Blogs

tarieven (3)

WWW november 2016: waar zouden we zijn zonder netwerk

Zoals we allemaal weten, hebben wij in Nederland een fantastisch bibliotheeknetwerk. Er wordt wel eens geklaagd over grote bestuurlijke drukte, maar ik schreef het al eens eerder: zo’n netwerk is net een Zwitsers horloge. Ieder veertje, radertje, schakeltje palletje, asje en chipje is onmisbaar. Haal één onderdeel eruit en het hele netwerk stort in. Zo is het ook met openbare bibliotheken. Zonder OCW, IPO, VNG, POI’en, PDO’en, VOB, KB, Plusbibliotheken, NBD, OCLC, HKA, BMC, Acta en wat me verder niet zo gauw te binnenschiet zou heel het raderwerk stil staan. Ik ben lid van mijn lokale openbare bibliotheek, maar stel nu eens dat het netwerk er niet zou zijn, zou die bibliotheek dan nog net zo goed functioneren als nu het geval is?

Dat geweldige netwerk van ons heeft wel een klein nadeel: resultaten duren soms wat langer dan een argeloze buitenstaander, zoals ik ben geworden, zou verwachten.
Neem nu de gezamenlijke (innovatie)agenda. In april meldde ik dat het stuk er was en zou worden aangeboden aan het bestuurlijk overleg van OCW, VNG, IPO, KB en VOB.
Begin juli schreef de VOB dat dit bestuurlijk overleg op 27 juni gehouden is en dat de innovatieagenda daar is vastgesteld. De Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) meldde vervolgens begin oktober dat de agenda er is. Dan denk ik in m’n onnozelheid: nu zal die definitieve innovatieagenda binnenkort wel ergens (KB-site?) verschijnen. Maar het duurde tot 10 november, nadat de WWW van november 2016 verscheen, voordat het stuk er was. Dus kon ik alleen maar vermoeden dat er nog wat meer bestuurlijk netwerkoverleg nodig was voor het stuk openbaar gemaakt kon worden. Ik hoop maar dat het door al dat uiterst nuttige overleg niet te dik en vaag is geworden.
Wanneer kan een beleidsplan niet goed zijn? Mijn criterium: als je er, na het dubbelzijdig geprint te hebben, met een gewoon nietapparaatje geen nietje doorheen kunt slaan. Zo’n stuk is op voorhand te dik om nog goed gelezen te worden.

Gelukkig voor Theo Bijvoet kon ik door het concept van het Gezamenlijk collectieplan nog net een nietje slaan. Ik zag op de KB-site dat de conceptversie van het plan in een netwerkoverleg met als vaste deelnemers Arthur Schellekens (VOB), Tineke van Ham (SPN) en Lily Knibbeler (KB) en daarnaast ook Chris Wiersma (Plusbibliotheken) plus opsteller Theo Bijvoet besproken is en dat alle partijen zich positief hebben getoond. Dat is een hele geruststelling voor het restant dat nu wat mag zeggen en voor het publiek dat hoopt op mooie collecties. Ik hoop maar dat ook IPO, VNG, OCW, de POI’en en de PDO’en zich allemaal kunnen vinden in het plan, want nogmaals: ieder onderdeeltje van het netwerk is onmisbaar voor goed openbaar bibliotheekwerk.

Read more…

WWW september 2016: Gegevens nodig, maar welke?

Artikel 11 van de Stelselwet is zeer summier over de vraag welke gegevens er voor de “gezamenlijke catalogus” (lid 1) en “beleidsontwikkeling” (lid 2) verzameld moeten worden. Welke gegevens er nodig en zinvol zijn, hangt natuurlijk sterk af van wat bibliotheken eigenlijk willen bereiken en welke gegevens daarbij behulpzaam kunnen zijn. Bij het gebruiken en interpreteren van gegevens, in de hoop dat ze juist zijn, is het vaak ook nog oppassen geblazen, niet alleen bij provinciale subsidie. Bekend is al jarenlang dat huisvestingskosten sterk kunnen verschillen en dus een vertekend beeld geven bij het vergelijken van gemeentelijke subsidies. Ook geven overheden soms andere cijfers op dan de instellingen zelf, omdat overheden in hun begrotingsposten ook interne kosten (ambtenaren, overhead) kunnen toekennen aan de post “bibliotheekwerk”. Die daarmee dan niet hetzelfde is als wat de bibliotheek in handen krijgt.

Ook een vraag is hoe openbaar en makkelijk toegankelijk de gegevens worden. Mijn ervaring is dat laag gesubsidieerde bibliotheken minder bezwaren hadden tegen publicatie dan hoog gesubsidieerde, want tja, in het laatste geval kan de gemeente denken dat er wel wat af kan. Ik zie in gemeentelijke en provinciale stukken nog regelmatig staan dat het “hier” vergeleken met soortgelijke bibliotheken of POI’en wel wat minder kan. Maar ja, het is zoals ik een wethouder eens hoorde zeggen: er zijn vier soorten bibliotheken: 1. Kost veel, biedt veel (niet verkeerd, maar kan beter), 2. Kost weinig, biedt weinig (een keus die je als gemeente kunt maken), 3. Kost veel, biedt weinig (moet je vanaf) en 4. Kost weinig, biedt veel (de ideale bibliotheek). Mooi overzichtelijk. Het zal nog wel even duren voor ik met hulp van het openbare datawarehouse de Nederlandse bibliotheken aldus kan indelen.

Meer hierover en over andere onderwerpen in de WWW van september 2016

Read more…

"Een landelijke, in een wet geregelde digitale bibliotheek die afhankelijk is van de luimen van uitgevers is een heel malle bibliotheek (niet in dezelfde mate als bij papieren boeken vrij om haar eigen tarieven vast te stellen en haar eigen collecties te kiezen – ook al wordt daar uiteraard gewoon voor de aanschaf en het leenrecht betaald). Je kunt je afvragen of de digitale bibliotheek, zolang e-books auteursrechtelijk niet gelijkgesteld zijn aan papieren boeken, eigenlijk wel helemaal aan de in de wet geformuleerde publieke waarde “onafhankelijk” voldoet. De landelijke digitale bibliotheek heeft trekken van een extra outlet voor uitgevers, ook leuk om mee te experimenteren, maar de vraag is of dat een taak van een onafhankelijke, betrouwbare, toegankelijke, pluriforme en authentieke bibliotheek moet zijn.

Ik zou zeggen: van tweeën één: of de gebruikers betalen een tarief voor de e-books (bijvoorbeeld € 20 voor 18 streams/downloads of andere bedragen, ook voor oudere e-books en ook voor gebruikers die geen lid willen zijn van een fysieke bibliotheek), maar dan gaat de onttrekking niet door of wordt die teruggedraaid. Of de gebruiker betaalt géén tarief en de vergoedingen voor uitgevers worden uitsluitend betaald uit het onttrekkingsgeld (€ 8 miljoen in 2015, oplopend naar € 12,2 miljoen in 2018) dat daarvoor ruim voldoende is."

Dit schrijf ik aan het eind van de WWW van december 2014 in een beschouwing over het feit dat er nog geen tarief of tarieven voor gebruik van de landelijke digitale bibliotheek zijn vastgesteld. De minister van OCW had de Tweede Kamer beloofd dat die tarieven er in het 4e kwartaal van 2014 zullen zijn. Ik heb een aantal direct-betrokkenen gevraagd hoe de stand is, maar de antwoorden zijn uiterst ontwijkend of nihil. Wat mij tot de niet gewaagde conclusie brengt dat men nogal wat verschillende belangen ziet. De vraag is hoe die tegenover elkaar worden afgewogen. Bovendien zijn ook de vragen wat nu eigenlijk precies “een landelijke digitale bibliotheek” is en wat het ding aan wie moet bieden nog niet beantwoord. Het is jammer dat er, naar analogie van de Vereniging van Reizigers Openbaar Vervoer, Rover, nog geen Vereniging van Openbare Bibliotheekgebruikers (VOBG) bestaat, want dan had die als allerbelangrijkste stakeholder flink invloed kunnen uitoefenen.

Meer hierover in de WWW.

Daarin ook het nieuws van de afgelopen maand en aandacht voor een essay uit The Economist met zonnige perspectieven voor het boek.

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix