOD 2016. Dankzij partners CLICKNL Cultural Heritage & CLARIAH kon je dit symposium, inclusief lunch & rondleiding door de Vrije Wolf kosteloos bijwonen. 

Bij de hackalod, die al op vrijdag begonnen was, werden diverse teams uitgedaagd om digitale collecties van Nederlandse erfgoedinstellingen met elkaar te verbinden. Hiervoor kregen ze een aantaldatasets. Men werd ‘opgesloten’ in een cel en 24 uur de tijd om er wat van te maken. Uiteindelijk werden de resultaten ook gedeeld met een jury en de deelnemers van het symposium.

Tijdens het symposium waren er vier hoofdsprekers: Herbert Van de Sompel, Thom Hoffman, Wouter Beek en Lily Knibbeler.

Lees het volledige verslag >>

Read more…

"Voor de online campagne wordt er gewerkt met sponsored story's, die geproduceerd worden door social influencers in samenwerking met de bibliotheek. Zij verspreiden deze content via verschillende social media kanalen.” Dat lees ik op de site van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB). Eind oktober start de campagne “De bibliotheek maakt je rijker”, in de vorm van “outdoor- en online promotie”. Wie was de opdrachtgever? Dat was de actielijn positionering en marketing uit Route 2020 van de VOB. Actielijnen kunnen blijkbaar opdrachten geven. Wie nam de opdracht aan? Dat is Trendsactive, een “trend interpretation agency” dat in Utrecht (“Joetrekt”) zetelt. En betaald wordt uit het te veel aan vermogen dat de VOB nog had. In week 40 ontvangen alle bibliotheken de “communicatietoolkit”.

Op een site van de Taalunie lees ik dat de week van 8 t/m 15 oktober de week van het Nederlands is. In een VOB-retweet zie ik dat er voor het “outdoor”-gedeelte drie posters komen: Kansrijk: “Nieuwe Nederlanders vergroten hun kansen met onze taalcursussen” (Gelukkig geeft de VOB zelf geen taalcursussen), Belangrijk: “… en ze leest nog lang en gelukkig dankzij onze vrijwilligers” (Voor lezen hebben we geen bibliothecarissen nodig) en Vindingrijk: “De Bieb is dé uitvinding als je iets leuks wil doen na school” (Nederlands leren op school is erg vervelend, maar gelukkig is de Bieb er nog voor de leukigheid).

Laten we hopen dat er ondanks de “social influencers” in 2020 nog wat behouden zal zijn van openbaar bibliotheekwerk in plaatsen en gebieden als ChaamDordrecht, Lingewaard, Lopik, Oirschot, de Oosterschelderegio, Rivierenland, Vlissingen, West-Friesland en Zwartewaterland. Ondertussen zal de Taalunie ontdekt hebben dat weekjes van het Nederlands niet helpen en heel 2020 hebben uitgeroepen tot jaar van de Nederlandse taal. Maar op bibliotheekwerk hoeft zij niet te rekenen.

Het bovenstaande is te vinden in de WWW van oktober 2016. Daarin verder weer het maandelijkse nieuwsoverzicht en opinie.

Read more…

WWW september 2016: Gegevens nodig, maar welke?

Artikel 11 van de Stelselwet is zeer summier over de vraag welke gegevens er voor de “gezamenlijke catalogus” (lid 1) en “beleidsontwikkeling” (lid 2) verzameld moeten worden. Welke gegevens er nodig en zinvol zijn, hangt natuurlijk sterk af van wat bibliotheken eigenlijk willen bereiken en welke gegevens daarbij behulpzaam kunnen zijn. Bij het gebruiken en interpreteren van gegevens, in de hoop dat ze juist zijn, is het vaak ook nog oppassen geblazen, niet alleen bij provinciale subsidie. Bekend is al jarenlang dat huisvestingskosten sterk kunnen verschillen en dus een vertekend beeld geven bij het vergelijken van gemeentelijke subsidies. Ook geven overheden soms andere cijfers op dan de instellingen zelf, omdat overheden in hun begrotingsposten ook interne kosten (ambtenaren, overhead) kunnen toekennen aan de post “bibliotheekwerk”. Die daarmee dan niet hetzelfde is als wat de bibliotheek in handen krijgt.

Ook een vraag is hoe openbaar en makkelijk toegankelijk de gegevens worden. Mijn ervaring is dat laag gesubsidieerde bibliotheken minder bezwaren hadden tegen publicatie dan hoog gesubsidieerde, want tja, in het laatste geval kan de gemeente denken dat er wel wat af kan. Ik zie in gemeentelijke en provinciale stukken nog regelmatig staan dat het “hier” vergeleken met soortgelijke bibliotheken of POI’en wel wat minder kan. Maar ja, het is zoals ik een wethouder eens hoorde zeggen: er zijn vier soorten bibliotheken: 1. Kost veel, biedt veel (niet verkeerd, maar kan beter), 2. Kost weinig, biedt weinig (een keus die je als gemeente kunt maken), 3. Kost veel, biedt weinig (moet je vanaf) en 4. Kost weinig, biedt veel (de ideale bibliotheek). Mooi overzichtelijk. Het zal nog wel even duren voor ik met hulp van het openbare datawarehouse de Nederlandse bibliotheken aldus kan indelen.

Meer hierover en over andere onderwerpen in de WWW van september 2016

Read more…

 

De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) lieten 26 respectievelijk 27 juli op hun sites met precies dezelfde tekst weten dat zij “in een goede sfeer” de ontwikkelingen rond de Nationale Bibliotheekpas (NBP) hebben besproken. Zie het VOB-bericht en het KB-bericht, waarin verder bijzonder weinig details staan. Als teksten beginnen met begrippen als “constructieve gesprekken”, “in een open sfeer” of “in een goede sfeer” dan weet je meteen al dat er heibel was en misschien nog wel is. Als die teksten ook nog precies hetzelfde zijn, dan kun je vermoeden dat er door een communicatiedeskundige uren aan geschaafd is.

Het is natuurlijk fijn en mooi te kunnen lezen dat de sfeer tussen VOB en KB goed is, maar als geïnteresseerde website-lezer en boekenlener had ik graag daarnaast ook wat meer details over die NBP vernomen, het liefst van de deskundigen zelf, ook al zijn die details mogelijk niet zo goed voor de sfeer.

Meer hierover en over andere zaken in de WWW van augustus 2016. Waaronder een opinieverhaal over beelden, beeldvorming en werkelijkheid

Read more…

Convenanten en netwerkoverleg: WWW juli 2016

Hoewel Nederland qua basisvaardigheden tot de slimste landen ter wereld behoort, alleen Japan en Finland gaan ons voor, hebben we hier toch een kleine educatieve markt van laaggeletterden en laag-digivaardigen, vroeger wel (half-)analfabeten en (half-)digibeten genoemd.
Op dit marktje zijn instellingen actief als de Stichting Lezen (SL), de Stichting Lezen&Schrijven (SL&S), de Koninklijke Bibliotheek (KB) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB): de KB uiteraard namens haar “netwerkpartners” (of zo men wil “klanten”) en de VOB namens haar leden.
Om dit marktje beter te kunnen bedienen, is het gewoonte aan het worden convenanten of samenwerkingsovereenkomsten te sluiten. In februari sloot de KB een overeenkomst met de Belastingdienst, in mei kwam er een convenant van de KB met Seniorweb en de afgelopen maand telde ik er drie: de VOB met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de KB en de VOB samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de KB met de SL en de SL&S.
Mooi allemaal, goed voor het imago, maar waarom in het eerste geval (mensen digivaardiger maken bij het zoeken van werk) alleen de VOB de partner is en in het laatste geval (mensen helpen meer geletterd en digivaardiger te worden om mee te kunnen doen in de samenleving) alleen de KB is mij niet duidelijk. In het tweede geval, met BZK (mensen digivaardiger maken om met de overheid te communiceren), waren VOB en KB samen partner. En wat die overeenkomst van KB met SL en SL&S betreft: ik meende dat er al een leescoalitie is, waarin behalve de drie genoemde ook de VOB en de CPNB deelnemen. Maar misschien moet ik alle kleine lettertjes van die overeenkomsten beter lezen om de verschillen te snappen. Kunnen KB, VOB, SL en SL&S niet één groot convenant met elkaar en met alle belangrijke partners afsluiten? Ook dan blijven we nog wel met de vraag zitten hoe veel gewicht we moeten toekennen aan die activiteiten in het “sociale domein”. Zou het misschien zo kunnen zijn dat Paul Postma Marketing Consultancy zinnige dingen zegt over de onderscheidende kernactiviteit van een bibliotheek in relatie tot niet-onderscheidende activiteiten die leuk zijn om erbij te doen? Met andere woorden, dat een (nieuw) imago nog niet hetzelfde is als een identiteit?

Rollen helder voor ogen
Iets anders: ik las op de KB-site dat KB, VOB en Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) “netwerkoverleg” houden: “In hun eerste netwerkoverleg spraken Lily Knibbeler (algemeen directeur KB), Cor Wijn (directeur a.i. VOB) en Tineke van Ham (voorzitter SPN) over uiteenlopende zaken als de voorbereiding van de Bestuurlijke Overleggen met onder andere de minister van OCW en de gezamenlijke Innovatieagenda. Zij stelden vast dat het belangrijk is om elkaars rollen steeds helder voor ogen te houden: de KB als verantwoordelijke voor de landelijke digitale openbare bibliotheek en als regisseur van het netwerk als geheel, de VOB als spreekbuis van de openbare bibliotheekbranche en SPN als belangenbehartiger van de provinciale ondersteuningsinstellingen.”
Dat is mooi, elkaars rollen helder voor ogen houden is superbelangrijk, stel je eens voor dat er overlappende rollen zouden zijn, dan kunnen overheden denken dat er misschien hier of daar wat subsidie af kan. De kop boven het artikel luidt: “Succesvol eerste netwerkoverleg”. Maar wat ik vervolgens mis is wat er zo succesvol aan was. Hebben de partners ontdekt dat ze hun rollen al helder voor ogen hebben? Is het een succes dat ze geen ruzie hebben gemaakt (bijvoorbeeld over de wijze waarop fase 2 van gastlenen wordt ingevuld)? Wat was er succesvol aan het overleg? En dan de deelnemers. OCW, de provincies en de gemeenten hebben een netwerkverantwoordelijkheid. De lokale bibliotheken, de POI’en en de KB vormen het netwerk. OCW overlegt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar hoewel provincies geen lid zijn van de VNG, zijn POI’en wel lid van de VOB, de spreekbuis van de hele openbare bibliotheekbranche. POI’en horen bij de branche. Wij doen het dus efficiënter dan de overheden. Maar de vraagt rijst nu wel of de VOB de POI- belangen niet voldoende behartigt. En is daar dan niet wat beters op te verzinnen dan weer een nieuwe overlegvorm, een nieuwe zeef tussen de KB en de VOB-leden? Ik stel voor dat de KB zich Koninklijke Openbare Bibliotheek gaat noemen, de KOB. En dan lid wordt van de VOB. Scheelt weer een overlegtafel. En kan de KOB als Nationale Bibliotheek niet meedoen aan de Nationale Bibliotheekpas? Dat is fijn voor de gebruikers (die, zoals mij vanuit de branche tientallen jaren verzekerd is, centraal staan).

Meer onderwerpen in de WWW van juli 2016.

Read more…

Plusbibliotheken nieuws, juni 2016

Verdieping en verbreding van de Wetenschappelijke Steunfunctie

De Koninklijke Bibliotheek, de stichting Werkgroep Speciale Wetenschappelijke Bibliotheken (WSWB) en de stichting Samenwerkingsverband PLUSbibliotheken hebben in juni een overeenkomst tot samenwerking getekend. Het doel van de overeenkomst is om een zo breed mogelijk publiek in contact te brengen met wetenschappelijke content. Daarmee wordt een belangrijke extra stap gezet in de realisatie van doelen van de deelnemende partijen : het vergroten van mogelijkheden voor iedereen  kennis te nemen  van wetenschappelijke content. Het actieprogramma bestaat uit de volgende elementen:

-          Digitaal aansluiten en ontsluiten van wetenschappelijke collecties op en via de landelijke infrastructuur ;

-          Deelname aan of organiseren van activiteiten die als doel hebben wetenschappelijke literatuur met het brede publiek te verbinden;

-          Organiseren van educatieve activiteiten gericht op zowel bibliothecarissen als gebruikers om de kennis en vaardigheden in het gebruiken van zoekstrategieën in wetenschappelijke literatuur te vergroten

Expertise voor de gehele sector

Op 31 maart heeft de werkgroep metadata van de stichting PLUSbibliotheken aan de stichting PICA de eindrapportage aangeboden over haar werkzaamheden in het kader van het project “Kwaliteitsborging  NBC + op basis van het GGC”. Inmiddels heeft het bestuur van de stichting PICA haar waardering over het rapport uitgesproken. De werkzaamheden van de werkgroep, samengesteld uit medewerkers van PLUSbibliotheken, NBDBiblion, KB, Probiblio en OCLC , bestonden uit het opstellen van adviezen over het uniformeren van catalogiseerregels tbv het GGC van specifieke openbare bibliotheekitems. De uniformiteit dient de vindbaarheid en zichtbaarheid van de items in de NBC+.

Adviezen zijn opgesteld over:

-          AVI-codes

-          Bladmuziek

-          Beschrijvingen per druk

-          Jaarboeken

-          Koepel- en serietitels

-          Lokale trefwoorden

-          Meeleesboeken

-          Speelleermaterialen

-          Tijdschriften

-          “waargebeurd”-titels

Behalve wanneer het technisch onmogelijk bleek ( bij tijdschriften) zijn alle adviezen door NBDBiblion (producent) en OCLC ( leverancier van de dienst GGC) gehonoreerd.

Het zwaartepunt van de werkzaamheden lag in de jaren 2014 en 2015. De stichting PICA heeft deze werkzaamheden financieel ondersteund met een bedrag van ca. € 85.000,=

( http://www.plusbibliotheken.nl/actueel/nieuws/kwaliteitsborging-nbc-eindrapportage.html

Research & development

In het kader van het PLUSprogramma “digitalisering van de informatiedienstverlening”  zijn inmiddels een drietal projecten gestart:

-          KennisCloud van Bibliotheek Midden Brabant: de KennisCloud stimuleert het kennisdelen en samenwerken van personen, communities en organisaties in de regio. Het is een middel om mensen en organisaties lokaal met elkaar te verbinden: digitaal en fysiek (http://kenniscloud.nl/terms) ; dit project is voor subsidie bij de stichting PICA voorgedragen

-          ZEP-service van denieuwebibliotheek : een dienstverlening voor zelfstandig werkende professionals

( https://www.denieuwebibliotheek.nl/agenda/18952375/16-06-2016-/ZEPservice:-gratis-workshop-mailchimp-(2-delen) ). Dit project is gerealiseerd met een bijdrage van de Provincie Flevoland.

-          Verbijzondering op het Seats2meet concept voor openbare bibliotheken  van denieuwebibliotheek: hoe kan het beste kennisdeling tussen bibliotheekbezoekers onderling en  bibliotheekmedewerkers het beste worden gestimuleerd; de stichting PLUSbibliotheken overweegt een  financiële bijdrage aan dit project te leveren.

Bij gebleken succes van deze nieuwe diensten  worden deze graag om niet ter beschikking gesteld  aan andere bibliotheken. 

Efficiency door onderlinge afstemming : winst voor de klant

E-content en licenties

Naast de e-content die door de KB op voorspraak van de  inkoop-commissie voor alle bibliotheken wordt ingekocht is er naast de KB een aantal m.n. PLUSbibliotheken die extra licenties op databanken aanschaffen bij uitgevers. Onderling wisselen de PLUSbibliotheken en de KB sinds kort structureel informatie uit over kwaliteit, prijzen en het monitoren van gebruik.  Binnenkort  start een pilot van KB en Proquest.  77 licenties zullen gedurende een bepaalde periode gratis verspreid worden over PLUSbibliotheken. Doel is het verkennen van de marktwaarde van de licenties. 

Connectie met erfgoed

Doel van de nationale digitale strategie is om via de platforms van archieven, musea en bibliotheken zoveel mogelijk bronnen duurzaam zichtbaar en bruikbaar te maken. Uniformiteit is daarvoor een belangrijke voorwaarde. De PLUSbibliotheken met erfgoed collecties stemmen daarom de werkzaamheden gericht op duurzame ontsluiting onderling af. Zij doen dit  ook met de KB. De KB heeft voor bibliotheken die collecties van erfgoed willen koppelen een loketfunctie  ingericht. Voor informatie: vraag naar Roosmarijn de Groot.  Hier kan men vooralsnog in bescheiden mate voor raad en daad betreft terecht. De PLUSbibliotheek Tresoar in Leeuwarden gaat een stap verder.  Zij is vergevorderd met de ontwikkeling van een dienst Redbot genaamd om de koppeling van  de vele kleine collecties van kleine organisaties aan de landelijke infrastructuur te ondersteunen. Met de stichting PLUSbibliotheken wordt de mogelijkheid verkend deze dienstverlening veel breder dan alleen in Friesland uit te rollen. 

Geautomatiseerd saneren van PLUScollectie

In het verlengde van het PLUSconvenant waarin alle PLUSbibliotheken afspraken maakten over het collectioneren op HBO+ niveau voor de collectie Nederland is door Ingressus een instrument ontwikkeld voor het geautomatiseerd generen van saneringsadviezen van PLUScollecties. De ontwikkeling van  deze PLUScollecties wordt jaarlijks gemonitord.  Aan de hand van deze data gecombineerd met het collectieprofiel  van de betreffende PLUSbibliotheek worden saneringsadviezen geautomatiseerd opgesteld. Het advies wordt afgestemd met de collecties van de andere PLUSbibliotheken om te voorkomen dat een eventueel laatste exemplaar verwijderd wordt uit de collectie Nederland.  De dienst wordt gecompleteerd met het automatisch bijwerken van de gegevens in het GGC.  Met 4 PLUSbibliotheken zal de komende maanden een pilot worden uitgevoerd. Als deze service succesvol werkt voor PLUSbibliotheken zal deze ook aan andere bibliotheken aangeboden worden. 

IBL

NBC+, het gezamenlijke collectieplan, de wettelijke opdracht om te participeren in het IBL, centraal collectioneren en afstemming van collecties in regio’s. Het zijn allemaal ontwikkelingen die naar verwachting invloed hebben op het IBL-verkeer. Er zal naar alle waarschijnlijkheid vaker een beroep worden gedaan op de collecties van collega bibliotheken. Dat vraagt om een nadere beschouwing van die onderlinge relatie.  Voldoen de huidige spelregels, zijn nieuwe spelregels nodig,  zijn nieuwe verrekeningsmodellen nodig. Dit onderwerp willen de PLUSbibliotheken graag agenderen in het overleg met KB en SPN. 

Nationale infrastructuur

Met een kritische blik worden de ontwikkelingen van de nationale digitale infrastructuur gevolgd. De motieven om aan te sluiten op (inter)nationale ontwikkelingen van Nederlandse schaal naar Wereldschaal  zijn welhaast vanzelfsprekend. Maar de verworvenheden van de Nederlandse schaal (GGC, VDX, NCC/IBL) hebben onmiskenbaar een groot kwaliteits- en serviceniveau. Shared cataloguing in het GGC en een uitstekend georganiseerde en presterende IBL service verdienen zeker aandacht. Op zowel uitvoerend niveau (werkgroep IBL en werkgroep metadata) als op bestuurlijk niveau (GII consortium) wordt vanuit de PLUSbibliotheken hier steevast de aandacht voor gevraagd.

Service voor leeskringen: een B2B dienst in de maak.

Afstemming van diensten voor leeskringen die door meerdere aanbieders in de markt worden gezet (Dommeldal, Flevoland, Probiblio) in samenspraak met een aantal bibliotheken leidt tot een uniforme B2B dienst voor alle bibliotheken waarbij leeskringen kunnen putten uit een collectie van ca. 1.200 titels. Met een minimum aan inspanning kunnen bibliotheken straks een superservice aan de leeskringen in hun verzorgingsgebied bieden. Tevens voorziet het plan in een solide financieringsvorm voor continuïteit van de dienst en natuurlijk een op klantvraag gebaseerde uitbreiding van het titelaanbod. Omdat NBDBiblion besloten heeft de dienstverlening “Boekensalon” te beëindigen, is vanuit dit project gevraagd alle beschikbare documentatie (dossiers, schrijversprofielen, vragensets, etc. om niet aan de sector ter beschikking te stellen.  Wordt vervolgd.

 

De een z’n dood….

NBDBiblion besloot een aantal diensten niet langer te leveren. Voor het PLUS aanbod en het aanbod van Bladmuziek zijn inmiddels alternatieven in de markt.

De bibliotheekdienstverlener en boekhandel Ingressus en de stichting PLUSbibliotheken sloten,  blijkbaar met een vooruitziende blik, eerder een mantelovereenkomst voor de selectie en levering van HBO+ en wetenschappelijke titels tegen gewenste bibliotheekkwaliteit en scherpe tarieven. Inmiddels maakt een aantal  PLUSbibliotheken gebruik van deze dienst van Ingressus. Verwacht wordt dat dit aantal snel zal stijgen.

 

Musidesk/Rijnbrink heeft in een bespreking van de werkgroep Muziek van de PLUSbibliotheken bekend gemaakt  graag bladmuziek aan bibliotheken te willen gaan aanbieden.  Dit initiatief wordt zeer gewaardeerd. Binnenkort zullen de condities door Musidesk/Rijnbrink bekend gemaakt worden.

Ten slotte een blik vooruit

Het gezamenlijk collectieplan  voor de gehele openbare bibliotheeksector zal binnenkort door de directie van de KB vastgesteld worden en aan het openbare bibliotheekveld worden voorgelegd. De verwachting is dat ook de stichting PLUSbibliotheken gevraagd zal worden om aan de uitvoering van het plan haar bijdrage te leveren. De bereidheid hiertoe is groot. Per slot van rekening deelt de stichting graag haar expertise en ervaringen met het PLUSconvenant als vertrekpunt graag met de gehele sector.  Het is voor de PLUSbibliotheken, de KB en SPN een gezamenlijke verantwoordelijkheid om ondanks  de alsmaar afnemende budgetten te zorgen voor een hoogwaardige collectie Nederland.

De PLUSbibliotheken op een rijtje met hun vertegenwoordigers in het Algemeen Bestuur van de stichting Samenwerkingsverband PLUSbibliotheken

Tresoar Leeuwarden

Bert Looper

Groninger Forum

Doeke Sijens

OB Deventer

Alice van Diepen

OB Arnhem

Margriet van Leeuwen

OB Utrecht

Hanneke van Duijn

OB Amsterdam

Merian van Doornik

OB Zuidkennemerland

Erica Vos-Meijer

DOB Den Haag

Marcel Theeuwes

OB Rotterdam

Irene Schuiten

denieuwebibliotheek

Chris Wiersma (voorzitter)

deZB|Planbureau en bibliotheek van Zeeland

Perry Moree (penningmeester)

Bibliotheek Midden Brabant

Peter Kok

Bibliotheek Eindhoven

Ingrid Fest

Centre Ceramique

Carin Klompen (secretaris)

Bibliotheek Amersfoort

Erno de Groot

  

Read more…

De openbare bibliotheek tien jaar van nu

Handreikingen uit: "De openbare bibliotheek tien jaar van nu" (2009):
 
 
1 Maak content beter vindbaar.
Sluit aan bij de manier waarop gebruikers content en verhalen zoeken,uitwisselen en
met elkaar delen. De aloude decimale, hiërarchische classificatiesystemen van bibliotheken
– noodzakelijk om een fysieke collectie te kunnen ordenen – worden langzaam
maar zeker naar de achtergrond gedrongen door nieuwe, minder exacte maar
wel praktische manieren van classificeren (tag clouds, aantal downloads, zoeken op
titelwoorden, full text search, zie § 7.1). Probeer de content daarom zo te presenteren
dat gebruikers ze snel en eenvoudig kunnen vinden. Waar mogelijk kan content
digitaal worden aangeleverd. Waar dat niet mogelijk is en men op de fysieke drager is
aangewezen, valt met slimme technologie (de rfid-chips in alle bibliotheekboeken)
nog veel te verbeteren in het leiden van de gebruiker naar de betreffende plek in de
bibliotheek. Voor gebruikers komt gemak in het vinden van content voor de kwaliteit
van die content: als ik het snel kan vinden, dan is ‘goed’ goed genoeg. Zoals een
recent rapport ( oclc 2007: 8-6) stelt: ‘If convenience does trump quality, then it is
the librarians’ job to make quality convenient.’
 
2 Maak de collectie hybride
Open collecties voor digitale content op het open web. Bied niet alleen aan wat de
bibliotheek zelf fysiek in huis heeft, maar verwijs ook naar waardevolle content op
het web. Kies welke onderwerpen wel en welke niet worden ‘bijgehouden’ (zie handreiking
7). Doe dit op landelijke schaal en zorg voor een centrale taskforce die deze
content opspoort en de url’s actualiseert.
 
3 Ga op de gebruiker af
Besef dat de groeiende groep internetgebruikers zich niet oriënteert op instituties
met een degelijke reputatie, maar steeds meer op de collectieve aanbevelingen van
andere internetters. Wacht dus niet tot deze mensen naar de (site van de) bibliotheek
komen, maar richt alle aandacht op het bereiken van gebruikers met wat je in huis
hebt. Ontwikkel innovatieve concepten die zijn gericht op digitale plaatsen waar
veel gebruikers komen (Google, Hyves, Marktplaats, Kelkoo en dergelijke) of maak
gebruik van bestaande mogelijkheden zoals een e-mail sturen naar subgroepen
gebruikers (nulleners bijvoorbeeld).
 
4 Beschouw ontlezing en ontlening niet als onvermijdelijk gegeven en schrijf het boek
niet af
 
Mensen zien de bibliotheek blijkens onderzoek vooral als een plek waar men boeken
kan vinden en lenen. Hoewel boeken minder in trek zijn zien nog altijd vier miljoen
Nederlanders een reden om lid te zijn van de bibliotheek. Bibliotheken die met persoonsgerichte
marketing werken of de openingstijden verruimen, zien dikwijls een
groei in het gebruik, ook in het lenen van boeken. De meeste andere landen uit het
intermezzohoofdstuk kampen niet met een dalend aantal uitleningen van boeken,
en waar dat wel gebeurt, slaagt men erin de aantallen uitleningen van andere (audiovisuele)
materialen te doen stijgen. Reden genoeg dus om te blijven geloven in de
waarde van de fysieke collectie voor gebruikers. Het gaat er vooral om dat gebruikers
die collectie op of via het web weten te vinden en verwijzingen naar die collectie met
elkaar kunnen delen.
 
5 Personaliseer de dienstverlening en doe hiertoe marktonderzoek
Ontwikkel persoonsgerichte digitale dienstverlening op basis van de uitleenregistraties
à la internetboekhandels als Amazon en Bol. Gebruikers maken zich een
stuk minder zorgen om hun privacy dan bibliothecarissen denken (oclc 2007) en
zijn waarschijnlijk – zeker bij een vertrouwde institutie als de openbare bibliotheek
– bereid om gegevens over zichzelf te laten gebruiken om persoonsgerichte aanbevelingen
te krijgen op basis van hun eigen leengedrag en dat van anderen. Ontwikkel
op basis van beschikbare gegevens bovendien meer kennis van gebruikers en
(vooral) van niet-gebruikers, zodat naast collectie-aanbevelingen ook andere, op de
persoon toegesneden, aanbevelingen kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld over de
dienstverlening van samenwerkingspartners (culturele uitgaanstips, evenementen
en dergelijke).
 
6 Diversifieer de toegang tot digitale content
Bied specifieke bronnen van digitale content aan voor specifieke doelgroepen en
hang daar indien nodig een apart prijskaartje aan, bovenop het standaard lidmaatschap.
Zorg ervoor dat de toegang tot deze content via digital rights management goed
is afgeschermd, zodat de rechthebbenden (uitgevers) de bibliotheek als distributeur
kunnen vertrouwen.
 
7 Maak keuzes in de gidsfunctie
Probeer niet langer op basis van de eigen bibliothecaire deskundigheid ‘de’ gids te
zijn voor mensen in het uitdijende media- en informatielandschap. Mensen raken
door internet steeds meer gewend te vertrouwen op de collectieve oordelen (op
sociale websites) van anderen en minder op professionele expertise (‘van decimale
classificatie naar tag clouds’). Die expertise ontwikkelt zich gezien het enorme en nog
altijd uitdijende aanbod ook te langzaam om van grote waarde te kunnen zijn. Focus
daarom, uitgaande van de publieke missie van de openbare bibliotheek, op onderwerpen
van maatschappelijk belang, bouw daaromheen een goede collectie inclusief
links naar de op het web vrij beschikbare content, en weet de gebruiker hiermee te
bereiken – eerst digitaal, vervolgens ook fysiek.
 
8 Steun burgers bij de ontwikkeling van informatievaardigheden en, breder, mediawijsheid
Dat gebruikers steeds meer centraal komen te staan in het verspreiden en ordenen
van content, houdt in dat de traditionele gidsfunctie van bibliotheken meer op de
achtergrond raakt. Bibliothecarissen kunnen met hun expertise gebruikers wel
helpen om zelfredzaam te worden in de omgang met informatie en met media. Voor
velen is het aanbod onoverzichtelijk. Vooral voor volwassen gebruikers die via het
reguliere onderwijs niet meer te bereiken zijn, ligt hier een maatschappelijk belangrijke
taak.
 
9 Zorg voor lokale verankering enerzijds ( frontofficetaken) en landelijke verankering
(backofficetaken) anderzijds
Op lokaal niveau kan maatwerk worden verricht in met name functies als ‘kennis
en informatie’ (zie ‘de G!DS’, een voorziening die veel lokale informatie bundelt)
en ‘kunst en cultuur’ (samenwerking met culturele partners in stad en streek). Op
landelijk niveau kan die dienstverlening plaatsvinden die niet aan lokale omstandigheden
is gebonden en efficiënter te organiseren is.
 
10 Diversifieer de dienstverlening van de fysieke vestigingen
Met name in grote steden ligt het meer voor de hand maatwerk in een wijk te leveren
dan overal in een volledig aanbod te voorzien. Een nieuwe, kinderrijke buurt heeft
andere behoeften dan een wijk met veel etnische groepen of een wijk met overwegend
senioren. Bezie voor de centrale vestiging de mogelijkheden tot vergaande
samenwerking met andere centrale instellingen, zoals het gemeentearchief en het gemeentemuseum, omdat in de gebundelde collecties en expertises meerwaarde
voor de gebruikers schuilt.
 
Afbeelding: American Progress, 1872
Read more…

WWW juni 2016: Stelselwet bron van frustratie

Volgens mr. drs. Alwien Bogaart van de DSP-groep biedt de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) veel ruimte voor interpretatie, “wat niet snel leidt tot een situatie waarin apert duidelijk is dat een interpretatie zich niet correct verhoudt tot de wet.” En: “De wettelijke taken zijn op hoofdlijnen benoemd, definities ontbreken en de rolverdeling tussen de onderscheiden netwerkpartners (Koninklijke Bibliotheek, provinciale ondersteuningsinstellingen en lokale bibliotheken) is op voorhand niet steeds duidelijk. Normen met betrekking tot omvang en kwaliteit ontbreken.”
Hij zegt dit in een adviesrapport voor de provincie Groningen, die graag wil weten of haar interpretatie van de Stelselwet juist is. Die interpretatie zou een forse bezuiniging inhouden op de provinciale subsidie aan Biblionet Groningen en zij zou de Groninger gemeenten, bij gelijkblijvende dienstverlening, met veel hogere kosten opzadelen.

Graatmager
De heer Bogaart heeft gelijk en ik kan het nog sterker vertellen: de Wsob verplicht gemeenten niet een bibliotheek in stand te houden en een provincie niet een provinciale ondersteuningsinstelling (POI) overeind te houden. De wet is geen Bibliotheekwet maar slechts een stelselwetje. We hebben te maken met een graatmagere wet, een wet vol goede bedoelingen maar meer ook niet. De wet kent geen instandhoudingsverplichtingen en geen sancties, ik heb het meermalen geschreven. De Nederlandse politiek wilde daar niet voor kiezen. Daardoor kan ook een gemeente als Lopik rustig met Karmac in zee gaan. En met een piepklein beetje moeite ook nog aan het stelselwetje voldoen, want, zoals Bogaart terecht zegt, kwaliteitsnormen ontbreken.

Boodschap en boodschapper
Natuurlijk krijgen mensen als Bogaart en Theo Doreleijers van Karmac veel kritiek over zich heen vanuit het reguliere openbare bibliotheekwerk. Maar dat is: de boodschapper de schuld geven. Ik begrijp de boosheid, maar deze wet is, doordat mensen er steeds maar weer meer van verwachten dan er feitelijk inzit, nu eenmaal een bron van frustratie voor wie graag wettelijke bepalingen had willen zien voor goed openbaar bibliotheekwerk. In Haagse kringen – ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Koninklijke Bibliotheek (KB), Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) - is het gebruikelijk te zeggen dat het beter is een wet te hebben, hoe mager dan ook, dan helemaal geen wet. Want als er helemaal geen wet zou zijn, zou het allemaal nog erger kunnen zijn. Het is mogelijk, maar bewijs is er niet voor. Juist nu er een wet bestaat, is het aanlokkelijk voor bezuinigende overheden om te kijken hoe ver ze kunnen gaan om er nog net aan te voldoen. En dat is héél ver. De wet gaat uit van drie harmonieus samenwerkende overheidslagen, maar dat is helaas vaak een fictie, zoals ook de beide HEC-rapporten over de Stichting Bibliotheek.nl (BNL) al lieten zien. Ook interessante lectuur voor de KB, die nu met dezelfde problemen te maken krijgt als destijds BNL en daar, blijkens af en toe wat stresserig gedrag op 19 mei tijdens de KB-OB-dag, nog een beetje aan moet wennen. Dat was met name het geval toen het ging om de eisen van uitgevers inzake de tariefstelling van bibliotheken als voorwaarde voor lenen van e-books bij de digitale bibliotheek. Daar maakt de KB de bibliotheken niet blij mee. Maar ook hier geldt: je kunt niet de boodschapper, in dit geval de KB, de schuld geven van het feit dat “de digitale bibliotheek” een rare bibliotheek is.

Draaideur-adviseurs
Ondertussen is de Stelselwet, net als jarenlang de er aan voorafgaande bibliotheekvernieuwing, een mooie bron van inkomsten voor de ABC- t/m XYZ-groep. In dit soort organisaties lopen ook draaideur-adviseurs rond, dat zijn mensen die dan weer eens gemeenten of provincies adviseren en dan weer eens bibliotheken of POI’en van hun inzichten voorzien.

Dit staat in de WWW van juni 2016. Ook veel nieuws daar.

Read more…

EUROPEAN MANUSCRIPT LIBRARIANS EXPERT GROUP, 7th CONFERENCE

De zevende conferentie van deze expertengroep focuste op drie thema’s: herdenkingen en verjaardagen (commemoration), post-digitale issues en bezorgdheden en tot slot materialiteit van handschriften. Hieronder een samenvatting van de lezingen:

Commemoration

  • Estelle Gittins (Library TCD), ‘Ireland’s Decade of Commemoration: Marking 1916 in the Library of Trinity College Dublin’[1]

In 2016 wordt in Ierland de “Easter rising” van 1916 herdacht, een opstand tegen het Brits bewind. Dit is met banners, shops,… zichtbaar in heel de stad. Ook Trinity College deed mee, met de blog “Changed Utterly”, die startte op 24 april 2015, dus een jaar voor de herdenking. Blogteksten werden geschreven door het bibliotheelpersoneel en academici en bevatten meestal digitaal materiaal. Ze werden aangekondigd op Twitter, waar het project meer dan 2000 volgers had. De exacte impact van dit project is moeilijk te meten, maar er was constante interactie met academici, studenten, journalisten en andere instellingen. Het project kreeg ook meer media-aandacht dan gedacht en bracht meer gebruikers naar de leeszalen.

 Post-digital Issues and Concerns

  •  Jennifer Edmond (TCD), ‘CENDARI:[2] what next?’

CENDARI (2012-2016) had tot doel het maken van een onderzoeksinfrastructuur voor historisch onderzoek. Er deden 14 partners uit 8 landen mee, en er was een budget van € 6,5 miljoen. Er waren twee pilootprojecten: middeleeuwen en de Eerste Wereldoorlog. Het systeem bracht verschillende elementen samen (databanken, woordenboeken,…) en zorgt er voor dat de onderzoeker niet enkel in deze onderdelen kan zoeken, maar ook bv. persoonlijke notities kan toevoegen.
Na afloop van het project is het belangrijk te kijken hoe deze infrastructuur verder kan blijven bestaan. Dit betreft zowel de organisatie (personeel) als technische infrastructuur (software), data en gebruikersgemeenschap. De conclusie is dat data open moeten zijn (open API’s) en dat men bij humane wetenschappen beter “big data” moet beheren om zo de uniciteit van bumane wetenschappen te onderstrepen. Samenwerking tussen computerwetenschappen, informatiewetenschappen en historici (of andere onderzoekers uit humane wetenschappen) is hierbij onontbeerlijk.

 

  • Jane Ohlmeyer (TCD), ‘The 1641 Depositions:[3] what now?’

De “depositions” bevatten verslagen van ooggetuigen over de opstand in 1641, die hoofdzakelijk in Noord-Ierland plaatsvond, waarbij in de eerste plaats katholieken in opstand kwamen tegen protestanten. In totaal gaat het om meer dan 8.000 getuigenissen, die samen 31 volumes beslaan met meer dan 19.000 pagina’s. Het is een unieke bron, maar wel gekleurd, omdat de getuigenissen enkel van protestanten komen. Het materiaal blijft ook nog vandaag voor controverse zorgen, en wordt bv. nog gebruikt door loyalisten in Noord-Ierland.
Vanuit het standpunt van computerwetenschappen bevatten deze gegevens veel “dirty data’, omdat er absoluut geen eenheid is m.b.t. spelling, syntax, leestekens,… Voor onderzoekers uit humane wetenschappen is dit echter een normaal gegeven.

Het project, gestart in 2007 en openbaar gelanceerd in 2010, was een samenwerking tussen Trinity College en de University of Aberdeen. Met een budget van 1 miljoen euro werd er gewerkt in de volgende fases: conservering, digitalisering, TEI-transcriptie en publicatie zowel online als in boekvorm. Het slagen van het project was in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de transcripties, waarvoor extra personeel werd aangeworven. Online wordt de transcriptie naast het originele document getoond. Er is echter ook bewust gekozen voor een boekpublicatie, omdat een digitale omgeving kwetsbaar blijft. Dit werd nogmaals aangetoond toen de site werd gehacked en daardoor drie maanden onbeschikbaar was. Het project kan als een vlaggenschip voor digital humanities beschouwd worden, met meer dan 23.000 geregistreerde gebruikers en veel interesse uit het publiek en de pers. Het leidde tot bijkomend onderzoek (van bachelorpapers tot doctoraten) en nieuwe projecten zoals Cultura (normalisatie van de tekst) en “1641 in de klas”. Nu is het tijd voor versie 2.0 met open source data, zichtbaarheid van de metadata, integratie van de genormaliseerde tekst en van extra tools, bv. i.v.m. visualisatie, interoperabiliteit met andere data en een groter engagement met de gebruikersgemeenschap. Tot slot nog een waarschuwing: teksten online doorzoeken kan een prima hulpmiddel zijn, maar omwille van “dirty data” blijft het belangrijk om terug te keren naar de originele documenten en ook deze door te nemen, anders zullen de onderzoeksgegevens nooit volledig zijn.

 

Materiality 

  •  Bernard Meehan (Library TCD), ‘The Faddan More Psalter’[4] 

 n 2006 werd er bij werken op een akker een middeleeuws handschrift gevonden dat eeuwen in het water had gelegen. Het was dus in een zeer slechte staat. Toch was het mogelijk hierover onderzoek te doen en daarbij werd het duidelijk dat het om een psalter ging die geschreven was rond het jaar 800 of misschien zelfs vroeger, een periode waaruit weinig psalters bewaard zijn gebleven. Momenteel wordt dit werk bewaard in het National Museum van Ierland.

Verschillende specialisten werden samengebracht om te bekijken hoe dit handschrift behandeld kon worden. 1 bijna volledig bifolio was bewaard en daarnaast enkele losse pagina’s en vooral veel kleine fragmenten. Bovendien waren pagina’s verplaatst naar andere plaatsen in de codex, dus de reconstructie was een hele opgave. Speciale aandacht ging ook naar de boekband, die gelijmd was op papyrus. Deze vaststelling deed bijkomende vragen rijzen over de beshikbaarheid van papyrus in Ierland rond die tijd. Het is duidelijk dat dit handschrift nog niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven.

  •  Susie Bioletti (Library TCD), ‘Early Results from the “Early Irish Manuscripts”[5] Project’

 De bibliotheek van het Trinity College in Dublin werkt reeds 12 jaar aan een project i.v.m. de conservering, onderzoek en digitalisering van de vier belangrijkste vroegmiddeleeuwse insulaire bijbels, nl. :

  • Codex Usserianus Primus, 5e of 7e eeuw (?) (TCD MS 55)
  • het Boek van Mulling, 2de helft van de 8e eeuw (TCD MS 60)
  • het Boek van Dimma, late 8ste eeuw (TCD MS 59)
  • de Slinger van Howth, 8-9e eeuw (TCD MS 56)

Samen met het Book of Kells (TCD MS 58), het Boek van Durrow (TCD MS 57) en het Boek van Armagh (TCD MS 52) vormen ze de belangrijkste collectie vroeg-christelijke boeken in de bibliotheek.

Het project heeft betrekking op vele verschillende aspecten, waarbij momenteel sterk de nadruk wordt geleverd op de codicologische en kunsthistorische aspecten. Multispectrale beeldvorming speelt hierbij een belangrijke rol. Door middel van niet-destructieve technieken wordt er zo pigmentanalyse uitgevoerd.

Voor de realisatie van dit project kan Trinity College rekenen op een subsidie van de Bank of America  - Merrill Lynch Art Conservation Project.

 Opmerking na de lezing (Lieve Watteeuw): KU Leuven start in september 2016 een gelijkaardig onderzoek op de manuscripten van het scriptorium van Echternach (Luxemburg). We zullen hiervoor samenwerken met de Stad Maaseik ( Codex Eyckensis, 8ste eeuw), het KIK en Trinity College Dublin. 

 

  • Ad Leerintveld (Koninklijke Bibliotheek, Netherlands), ‘Authenticating the coat of arms in a Gruuthuse manuscript’

In 2004 kocht de KB het Gruuthuse-handschrift aan, één van de laatste manuscripten met Nederlandstalige middeleeuwse teksten dat nog steeds in privébezit was. Het handschrift werd volledig gedigitaliseerd en in 2013 in zijn thuisstad Brugge tentoongesteld.

In totaal zijn er 146 handschriften gekend die behoord hebben tot de bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuse of Louis de Bruges (1427-1492). Het hier besproken handschrift bevat zijn wapenschild en zijn motto (“Plus est en vous – Meer ist in v”), maar dit laatste is een toevoeging uit de negentiende eeuw. Het wapenschild dateert echter wel degelijk uit de vijftiende eeuw, zoals bleek uit onderzoek met multispectrale beeldvorming (2007) en X-stralen (2013). Ter vergelijking werd ook ms. fr. 1001 uit de BnF op dezelfde manier onderzocht, en de conclusie (o.a. van de pigmentanalyse) was dat beide wapenschilden volledig overeenstemmen.

Voor het onderzoek met de X-stralen kon de KB rekenen op de medewerking van Geert Van der Snickt (UAntwerpen) en Joris Dik (TU Delft).

  •  Birgit Vinther Hansen (Kongelige Bibliotek, Copenhagen), ‘Exhibition and fading of manuscripts: microfadometry and a lighting policy to increase exposure and reduce risk’

Het is geweten dat licht schade kan veroorzaken aan tentoongestelde werken. Dit geldt in het bijzonder bij handschriften, zowel oud als modern; bij getypte of gedrukte werken is het risico beperkt. Omwille van mogelijke schade worden tentoonstellingen vaak gehouden in zalen zonder daglicht en wordt de duur meestal beperkt tot maximaal drie maanden. Meer concrete richtlijnen hierover zijn echter schaars[6].

Het is echter mogelijk de eventuele schade te berekenen op een wetenschappelijke manier, via micro-fading technique, waarbij met een speciaal licht op een zeer klein deel van het document wordt geschenen. Wanneer de resultaten gekend zijn, is de volgende vraag hoeveel schade door vervaging men aanvaardt bij het tentoonstellen van werken, en over welke periode (5 – 10 – 25 – 100 jaar?). Bij de KB in Denemarken wordt gewerkt met periodes van 25 jaar. Er zijn drie categorieën van documenten: de meest gevoelige documenten kunnen slechts negen weken getoond worden op een periode van tien jaar, de minst gevoelige tot acht jaar op een periode van tien jaar. Vaak gebeurt het dat zwart-wit documenten uit de vorige eeuw gevoeliger zijn dan gekleurde handschriften uit vroegere eeuwen. Op basis van deze gegevens kan er een wetenschappelijk onderbouwde politiek voor tentoonstellingen en bruiklenen opgesteld worden met “beheersbare/controleerbare risico’s”. Zo worden bij de KB van Denemarken als gevolg van deze politiek de meest gevoelige documenten nooit in bruikleen gegeven. Bij codices kan het omslaan van pagina’s een alternatief zijn voor het te lang blootstellen aan licht, bij brieven is dit uiteraard moeilijker. Ook nuttig om weten is dat ijzergalinkt zich (deels) kan herstellen.

 Opmerking na de lezing: Lieve Watteeuw heeft in 2016 een aanvraag voor kleine infrastructuur gedaan om dergelijke testen ook in Leuven te kunnen uitvoeren.

 

  • Nicholas Pickwoad (University of the Arts, London), ‘Ligatus:[7] the importance of bindings and their description’

Boekbanden weerspiegelen de samenleving waarin ze geproduceerd zijn, zo is bv. in Engelse boekbanden de invloed van continentale binders te merken in de zestiende eeuw, toen de protestanten het vasteland ontvluchtten.

Om goed onderzoek over boekbanden te kunnen verrichten, is het echter in de eerste plaats nodig om over de juiste terminologie te beschikken, en daar ontbreekt het op dit moment aan, ondanks enkele eerdere pogingen. Om deze lacune te verhelpen wordt er nu een onlinethesaurus uitgewerkt binnen het Ligatus-project, de Language of binding (LOB), die momenteel ca. 1500 termen telt. Zoeken kan op trefwoord, via een alfabetische lijst of via een hiërarchische ordening. Momenteel bevat deze thesaurus enkel Engelse termen en verklaringen, maar de bedoeling is om dit uit te breiden naar andere talen, waarbij Frans en Italiaans reeds in voorbereiding zijn. Er worden nog medewerkers gezocht voor andere talen, waaronder het Nederlands.

De plannen voor 2016 zijn:

-          het aantal termen uitbreiden

-          het online plaatsen van de richtlijnen

-          het toevoegen van meer dan 500 illustraties

-          het drukken van de hiërarchische index

Er wordt ook gekeken naar mogelijke samenwerkingsverbanden, bv. door de integratie van Getty Art en Architecture Thesaurus. En dankzij het gebruik van uri’s kunnen catalografen uit bibliotheken wereldwijd linken naar de thesaurus en zo de metadata over boekbanden verbeteren en verrijken in bibliografische beschrijvingen.

 

Commemoration

  •  Claire Breay (British Library), ‘Commemorating the 800th anniversary of Magna Carta in 2015’

 In 2015 was het 800 jaar geleden dat de Engelse koning Jan zonder land de Magna Carta uitvaardigde. Het is het beroemdste document uit de Engelse geschiedenis, al blijven de meningen over de exacte betekenis verdeeld.

Twee van de vier overgebleven kopieën van de Magna Carta worden momenteel bewaard in de Britsh Library. In 2010 werd er gestart met de voorbereidingen van een grote tentoonstelling hierover. Gedurende vijf jaren kwam hiervoor een nationaal organisatiecomité maandelijks samen. In het begin was er niet veel enthousiasme, maar dat groeide naarmate het project vorderde, met duidelijke belangstelling van het publiek en de pers, ook internationaal. Dit alles leidde naast de tentoonstelling tot verschillende andere activiteiten, zoals blijkt uit de opsomming van 119 evenementen op de website. De website zelf bereikte meer dan 1 miljoen unieke bezoekers.

 

  • Rebecca Boxler Ødegaard and Bente Granrud (National Library of Norway), ‘A decade of writer's commemorations - and what we have learned’

 De Nationale Bibliotheek van Noorwegen werd gesticht in 1813, in de aanloop naar de onafhankelijkheid van Noorwegen in 1814. Tot haar diensten behoort een departement handschriften en archieven. Sinds 2005 huist de bibliotheek in een nieuw gebouw, waar jaarlijks 8 tot 10 tentoonstellingen worden gehouden, en meer dan 100 publieke activiteiten worden georganiseerd.

Toen in 2006 een herdenking werd georganiseerd rond de Noorse schrijver Henrik Ibsen († 1906), was dat de aanleiding om te beginnen digitaliseren. Omwille van het grote aantal jaarlijkse tentoonstellingen, is nadien beslist om de ganse workflow van de bibliotheek af te stemmen op de tentoonstellingen. Catalografie en digitalisering van de tentoongestelde werken gebeuren in de jaren voorafgaand aan de tentoonstelling, zodat bij de start van de tentoonstelling al het gerelateerde materiaal gecatalogiseerd en gedigitaliseerd is. Voor 2016 staan er verschillende kleinere tentoonstellingen gepland, soms maar voor één dag, in combinatie met een seminarie of een avondactiviteit.

Door deze werkwijze kwam er meer samenwerking tussen de verschillende departementen van de Nationale Bibliotheek en werden er routines opgebouwd zodat het professionalisme steeg. Ook kwam er meer nadruk te liggen op andere mogelijke doelgroepen. Er moet in de werking echter een onderscheid gemaakt worden tussen de doelstellingen op lange termijn (vooral m.b.t. catalografie) en deze op korte termijn (vooral gericht op communicatie).

 

  • Matthew Shaw (Institute of Historical Research, London), ‘Europeana 1914-1918[8] and creating a digital collective memory’

 Europeana 1914-1918 was/is een samenwerkingsverband tussen tien partners (waaronder de KBR, BnF, BL,…), aangevuld met materiaal verzameld op verschillende collection days (ook in Leuven!) en de Europeana Film Gateway 1914. 600.000 items en meer dan 600 uren film worden zo via twee portalen beschikbaar gemaakt.

Gedurende drie jaren werd dit project voorbereid, waarbij gewerkt werd rond gemeenschappelijke standaarden (voor metadata, digitalisering,…), de selectie van het materiaal, de creatie van de portalen en marketing en publiciteit. De laatste stap was de evaluatie en het afsluiten van het project. Momenteel is deze site wereldwijd één van de belangrijkste bronnen m.b.t. materiaal over WO I (inclusief privébezit). De site is beschikbaar in vijftien verschillende talen en bevat ook een educatief luik. Deelname aan dit project leidde soms ook, zoals in de British Library, tot het houden van tentoonstellingen of andere gerelateerde evenementen.

Momenteel zijn er nog uitdagingen op verschillende vlakken, zoals auteursrecht en verweesde werken enerzijds en anderzijds de langetermijnbewaring van de site (wat als Europeana ooit ophoudt te bestaan?). Ook blijkt uit de resultaten van dit project dat er in verschillende landen op verschillende manieren over WO I gepraat wordt.

 

Post- digital Issues and Concerns

  •  Matthew McGrattan (Bodleian Library Oxford), ‘International Image Interoperability Framework and Bodley’[9]

 Sinds de jaren 1990 wordt er erfgoedmateriaal gedigitaliseerd in de Bodleian Library. Dit gebeurde echter in verschillende projecten, elk met hun eigen werkwijze en technologie, waardoor gebruikers steeds een nieuw systeem moesten leren kennen en de systemen niet op elkaar afgestemd waren. Bovendien werd het moeilijk om na afloop van al deze projecten de verschillende websites te onderhouden.

Daarom is er nu gekozen voor de site Digital.bodleian als uniek toegangspunt tot al het gedigitaliseerde materiaal (ook externe collecties). Zoekopdrachten kunnen gebeuren via trefwoorden of door het bladeren in voorgestelde collecties. Technisch werd er gekozen voor een platform gebouwd met de open source software Inquire[10], voorzien van de IIIF-technologie, en de afbeeldingen worden aangeboden in jpeg2000-formaat. Door het gebruik van IIIF is er slechts één interface en één metadataschema (gebaseerd op Dublin Core) en één zoekindex die het mogelijk maakt verschillende collecties tegelijk te doorzoeken. Met IIIF kunnen bovendien ook documenten uit verschillende collecties met elkaar vergeleken worden, zoals e-codices, Stanford UL, Yale UL, BnF,…

Slotopmerking: er bestaat geen integrale onlinecatalogus van alle handschriften van de Bodleian Library, er kan dus niet gelinkt worden vanuit een databank met individuele titels naar de afbeeldingen.

 

  • Allen Packwood (Churchill College, Cambridge), ‘The Churchill Papers:[11] a modern historical epic’

 De Churchill paper collection bevat meer dan 1 miljoen items: brieven, schoolrapporten en ander persoonlijke papieren van Winston Churchill. In 1995 werden ze aangekocht door de Britse staat – omdat het aankoop was, leidde dit tot veel controverse – en ze worden bewaard in een speciaal hiervoor gebouwd archief. De ontsluiting kende verschillende fases: catalografie (1995-2000), verfilming op microfilm (2000-2005) en digitalisering (2010-). De wetenschappelijke editie van de papieren wordt verspreid door een commerciële partner (Bloomsbury), die ook instaat voor marketing en pr rond dit project (Churchill Archive). Eén van de problemen waarop de onderzoekers stuitten was het auteursrecht: de clearance database bevat meer dan 20.000 namen. In de praktijk blijkt wel dat weinig rechthebbenden problemen maken rond de publicatie (slecht 14 weigeringen in de periode 2000-2005). Tot nu toe werden er verschillende lessen geleerd aan dit project, dat nog steeds in evolutie is:

-          belang van langetermijndenken

-          belang van goede schaderegistratie

-          belang van een goed netwerk

-          de voordelen van het werken met een commerciële partner

 

  • Gerhard Müller (Staatsbibliothek zu Berlin): ‘Archival Metadata; Authority Records and New Approaches to Social Contexts’

De laatste lezing gaf een kijk in de toekomst: wat kunnen we doen met alle metadata die we momenteel verzamelen? Door digitalisering worden documenten in een nieuw licht geplaatst en worden soms tot dan toe ‘verborgen’ relaties tussen documenten zichtbaar. Om documenten goed met elkaar te kunnen vergelijken, zijn authority records onontbeerlijk. Er moet echter ook rekening gehouden worden met de volabiliteit van datasets en met missing data. Voor een goed datamanagement moet er gewerkt worden op drie niveaus: union catalogues, API’s en een evaluatie van de resultaten en de verschillende gerelateerde diensten.

Opmerking: in de marge van deze lezing werd er verwezen naar het EU-project tranScriptorium[12] (2013-2015), waar met HTR-technologie geprobeerd wordt handgeschreven teksten automatisch te transcriberen. HTR staat daarbij voor Handwritten Text Recognition.

 ***

 Naast de lezingen waren er ook geleide bezoeken aan de volgende tentoonstellingen en instellingen:

 1)   Trinity College: Long room (Old Library) en Book of Kells[13]

Trinity College ontvangt jaarlijks meer dan 1 miljoen bezoekers, waarvan er ca. 800.000 ook de tentoonstelling met het Book of Kells bezoeken. De huidige tentoonstelling dateert al van 1998, de conservatoren zijn bezig met het uitbouwen van een nieuwe tentoonstelling. Momenteel staan er panelen met uitleg en reproducties; in de laatste zaal, met aangepaste verlichting, kan men twee (van de vier) opengeslagen volumes van het Book of Kells zien, samen met enkele andere handschriften.

 2)   Royal Irish Academy[14]

De Koninklijke Ierse Academie is een onderzoekscentrum voor de studie van de Ierse geschiedenis, taal en archeologie en de geschiedenis van de Ierse wetenschap. De bibliotheek bevat wereldwijd de grootste collectie handschriften in het Iers, waarvan er eind 2015 reeds 70 gedigitaliseerd waren.

 3)   Marsh’s Library[15]

Marsh's Library werd in het begin van de achttiende eeuw opgericht door aartsbisschop Narcissus Marsh (1638-1713). De boeken staan nog steeds in hetzelfde gebouw als in de achttiende eeuw, meestal zelfs in de rekken en op de planken waaraan ze werden toegewezen door Marsh en door Elias Bouhéreau, de eerste bibliothecaris, toen de bibliotheek werd geopend. Vermeldenswaard zijn de drie ‘kooien’ waarin de lezers werden opgesloten tijdens de consultatie van de boeken, uit angst voor diefstal.

 4)   Chester Beatty Library[16]

Chester Beatty was een schatrijke Iers-Amerikaanse mijningenieur, met een grote bibliofiele belangstelling. Bij zijn aankopen primeerde kwaliteit op kwantiteit, hoewel hij ook in aantallen een imposante collectie bijeenbracht.

Voor de deelnemers aan het congres werd er een geleid bezoek georganiseerd aan de tijdelijke tentoonstelling “Lapis & Gold: The Story of the Ruzbihan Qur’an” door Elaine Wright, curator van de islamitische collecties, en een overzicht van enkele topstukken uit de Oost-Aziatische collecties, door curator Mary Redfern. Nadien was er nog de mogelijkheid om zelf de twee permanente tentoonstellingen te bezoeken (Arts of the book en Sacred traditions). Door de omvang van de tentoonstellingen is het duidelijk dat de museumwerking dominant is in de werking van de Chester Beatty Library.



[1] http://www.tcd.ie/Library/1916/

[2] http://www.cendari.eu/

[3] http://www.1641.tcd.ie/

[4] http://www.museum.ie/Archaeology/Exhibitions/Current-Exhibitions/The-Treasury/Gallery-1-Iron-Age-to-12th-Century/Gallery-2-The-Faddan-More-Psalter-(1)/Context-and-Significance

[8] http://www.europeana1914-1918.eu/

[9] http://digital.bodleian.ox.ac.uk/

[10] http://www.inquireresearch.co.uk/

[11] https://www.chu.cam.ac.uk/archives/collections/churchill-papers/

[12] http://transcriptorium.eu/

[13] http://www.tcd.ie/Library/bookofkells/

[14] https://www.ria.ie/library/about

[15] http://www.marshlibrary.ie/

[16] http://cbl.ie/

Read more…

De Pas zonder poespas

Heel, heel lang geleden, in 2012, werd er eens een “Nationale Bibliotheekpas” benoemd als speerpunt voor het openbare bibliotheekwerk. Het stond in de VOB-strategie 2012-2016, de Bibliotheek levert waarde. Maar vandaag de dag geeft niemand meer om dat speerpunt. De klassieke bibliotheek, met haar uitleenfunctie waar een Pas voor nodig is, denkt hard op weg te zijn om in 2020 een brede, maatschappelijk-educatieve, toekomstbestendige bibliotheek te kunnen zijn. Daar passen geen lenerspassen in. Bovendien kan in veel regio’s of provincies binnen eenzelfde automatiseringssysteem al met één Pas in verschillende bibliotheken fysiek geleend worden. En digitaal lenen kan zonder Pas, want daar zijn alleen een gebruikersnaam en wachtwoord voor nodig. Dat geldt ook voor vrijwel alle andere digitale activiteiten.

Eén dapper persoon
Maar is er echt helemaal niemand meer bezig met die Pas? Neen, dat klopt niet, want ergens op het VOB-bureau is er nog één dapper persoon die zich druk maakt om de Nationale Pas. Het is Coen van Hoogdalem, sinds november 2015 “projectdirecteur Nationale Bibliotheekpas”. Op de VOB-site liet hij weten wat hij aan het doen is: In een eenvoudige en platte organisatiestructuur (zonder stuurgroep) zoekt hij van onderaf naar technische oplossingen die relatief eenvoudig en vooral snel te realiseren zijn, via HKA (BicatWise) en Infor (Vubis). De Koninklijke Bibliotheek (KB), die gaat over de landelijke digitale infrastructuur, was er niet blij mee, want de vraag rijst wat nog de meerwaarde is van die landelijke infrastructuur.
Wat Van Hoogdalem nu probeert te bereiken is wat ik drie-en-een-half jaar geleden “de Voilà-pas” noemde: een Pas zonder poespas.

Meer hierover en over veel andere ontwikkelingen in de WWW van mei 2016.

Read more…

WWW april 2016: Twee boxen, zoek de verschillen!

Heel, heel lang geleden, in 2009 en 2010, waren er eens tien bibliotheekdirecteuren die met bijna € 2 miljoen subsidiegeld van OCW een project “De Bibliotheek Nederland” (DBN) wilden uitvoeren. Veel andere bibliotheekdirecteuren maakten zich daar vreselijk druk om. Officieel heette dat project, waarvan één onderdeel was om in de bibliotheek met retailformules te gaan werken, “Collectie en Franchise”. Ik wijdde er toentertijd een special van de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk aan (zie www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsbrief en click op WWW, 2010, nieuwsbrief 5a, mei 2010).

Verreweg de meesten van die tien directeuren hebben inmiddels al lang hun carrière elders voortgezet. Het project mondde via de benamingen “Formulebureau” (2011) en “Retailbureau” (2012-2014) in 2015 in vereenvoudigde en flexibeler vorm uit in “de Bibliotheekformule”, die werd ondergebracht bij Rijnbrink. De grootste deelname kwam en komt uit Overijssel.

Niemand in bibliotheekland maakt zich er nog druk om. Alle aandacht gaat nu uit naar “basisvaardigheden” en bibliotheken “klaar maken voor de toekomst” (al dan niet met hulp van handelaren in “toekomstbestendigheid”). De grote vraag op basis van ervaringen sinds 2010 is echter of bibliotheken zich daar in de heel, heel verre toekomst, in 2022 en 2023, ook nog mee bezig zullen houden. Ik ben daar benieuwd naar.

Maar maakt intussen echt helemaal niemand zich meer druk over het project “Collectie en Franchise” en de gevolgen ervan? Vorig jaar kwam ik er achter dat er aan de rand van bibliotheekland een groepje bestaat dat er nog wel mee bezig is: de Vereniging van Bibliotheekleveranciers (VvBL). Deze VvBL stuurde mij een pakket van via procedures op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) van OCW verkregen stukken. Uit deze stukken valt aardig inzicht in het moeizame verloop van het project te destilleren. Ik schreef er vorig jaar over in Bibliotheekblad 7/2015 en gaf dat artikel een aangekondigd vervolg in het net verschenen Bibliotheekblad 3/2016. Volledig inzicht was echter niet te krijgen, want documenten met “persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad” werden niet meegezonden. En om de “persoonlijke levenssfeer van betrokkenen te eerbiedigen” lakte OCW meestal namen af. Maar iedereen weet nog of kan weten (zie hier aan het eind) wie die tien waren. In één stuk, het financiële eindverslag, waren namen niet afgelakt en daar blijkt uit dat er een kleine stuurgroep namens de tien was, bestaande uit de heer T. Torreman, directeur Bibliotheek Eindhoven, voorzitter (senior user), mevrouw T. van Ham, voorzitter DOBO (Directeuren Overleg Bibliotheken Overijssel) (senior supplier), de heer R. Pronk, directeur Biblionet Groningen (senior supplier) en de heer G. Miellet, manager innovatie Bibliotheek Utrecht, penningmeester (senior user).

Waar de VvBL zich druk om maakt is dat volgens haar niet aan de subsidie-eis voldaan is dat de intellectuele rechten die met de subsidiegelden gevestigd zouden worden aan de staat moesten worden overgedragen. Er waren twee inrichtingsconcepten, de “black box” en de “white box”. Deze waren via Biblionet Groningen (black box) en DOBO (white box) ingebracht in  het project. Maar om aan de subsidie-eisen te voldoen, moesten de rechten voor heel Nederland worden afgekocht. Dat is volgens de stukken (met heel veel moeite) en ook volgens reacties op uitlatingen van de VvBL gedaan voor de black box. Voor de white box echter niet. Die box bleek formeel niet bij het project te horen en dus hoefden die rechten volgens OCW niet te worden overgedragen aan de staat. De VvBL, die zegt dat leden schade hebben geleden door marktverstoring met subsidiegelden, heeft hier moeite mee en wil vier dingen bereiken: 1) duidelijkheid over het gehele traject en de gemaakte afspraken, 2) lering trekken uit dit proces ten behoeve van toekomstige projecten en trajecten, 3) komen tot de kern van het betoog van OCW “publieke beschikbaarheid van de resultaten van projecten die met publieke middelen zijn gefinancierd” en 4) een “level playing field” voor bibliotheekleveranciers met betrekking tot de toepassing van de “white”- en “black box”-formules.

OCW heeft in zijn reactie aangegeven te willen inventariseren welke vragen er leven en te willen zoeken naar mogelijke oplossingen.

In de WWW van april 2016 meer over deze kwestie.

Read more…

VOGIN-IP-lezing en Factchecken

Op 3 maart de IP VOGIN Lezing bezocht op de zesde en zevende verdieping van de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. Een interessant en uitgebreid programma. Eigenlijk jammer dat ik een keuze moest maken want alles bijwonen was niet mogelijk. Een van de deelnemers aan dit programma was Peter Burger die zowel de lezing “De factcheckparadox” als de workshop “Factchecken voor iedereen” verzorgde. Op mijn blog een kort verslag hiervan. Wellicht interessant voor degene die er ook waren maar Peter Burger gemist hebben en natuurlijk voor alle overige geïnteresseerden.

Read more…

21st century skills; WWW maart 2016

“Het doel van de agenda is dat bibliotheken, POI’s, de KB en de lokale, provinciale en landelijke overheden samen vorm gaan geven aan een sterk openbaar bibliotheeknetwerk, dat klaar is voor de toekomst,” zo meldde de Kwink-groep in de uitnodiging voor het bijwonen van een bijeenkomst op 17 februari over de strategische innovatieagenda voor het bibliotheekstelsel. Kwink gaat het concept maken in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek (KB). Zie ook het verslag in de WWW van maart 2016.

Bij de jaarwisseling 1999/2000 waren veel bedrijven en instellingen, ook bibliotheken, nog wat bescheidener: niet klaar voor de hele toekomst, maar slechts voor het nieuwe millennium.
Ik heb daar in het personeelsblad van ProBiblio een column aan gewijd waarin ik beleidsnota’s 2000-2999 signaleerde en een terugblik gaf op het tweede millennium, de periode 1000-1999.
Highlights waren reisjes die we in de perioden 1096-1099, 1147-1149 en 1189-1192 maakten naar Jeruzalem om de cultuur van de Muzelmannen goed te bestuderen (de kruistochten), de uitvinding van de boekdrukkunst in Mainz in 1450, het rampjaar 1672 toen we allemaal radeloos, redeloos en reddeloos waren (maar het later toch weer goed kwam) en natuurlijk de bezettingen door Napoleon B. in 1804 en Adolf H. in 1940.

Nu is dat millenniumgevoel weggeëbd en zijn we nog een factor 10 bescheidener door slechts 100 jaar vooruit te kijken. Zo hoorde ik 17 februari dat we ons niet alleen met ICT-geletterdheid moeten bezig houden, maar die vaardigheid in de bredere context van de “21st century skills” moeten bekijken.
Hmm, welke vaardigheden hebben we tot 2099 allemaal nodig? Kunnen we daar iets verstandigs over zeggen aan de hand van de “20st century skills” die mensen moesten hebben in, laat ik zeggen, 1916, 1956 en 1996?

M’n beide opa’s moesten in 1916 koeien kunnen melken, graan kunnen maaien (“sikkels klinken, sikkels blinken”) en bomen kunnen omzagen. Omdat Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, hoefden ze niet te schieten met de bajonet op het geweer of een gloednieuwe tank kunnen besturen. M’n oma’s moesten goed kunnen koken, sokken stoppen, kleren herstellen, het huishouden op orde houden en meehelpen op het land en bij de koeien.

M’n vader moest in 1956 kunnen timmeren (diverse kastjes en schapjes staan respectievelijk hangen nog in m’n huis), en ook goed kunnen rekenen, want naast timmerman was hij verzekeringsagent. Mijn moeder moest ongeveer hetzelfde kunnen als m’n oma’s, maar werkte niet meer op het land en onder de koeien.

Zelf moest ik in 1996 kunnen (mee)bedenken en opschrijven welke fusiewinst de toen net tot ProBiblio gefuseerde PBC’s NH en ZH zouden behalen en hoe ProBiblio zich verder zou kunnen ontwikkelen. De belastingaangifte kon nog op papier. Het NBLC ging in 1995 “op weg naar 2005”, maar in de strategienota met die naam kwam het woord “internet” niet voor.
Wat moeten we kunnen in 2016, 2056 en 2096? En zijn de “21st century skills” van 2016 ook nog die van 2096?

Drie jaar geleden attendeerde ik erop dat we door de komst van robots misschien niet meer hoeven te werken, althans minder hard en lang, en dus mooi gebruik zouden kunnen maken van de perfecte dienstverlening van de openbare bibliotheek op het gebied van boeken lezen. Jezelf kunnen vermaken met langzaam lezen van mooie boeken lijkt me een belangrijke vaardigheid in de digitale netwerksamenleving, met het internet van de dingen, waarin een robot je belastingzaken bijhoudt. De bibliotheek hoeft dan om te kunnen overleven geen bijkantoor van de Belastingdienst te zijn of andere wanhopige pogingen te doen om maar belangrijk te blijven.

Dat hele internet der dingen gaat er wel van uit dat de stroom nooit uitvalt, niet alles door hackers plat kan komen te liggen of door andere crises getroffen kan worden. Edwin Mijnsbergen attendeerde op een site Survivor Library die boeken in pdf aanbiedt (wel meteen printen dus) met oude vaardigheden als jagen, zelf een huis bouwen, een noodverband aanleggen en giftige van eetbare paddenstoelen onderscheiden. Vaardigheden die je nodig hebt als de ICT het laat afweten. En op de site van een Stichting Beroepseer, die wil dat het vakmanschap van professionals in ere wordt hersteld en er een renaissance van beroepseer en beroepstrots komt, kwam ik een lijst van 19e- eeuwse vaardigheden tegen die je heel goed kunt gebruiken in de 21ste eeuw. 
Zo, in deze WWW een terugblik op februari 2016 en nu eerst maar eens zien hoe de (bibliotheek)wereld er in maart uit komt te zien.

Read more…

Naar de flauwekulbestendige bibliotheek

De gemeente Enkhuizen wil “de omvorming” van “de huidige traditionele bibliotheek” naar “een toekomstbestendige bibliotheek”, zo lees ik in een raadsstuk van deze gemeente.
Ondanks columns die ik wijdde aan het modieuze, veel nageaapte begrip “toekomstbestendig”, soms ook wel “toekomstvast” genoemd, lijkt het woord voorlopig niet uit te roeien, niet alleen in Enkhuizen. Terwijl we toch allemaal weten dat niets zo onbestendig is als de toekomst. En waarom zou een traditionele bibliotheek niet een mooie toekomst kunnen hebben? Bij aardbevingsbestendige bibliotheken kan ik me wat voorstellen. Uit breuklijnen in de aardkorst, vulkanische activiteit of ongeremde gaswinning is bekend waar toekomstige aardbevingen waarschijnlijk zullen voorkomen en daar kun je dan rekening mee houden in fundering en bouw. Ook overstromingsbestendige, orkaanbestendige of vandaalbestendige bibliotheken lijken me prima te realiseren. Zelfs atoombombestendige bibliotheken tegen grillige dictators zijn niet geheel onmogelijk, maar wat is in hemelsnaam een “toekomstbestendige bibliotheek”. Ik hoop maar niet dat gemeenten, gevoed vanuit de bibliotheekwereld zelf, “de toekomstbestendige, maatschappelijke bibliotheek” gaan zien als vervanging van “de klassieke bibliotheek”.
Ik zou zeggen: hou op met die flauwekul-woorden zonder betekenis en wees nou als gemeente gewoon eens trots op bibliotheken met boeken, volgens minister Jet Bussemaker fenomenen die ons denken vormen, ons kennis laten maken met nieuwe werelden en ons soms zelfs van gedachten laten veranderen! En volgens CPNB-directeur Eppo van Nispen “de basis van onze maatschappij”.
Het hele woord “toekomstbestendig” duidt op enorme angst voor de nog verborgen gevaren en verrassingen van de toekomst, maar angst voor de toekomst kan het beste bestreden worden door boeken te lezen. En ja, dat doen veel mensen graag thuis. Daarom is er de uitleenfunctie en zijn er de traditionele adviesfunctie, de traditionele educatieve functie en de traditionele raadpleegfunctie. Allemaal belangrijke functies van de flauwekulbestendige bibliotheek, die met “boeken als basis van onze maatschappij” een maatschappelijke basisbibliotheek was en is. Nu uiteraard met inzet van moderne middelen.

Meer over bibliotheekontwikkelingen van de afgelopen maand in de WWW van februari 2016.

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix