Blogs

redactie (21)

Jonathan Zittrain: 'Why libraries [still] matter'

Op het mooiste nieuwe publicatieplatform op het web, het aan Twitter gelinkte Medium, verscheen vanavond een goed stuk van de directeur van Harvard Law School Library, Jonathan Zittrain (@zittrain). In zijn Twitter-bio omschrijft hij zichzelf als 'een klein schepsel dat ervan houdt in universiteiten rond te rennen'. In het artikel, dat je in een kwartiertje uit hebt, maakt Zittrain fraai geformuleerd duidelijk waarom de samenleving de bibliotheek en bibliothecarissen, als institutie en professie die werkt aan de integriteit van informatie, juist in digitale tijden hard nodig heeft. Citaat:

"That’s why it makes so much sense for us to be thinking about the revitalization rather than replacement of the library. In a world suffused with so much transient information as to inspire epistemic paralysis, we acutely need libraries’ power, independence, and ethos: institutions conceived to fight on behalf of their patrons, which is to say for the public and for the preservation and intelligibility of the public record."

Lees het artikel hier.

Read more…

Vorig jaar had ik het genoegen om de Victorine van Schaickprijs 2013 in ontvangst te mogen nemen voor mijn blog. Het was ook nog eens de eerste keer dat de prijs uberhaupt aan een blog werd toegekend en alsof die eer nog niet voldoende was, kwam de Victorine van Schaickprijs ook nog met een leuk geldbedrag en een prachtige bronzen penning.

Een jaar vliegt vervolgens heel snel voorbij en dat betekent dat de deadline voor het inzenden van je bijdrage (of nominatie) voor de Victorine van Schaickprijzen – er zijn drie verschillende prijzen – van 2014 alweer met rasse schreden nadert. Je hebt tot 15 september de tijd om een publicatie in te dienen of iemand voor een initiatief te nomineren.

Maar welke prijzen zijn er dan te winnen?

  • De Victorine van Schaickprijs voor de beste publicatie in het bibliotheek- en informatievak (€ 2000,- en de Victorine van Schaick Penning);
  • De BibliotheekInitiatiefPrijs voor een persoon, een groep van personen of een organisatie die op eigen initiatief een vernieuwende activiteit heeft ontplooid waardoor het bibliotheekvak in beweging is gekomen (€ 1500,-);
  • De Scriptieprijs voor – het zal je niet verbazen – de beste scriptie, mastertheses of proefschrift (€ 1000,-).

Wanneer kom je in aanmerking voor een prijs?

Op de site van het Victorine van Schaickfonds staat beschreven wanneer je voor één van de prijzen in aanmerking komt: Je maakt kans op een van deze prijzen als je recent een bijdrage hebt geleverd aan de innovatie van het informatievak in de ruimste zin van het woord. Dat kan een artikel, presentatie, website, blog of andere publicatie zijn, maar ook een bijzonder en vernieuwend initiatief. Je bent erin geslaagd aan het vak van informatieprofessional nieuwe vorm, betekenis of inhoud te geven. En dan gaat het niet alleen om academische maar juist ook om tastbare, misschien wel alledaagse resultaten. Een studie naar de rol van de informatieprofessional in 2040, het ontwikkelen van een app voor optimale kennisuitwisseling, of bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom  open access, linked (open) data, sociale media en innovaties voor specifieke doelgroepen zoals kinderen, leesgehandicapten of ouderen.

Nog steeds niet overtuigd? Dan heeft het fonds een kort filmpje voor je gemaakt met een toelichting en komen eerdere winnaars aan het woord.

Zolang de publicatie of het initiatief maar na 31 december 2012 geschreven of uitgevoerd is kan het in aanmerking komen voor één van de prijzen. Werk je in het bibliotheek- of informatievak? Dan heb je wellicht een interessante publicatie gelezen (of zelf geschreven!) danwel een mooi initiatief gezien die het verdient om in het zonnetje gezet te worden. En wie weet klimt die persoon dit jaar tijdens het KNVI congres op het podium om een prijs in ontvangst te nemen!

De bijdragen kunnen in digitale vorm en/of via een link, voorzien van een kort cv van auteur of maker gemaild worden naar Martina.Borghmans at kb.nl. Ook kun je hier terecht voor vragen over de Victorine van Schaickprijzen.
Read more…

De cirkel van Dave Eggers - Agnes Klitsie

De cirkel van Dave Eggers

Agnes Klitsie
10-07-2014
In april zat ik hoog in de bergen in de Himalaya (Mcleod Ganj) in India. Mijn familie had me gevraagd foto’s te nemen en die op Facebook te zetten, zodat ze een beetje mee kon reizen. Ik ben nog van de generatie die niet eens babyfoto’s bezit (1951) en ik word al snel afgeleid van mijn ‘belevenis’ als ik er een foto van moet nemen. Mijn Facebookpagina is toegankelijk voor een willekeurig aantal mensen, die ik heb geaccepteerd op het moment dat ik een account aanmaakte. Daarna heb ik er sporadisch iets op gezet. Ik was verbaasd over alle reacties die ik kreeg op berichten en foto’s van mensen die de tijd hebben genomen om mijn Facebookpagina te bekijken. Van familie en goede vrienden kan ik het begrijpen, maar van mensen die wat verder van me af staan denk ik al snel ‘waar haal je de tijd vandaan om daarmee bezig te zijn’.  
De cirkel van Dave Eggers
In diezelfde vakantie vond ik in het bibliotheekje van mijn guesthouse ook het boek De cirkel van Dave Eggers. Ik had dat boek toevallig net gelezen en kreeg er met diverse mensen meteen heftige discussies over. In het dorp Macleod Ganj, waar de Dalai Lama zestig jaar geleden is neergestreken in ballingschap, leven namelijk heel veel mensen die zich hebben teruggetrokken uit de ratrace, zoals zij de westerse wereld meestal omschrijven. Klaske uit Friesland, Kelly uit Amerika, Ria uit Hoorn, Tineke uit Heiloo, ze willen allemaal in een ander tempo leven dan dat is voorgeschreven in het Westen.

De cirkel gaat over het doorgeslagen technologische universum, de bemoeizucht van de overheid, de openbaarheid van instituten als Facebook en Twitter en vooral de snelheid waarmee wordt geleefd. Eggers levert kritiek op de potentiële uitwassen van de open globaliserende westerse democratie, de transparante maatschappij waarin iedereen alles van elkaar weet. De meest veelzeggende scène is voor mij die waarin de hoofdpersoon Mae even los wil zijn van iedereen en gaat kajakken. Later blijkt dat er op het kleine eilandje waarop ze even lekker zit te dromen, camera’s hangen die alles hebben geregistreerd. Het even helemaal los willen zijn van alle sociale verplichtingen en dagelijkse beslommeringen is een gevoel dat ik herken en dat ik vooral heb in vakanties. Natuurlijk vind ik het heerlijk om mijn krant te lezen op de iPad (mijn kamer had gewoon wifi!) en even te skypen met het thuisfront, maar niet te vaak en niet te lang, anders kom ik niet aan vakantie toe. 

Overal om me heen hoor ik van klanten in de bibliotheek dat alles veel te snel gaat. InNRC Handelsblad van 7 juni 2014 las ik een artikel over slow politics. Ik had slow al in diverse variaties gehoord (slow art, slow television, slow education), maar deze kende ik nog niet. De slow-beweging ontstond trouwens al in 1986 in Italië met slow food, toen internet nog niet bestond. Het eerste boek daarover, van Carl Honore, verscheen al in 2000, met de titel Slow; een wereldwijde revolutie. De groep die zich verzet tegen de snelheid waarmee dingen veranderen, wordt steeds groter en beperkt zich niet alleen tot ouderen. 

In de Trouw van 8 juni 2014 stond een interview met de beroemde wetenschapperEvgeny Morozov* over het volkje van Silicon Valley: ‘Had er weer iemand een of andere app ontwikkeld om de honger in de wereld op te lossen, en dan vroegen ze me of ik hem wilde testen. Als ik zei dat ik daar niet zo’n zin in had, namen ze het heel persoonlijk op. Een discussie over of je het wereldvoedselprobleem wel oplost met een app, of dat dat misschien ook een politieke dimensie heeft, dat zat er al helemaal niet in.’
Een betere illustratie van de kloof die heel veel mensen de komende decennia zien ontstaan tussen de techneuten en de ‘anderen’, kan ik niet bedenken. In bibliotheken moeten we de vinger aan de pols houden van deze maatschappelijke ontwikkeling. Bijde sluiting van de Airport Library werd waarderend gesproken over de culturele stilteplek en het verlies van een weldadige oase in een wereld die alleen maar gericht is op snelheid. Openbare bibliotheken zijn vooral bezig geweest om aansluiting te vinden bij die snelheid. Maar het is nooit te laat om het roer om te gooien als onze klanten daarom vragen.

Agnes Klitsie

* Evgeny Morozov is een wetenschapper die vooral schrijft over de politieke en sociale gevolgen van technologie. Zijn laatste boek is getiteld Om de wereld te redden klik hier. (Zie ook deze opname van een debatavond in De Balie met Morozov op 26 mei 2014.)
NB Met toestemming van Agnes Klitsie geplaatst
Read more…

Avonturen met BNL

Deze blogpost heeft zeker 2 weken op klad gestaan. Omdat ik nooit zelf geblogd heb (alleen maar gereageerd op blogs van anderen), had ik even moeite om de juiste toon te vinden. En voor je het weet, wordt het verhaal steeds langer, dus dat bewaar ik dan voor een volgende keer :-). Nu doe ik maar net of ik zit te vertellen aan een collega die tegenover me aan tafel zit, dat 'praat' wat makkelijker.

26 mei 2014 : nadat ik de dienst van 12.00 tot 14.00 uur had gedraaid voor het Landelijk Social Media-Team, kon ik nog net een broodje nuttigen, voordat ik in de bus moest stappen riching Den Haag. Nu het Team, na een jaar als pilot onder de hoede van de Rijnbrinkgroep te hebben gedraaid, voor het eerst voor een inspiratiesesie ten kantore van BNL werd verwacht, zou ik daar eindelijk eens binnenkomen.

Ik heb daar eerder de nodige moeite voor gedaan, beginnend in mijn tijd als service-manager al@din voor Noord- en Zuid-Holland. Al@din stopte per 1 juli 2010 en in februari 2010 startte ProBiblio met Antwoord.bibliotheek.nl, later Ibi.bibliotheek.nl geheten. Als projectleider heb ik samen met Gré van Brakel van ICT de site opgezet met de websitebouwers en vormgevers. Deze site was een forum waar deelnemers hun vragen konden stellen, waar anderen op konden reageren. Op iedere vraag kwam sowieso een antwoord van Bibliotheek en de deelnemer kon dan zelf het Beste Antwoord kiezen. Een maand later werd Goeie Vraag gelanceerd en ik verdenk hen er nog altijd van dat ze een en ander bij ibi.bibliotheek hebben afgekeken.

Omdat toch duidelijk werd dat al@din zou stoppen, heb ik geprobeerd bij de VOB (BNL was toen nog niet afgesplitst) voor elkaar te krijgen dat ibi.bibliotheek.nl al@din zou kunnen opvolgen. Een belangrijke tekortkoming van al@din was namelijk dat de beantwoording per mail gebeurde en dat de antwoorden voor andere vragenstellers daardoor niet zichtbaar waren. Omdat er echter teveel onduidelijkheid was over wat de bibliotheken nu wilden met de digitale inlichtingenfunctie, heeft de VOB daar toen de verantwoordelijkheid niet voor willen nemen. Nadat al@din als een nachtkaars is uitgegaan, is nog lange tijd door BNL aangegeven dat er een digitale inlichtingenfunctie zou komen, een opvolger van al@din. Een paar keer zijn de contactpersonen gewijzigd, maar de laatste 3 jaar is er niets meer aan de tekst op de site van BNL veranderd. Dat moet je echt weten, want er staat geen datum. Af en toe schiet het een collega op Twitter te beginnen dat er nog iets aan een digitaal inlichtingenbureau gedaan zou worden, maar dat zakt ook snel weer weg. Bij bibliotheekdirecteuren schijnt het helemaal niet te leven, dus dan loopt BNL ook niet zo hard.

Tja, in de huidige tijd zonder digitale vorm van vragen beantwoorden in de openbare bibliotheek vond ik niet kunnen, dus tijdens de Library Camp van 2012, ontstond door de positieve vibe min of meer spontaan het idee om met een groep gelijkgestemde vrijwilligers op Internet vragen te gaan beantwoorden op de plekken die er al zijn: via #dtv op Twitter en via de website Goeie Vraag (die dus eigenlijk als commerciële partij doorgegaan was met al@din in de vorm van een forum en nogmaals volgens mij met het idee gejat van ibi.bibliotheek.nl). Middels mijn oproep op toen nog Bibliotheek 2.0 (dit Platvorm) hebben we lange tijd fanatiek dagelijks vragen beantwoord en getweet, onder het motto Durf te vragen! Toen ik in november 2012 de BibliotheekInitiatiefPrijs had gekregen voor het idee, had ik wel weer moed gevat om BNL eens te bellen. De dienstdoende contactpersoon (die ging over de Inlichtingenfunctie dus, hè) had nog nooit van mij gehoord (deuk in mijn zelfvertrouwen haha), maar was na enig aandringen toch bereid inzage te geven in het concept jaarplan voor 2013, waar werd genoemd dat initiatieven als Goeie Vraag dienden te worden onderzocht. Inmiddels is het bijna zomer 2014 en heerst er radiostilte. 'Mijn' team van Durf te vragen is de moed enigszins in de schoenen gezakt.

Toch ben ik nog steeds van mening dat de openbare bibliotheek in welke vorm dan ook een digitaal loket moet hebben, waar vragen gesteld kunnen worden, maar dat vooral zelf OP ZOEK moet gaan naar vragen op die plekken waar ze zijn. Mijn blijdschap was groot toen er in februari 2013 op de site van de Brabantse Netwerk Bibliotheek een oproep verscheen van de Rijnbrinkgroep, de initiator van de pilot, om als bibliotheekorganisatie (!) mee te gaan doen met een pilot social media. Via mijn functie als Medewerker Informatie en Advies bij Bibliotheek Kennemerwaard, werd ik door hen in de gelegenheid gesteld om aan de pilot deel te nemen, waarvoor veel dank.

We hebben een jaar een pilot gedraaid onder de projectleiding van Margot Bosch, ingehuurd door de Rijnbrinkgroep met 25 deelnemers van 11 bibliotheekorganisaties. We groeiden in een gestaag tempo naar 2000 volgers op Twitter en 500 likes op Facebook, door constant content te creëren, online in gesprek te zijn, als webcare team te fungeren en vragen over bibliotheekgebruik, lezen en luisteren op te zoeken en te beantwoorden. Vanaf april j.l. valt het team (inmiddels Landelijk Social Media-Team geheten) officieel onder BNL, nog steeds onder leiding van Margot en zijn we door een aantal gerichte campagnes op Twitter zo'n beetje ontploft naar ruim 17.000 volgers, op Facebook iets bescheidener naar ruim 1000 likes. Onze ambities zijn groot voor de rest van dit jaar en voor volgend jaar: uitbreiding van het aantal volgers op Twitter, Landelijk koppelen aan Lokaal, professionalisering van het team en uitbreiden van het aantal betrokken deelnemers.

Terug naar 26 mei: bij het betreden van het gebouw om vier uur loopt mijn oud-collega Gré (van ibi.bliotheek.nl, zie boven) mij tegemoet, dat moet een goed teken zijn! Zij verschaft me toegang tot de draaideur en na iene miene mutte gedaan te hebben bij de 10 (?) liften (ik heb ze niet geteld, maar het waren er veel) steeg ik op naar BNL.

Onder het genot van een afhaal-pasta, (de sessie duurde tot half acht) werden we door Margot en Stephanie Verhagen van BNL bijgepraat over de stand van zaken en met name over welke acties, tweets, berichten ervoor hebben gezorgd dat we zo exponentieel gegroeid zijn. Norbert Koopen kwam ons een hart onder de riem steken en op de gang ontwaarden we zelfs nog Diederik van Leeuwen, die zag eruit alsof hij het enorm druk had. De plannen voor de zomerperiode zijn uit de doeken gedaan, acties op het gebied van de LuisterBieb, VakantieBieb en het ebookplatform zijn bezig en liggen in het verschiet. De bibliotheken krijgen binnenkort een pakket aangeleverd met tweets waaruit ze zelf kunnen putten voor de VakantieBieb bijvoorbeeld.

Helaas is het niet gelukt om de borging van het LSMT (we houden van afkortingen, toch?) op de agenda van de Algemene Ledenvergadering van de VOB te krijgen vorige week donderdag, maar gelukkig ervaren we nog steeds veel belangstelling van bibliotheken die mee willen doen aan het team. Als we de scoop nog een beetje kunnen uitbreiden en ook kennisvragen kunnen gaan beantwoorden, is de missie van een opvolger voor al@din vinden, alsnog voltooid!

Het avontuur werd die dag afgerond met een speurtocht om het gebouw uit te komen tegen acht uur. De draaideur bleek ondanks het speciale toegangspasje van Margot te blokkeren en we moesten collega Martine in haar rolstoel op tijd in de trein naar Deventer zien te krijgen. De schoonmakers hebben ons via de kelder het pand uitgelaten en na een spurt via de infobalie (rolstoel aanmelden) sjeesden we nog net op tijd het perron op.

Tot ziens bij @bibliotheek! (en tot de volgende keer :-)).

Read more…

DE BIEB EN DE BUURTMOESTUIN

Het was de tweede InnovatieDoeDag (IDD), mogelijk gemaakt door SIOB, een vervolg op de IDD van twee jaar geleden in Middelburg. Ik weet het nog precies. Toen, in Middelburg, had ik dienst bij de klantenservice van de Zeeuwse Bibliotheek en zag de collega's in kleine groepjes passeren, met koffertjes en tassen op weg naar hun vergaderlocatie in het oude stadhuis. De meesten volgde ik toen al via twitter, ik herkende ze onmiddellijk, ik vond het fijn dat ze er waren, spannend ook. Ik zwaaide door het raam naar ze en ze zwaaiden vriendelijk lachend terug.

Nu had ik verrassend ook een uitnodiging ontvangen. Ik voelde me vereerd en tegelijkertijd had ik geen enkel idee wat me te wachten stond. Zo ging ik op reis naar Soest Zuid.

Om het van tevoren duidelijk te maken, ik ga hier geen verslag doen, ik heb al een mooi verslag gelezen van Liesbeth en binnenkort verschijnt ook op de site van SIOB een filmisch verslag over de uitkomsten en van alles. Ik wil me beperken tot wat mij op dit moment vooral bezighoudt, wat me het meest bij is gebleven en me beweegt, wat ik in mijn rugzak mee naar huis heb genomen.

Er waren een aantal dingen die voor mij heel goed voelden: Het letterlijk naar buiten gaan, waarbij de muizenissen in mijn hoofd eens konden luchten. Heel fijn het samendenken en samenwerken met mensen uit andere 'hoekjes', heel veel goede ideeën en mooie visies, maar het allermooiste toekomstbeeld en het meest radicale ook, schetsten de aanwezige studenten:

De bieb is dood! Haal ze helemaal leeg en laat ze door de bezoekers/gebruikers zelf herinrichten!

Twee dingen schoten door mijn hoofd:

Mijn stad is vol van studenten, en van de HZ en van de Roosevelt Academy . Velen komen regelmatig naar de bibliotheek. We hebben dus, in theorie, de beste denktank die je je maar voor kunt stellen.

Het deed me bovendien denken aan Peter de Kock en zijn buurtproject 'Moestuin', zie hier en hier.

"De grootste vijand van de buurtmoestuin is de aandrang deze onder controle te plaatsen." (Peter de Kock)

Volgens mij, gek idee misschien, is juist dat ook de grootste vijand van een nieuw model, een nieuwe visie van 'bibliotheek'. Als er meer vertrouwen was in de capaciteiten, de kennis en de creativiteit van het eigen personeel en de lokale gemeenschap en als er als gevolg daarvan meer verantwoordelijkheid en controle uit handen gegeven en overgedragen zou worden, dan zou er iets geweldigs en iets geheel nieuws kunnen ontstaan.

Zaaien, planten, oogsten, delen, ruilen, leren van en met elkaar, op een stukje grond, een eigen ruimte, in eigen verantwoordelijkheid en zelfbestuur. Hoe klinkt dat? Tijdens de afsluitende bijeenkomst van IDD14 kwam, n.a.v. het project 'Culibieb', de Zaadbibliotheek ter sprake, ruim 2 jaar geleden geïntroduceed door Edwin Mijnsbergen. Vandaag lees ik het vervolg. Dat kan allemaal geen toeval zijn. Een bibliotheek op basis van de moestuinfilosofie verdient een kans.

Read more…

E-boeken in de bib: maar dan in Nederland

Sinds 6 mei kunnen 215 Vlaamse bibliotheken dankzij het ‘E-boeken in de bib’ project ook ebooks uitlenen aan hun gebruikers. De projectorganisatie Bibnet sloot in het kader van dit project, samen met de bibliotheken, overeenkomsten met uitgeverijen WPG, Lannoo, Van Halewyck, Vrijdag, Acco en Veen Bosch & Keuning voor ca. 400 titels. Ook in België is het leenrecht niet van toepassing op ebooks en net als in Nederland betekende dit dat bibliotheken moesten onderhandelen met uitgevers. En dat uitgevers in veel gevallen afspraken met hun auteurs moesten maken omdat uitgevers niet altijd over de rechten beschikken de ebook versies van een titel uit te laten lenen door bibliotheken. Redenen waarom het aantal uitleenbare titels beperkt is en het uitlenen van ebooks vooralsnog een looptijd van één jaar heeft. De lancering van het ‘E-boeken in de bib’ project komt ook uitgebreid aan bod in het nieuwe nummer van de META (het vakblad van de VVBAD, de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief & Documentatie) deze maand. Ik had het genoegen daar een bijdrage voor te schrijven over hoe het nou met ebooks in Nederland gesteld is.

Toen ik in 2007 mijn eerste ereader, de iLiad, aanschafte zag ik de toekomst helder voor me. Niet alleen kon ik nu volop ebooks gaan aanschaffen, ook voor de Nederlandse bibliotheken zou het kansen gaan bieden. De ereaders waren er en dus kon het niet lang meer duren of er zouden voldoende ebooks moeten zijn om als lezer te kunnen profiteren van een collectie ebooks die je gewoon kon lenen.

Het liep toch anders uiteindelijk. Nederlandse uitgevers bleken voorzichtig te zijn met hun titels als ebook op de markt te brengen.  De discussies gingen over verdienmodellen, prijzen en vooral beveiliging van ebooks.  In de eerste jaren werden er weinig Nederlandstalige titels uitgebracht, waren ze beveiligd met strenge DRM en werden ze verkocht voor prijzen die niet ver onder die van de fysieke boeken lagen. Pas vanaf 2011 wordt de verkoop van ebooks (mee)geteld in de verkoopcijfers van boeken in Nederland en is te zien dat het aandeel ervan ook eindelijk begint te stijgen. In 2011 werden 0,55 miljoen ebooks verkocht. Het jaar daarop waren dat er 1,2 miljoen en in 2013 1,95 miljoen. De bijna 2 miljoen ebooks – inmiddels grotendeels ontdaan van Adobe DRM en nu voorzien van watermerkbeveiliging – waren daarmee goed voor 4,6% van de totale afzet van vorig jaar.

Nu vinden uitgevers de verkoop het interessantst maar is het voor bibliotheken belangrijker of alle titels wel als ebooks verkrijgbaar zijn. Nederlandse uitgevers brengen nauwelijks oudere titels digitaal uit en lijken zich te beperken tot de nieuwe titels. Hierdoor is het langzaam gegaan in Nederland met de groei van het aanbod. Het CB rapporteerde begin januari 2014 dat er ruim 28.000 e-boektitels beschikbaar waren terwijl er 80.000 titels in fysieke vorm leverbaar zijn.

De afgelopen jaren werd er geëxperimenteerd met diverse ebookdiensten bij de Nederlandse openbare bibliotheken. Achter de schermen werd onderhandeld met uitgevers om tot een uitleenmodel met passende vergoedingen te komen en om een zo breed mogelijk aanbod van titels binnen te halen. Ondertussen werden klassieke Nederlandstalige ebooks – inmiddels niet meer beschermd door het auteursrecht – als apps aangeboden, volgde een samenwerking met Public Library Online waarbij 300 titels als streaming ebooks beschikbaar kwamen en werd een pilot in de eerste helft van 2013 gedaan met streaming ebooks op een eigen platform. Deze Lees Meer campagne testte o.a. de interesse van leden en niet-leden om ca. 90 Nederlandstalige ebooks (alleen) via een internetbrowser te lezen.

Na deze pilot volgde de aankondiging van twee ebookdiensten. Als eerste begonnen de bibliotheken in de zomer van 2013 met de VakantieBieb app. Elke schoolvakantie worden tientallen ebooks via de VakantieBieb app gedurende enkele weken aangeboden. En voor januari 2014 werd het nieuwe ebookplatform aangekondigd die in eerste instantie 5000 titels uitleenbaar zou moeten gaan maken. Dit platform werd eind januari 2014 ook daadwerkelijk gelanceerd en zijn er inmiddels duizenden titels als streaming ebook beschikbaar, kunnen ze in een browser of in de Bibliotheek app gelezen worden en is ca. 20% ook te downloaden voor gebruik op één van de ruim 1 miljoen ereaders die in Nederland verkocht zijn.

De eerste maanden kunnen alle bibliotheekleden zonder meerkosten gebruik maken van deze nieuwe dienst, waarbij er maximaal vijf ebooks tegelijk geleend kunnen worden die op een persoonlijke boekenplank bewaard worden. Tussentijds inleveren is echter niet mogelijk dus heb je vijf ebooks geleend, dan zul je moeten wachten tot de uitleentermijn van drie weken verstreken is en de geleende ebooks weer verdwenen zijn. Op die manier houden de bibliotheken ook de leenvergoedingen binnen de perken die ze per uitlening aan de auteur of uitgever betalen.

Het is zonder twijfel een mooie dienst om duizenden titels onbeperkt uit te kunnen lenen en die vervolgens online, via de Bibliotheek app en (deels) op een ereader gelezen kunnen worden. Toch is het moeilijk om niet naar de beperkingen te kijken want de dienst voorziet niet per se in de vraag van bibliotheekleden. Vijfduizend titels klinkt als veel maar het gaat om slechts een klein deel van de leverbare 28.000 titels. Het kleine deel waar uitgevers zonder bezwaren afspraken over wilden maken en dat zijn bijna per definitie oudere en minder goed verkopende titels. De goed lopende populaire titels ontbreken in het aanbod. Dit is extra problematisch gezien het voornemen van de bibliotheken om dat huidige aanbod van 5000 titels te gaan splitsen in twee groepen. Eén groep met alle titels die tot en met drie jaar oud zijn en een groep met de titels die ouder dan drie jaar zijn. De eerste groep met recentere titels dient als pluspakket bestempeld te worden en leden zullen alleen nog maar toegang krijgen met bijbetaling. Achttien euro voor het lenen van 20 titels.

Maar wie wil extra gaan betalen voor een pluspakket als daar niet de echt actuele titels en bestsellers in zitten? De Stichting BNL heeft in elk geval recentelijk besloten de introductie van dit pluspakket tot nader order uit te stellen.

Laatst pakte ik mijn oude iLiad uit de kast en dacht terug aan de verwachtingen van toen. Ook al is het nu 7 jaar later, ik kwam tot de conclusie dat we nog steeds maar aan het begin staan van de ontwikkelingen rondom ebooks. De ebookscampagne van EBLIDA is ook in Nederland nog steeds hard nodig.

Bovenstaande bijdrage verscheen ook in META 4 (2014) als onderdeel van een groter artikel over E-boeken in de bib. Het is in maart 2014 geschreven.

Read more…

Voeren mag!

Alignmenthouse
In het NRC van 2 januari verscheen een artikel van Winand Steggerda van The Alignmenthouse. Een zwak artikel waar ik op 4 januari dan ook een blog over schreef en weinig van heel liet. Toch waren ze bij The Alignmenthouse zo sportief om met deze eenvoudige blogger en informatiemedewerker in dialoog te gaan. En nog sportiever was men om mij kosteloos uit te nodigen voor hun seminar op 14 februari. Daarnaast ben ik ook actief de dialoog aangegaan met Maarten Crump van The Alignmenthouse. Luisteren naar elkaar heeft het meest zin. Misschien vallen er kruisverbanden te trekken waar beide partijen iets aan hebben. Mijn mening over het artikel van 2 januari is onveranderd, en dat ik nog steeds van mening ben dat er te veel geld naar dure adviesbureaus gaat vanuit de sector mag geen nieuws heten. Maar open staan voor dialoog hoeft niet te betekenen dat een mening radicaal moet veranderen.

Persoonlijk
Het is eind februari. Op linkedin voer ik een kleine discussie over het VOB manifest 'Mijn Bibliotheek moet blijven'. In mijn mailbox verschijnt een antwoord op de discussie en een uitnodiging van Liesbeth Vogelaar, directeur van Bibliocenter om eens kennis te maken en van gedachten te wisselen over de toekomst van de bibliotheek.
Een sportieve en daadkrachtige uitnodiging. Het aangaan van een dialoog is altijd goed. En op dinsdag 18 maart reisde ik dan ook af naar Weert voor een zeer gezellig en informatief gesprek over bibliotheken, toekomst en andere zaken. Meningen kunnen verschillen maar door met elkaar in gesprek te gaan kan je leren van elkaar.

Een keer per jaar praten Huub van Dommelen (Webbiebnl) en ik elkaar bij op een terrasje ergens in het land. Gewoon omdat het goed is om met elkaar te praten, elkaar op de hoogte te houden van ontwikkelingen en omdat het gezellig is.
Net als trouwens de 'georganiseerde' uitstapjes die ik zo nu en dan maak met vakgenoten. Onder het genot van een uitstapje met elkaar van gedachten wisselen over het vak en of aanverwante zaken.

Handreiking 

Ik sta open voor dialoog. Want zonder goede gesprekken staan wij allemaal stil. Dus laat ik nu eens een handreiking doen naar Francine van Bohemen (@francienvb) en de VOB (Vereniging Openbare Bibliotheken) om eens een keer echt de dialoog aan te gaan. Ik kan namelijk de VOB op twitter wel blijven bestoken met mijn (in hun ogen) afwijkende mening maar het lijkt mij zo goed om elkaar eens echt te leren kennen. Laten we eens in gesprek gaan over de verschillende zaken die spelen in Bibliotheekland. Even geen 140 tekens of digitaal emmeren maar face-to-face naar elkaar luisteren.

Want laten we wel wezen we moeten wel naar elkaar luisteren als we vooruit willen komen. Gaan voor lokale verankering zonder het gemeenschappelijk (landelijk) belang uit het oog te verliezen. We moeten dus in dialoog blijven met elkaar voor een gezonde bibliotheektoekomst.

Read more…

Blijvend in de wijk

Afgelopen week werd er een coalitieakkoord gesloten in Nieuwegein. In dit akkoord staat dat men niet verder gaat bezuinigen op de budgetten van de Bibliotheek (en andere culturele instellingen). Daarnaast vraagt de nieuwe coalitie aan de bibliotheek en het welzijnswerk (die in Nieuwegein nauw samenwerken) om de bibliotheekfunctie in de buurten in stand te houden.

In 's-Hertogenbosch is de bibliotheek inmiddels bang geworden dat ze haar nieuwe dure gebouw ( in de binnenstad) niet gaat krijgen. Waar in andere steden de bibliotheek wel over een nieuw jasje kan beschikken (met overigens vaak weinig inhoud) komt de Bossche politiek langzaam bijzinnen om niet mee te gaan in deze lege vernieuwingsdrang. In 's-Hertogenbosch is men al een tijd niet meer te vinden in de wijken. De bibliotheek heeft zich terug getrokken in twee gebouwen terwijl de wijken springen om weer de bibliotheek te verwelkomen. Het is wel geprobeerd zegt men. En tja, als we denken dat een Biebpunt een serieus onderdeel is van Bibliotheekwerk dan klopt dat. Maar men is er niet echt mee bezig geweest. Er is weinig ruchtbaarheid geven aan de biebpunten en ze zijn vervolgens ook nog eens verwaarloost.

In Utrecht werd bekend dat de nieuwe coalitie gaat bezuinigen op de bibliotheek. Met grote cijfers gaat de studenten stad snijden in de budgetten. Deze bezuinigen zullen vooral de vestigingen in de wijken treffen. En dat terwijl de veranderende samenleving nu net bibliotheekvoorzieningen in de wijken nodig heeft. Door maatregelen uit Den Haag moeten steeds meer mensen langer thuis blijven wonen (of je nu oud bent of jong en gehandicapt), dan is het essentieel dat er functies in de wijken blijven bestaan.

De oplossing is niet dat we blijven denken in eigen gebouwen en biebpunten voor de vestigingen in de wijken. Dat we gaan voortborduren op dat wat was want dat is te weinig innovatief. En dan ook maar alleen een vestigingen in binnenstad of kern is mij te gemakkelijk. Ik omhels het idee van samenwerken met partners die al in de wijken te vinden zijn. Maatwerk leveren dus! Goed bekijken welke bibliotheekproducten aansluiten bij de desbetreffende bewonerspopulatie. Dat gaat dus ook betekenen dat in wijken naast leestafels en boekenkasten blijvend gekeken moet worden naar programmering. En elke wijk heeft weer een andere vraag. Luisteren naar de vragen uit de samenleving staat voor mij bij een bibliotheek voorop. We doen het immers niet voor ons zelf maar voor iedereen.

Read more…

Afscheid in de bieb

Afscheid nemen is nooit fijn. Dit kan op verschillende manieren en om verschillende redenen. Bibliotheken veranderen razendsnel en de medewerkers moeten meeveranderen. Organisatiestructuren moeten veranderen. Maar ook de personen zelf moeten veranderen.

Meegaan met de tijd. Deze ontzettend grote transitie (of toch niet?) naar de digitale wereld in bibliotheekland vereist veel van mensen.

Het gaat dan nog niet zozeer om het digitale an sich, maar meer om het gedrag van mensen. Het gedrag wat veroorzaakt wordt door de digitale transitie. Er wordt niet minder gelezen tegenwoordig, in tegendeel. Maar mensen lezen op een andere manier. Ok, het is dan wel meer digitaal, maar een boek wordt nog steeds graag van papier gelezen. 

Echter, de tijd is nog steeds 24 uur in een dag. Aangezien die minuten maar eenmalig benut kunnen worden, komt er minder tijd voor het lezen van een boek. Ook het kopen van een boek kost tijd. Het uitkiezen, twijfelen, afrekenen etc. Mensen moeten tijden kunnen nemen en hebben om dit te kunnen en mogen doen.

Hetzelfde geldt voor het uitkiezen van een bibliotheekboek. Inmiddels zijn we erachter dat het uitzoeken van een boek veel belangrijker is (geworden) dan het daadwerkelijk lenen en vooral lezen van een boek.

Veranderingen in bibliotheekland gaan nu meer over het verblijven in de bibliotheek. Elke minuut die in de bibliotheek besteed wordt, kan niet meer benut (!) worden aan het lezen van woorden.

Desalniettemin veranderen bibliotheken in verblijfsplaatsen. Plaatsen om de krant te lezen, tijdschriften door te spitten, muziek te luisteren (Muziekwebluister) en ook om te studeren. En natuurlijk niet te vergeten te werken.

De medewerkers die nu al jaren in de bibliotheek werken dienen deze veranderingen te omarmen. Maar of ze dat kunnen is maar echt de vraag.

Sommige bibliotheekdirecties nemen dan de keuze om afscheid te nemen van medewerkers. Ik had al een voorbeeld van een Noord-Hollandse bibliotheek, maar nu is het inmiddels ook dichter bij huis gebeurd. Ondanks dat de verwachting er wel was, is het toch schrikken als je daadwerkelijk afscheid moet nemen van collega's.

Bibliotheken hebben het moeilijk, maar moeten wel een visie naar de toekomst hebben. Niet alleen om te overleven, maar ook om de wensen van de bezoekers te kunnen inwilligen.

Want voor wie doen we al dit mooie werk? Niet voor onszelf. Maar voor degenen die hun leven (willen) verrijken. Zolang we daar maar geen afscheid van nemen.
Read more…

Jet en Laurentien

Gisteren was het de dag van Jet en Laurentien.

Een dag voor het Tweede Kamerdebat over de Bibliotheekwet waren de Minister en de Prinses veel geciteerd op social media, de een vanuit het centrum van de macht, Den Haag, de ander vanuit Griekenland, waar ze een van de sprekers was op een congres van EBLIDA.

Prinses Laurentien hield op 13.12.2012 een gedenkwaardige speech tijdens de Bibliotheektweedaagse te Middelburg.

Gisteren, in Athene, vond Laurentien weer even sterke en gepassioneerde woorden voor de kerntaken en de betekenis van bibliotheken. Als u de moeite wilt doen en de tweets van onze lokale verslaggeefster van gisteren, Erna Winters, na wilt lezen, vindt u snel terug wat ik bedoel. Wat ik persoonlijk de meest krachtige uiting vond was:

'Prinses Laurentien says libraries will always be in transition because needs of society will always change @eblida' (ik citeer Erna Winters)

Waarom ik juist die zo belangrijk vind?

Een uitspraak als deze toont inzicht een begrip, en dat op een warme en menselijke manier. Het geeft verder aan, en dat is dan weer mijn persoonlijke interpretatie, uit welke richting de verandering, de transitie, aangedragen wordt, namelijk vanuit de maatschappij, de community, de burgers, de klanten, de leners, welke term u ook wilt gebruiken, naar ons, de bibliotheken. Het is een beweging die bottom up gericht is. Het houdt in dat we heel goed moeten observeren en dat we heel goed moeten luisteren naar de 'nieuwe' behoeften, naar onze veranderende directe lokale omgeving, om vervolgens, samen, op maat diensten te ontwikkelen en aan te bieden.

De minister kiest voor een andere insteek, het tegenovergestelde als het ware, het oude geneesmiddel bij alle kwaaltjes:

Jet Bussemaker: ‘De bibliotheek moet zich heruitvinden, anders zal ze uitsterven’ (lees de nadere beschouwingen via NRC)

En dat is nou precies de omgekeerde richting, namelijk top down. Wij, en dan bedoel ik niet ons gewone zielen, maar de landelijke, overkoepelende organisaties, en wie er verder nog belangen en invloed heeft, zet een andere, een slimmere marketingstrategie op, geeft dat kind een andere naam, een mooiere etalage, een ander imago. Wij plannen, verzinnen, ontwerpen voor anderen, voor huidige en toekomstige bezoekers, in de veronderstelling dat wij wel beter weten wat zij nodig hebben, dat wij wel oplossingen voor hun problemen kunnen bieden, problemen die wij helemaal niet kennen. Maar in theorie kunnen wij dit alles, zorgen wij voor een sterkere maatschappij, op papier dan en in prachtige verwoordingen die vooral geadresseerd zijn aan mensen zoals Jet Bussenmakers.

Wat een zelfgenoegzaamheid en arrogantie, en dat terwijl het schip zinkende is. Jeanine Deckers heeft er een mooie column over gepubliceerd, over die arrogantie, over dat niet willen/kunnen luisteren, over dat koste wat kost in stand houden van een soort kastensysteem binnen bibliotheekland.

En intussen mis ik de wijkteams, gesprekken in en met de wijk, mis ik de deelname van 'gewone klanten' aan bibliotheek conferenties, mis ik de participatie vanaf onze basis, mis ik de eerste experimenten met coöperatieve werkvormen, mis ik echte betrokkenheid, echte compassie, het benoemen van echte problemen i.p.v. al dat 'omdenken' in kansen en uitdagingen, mis ik het einde van de politieke neutraliteit en het uitsluitend 'naar boven' luisteren van onze bovenste kaste...

Volgens de filosoof Alain de Botton, spraakmakend en omstreden, net zoals de tegendraadse economen Tomáš Sedlácek of Thomas Piketty, hebben veel bedrijven een emotioneel tekort , en ik ben het met hem eens. De moderne manager doet niet meer aan emoties, het begrip 'emotionele intelligentie' hoorde ik voor het laatst in verband met Daniel Goleman's boek. Maar bibliotheekwerk, of het nu het ouderwetse of dat van de toekomst betreft, heeft alles te maken met het opbouwen en onderhouden en cultiveren van goede en duurzame relaties met je 'klanten'. En relaties staan nooit los van emoties. Maar dat leer je niet in een cursus 'Management Today', vrees ik.

En terwijl Jet en Laurentien, iedereen op zijn manier, bezig waren inzake bibliotheek van de toekomst, en iedereen aandachtig luisterde, zat ik weer eens een dagje in de biblioservicebus, die binnenkort, gesteund en mede dankzij een aantal partners uit zorg- en welzijnsorganisaties bij ons in de buurt, met trots een primeur kan presenteren m.b.t. de nieuwe behoeften die een participatiesamenleving met zich mee brengt. Niets is namelijk vanzelfsprekend.

Ondertussen lees is trouwens dat men met het behandelen van de bibliotheekwet voor vandaag gestopt is. De verleiding was groot om er af en toe naar te kijken en te lezen wie wat vond binnen de politieke partijen, b.v.:

VOB ‏@VOBtweet  2 uur
'Als een bibliotheek dreigt te worden gesloten geef buurtbewoners mogelijkheid voor eigen initiatief' Amendement CDA met veel ondertekenaars

De toekomst is onzeker, zonder meer, maar een ding weet ik zeker, buurtbewoners komen sneller tot een initiatief en tot een uitvoering daarvan als wij ons voor kunnen stellen. 'Eigen initiatief' houdt dan ook in dat ze noch op toestemming noch op een gegeven mogelijkheid hoeven te wachten. Dat is de zelfredzaamheid en kracht van de buurt en de burgers met mekaar, samen, iets waar wij als bibliotheken nog veel van kunnen leren.

Read more…

De Stichting Victorine van Schaickfonds reikt sinds haar oprichting in 1977 prijzen uit aan mensen die met publicaties of initiatieven het bibliotheekvak een impuls hebben gegeven. Bij het afscheid van Wim Keizer als ambtelijk secretaris van de Noord- en Zuid-Hollandse overleggen van directeuren van openbare bibliotheken én van de Samenwerkende PSO's Nederland heeft het bestuur van het fonds hem de Victorine van Schaick-Oeuvreprijs 2014 uitgereikt. Hieronder de lofrede die ik als voorzitter van het bestuur bij die gelegenheid heb uitgesproken. 

--

Beste Wim, geachte aanwezigen,

 

Journalistiek en secretariële werkzaamheden gaan lastig samen. Als ambtelijk secretaris van een bestuur wordt er discretie en loyaliteit van je verwacht. Als journalist moet je juist lak hebben aan discretie en zoveel mogelijk publiceren van wat je weet, ook als de boven ons gestelden niet willen dat dat gebeurt.

Jouw dubbelrol als ambtelijk secretaris van twee provinciale directieoverleggen en de Samenwerkende PSO’s Nederland enerzijds en als journalist/kennisdeler anderzijds is niet overal met evenveel enthousiasme begroet. Met name in de Haagse regio is veelvuldig gefronst bij het lezen van jouw maandelijkse Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk, in recente jaren WWW getiteld: Wat Wim Weet. Niet omdat datgene wat je schreef niet waar was, wel omdat je in provinciale aangelegenheden een kennisvoorsprong had ten opzichte van wat je wist van het landelijke gebeuren. Het perspectief van waaruit je je nieuwsbrief schreef, was in die zin gekleurd. In de periode 2010-2012, toen ik deel uitmaakte van het management team van het SIOB, werd er regelmatig op je nieuwsbrief gefoeterd of om je stukken gezucht. Ik heb zelf eens voorgesteld om het voorlaatste punt op de wekelijkse agenda, punt 7 ‘communicatie’, te vervangen door punt 7a en punt 7b, respectievelijk WWWDWW en WWNWDWW. Wat Wij Willen Dat Wim Weet en, inderdaad, Wat Wij Niet Willen Dat Wim Weet.

 

Toch ben je er naar het oordeel van het bestuur van het Victorine van Schaickfonds door de jaren heen in geslaagd om op faire wijze van binnenuit verslag te doen van bestuurlijke en andere aangelegenheden in het openbaar bibliotheekwerk. Je deed namelijk flink je best om informatie uit het Haagse los te krijgen. Je belde en mailde de directeuren en managers om informatie. Als je die niet kreeg, dan schreef je ook op dat je die niet had gekregen: Wat Wim Niet Mag Weten. Daar was men dan weer niet blij mee, dat je dat opschreef, maar daarin toonde je jouw journalistieke vasthoudendheid. Je maandelijkse overzichten vonden gretig aftrek onder je branchegenoten en hebben in de afgelopen vijftien jaar een belangrijke rol vervuld in discussies over de openbare bibliotheken. Het is dan ook met recht en reden dat jouw nieuwsbrieven nog steeds zonder inlog zijn te raadplegen op de site van Bibliotheekblad. Zelfs mijn aldaar in open access gepubliceerde stukken over open access hebben die status niet bereikt.

 

Het moet dan ook met pijn in het hart zijn dat je nu in Hoofddorp bent en niet in Den Haag, in de Tweede Kamer waar vanmiddag over de nieuwe Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen wordt overlegd tussen de minister en de Kamerfracties. Wij, bestuursleden van het Victorine van Schaickfonds, vermoeden een complot. Het kan haast niet anders of de sluwe ambtenaren van OCW hebben weten te bereiken dat het overleg werd verzet naar een tijdstip waarop jij hier in Hoofddorp echt niet gemist kan worden. En morgen blijken de notulen spoorloos en het videoverslag ‘per ongeluk’ gewist. Maar we weten zeker dat jij er via een omweg toch de hand op zult weten te leggen en een boek gaat schrijven dat uiteindelijk tot de val van het kabinet-Bussemaker gaat leiden.

 

De openbare bibliotheekbranche, of sector, is maar een kleine familie. De leden moeten het met elkaar zien te rooien. Het kenmerk van families is dat ze om de lieve vrede te bewaren maar niet benoemen wat eigenlijk wel benoemd moet worden. Liever geen ruzie dan wel ruzie en de vuile was buiten laten wapperen. De bijdrage van Wim was vooral dat hij binnen de sector de nodige kritische vragen durfde te stellen, ook als de patres en matres familias daar niet van gediend waren. Omdat je, vermoeden wij, vond dat het nodig was dat ook de harde werkers op de werkvloer het recht hadden te weten wat zich in de directiekamers afspeelde. Het leidde tot een welhaast Vestdijkiaanse productiviteit: Wim schreef sneller, of in elk geval meer, dan de bibliotheekbranche kon lezen.

 

Vanwege je vasthoudende bijdrage aan de openbaarheid binnen de openbare bibliotheekbranche en de systematische wijze waarop je, veelal in je vrije tijd, vanaf de jaren zeventig hebt gebouwd aan een indrukwekkend oeuvre van nieuwsbrieven en andere redactionele bijdragen in onder meer Bibliotheek en Samenleving en Bibliotheekblad, heeft het het bestuur van de Stichting Victorine van Schaickfonds behaagd je vandaag de Oeuvreprijs van het Fonds, bestaande uit deze oorkonde en een geldbedrag van 1000 euro, toe te kennen. Overigens is daaraan niet de eis verbonden dat je nog eens twintig jaar op dezelfde voet doorgaat. Maar dat was je toch al wel van plan, MWTW – Menen Wij Te Weten.

 

Wim, heel veel dank voor je werk en van harte proficiat!

 

Het bestuur van het Victorine van Schaickfonds | KNVI,

Mark Deckers, Anneke Dirkx, Frank Huysmans (voorzitter), Mireille Kok (secretaris), Willy van der Kwaak, Perry Moree (penningmeester), Michel Wesseling, Erna Winters

Read more…

Wel of nie een stemfie

Het was even 'een ding' tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Een stemfie maken. Jezelf op de foto zetten (selfie) met daarop ook zichtbaar op wie je gestemd had.  Onze Taal bestempelde 'stemfie' die dag, 19 maart, tot het 'Woord van de dag' en haakte aan bij de tijdelijke rage. Hartstikke leuk en een grappig voorbeeld van hoe social media steeds verder binnentreedt in ons aller leven.

Maar ja, het zou geen nieuws zijn zonder enige controverse natuurlijk en die dook al meteen (een beetje) op omdat in diverse landen in Europa de wetgeving juist expliciet verbiedt om foto's te maken in het stemhokje. Kennelijk worden in landen als Italië mensen gedwongen om op een bepaalde persoon of partij te stemmen en is het verkrijgen van fotografisch bewijs daarvoor reden om ter preventie van dat soort praktijken mensen simpelweg te verbieden een foto te maken. In onze Kieswet wordt daar (wijselijk?) niks over gezegd en bevestigde minister Plasterk daarom ook op 19 maart via Twitter dat het wel mag.

Behalve Plasterk moedigden nog vele Nederlandse politici - wie wil er nu niet meeliften met een rage op social media in verkiezingstijd? - de stemmers aan stemfies te delen en dat schoot in elk geval het Platform Bescherming Burgerrechten in het verkeerde keelgat. Die wil dat minister Plasterk zijn uitlatingen weer intrekt, zeker nu op 22 mei de Europese verkiezingen zich aandienen.

Het platform vreest voor sociale beïnvloeding of omkoping als kiezers de selfies in het stemhokje blijven maken. Advocaat Douwe Linders, die het PBB vertegenwoordigt: "Als je een foto maakt met daarop het ingevulde stembiljet, kun je later laten zien welke stem je hebt uitgebracht. Dan kunnen mensen vooraf tegen je zeggen: jij moet op die partij een stem uitbrengen en straks met een foto bewijzen dat je dat gedaan hebt."
Ook wijst het platform erop dat volgens Europese verdragen de kiezer het recht, maar ook de plicht heeft om geheim te stemmen. Achteraf liegen over de uitgebrachte stem mag wel.(bron)

Vandaag ging het over deze kwestie in de rechtszaal en nam het platform het op tegen (de landsadvocaat van) minister Plasterk. Die laatste beargumenteerde dat de Nederlandse Kieswet het niet verbiedt en dat het daarom de keuze van de kiezer is om wel of niet een stemfie te maken en te verspreiden. Voor de kiezers die onder druk gezet worden kwam de landsadvocaat ook nog met enkele handige tips zoals het aankruisen van twee kandidaten - en dan natuurlijk slechts eentje tonen in de stemfie - waardoor het biljet ongeldig wordt waarna je later met een tweede biljet alsnog je eigen stem kunt uitbrengen.

Wat de rechter hiervan gaat vinden is nog maar de vraag. Volgende week vrijdag volgt de uitspraak en persoonlijk hoop ik dat er minimaal een oproep in het vonnis komt te staan voor een handige stemfie app waarbij je op de foto achteraf nog kunt wijzigen op wie je gestemd hebt. Dat je achteraf mag liegen over je uitgebrachte stem, kunnen alle partijen zich vast wel in vinden.

Voor de verkiezingen van 22 mei neemt de overheid in elk geval alvast geen enkel risico en worden alle stemlokalen voorzien van posters met de tekst 'U hoeft niet aan iemand bekend te maken op wie u heeft gestemd, dus ook niet door middel van een foto.' 

Er is nu al geen lol meer aan vrees ik. Aan spontaan een stemfie maken.

#

Read more…

Binnenkort lanceert Frysklab Fab The Library, een leergang rondom FabLabs voor bibliotheekmedewerkers. Een uitgelezen moment om de stand van zaken rondom FabLabs in Nederlandse bibliotheken in kaart te brengen. Waar komen FabLabs vandaan en wat beogen ze? Hebben ze meerwaarde voor en dus ook een toekomst in het Nederlandse bibliotheekwerk?

In januari 2013 besteedde ik voor de rubriek ICT van Bibliotheekblad aandacht aan het fenomeen FabLabs. In het artikel Staan Nederlandse bibliotheken open voor FabLabs? stelde ik vast dat de combinatie FabLabs/bibliotheken in Nederland weliswaar nog in de kinderschoenen stond maar dat het concept minstens verkend zou moeten worden, in ieder geval door grotere bibliotheekorganisaties. Uit de reacties op het artikel bleek dat niet iedereen er zo over dacht. Zo waarschuwde Rob Bruijnzeels bibliotheken in een weerwoord getiteld Absolutely Fabulous FabLabs niet binnen te halen als ‘de zoveelste hippe attractie’, maar er alleen mee aan de slag te gaan als bibliotheekcollecties daarmee gecontextualiseerd en verrijkt worden.

FabLab of Makerplaats
De geschiedenis en oorsprong van FabLabs en Makersplaatsen wordt uitgebreid belicht in de publicatie Makersplaatsen, van de Brabantse Netwerkbibliotheek (BNB) en in het artikel Makerspaces veroveren Nederland , van Jeroen de Boer. Ondanks het feit dat de begrippen geen synoniemen van elkaar zijn worden ze vaak door elkaar gebruikt, waarbij de term FabLab –een afkorting van het Engelse Fabrication Laboratory- vaak de voorkeur krijgt. Er worden ook verschillende definities gehanteerd. BNB definieert het als “een locatie waar mensen met een gedeelde interesse rondom een bepaald onderwerp elkaar kunnen ontmoeten, socialiseren en samenwerken.”  FabLab Enschede houdt het op “een laagdrempelige, openbare, digitaal aangestuurde werkplaats waar iedereen de mogelijkheid krijgt om zijn idee om te zetten tot realiteit: een zelfontwikkeld product”. Misschien nog wel belangrijker dan de definitie van FabLabs is het doel ervan. Jeroen de Boer zegt daarover: “Binnen FabLabs worden ondernemerschap en zelfwerkzaamheid gestimuleerd, waarmee zij informele leeromgevingen zijn om ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ (delen,samenwerken, probleemoplossend vermogen en ondernemerschap) te ontwikkelen.

Ze worden vaak lokaal opgezet en geëxploiteerd door non-profitinstellingen. Volgens Fablab.nl, de website van stichting FabLab Benelux, tellen Nederland en België momenteel 34 erkende FabLabs en één FabLabinitiatief. Daarnaast worden er nog zeven initiatieven voor makersplaatsen genoemd die niet specifiek als FabLab worden aangemerkt. De forse groei van het aantal FabLabs in België en Nederland zegt niets over de bekendheid ervan bij het grote publiek, maar duidelijk is wel dat de belangstelling voor ontwikkelingen die er nauw mee samenhangen groot is. Uit nieuwsberichten over activiteiten van FabLabs komt naar voren dat niet alleen het gewone publiek interesse heeft voor de mogelijkheden van bijvoorbeeld 3D-printen; ook de politiek, het onderwijs en de kunstsector beginnen warm te lopen voor de kansen die FabLabs bieden als het gaat om (al dan niet technische) samenwerking, educatie, burgerparticipatie en zelfredzaamheid. Niet ieder evenement wordt door honderden mensen bezocht maar het fenomeen wint wel aan terrein.

Nederlandse bibliotheken
Op bibliotheekcongressen en sociale media valt te beluisteren dat ook Nederlandse bibliotheken zich oriënteren op de mogelijkheden van FabLabs. Zo verkent men het onderwerp in Overijssel vanuit het innovatielab van de bibliotheek Deventer, heeft Doklab Delft het als thema opgenomen in het programma Extreme Library Makeover, nodigde ProBiblio de collega’s van Bibliotheekservice Fryslân (BSF) uit om te komen vertellen over Frysklab voor de ‘Kenniscirkel Mediawijsheid’ en bieden de Zeeuwse bibliotheken de mensen van het regionale FabLab in oprichting ook steeds vaker ruimte tijdens evenementen. Toch zijn er nog niet veel bibliotheken die al daadwerkelijk samenwerken met FabLabs of die er formatie voor hebben vrijgemaakt in beleidsplannen voor de komende jaren. In het rapport Inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), dat in september 2013 werd gepubliceerd, worden slechts drie concrete projecten vermeld: Digilab van de Bibliotheek Midden-Brabant, het project Makersplaatsen van Cubiss en Frysklab van Bibliotheekservice Fryslân. Niet vermeld in het overzicht, maar wel relevant is BiblioLab van de Bibliotheek Flevomeer. De vier projecten hebben raakvlakken, maar kennen ook veel verschillen.

Digilab Tilburg en Bibliolab Lelystad
Digilab van de Bibliotheek Midden-Brabant werd geopend in november 2013. De bibliotheek omschrijft het lab zelf als ‘een fysieke plek waar geëxperimenteerd kan worden met nieuwe media en nieuwe software’. Strikt genomen is het geen FabLab maar dit initiatief, op de eerste verdieping van de Bibliotheek Tilburg Centrum, heeft er wel veel kenmerken van. De bibliotheek omschreef het in een artikel op de site van Bibliotheekblad zelf als volgt: “In het Digilab stellen we computers, netbooks en tablets ter beschikking, voorzien van de nieuwste software. Je kunt er filmopnames maken, (leren) beeldbewerken, er zijn inloopspreekuren voor het gebruik van e-readers en tablets, en voor peuters en kleuters hebben we de Boek-o-Matic (zelf verhalen maken op een tablet). Ook kan men er de magie van onze 3D-printer ervaren.” Binnen het project wordt onder andere samengewerkt met Fablab 013 en, sinds februari van dit jaar, met de stichting Linux Flavourz Education, die inloopspreekuren organiseert rondom Linux en Open Source software.

BiblioLab is een samenwerkingsverband tussen FabLab Dronten en Bibliotheek Flevomeer, dat als mini-FabLab werd geopend in de bibliotheek in Lelystad, in maart 2013. Ook BiblioLab is een kleine digitale werkplaats waar bezoekers zelf producten mogen ontwerpen en maken met behulp van 3D printers. Het lab is twee dagen per week geopend. Daarnaast worden er regelmatig workshops en presentaties georganiseerd, zowel in de eigen bibliotheek als daarbuiten. Zo bezocht het team van Bibliolab in maart 2014 onder meer bibliotheek Zeewolde en een middelbare school in Emmeloord en ontving het samen met het team van Frysklab een groep collega’s uit Zweden die op studiereis in Nederland waren.

Cubiss Makersplaatsen
Ook het project Makersplaatsen van Cubiss kun je niet omschrijven als een FabLab als zodanig. Het project van deze Provinciale Service Organisatie, dat in 2013 van start ging, is feitelijk een verkenningstraject. Het heeft zich ten doel gesteld om ‘concepten die invulling geven aan het concept makersplaats binnen de bibliotheek te inventariseren en er vervolgens mee te experimenteren’. Dat die projectomschrijving ruimte laat voor een brede interpretatie is geen toeval. Jeroen van Beijnen is een van de projectleiders. In een gesprek legt hij uit dat binnen het project Makersplaatsen bewust wordt ingestoken op ‘maken’ in de breedste zin des woords. Het kan betrekking hebben op  dingen die je met een 3D-printer kunt produceren, maar ook op breien of op reparaties, al dan niet in samenwerking met clubs of met de zogenaamde Repair Cafés (gratis toegankelijke bijeenkomsten die draaien om het samen repareren van spullen) die in steeds meer plaatsen worden georganiseerd.

Gevraagd naar de voortgang van het project vertelt Van Beijnen dat de eerste fase van het project, de inventarisatie, inmiddels is afgerond en dat Cubiss in 2014 twee sporen wil gaan volgen. Er zullen experimenten worden gestart in een aantal grotere bibliotheken, waaronder Eindhoven, Den Bosch en Tilburg en daarnaast wordt er geïnvesteerd in de aanschaf van twee bestelwagens, waarmee de benodigde apparatuur voor kleine makersplaatsen door iedere medewerker met een rijbewijs kan worden vervoerd naar bibliotheken in kleinere kernen. De verwachting is dat de bestelwagens in het tweede kwartaal van 2014 in gebruik zullen worden genomen.

De rol van de PSO binnen dit project is vooral faciliterend. Cubiss vindt het nog niet opportuun om nu al permanente fablabs in te richten in bibliotheken. Als bibliotheken daadwerkelijk aan de slag willen met makersplaatsen zullen ze dat zelf moeten doen. Cubiss stimuleert vooral de verkenning van de mogelijkheden en de kennisdeling rondom het onderwerp, en fungeert daarnaast als gids voor mogelijke samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met regionale FabLabs. Het aantal uren dat de organisatie voor het project heeft vrijgemaakt is beperkt: van Beijnen besteedt er anderhalve dag per week aan. Als projectleider merkt Jeroen dat er veel belangstelling is vanuit de Brabantse en Limburgse bibliotheken, zeker als het gaat om de koppelingen die zouden kunnen worden gemaakt met het bibliotheekwerk voor het onderwijs. Tegelijkertijd voelt hij weerstand. Die weerstand komt, weinig verrassend, voort uit de bezuinigingen waar bijna alle bibliotheken mee te maken hebben. Bibliotheken willen graag meedoen, maar durven het lang niet altijd aan te investeren in diensten die zichzelf nog niet bewezen hebben.

Mede daarom heeft het projectteam gekozen voor een aanpak waarin kennisdeling en kleine experimenten centraal staan. Een voorbeeld van het eerste is de in april 2013 georganiseerde conferentie The Makers Library, die een breed en zelfs internationaal publiek trok. Een voorbeeld van het tweede is het Cookie Cutter Lab, waarin bibliotheekleden leren hoe zij zelf, zonder voorkennis, een object kunnen ontwerpen en fabriceren met een 3D-printer. Cubiss stelt de printer tijdelijk beschikbaar en voorziet bibliotheken zo van een interessante aanvulling op de zogenoemde mediabarren die sinds vorig jaar rouleren in het Brabantse en Limburgse netwerk.

Van Beijnen is zich er van bewust dat Cubiss minder grote stappen maakt op het gebied van makersplaatsen dan de collega’s van Bibliotheekservice Fryslân, maar is desondanks blij dat ze gezet worden. Het thema staat op de kaart, wordt serieus genomen, en door veel collega’s beschouwd als een kans, bijvoorbeeld binnen het traject De Bibliotheek op school. Daar was een jaar eerder nog geen sprake van.

Frysklab van Bibliotheekservice Fryslân
De genoemde initiatieven hebben een kleinschalig en experimenteel karakter  met elkaar gemeen. Ook Frysklab van Bibliotheekservice Fryslân (BSF) heeft een hoog experimenteel gehalte maar onderscheidt zich door de werkwijze en de (inter-)nationale profilering. Frysklab bestaat nog maar anderhalf jaar en bevindt zich in veel opzichten nog in de ontwikkelfase, maar het project wekt de indruk de samenwerking tussen de makersbeweging, het onderwijs, het bedrijfsleven en het bibliotheekwerk al redelijk goed op de rails te hebben. Frysklab trekt het plan breder dan de techniek en het experiment en lijkt zich mede daardoor te mogen verheugen in de warme belangstelling van vele partijen, inclusief particulieren en politici. FryskLab, dat is ondergebracht in een voormalige bibliobus, hanteert op zijn website de volgende projectomschrijving: “Met FryskLab onderzoekt BSF hoe de inzet van een mobiel FabLab binnen de onderwijssituatie bijdraagt aan de creatieve, technische en ondernemende vaardigheden van kinderen en jongeren. Aan de hand van een project met een looptijd van drie jaar worden de praktische inzetbaarheid, implementatie en borging van FryskLab onderzocht en beproefd. Het principe van de Library as Platform vormt de basis voor het project. Deze steeds breder gedragen filosofie betreft de on- en offline bibliotheek als facilitator van informatie-uitwisseling en kennisdeling.” Deze ambities intrigeren en roepen vragen op.

Jeroen de Boer, projectleider en domeinspecialist nieuwe media bij Bibliotheekservice Fryslân, legt uit dat de basis van het succes van Frysklab werd gelegd met het vertrouwen en de vrijheid die het managementteam van BSF hem en zijn collega’s Bertus Douwes en Aan Kootstra gaven. Het projectteam kreeg van meet af aan een vrije rol toebedeeld, met als enige voorwaarde dat andere werkzaamheden er niet onder mochten leiden. Een gevolg daarvan was dat een deel van het werk ook in eigen tijd werd gedaan, maar geen van drieën vond dat erg. Als je met liefde aan een project werkt stop je er doorgaans veel tijd in maar oogst je, als het goed is, ook veel waardering. Zo werkte dat ook met Frysklab. Door ‘bottom-up’ initiatief te tonen ontstonden ‘top-down’ de waardering en het vertrouwen.

Het idee voor Frysklab leefde eind 2012 al, maar pas een jaar later kreeg het initiatief de officiële status van FabLab van Stichting FabLab Benelux. Dat het langer duurde dan gehoopt werd onder meer veroorzaakt door het feit dat Frysklab zich genoodzaakt zag alternatieve routes naar financiering te bewandelen. Een culturele subsidie van de Provincie Friesland bleef uit, omdat het project moeilijk te plaatsen was voor betrokken ambtenaren. Het projectteam concentreerde zich daarom niet meer alleen op de wens om de leemte op het gebied van FabLabs in Friesland op te vullen, maar ging ook kijken hoe het project een (deel)oplossing zou kunnen bieden voor een aantal provinciale uitdagingen, waaronder het ontwikkelen en behouden van talent, het stimuleren en aanjagen van ondernemerschap en creativiteit, de moeizaam functionerende banenmotor, het creëren van ontwikkelingskansen voor kinderen en het terugdringen van de hoge diplomaloze uitstroom van jongeren uit het onderwijs. Dat werkte.

Door te anticiperen op problematiek waarmee de politiek zich geconfronteerd ziet werd draagvlak gecreëerd. De Gemeente Leeuwarden stapte vroeg in en financierde de bus, de Provincie Friesland en anderen partijen volgden later. Zo stelde stichting Pica geld beschikbaar voor de ontwikkeling van een linked open data kennisbank voor FryskLab en SNS REAAL voor de ontwikkeling van een specifiek lesaanbod voor jongeren. Sindsdien lijkt het project zich in een stroomversnelling te bevinden. Jeroen informeert  geïnteresseerden op zijn blog Rafelranden trouw over alle activiteiten van het projectteam. Hij is nauwelijks bij te houden. Nu eens staat men met de bus in Brabant of de Randstad, dan weer spreekt Jeroen over het project op een congres in binnen- of buitenland. Op die manier wordt het experiment gecombineerd met een slimme vorm van marketing.

Het team werkt ondertussen hard aan de ontwikkeling van drie doorgaande leerlijnen voor het onderwijs, rondom de thema’s watertechnologie, duurzame energie en de creatieve industrie. Tegelijkertijd wordt gezocht naar aansluiting bij het HBO en wordt er overlegd met potentiële partners.  Frysklab neemt daarmee weliswaar deels de rol van het onderwijs over, maar het onderwijs is blij dat de bibliotheek er het voortouw in neemt. Ook dat schept weer draagvlak en vertrouwen.

Frysklab heeft ook subsidie ontvangen van SIOB om de opgedane kennis over te dragen aan andere bibliotheken.  Samen met De Heer Projecten wordt de leergang Fab the library! ontwikkeld, die zal bestaan uit een introductie-, een strategie- en een hands-on module. Omdat de leergang pas vanaf april 2014 wordt aangeboden valt er nog niet veel te zeggen over de animo van bibliotheken maar de verwachting is dat die er zal zijn. Collega van Beijnen van Cubiss hoopt in ieder geval dat mensen uit zijn regio er ook aan deel kunnen nemen. Jeroen de Boer hoopt dat uiteraard ook, maar heeft het voorlopig veel te druk om zich daar zorgen over te maken. Hij vertelt dat Frysklab onlangs ook werd bezocht door leden van de Tweede Kamer die zeer geïnteresseerd zijn in de mogelijkheden van het concept, dat hij werkt aan de afronding van een presentatie in Denemarken en dat hij ook nog een artikel over Frysklab mag schrijven voor het Handboek Informatiewetenschap van Vakmedianet.

Facilitator
Het antwoord op de vraag of bibliotheken nu wel of niet aan de slag zouden moeten gaan met FabLabs luidt hetzelfde als in januari 2013: “Misschien past een FabLab niet bij iedere bibliotheek, maar het concept verdient het zonder meer om verkend te worden, zeker door de wat grotere bibliotheekorganisaties.” Ik denk oprecht dat de genoemde voorbeelden aantonen dat er voldoende kansen liggen. Het heeft weinig zin om, zonder plan of samenhang, willekeurig 3D-printers neer te zetten in bibliotheekvestigingen, maar dat betekent niet dat er niet geëxperimenteerd kan worden. Je kunt met relatief weinig middelen, in samenwerking met lokale partijen, klein beginnen, of je dat nu doet om geleidelijk op te schalen of om publiek en medewerkers in de gelegenheid  te stellen zichzelf over deze ontwikkelingen te laten informeren. Dat de technologie in combinatie met visie, formatieplaatsen en werkvrijheid ook kan leiden tot de dwarsverbanden waarnaar de politiek op zoek is, wordt aangetoond door Bibliotheekservice Fryslân. Daar vallen opeens veel puzzelstukjes op hun plek en krijgt de bibliotheek de sleutelrol die zij zo graag wil vervullen, zowel binnen de gemeenschap als op het gebied van kennisdeling. Dat is niet alleen belangrijk voor bibliotheken; de klant of bezoeker heeft er ook veel baat bij.

Dat vindt ook Ella Hueting, voorzitter van Stichting FabLab Benelux. Zij beschouwt bibliotheken als ideale partner voor FabLabs omdat ze een enorm bereik hebben en als geen ander in staat zijn tot de bundeling, ontsluiting en verspreiding van kennis. Zodra zij 3D-printing als voorbeeld neemt begrijp je waar ze op doelt. Nu draait het nog vooral om de techniek en ligt het nog deels buiten het bereik van de consument, maar de techniek wordt snel goedkoper en laagdrempeliger. De nadruk zal uiteindelijk komen te liggen op de kennisuitwisseling rondom de ontwerpen en toepassingen in plaats van op de technologie. Nu al duiken regelmatig kunstenaars en designers op bij workshops in bibliotheken, om te ontdekken wat de ontwikkelingen kunnen betekenen voor hun vakgebied. Bij die zoektocht naar kennis op fysiek locaties, in alle hoeken van de samenleving: daar is de bibliotheek toch de facilitator en gids bij uitstek? Wie daar niet in gelooft moet het in januari verschenen rapport Bibliotheek van de toekomst, van de commissie Cohen er nog maar eens op naslaan.

@

Dit artikel verscheen ook in Bibliotheekblad, Nr 5, 2014.
Foto: Martin de Jong

Read more…

Het einde van de Airport Library

Inderdaad, de Airport Library gaat dicht. We weten al ruim een jaar dat we deze zomer zouden moeten gaan verkassen want Schiphol gaat “onze” boulevard verbouwen en daarom moesten we tijdelijk even weg. Na de verbouwing zouden we waarschijnlijk op ongeveer dezelfde plek, in een nieuwe bibliotheek kunnen terugkomen. Schiphol is erg enthousiast over de Airport Library en wil ons graag houden, er was zelfs al sprake van uitbreiding: wellicht zou er ook een bibliotheek in het Schengen gebied komen, zodat we ons ook op de reizigers binnen Europa (lees: “de Nederlanders”) zouden kunnen gaan richten. Of zouden we niet op meerdere plekken bibliotheken kunnen maken? Op elke pier een of zo? Woeste plannen genoeg. Maar die gaan nu dus allemaal niet door. 

Het nieuws is nog niet officieel, maar nu het al een week op de site van het Bibliotheekblad staat en er vandaag op Twitter rumoer over ontstond schrijf ik er toch maar een stukje over. En dat begint met een disclaimer: want wat ik nu ga vertellen is allemaal uit de tweede hand. Ik ben tegenwoordig alleen nog maar de uitvoerder van de Airport Library, ik zit niet aan tafel met “de grote jongens” als er beslissingen worden genomen. Dus misschien heb ik iets verkeerd begrepen of trek ik verkeerde conclusies. Dat hoop ik eigenlijk, want ik kan nog steeds niet geloven dat de Airport Library op zo’n lullige wijze de nek wordt omgedraaid. 

De Airport Library stopt namelijk niet omdat er geen geld voor is. Het Ministerie van OCW, de grote sponsor van de Airport Library, heeft namelijk aangegeven dat er over een voortzetting van de financiering best te praten viel. In iets bescheidener mate wellicht, maar zo’n succesvol project willen ze daar best ondersteunen. En ook NBD Biblion en de OBA hebben vooralsnog hun financiële bijdrage niet ingetrokken. De reden waarom de Airport Library stopt is omdat er geen landelijk partij is die er de verantwoordelijkheid voor wil nemen. ProBiblio is een provinciale organisatie die steeds meer moeite heeft om aan de provincies Noord- en Zuid-Holland (hun subsidiënten) uit te leggen waarom zij verantwoordelijk zijn voor een project namens “het land”. Dus ProBiblio wil (of moet?) het opdrachtgeverschap voor de Airport Library overdragen naar een landelijke partij. De keuze daarin is niet zo heel groot, dus dat werden de VOB en het SIOB. Die hebben allebei geweigerd, de laatste met als argument dat ze het te druk hadden met de fusie met de KB. De KB stond, als partner in de Airport Library, in eerste instantie redelijk positief tegenover het opdrachtgeverschap  maar na overleg met het SIOB zijn ze van gedachten veranderd.  

Samengevat: er is geld voor de uitvoering, er is een locatie want Schiphol wil ons graag houden en ProBiblio wil de uitvoering best blijven doen, wel zo praktisch als je op fietsafstand van Schiphol ligt. Het enige dat ProBiblio wil overdragen is de verantwoordelijkheid. Dat is een kwestie van een briefje. Of een handtekening. Of misschien een extra postbusnummer. Maar er is dus op landelijk niveau niemand die die moeite wil doen. Het andere officiële argument (naast “we zijn te druk”) is dat de Airport Library niet in het belang is van de Nederlandse openbare bibliotheken. Dat argument getuigd van zo’n ongelofelijke kortzichtigheid dat ik niet kan geloven dat ze dat zelf serieus nemen. Dus ik kan alleen maar raden naar de redenen om dit project te torpederen. Misschien speelt het “not invented by me syndroom” een rol: wij hebben het niet verzonnen, dus kan het niks zijn. Zou me niks verbazen. Maar misschien zijn er wel heel andere redenen waarom dit schip tot zinken wordt gebracht. Heel welbewust torpedeert dus, want er is op landelijk niveau niemand die een hand heeft uitgestoken, of zelfs maar aangeboden heeft om mee te denken over een oplossing. 

Omdat Schiphol toch heel graag een bibliotheekvoorziening wil hebben op de luchthaven zijn ze driftig op zoek naar een mogelijk alternatief. Ze moeten wel: want de openbare bibliotheeksector laat het afweten. En waarom wil Schiphol zo graag een bibliotheek? Niet alleen omdat het zo leuk is, maar ook omdat het supergoeie reclame is. De afgelopen vier maanden zijn we o.a. als voorbeeld gesteld op Buzzfeed en in de New York Times. Als voorbeeld van mooie dienstverlening en innovatief denken. Maar ja, daar hebben we Nederland niks aan… (werkelijk!) 

Inmiddels is de planning van de verbouwing aangepast: waar we eerst begin juni zouden moeten vertrekken is dat nu begin september. Nog een paar maanden uitstel dus. Nog een paar extra maanden om met een goed plan te komen om als sector ons gezicht te redden.

Naschrift 30 april ’14: in het oorspronkelijke blog stond bij de landelijke partijen die de Airport Library niet willen overnemen ook BNL vermeld. Deze vermelding is verwijderd omdat gebleken is dat met BNL hierover geen contact is geweest.

Read more…

Voor consumenten zoals wij is het gelukkig al een klein beetje beter geworden. Tot afgelopen jaar konden we niet eens een backup maken van gekochte ebooks en had je nauwelijks de vrijheid om een gekocht ebook te lezen op het apparaat waar jij het op wilde lezen. Ook al zitten er definitief ook nog flink wat haken en ogen aan sociale - watermerk - DRM, het beperkt je in elk geval niet meer technisch in de mogelijkheden. Een door jou gekocht en gedownload ebook is ook jouw eigendom.

Voor bibliothecarissen zoals wij gaat het nog niet geweldig als het om de beveiliging van ebooks gaat. Zowel ebookpakketten die door onderwijs- en onderzoeksinstellingen afgenomen worden als de downloadbare ebooks op het ebookplatform van de bibliotheken zijn grotendeels nog steeds 'tot de tanden' bewapend met Adobe DRM. 

Dat komt voort uit de angst dat de eigen klanten en eindgebruikers massaal aan de haal (zouden) gaan met ebooks als ze niet beveiligd zouden zijn. En ook al is Adobe DRM voor iedereen met de vaardigheid om te googelen slechts een kleine hindernis, het weerhoudt uitgevers er niet van er aan vast te houden.

Dat het ook echt anders kan bewees TOR, een grote uitgever van SF en fantasy boeken (en onderdeel van de nog grotere uitgever MacMillan) toen ze twee jaar geleden besloten om hun ebooks in de toekomst DRM-vrij te gaan verkopen. Omdat zowel hun auteurs als hun klanten aangaven DRM als een hindernis te ervaren bij het legitiem gebruiken van gekochte ebooks.

Drie maanden later, in juli 2012, kondigde TOR aan dat ze al hun ebooks vrij van DRM aanboden en dat Adobe DRM niet meer voorkwam op één van hun boeken.  

In december 2012 meldde John Sargent, de CEO van MacMillan, dat de eerste resultaten er op duidden dat er geen stijging van ebookpiraterij had plaatsgevonden met hun titels. Wat april vorig jaar bevestigd werd door de Britse tak van TOR, TOR UK.

En dus was het gisteren de 2e verjaardag van het DRM-vrij beleid van één van de grootste SF en fantasy uitgevers van de wereld.

Nou mag je van een SF uitgever best verwachten dat deze verder weet te kijken in de toekomst maar wordt het niet eens tijd dat die les ook geleerd wordt door alle andere uitgevers? Wereldwijd?

Ebooks zonder DRM verkopen en je betalende klanten niet beschouwen als potentiële criminelen. Dat zou toch geen science fiction moeten zijn?

Read more…

Vorige week donderdag 17 april vond er in EYE Amsterdam een bijeenkomst plaats waar Bibliotheek.nl de uitgevers bijpraatte over de stand van zaken mbt het ebookplatform en de plannen die er volop zijn om dit aanbod verder uit te bouwen. In de onderstaande twee videoverslagen wordt een korte impressie geschetst van het door Bibliotheek.nl gehouden verhaal en - wellicht nog interessanter - de reacties van de uitgevers op dit verhaal.

In het verslag van Frank Huysmans van de Right to eread bijeenkomst gisteren worden ook details van de ebookovereenkomst van de VOB-inkoopcommissie toegelicht:

Er is een basispakket e-content waar bibliotheekleden zonder meerkosten thuis gebruik van kunnen maken. Daarnaast komt er in de zomer een pluspakket waar leden tegen betaling van € 20 het recht verwerven om 18 titels te lenen. Dit wordt een strippenkaartmodel: zodra de 18 uitleningen ‘op’ zijn, kan een nieuwe strippenkaart worden gekocht.

In het basispakket komen in principe alleen titels uit de ‘long tail’ die 3 jaar of langer geleden zijn verschenen. Per uitlening wordt hiervoor een bedrag van € 0,12 (in het eerste jaar dat ze worden aangeboden € 0,24) afgedragen aan de rechthebbenden. In het pluspakket komen ook nieuwere titels te leen. Voor deze wordt in de eerste 6 (met uitloop naar 12) maanden € 0,48 afgedragen. Voor de CPNB-top-60-titels komt daar nog een opslag bovenop van € 0,12 (in totaal dus € 0,60 per uitlening). Nadat het echt nieuwe van het boek af is, in principe na 6 en ten laatste na 12 maanden, daalt het vergoedingsbedrag naar € 0,36, tot de 3-jaarsgrens wordt bereikt en de € 0,12 gaat gelden. Voor de 18 uitleningen per strippenkaart van € 20 wordt in totaal minder afgedragen dan er bij de leden wordt geïnd; wat er overblijft, vloeit in de bibliotheekkas ter dekking van de gemaakte kosten.

Gezocht wordt naar een businessmodel dat voor bibliotheken én rechthebbenden aantrekkelijk is, benadrukte Van Velzen: “Bibliotheken willen laten zien dat zij een rol kunnen spelen in het ‘legaliseren’ van het e-book-aanbod. Gelezen boeken worden door de bibliotheken betaald, en mensen raken eraan gewend dat voor het lezen van e-boeken betaald moet worden.”

De boodschap is in elk geval een (zeer) redelijke vergoeding per uitlening van ebooks in combinatie met het bieden van een legaal alternatief voor het illegaal downloaden van ebooks. De reacties van de uitgevers die in het videoverslag aan bod komen zijn in elk geval hoopgevend.

Read more…

Op een niet al te drukbezochte bijeenkomst is door EBLIDA-voorzitter Klaus-Peter Böttger en VOB-directeur Ap de Vries de petitie ‘The right to e-read’ overhandigd aan D66-Europarlemetariër Marietje Schaake. Dit gebeurde ter gelegenheid van World Book and Copyright Day op 23 april. Eerder op de dag werd in Brussel de petitie aangeboden aan een ander lid van het Europees Parlement, Luigi Berlinguer.

 

Böttger, De Vries en EBLIDA-bestuurslid Erna Winters lichtten de redenen achter de petitie toe. Weliswaar is het in een aantal Europese landen, waaronder Nederland, inmiddels mogelijk voor bibliotheken om e-books uit te lenen aan hun gebruikers. Daarvoor moet in elk land worden onderhandeld met koepels van rechthebbenden – uitgevers, auteurs en andere ‘makers’. De laatsten staan het sterkst in die onderhandelingen, aangezien de leenrechtuitzondering op het auteursrecht dat geldt voor fysieke materialen niet geldt voor digitale content. Althans, dat is de communis opinio onder rechtsgeleerden (daarover verderop meer). In de praktijk betekent dit dat bibliotheken niet kunnen collectioneren, dus niet zelf kunnen bepalen welke boeken ze aan hun gebruikers willen aanbieden. Ook komt het voor dat uitgevers de voorwaarden dicteren waaronder bibliotheken het mogen doen.

Hier te lande is met de 5.000 titels op het landelijke e-book-platform ongeveer een kwart van alle als e-book beschikbare titels beschikbaar voor uitlening. Een veelgehoorde klacht is dat dit niet altijd de titels zijn waar de gebruikers op zitten te wachten. De Europese bibliotheekkoepel EBLIDA is daarom met deze Europabrede campagne gestart om het auteursrecht op dit punt gewijzigd te krijgen. Bibliotheken willen zelf kunnen bepalen welke titels ze tegen welke voorwaarden mogen aanbieden, en eisen ook dat ze daarvoor niet meer dan een redelijke prijs hoeven te betalen.

 

Directeur Hans van Velzen van de openbare bibliotheek Amsterdam presenteerde als voorzitter van de VOB-inkoopcommissie de thans gesloten overeenkomst tussen bibliotheken en uitgevers. Er is een basispakket e-content waar bibliotheekleden zonder meerkosten thuis gebruik van kunnen maken. Daarnaast komt er in de zomer een pluspakket waar leden tegen betaling van € 20 het recht verwerven om 18 titels te lenen. Dit wordt een strippenkaartmodel: zodra de 18 uitleningen ‘op’ zijn, kan een nieuwe strippenkaart worden gekocht.

In het basispakket komen in principe alleen titels uit de ‘long tail’ die 3 jaar of langer geleden zijn verschenen. Per uitlening wordt hiervoor een bedrag van € 0,12 (in het eerste jaar dat ze worden aangeboden € 0,24) afgedragen aan de rechthebbenden. In het pluspakket komen ook nieuwere titels te leen. Voor deze wordt in de eerste 6 (met uitloop naar 12) maanden € 0,48 afgedragen. Voor de CPNB-top-60-titels komt daar nog een opslag bovenop van € 0,12 (in totaal dus € 0,60 per uitlening). Nadat het echt nieuwe van het boek af is, in principe na 6 en ten laatste na 12 maanden, daalt het vergoedingsbedrag naar € 0,36, tot de 3-jaarsgrens wordt bereikt en de € 0,12 gaat gelden. Voor de 18 uitleningen per strippenkaart van € 20 wordt in totaal minder afgedragen dan er bij de leden wordt geïnd; wat er overblijft, vloeit in de bibliotheekkas ter dekking van de gemaakte kosten.

Gezocht wordt naar een businessmodel dat voor bibliotheken én rechthebbenden aantrekkelijk is, benadrukte Van Velzen: “Bibliotheken willen laten zien dat zij een rol kunnen spelen in het ‘legaliseren’ van het e-book-aanbod. Gelezen boeken worden door de bibliotheken betaald, en mensen raken eraan gewend dat voor het lezen van e-boeken betaald moet worden.” Ondanks deze wil tot samenwerking met rechthebbenden is de petitie volgens Van Velzen voor bibliotheken een noodzakelijke stok achter de deur om uit het totaal beschikbare aanbod een eigen selectie te kunnen maken en deze tegen eigen voorwaarden te kunnen uitlenen.

 

Rechtsgeleerde en advocaat Dirk Visser lichtte vervolgens in een geanimeerd betoog toe waarom de VOB een proefproces is gestart omtrent de leenrechtuitzondering. Hoewel de gangbare opvatting is dat de leenrechtuitzondering op het Nederlandse auteursrecht niet van toepassing is voor digitale content, is er toch een sprankje hoop dat de wet toch zo kan worden uitgelegd. Dit sprankje heeft te maken met de uitspraak van het EU-Hof in de zaak Oracle vs. UsedSoft, waarbij tegen de verwachting in het recht op het doorverkopen van licenties op software werd bevestigd. Waar iedereen verwachtte dat het Hof zou oordelen dat je licenties op gedownloade en gebruikte software niet mag doorverkopen als je die niet meer gebruikt, gebeurde het tegenovergestelde. De overwegingen die het Hof tot deze uitspraak brachten, zouden ook op het leenrecht van toepassing kunnen zijn.

“Noch de VOB, noch de Nederlandse overheid kan zelf naar het EU-Hof stappen om hierover een uitspraak te vragen. De enige weg is het beginnen van een proefproces bij de rechtbank. De rechtbank kan vervolgens het Hof om een uitspraak vragen.” De hoogleraar intellectueel eigendomsrecht (RU Leiden) hoopt dat partijen er gezamenlijk bij de rechter op zullen aandringen meteen om een uitspraak van het Hof te vragen en het niet op een slepende procedure bij het Gerechtshof en de Hoge Raad zullen laten aankomen. In dat geval komt er relatief snel duidelijkheid voor alle partijen. Visser stelde dat dat in ieder geval in het belang van de auteurs zou zijn. Die ontvangen per digitale uitlening nu namelijk een hogere vergoeding dan voor een ‘papieren’ uitlening.

Op 27 mei is er voor de Haagse rechtbank een comparitie der partijen. De gedaagde koepelorganisatie Stichting Leenrecht stelt zich neutraal op en voegt zich naar het oordeel van de rechter. De koepels van uitgevers en auteurs alsmede de Stichting Pictoright zijn echter 'tussengekomen' met een tegenclaim. Het lijkt erop dat in ieder geval de uitgevers niet in de wens van de VOB-raadsman zullen meegaan en het toch op de langdurige rechtsweg willen laten aankomen.

 

Europarlementariër Marietje Schaake (D66, Alliance of Liberals and Democrats for Europe) maakte duidelijk waarom zij zich in de komende jaren in Europa sterk gaat maken voor hervorming van het auteursrecht. In de digitale werkelijkheid van nu gaat dit recht, ontstaan in het pre-digitale tijdperk, steeds meer knellen. Het auteursrecht was en is bedoeld om een goede balans te vinden tussen twee aspecten van het algemeen belang. Enerzijds een economische prikkel voor makers om goede content te produceren en aan hun werk een goede boterham te verdienen. Anderzijds het belang van het algemene publiek om tegen zo laag mogelijke drempels gebruik te kunnen maken van wat er aan kennis en cultuur beschikbaar is. Al vaak is vastgesteld dat de nationale wetten in de 28 EU-landen danig van elkaar verschillen, wat het uiterst lastig maakt om tot een uniforme Europese richtlijn te komen. Dat mag Europese beleidsmakers en politici er volgens haar niet van weerhouden het toch te gaan doen. De intentie met wetten en regels is dat zij het algemeen belang, the public interest, dienen, en niet zoals nu dat algemeen belang in de weg zitten, aldus Schaake. Niet alleen bij het uitlenen van e-books, zoals de haar sympathieke EBLIDA-petitie onderstreept, maar ook bij zaken als het ontsluiten van cultureel erfgoed op het web en het hergebruik van tekst en data voor onderzoeksdoeleinden.

De Europarlementariër, bekend van haar succesvolle acties in het Europees Parlement tegen het ACTA-verdrag en vóór het veiligstellen van netneutraliteit, noemde het opnemen van open access als beleidsdoelstelling in het Horizon 2020-programma van de EU als voorbeeld van hoe het ook kan. Tevens brak zij een lans voor het gelijkschakelen van btw op fysieke en digitale boeken. In veel landen, ook hier, geldt voor papieren boeken het lage en voor e-books het hoge tarief. Wat Schaake betreft komen beide in het lage tarief. Ze beloofde zich sterk te gaan maken voor eerlijke systemen met eerlijke prijzen: “Uitgevers moeten zich realiseren dat er geen competitie is tussen van papier en van scherm lezen, maar dat het eerder gaat tussen lezen versus sport en andere vormen van vrijetijdsbesteding.” Het wegnemen van onnodig hoge drempels om te kunnen lezen zou volgens haar de hoogste prioriteit moeten hebben. 

Zie ook deze uitstekende post van Raymond Snijders voor meer achtergrondinformatie over de EBLIDA-campagne en het uitlenen van e-books door bibliotheken. 

Read more…

Openbare bibliotheken en transparantie. Als je je er een beetje in verdiept knap je er niet van op. Een kleine greep:

  • In 2010 trokken de directeuren van openbare bibliotheken zich terug op LinkedIn. Achter een slotje.
  • Toegegeven, je kunt nu ook een paar berichten lezen zonder in te loggen, maar het gros van de kennisdeling op het door de sector gefinancierde kennisplatform speelt zich af achter slotjes. Omdat daar behoefte aan is, zo wordt gesteld.
  • In de bibliotheek Middelburg gebeuren heel veel rare dingen. Leidde de onrust die dat veroorzaakte tot meer openheid? Integendeel. Het gevolg is slechts: nog meer achterkamertjesgeweld, nog meer slotjes.
  • Van het dossier Bibliotheek Rotterdam komt een vies luchtje af. Er kwam wel wat pijn naar buiten maar de medewerkers doen er online toch maar liever het zwijgen toe. Dan weet je wat er regeert. Het open vizier in ieder geval niet. De mondjes blijven op slot.
  • Het dossier bibliotheek Eindhoven is ook al zo curieus. Een directeur die goed lag bij velen vertrok al na een jaar adviseert bibliotheken nu op commerciële basis. Dat op zich roept al heel veel vragen op maar de aandacht daarvan wordt toch afgeleid door zijn opvolger, die op Twitter tracht bezorgde medewerkers van andere bibliotheken de mond te snoeren. Slotjes op hun 'bioscopen' gaarne. Zie hierboven. Gelukkig niet in alle gevallen met succes.
  • Een van de belangrijkste platformen voor kennisdeling binnen de sector, Bibliotheekblad, is achter een slotje verdwenen omdat de uitgever meer inkomsten wil genereren. Of de uitgever daar verstandig aan doet is een discussie op zich, maar waarom reserveert een branche die zoveel miljoenen verkwist geen geld voor het in stand kunnen houden van een van de weinige openbare informatiebronnen?
  • Via een nieuwsbrief doorklikken naar de site van de VOB? Inloggen vereist, beste mensen. Slotjes zijn het nieuwe mantra.
  • Er is geen organisatie die de verantwoordelijkheid wil dragen voor de voortzetting van de succesvolle Airport Library. Dat is al erg genoeg, maar nog erger is dat niemand weet waarom dat zo is. Het is besloten achter deuren met slotjes
Nogmaals, dit is slechts een greep. Het is het topje van een hele grote, koude ijsberg, die vrijwel ieder vuurtje in de harten van al die bibliotheekmedewerkers in Nederland doet doven. Politiek, geld en macht bepalen de agenda. Subsidiestructuren doen de rest.
Frank Huysmans schreef onlangs een prachtpleidooi, waar ik me goed in kan vinden: Welke kant kiezen wij informatieprofessionals? Een essay. Ik citeer:
Elke bibliothecaris, archivaris, informatie- of kennismanager dient zich van het hedendaagse strijdtoneel bewust te zijn en van de morele verplichtingen die dat – als bewaker van de intellectuele vrijheden en de universele toegang tot informatie – met zich meebrengt. De ethiek van het vak is dat je je hiervan voortdurend bewust moet zijn, juist wanneer je in dienst werkt van een bedrijf of organisatie die belang heeft bij het inperken van dat publieke domein. Dat betekent in de praktijk dat je de luis in de pels moet zijn. Dat je bereid moet zijn geregeld kritische vragen te stellen aan je collega’s en je manager, ook als die daarop niet zitten te wachten.

Daar kun je het alleen maar mee eens zijn, toch? Maar wat heb je daar eigenlijk aan, als al die slotjes de basis zijn van openbare bibliotheken? Dat is helemaal geen basis. Die slotjes zorgen ervoor dat het bibliotheekwerk geleidelijk van binnenuit wordt opgevreten, hapje voor hapje. Mensen zijn bang, verdrietig of apathisch, en het ergste is: iedereen heeft het maar over die vermaledijde stippen aan de horizon, maar zien we stippen die hoop uitstralen? Neen. Of om maar in politiek jargon te blijven: dan kunnen we het over die eigen kloteschaduw heenspringen ook wel vergeten.

Gerelateerd:
De Bibliotheekwereld anno 2010: geheime stukken en besloten forumsites

@

Read more…

Idee: coöperatieve bibliotheek.

Vol verwondering kijk ik naar mensen die bezig zijn met Fab labs. Niet alleen om het fröbelen met 3-D printers en allerlei ander fantastisch gereedschap. Concepten bedenken en meteen uitvoeren. Zonder nog producenten en of grote geldschieters te overtuigen.Maar juist ook over het ontstaan van Fab labs zonder tussenkomst van bestaande instituten. Vaak juist door mensen die in een coöperatie met elkaar aan de slag zijn gegaan. Ideeën uitwisselen waar iedereen iets aan kan hebben.

Nu net dat coöperatie denken is iets wat mij heel interessant lijkt voor bibliotheken. Heden en toekomst vragen van de samenleving om anders na te gaan denken over bestaande organisaties. Mijn vorige blog droeg de titel; “Wij zijn de samenleving”, helaas zijn wij dit niet genoeg. Ook bibliotheekorganisaties zijn nog heel erg hiërarchische opgebouwd, met vele boven- en tussenlagen. Maar het doel, het ondersteunen van de samenleving bij een leven lang leren, het ondersteunen van groepen met een minder niveau en andere maatschappelijke problemen vraagt mijn inziens om een andere organisatiestructuur in openbare organisaties zoals een bibliotheek.

Als we dan toch de openbare bibliotheek opnieuw aan het uitvinden zijn waarom vergeten we dan steeds ons zelf. We kunnen de jasjes, het gebouw en de inhoud wel veranderen maar als de organisatie op dezelfde oude wijze blijft bestaan zal er heel snel een nieuwe stilstand plaats vinden.
Als iedereen het zelfde doel nastreeft, een zelfde passionele inzet heeft en plezier in het werk dan komen er ook veel mooiere en leukere ideeën bovendrijven. Hiervan zal niet alleen de bibliotheek maar ook de samenleving  profiteren, en het is toch de samenleving voor wie we het allemaal doen.

Misschien moeten we bestaande organisaties ontbinden en de spelregels opnieuw uitvinden, in mijn ogen is juist dat innovatief bezig zijn!

Read more…

Zoeken zonder grenzen:

"Spatial Googling" is a concept that allows urban typologies, composed of objects, to break from their boundaries of defined space and become embedded in the urban fabric to enhance the individual search of those objects. The act of searching for specific objects has gone from a physical search through eye contact to a now virtual search through the internet using websites such as Google. In both cases, we are in constant search for the object itself. however, Spatial Googling combines the two by being able to input a search query on a smartphone, and as one maneuvers through the city, the object alerts the individual. This concept uses RFID technology and smartphone devices as a strategy for creating an ambient urban computing ecology.
Bron:  edtechmagazine.com

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix