Blogs

leenrecht (7)

De WWW van juni 2017 begint met aandacht voor mijn boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing:

“Er kwam geen afdeling Openbare Bibliotheken bij de Koninklijke Bibliotheek (KB), maar ze hebben de mensen van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) en Bibliotheek.nl (BNL) bij bestaande afdelingen gezet. Men kwam dus terecht in de grote stroom van de KB. Bas Savenije vond dat interessant, die heeft het zo geregeld. Je kunt wel alles met elkaar willen verbinden, maar waar is het inhoudelijke raakpunt? Ik heb veel waardering voor de wetenschappelijke bibliotheek die de KB is. Het is wel een heel andere tak van sport. Het is een verarming voor het openbare bibliotheekwerk dat het geen helder aanspreekpunt meer heeft. Als men dan al de zorg voor de openbare bibliotheek bij de moeder van de bibliotheken wil leggen, dan moet men er wel voor zorgen dat het werk een duidelijke plek en samenhangende budgetten heeft.”
Mening van Jan Ewout van der Putten, van 1999 t/m 2009 secretaris-directeur Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), in Twintig jaar bibliotheekvernieuwing.

VOB 3.0
Over de nota “VOB 3.0”, waarin staat dat de huidige VOB steeds slim moet schakelen tussen belangenbehartiging enerzijds en samenwerking anderzijds, zegt Van der Putten: “Dat mist het element van vernieuwing en stimulans. Het onderkent niet dat er spanning moet bestaan tussen belangenbehartiging, praktische samenwerking en de gewenste ontwikkeling van de branche. Een levendige, goede brancheorganisatie zou voorop moeten lopen in de discussie over de uit de bestaande situatie extrapoleerbare ‘toekomst’ van de branche en de wensen en dromen van de branche: de doelen die we ons stellen. ‘Slim’ kan niet de ambitie van de organisatie en de branche zijn. Of je het nu hebt over de VOB, het SIOB of de KB: als er geen ideeën zijn, is het dood in de pot. Daar is het SIOB aan ten onder gegaan.”

Meer interviews
De andere geïnterviewden zijn Wim Kamerman (procesmanager bibliotheekvernieuwing van 2002 t/m 2007), Ap de Vries (VOB-directeur 2010 t/m 2015), Marjan Hammersma (nu secretaris-generaal bij OCW) en Aad van Tongeren (senior beleidsadviseur Informatie- en Bibliotheekbeleid bij OCW).

Jurgens en Van Moolenbroek
Op 11 mei 2017 presenteerde ik mijn boek bij ProBiblio in Hoofddorp, aan zo’n zestig belangstellenden.
Erik Jurgens (VOB-voorzitter van 2004 t/m 2011) en Tamar van Moolenbroek (lid Jonge Bibliothecarissen Netwerk) namen een exemplaar in ontvangst en gaven hun mening.
Kees Vreeburg en Bart Janssen schreven een impressie voor Bibliotheekblad.nl. En ProBiblio vroeg mij er een blog op haar website aan te besteden.

Bestellingen
Het boek is te bestellen door een mailtje te sturen aan N.E. Brand, nellybrand49@gmail.com. Prijs: 14 euro + verzendkosten (in Nederland 3,95 euro).

Andere onderwerpen in deze WWW: leenrecht voor e-books in Groot-Brittannië, een grote reorganisatie in Bibliotheek Velsen, een nieuwe toekomstige bibliotheek in Dordrecht, minder bezuinigingen in Leudal en TEDx in Veghel, over "kennis".

Wim Keizer (juni 2017)

Read more…

WWW januari 2017: e-books ook via bibliotheken?

Is het de openbare bibliotheken wettelijk verboden zelf e-books te (laten) uitlenen, bijvoorbeeld via NBD Biblion? De uitspraak van het Europese Hof over gelijkstelling van papieren boeken en e-books voor wat betreft het leenrecht (mits volgens het principe van one copy, one user) leidde in Gelderland tot de gedachte dat de openbare bibliotheken het e-book-heft weer in eigen handen moeten nemen, in plaats van het over te laten aan de “landelijke digitale bibliotheek”. Sjaak Driessen, directeur van de bibliotheek in Wageningen (de bblthk), maakte er een ingezonden stuk over voor de WWW van januari 2017.

De aanleiding was een column van Duco van Minnen, beleidsadviseur bij Rijnbrink, op de website van het Gelders Bibliotheeknetwerk. Beide heren zijn niet gelukkig met de landelijke digitale bibliotheek. Van Minnen zegt: “Bibliotheken zijn meer dan doorgeefluiken van uitgevers. We zijn van oudsher selecteurs. We staan voor betrouwbare pluriforme informatie en een veelzijdig romanaanbod en daar is met de aankoop van pakketten e-boeken weinig van over gebleven.”
Driessen vindt: “De KB heeft weliswaar een wettelijke inkooptaak voor e-content maar daarmee (juridisch) geen monopolie. Bibliotheken kunnen met de huidige wetgeving niet verplicht worden om via de KB hun leden te voorzien van e-boeken. Het is bibliotheken niet verboden om zelf te collectioneren, in te kopen.”
Veel meer in de WWW van januari. Gauw lezen maar, ik wens alle lezers een bibliotheekbestendig 2017, met toename van boeken lezen en afname van getwitter.

Read more…

WWW december 2016: Vier opmerkelijke berichten

Het ministerie van OCW heeft op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek gekregen de in het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) verzamelde gegevens van openbare bibliotheken openbaar te maken. OCW is van plan het verzoek in te willigen, maar vroeg de belanghebbenden om hun zienswijze. Dat is de gebruikelijke procedure. In de brief (pdf) wijst OCW op de weigeringsgronden zoals genoemd in de Wob. De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) liet weten juridisch advies te zullen vragen.
Juridisch advies? Ik zou zeggen: meteen instemmen. Er zou nauw verwantschap moeten bestaan tussen de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en de Wob. Beide hebben als belangrijk doel te bevorderen dat er kennis en informatie ter beschikking wordt gesteld.

Ik heb jarenlang ervaring met verzamelen van subsidiegegevens van openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. Steevast was het verzoek van de laagst gesubsidieerden deze gegevens te publiceren, want het zou de gemeente op een goed idee kunnen brengen. Van de hoogst gesubsidieerden kam het verzoek deze gegevens niet te openbaren, want de gemeente zou eens op verkeerde gedachten kunnen komen. Onzin natuurlijk, gemeenten wisselen ook onderling informatie uit.

Er zou een landelijke digitale openbare bibliotheek moeten bestaan, waarop alle gegevens van met publiek geld gefinancierde voorzieningen te vinden zijn en waarop alle in het kader van de Wob verstrekte informatie gepubliceerd wordt.

Verschillen in opgaven
De VOB-site had ook nog een ander opmerkelijk bericht. Het is gebleken dat in opgaves over uitleningen van bibliotheekorganisaties verschillen zitten tussen wat enerzijds aan de Stichting Leenrecht werd doorgegeven en anderzijds aan de Koninklijke Bibliotheek (KB) en in 2014 aan de VOB. Dit bleek uit een enquête in het kader van het onderzoek naar de afdracht van leenrechtgelden.
Zo’n bericht roept natuurlijk de vraag op hoe betrouwbaar gegevens op basis van eigen opgaven zijn. Maar gelukkig is volgens artikel 4 van de Wsob betrouwbaarheid een publieke waarde in het kader van de publieke taak van de openbare bibliotheek.

Innovatiekracht on demand
Een derde opmerkelijk bericht is dat de KB een project “Innovatiekracht on demand” is gestart, met concrete begeleiding van lokale innovatietrajecten. Maar nu had ik uit de door de KB gepubliceerde Innovatieagenda (pdf) en uit artikel 16 van de Wsob begrepen dat het primaat voor innovatie bij de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) ligt. Gaat de KB nu met een boogje om de POI’en heen rechtstreeks innovatiezaken doen met lokale bibliotheken, nog voordat de door POI’en te maken Actieagenda er is? Was het niet logischer geweest creatieve coach Erik Boekesteijn bij de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) te plaatsen in plaats van bij de KB?
Over die Innovatieagenda zelf is ook nog wel wat te zeggen, al was het maar dat de kleur van het omslag niet het openbare-bibliotheek-oranje is. Op pagina 22 wordt ineens gesproken over “het openbare bibliotheekgedeelte van de nationale digitale bibliotheek”. Blijkbaar is (of komt) er ook een niet-openbare-bibliotheek-gedeelte, Maar gaat de KB dat niet-OB-gedeelte ook betalen uit de 21,4 miljoen euro die zij van OCW op haar begroting heeft staan voor stelseltaken en digitale infrastructuur? In het Bibliotheekcharter 2010-2012 waren de digitale bibliotheek en de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) de belangrijkste innovatieonderwerpen. Is het raar de vragen te stellen, voordat je begint met een nieuwe Innovatieagenda, wat het einddoel is en wanneer die twee dingen eindelijk eens klaar zijn?

Kerstboom met kluit
Ik begreep dat ook bij het onderzoek naar één bibliotheeksysteem, die een nauwe relatie zal moeten hebben met de landelijke digitale infrastructuur, de vraag zich voordoet wat OCW (via de KB) zal betalen en wat de gemeenten en provincies (via bibliotheken en POI’en) gaan betalen. Eigenlijk weer het vraagstuk van “de kerstboom met kluit”, waar programmamanager Projectgroep Bibliotheekinnovatie Bart Drenth in 2009 over sprak: OCW betaalt de kluit (de digitale infrastructuur) en de branche betaalt de kerstballen (waar de Agenda voor de toekomst 2009-2012 zo’n 50 tot 55 miljoen euro voor nodig achtte). Maar OCW betaalt na een greep uit het gemeentefonds inmiddels ook de e-content-ballen. Tja, alles hangt met alles samen. Het zou me niet verbazen als er meer grepen in het gemeente- en/of provinciefonds op komst zijn, nu om het ene landelijke bibliotheeksysteem te bevorderen.

VOB sluit zich op
Tot slot een vierde opmerkelijk bericht: geen externe relaties en geen Bibliotheekblad meer bij de ledenvergaderingen van de VOB. Het doet me denken aan de discussies over internet als echokamer. Het lijkt erop dat de VOB de buitenwereld alleen nog kennis wil laten nemen van haar boodschappen via eigen VOB-tweets en gecontroleerde berichten op de eigen site. Ik ben het geheel eens met de open brief die hoofdredacteur Eimer Wieldraaijer hierover publiceerde. 

Meer in de WWW van december 2016.

Read more…

Convenanten en netwerkoverleg: WWW juli 2016

Hoewel Nederland qua basisvaardigheden tot de slimste landen ter wereld behoort, alleen Japan en Finland gaan ons voor, hebben we hier toch een kleine educatieve markt van laaggeletterden en laag-digivaardigen, vroeger wel (half-)analfabeten en (half-)digibeten genoemd.
Op dit marktje zijn instellingen actief als de Stichting Lezen (SL), de Stichting Lezen&Schrijven (SL&S), de Koninklijke Bibliotheek (KB) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB): de KB uiteraard namens haar “netwerkpartners” (of zo men wil “klanten”) en de VOB namens haar leden.
Om dit marktje beter te kunnen bedienen, is het gewoonte aan het worden convenanten of samenwerkingsovereenkomsten te sluiten. In februari sloot de KB een overeenkomst met de Belastingdienst, in mei kwam er een convenant van de KB met Seniorweb en de afgelopen maand telde ik er drie: de VOB met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de KB en de VOB samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de KB met de SL en de SL&S.
Mooi allemaal, goed voor het imago, maar waarom in het eerste geval (mensen digivaardiger maken bij het zoeken van werk) alleen de VOB de partner is en in het laatste geval (mensen helpen meer geletterd en digivaardiger te worden om mee te kunnen doen in de samenleving) alleen de KB is mij niet duidelijk. In het tweede geval, met BZK (mensen digivaardiger maken om met de overheid te communiceren), waren VOB en KB samen partner. En wat die overeenkomst van KB met SL en SL&S betreft: ik meende dat er al een leescoalitie is, waarin behalve de drie genoemde ook de VOB en de CPNB deelnemen. Maar misschien moet ik alle kleine lettertjes van die overeenkomsten beter lezen om de verschillen te snappen. Kunnen KB, VOB, SL en SL&S niet één groot convenant met elkaar en met alle belangrijke partners afsluiten? Ook dan blijven we nog wel met de vraag zitten hoe veel gewicht we moeten toekennen aan die activiteiten in het “sociale domein”. Zou het misschien zo kunnen zijn dat Paul Postma Marketing Consultancy zinnige dingen zegt over de onderscheidende kernactiviteit van een bibliotheek in relatie tot niet-onderscheidende activiteiten die leuk zijn om erbij te doen? Met andere woorden, dat een (nieuw) imago nog niet hetzelfde is als een identiteit?

Rollen helder voor ogen
Iets anders: ik las op de KB-site dat KB, VOB en Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) “netwerkoverleg” houden: “In hun eerste netwerkoverleg spraken Lily Knibbeler (algemeen directeur KB), Cor Wijn (directeur a.i. VOB) en Tineke van Ham (voorzitter SPN) over uiteenlopende zaken als de voorbereiding van de Bestuurlijke Overleggen met onder andere de minister van OCW en de gezamenlijke Innovatieagenda. Zij stelden vast dat het belangrijk is om elkaars rollen steeds helder voor ogen te houden: de KB als verantwoordelijke voor de landelijke digitale openbare bibliotheek en als regisseur van het netwerk als geheel, de VOB als spreekbuis van de openbare bibliotheekbranche en SPN als belangenbehartiger van de provinciale ondersteuningsinstellingen.”
Dat is mooi, elkaars rollen helder voor ogen houden is superbelangrijk, stel je eens voor dat er overlappende rollen zouden zijn, dan kunnen overheden denken dat er misschien hier of daar wat subsidie af kan. De kop boven het artikel luidt: “Succesvol eerste netwerkoverleg”. Maar wat ik vervolgens mis is wat er zo succesvol aan was. Hebben de partners ontdekt dat ze hun rollen al helder voor ogen hebben? Is het een succes dat ze geen ruzie hebben gemaakt (bijvoorbeeld over de wijze waarop fase 2 van gastlenen wordt ingevuld)? Wat was er succesvol aan het overleg? En dan de deelnemers. OCW, de provincies en de gemeenten hebben een netwerkverantwoordelijkheid. De lokale bibliotheken, de POI’en en de KB vormen het netwerk. OCW overlegt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar hoewel provincies geen lid zijn van de VNG, zijn POI’en wel lid van de VOB, de spreekbuis van de hele openbare bibliotheekbranche. POI’en horen bij de branche. Wij doen het dus efficiënter dan de overheden. Maar de vraagt rijst nu wel of de VOB de POI- belangen niet voldoende behartigt. En is daar dan niet wat beters op te verzinnen dan weer een nieuwe overlegvorm, een nieuwe zeef tussen de KB en de VOB-leden? Ik stel voor dat de KB zich Koninklijke Openbare Bibliotheek gaat noemen, de KOB. En dan lid wordt van de VOB. Scheelt weer een overlegtafel. En kan de KOB als Nationale Bibliotheek niet meedoen aan de Nationale Bibliotheekpas? Dat is fijn voor de gebruikers (die, zoals mij vanuit de branche tientallen jaren verzekerd is, centraal staan).

Meer onderwerpen in de WWW van juli 2016.

Read more…

WWW april 2016: Twee boxen, zoek de verschillen!

Heel, heel lang geleden, in 2009 en 2010, waren er eens tien bibliotheekdirecteuren die met bijna € 2 miljoen subsidiegeld van OCW een project “De Bibliotheek Nederland” (DBN) wilden uitvoeren. Veel andere bibliotheekdirecteuren maakten zich daar vreselijk druk om. Officieel heette dat project, waarvan één onderdeel was om in de bibliotheek met retailformules te gaan werken, “Collectie en Franchise”. Ik wijdde er toentertijd een special van de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk aan (zie www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsbrief en click op WWW, 2010, nieuwsbrief 5a, mei 2010).

Verreweg de meesten van die tien directeuren hebben inmiddels al lang hun carrière elders voortgezet. Het project mondde via de benamingen “Formulebureau” (2011) en “Retailbureau” (2012-2014) in 2015 in vereenvoudigde en flexibeler vorm uit in “de Bibliotheekformule”, die werd ondergebracht bij Rijnbrink. De grootste deelname kwam en komt uit Overijssel.

Niemand in bibliotheekland maakt zich er nog druk om. Alle aandacht gaat nu uit naar “basisvaardigheden” en bibliotheken “klaar maken voor de toekomst” (al dan niet met hulp van handelaren in “toekomstbestendigheid”). De grote vraag op basis van ervaringen sinds 2010 is echter of bibliotheken zich daar in de heel, heel verre toekomst, in 2022 en 2023, ook nog mee bezig zullen houden. Ik ben daar benieuwd naar.

Maar maakt intussen echt helemaal niemand zich meer druk over het project “Collectie en Franchise” en de gevolgen ervan? Vorig jaar kwam ik er achter dat er aan de rand van bibliotheekland een groepje bestaat dat er nog wel mee bezig is: de Vereniging van Bibliotheekleveranciers (VvBL). Deze VvBL stuurde mij een pakket van via procedures op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) van OCW verkregen stukken. Uit deze stukken valt aardig inzicht in het moeizame verloop van het project te destilleren. Ik schreef er vorig jaar over in Bibliotheekblad 7/2015 en gaf dat artikel een aangekondigd vervolg in het net verschenen Bibliotheekblad 3/2016. Volledig inzicht was echter niet te krijgen, want documenten met “persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad” werden niet meegezonden. En om de “persoonlijke levenssfeer van betrokkenen te eerbiedigen” lakte OCW meestal namen af. Maar iedereen weet nog of kan weten (zie hier aan het eind) wie die tien waren. In één stuk, het financiële eindverslag, waren namen niet afgelakt en daar blijkt uit dat er een kleine stuurgroep namens de tien was, bestaande uit de heer T. Torreman, directeur Bibliotheek Eindhoven, voorzitter (senior user), mevrouw T. van Ham, voorzitter DOBO (Directeuren Overleg Bibliotheken Overijssel) (senior supplier), de heer R. Pronk, directeur Biblionet Groningen (senior supplier) en de heer G. Miellet, manager innovatie Bibliotheek Utrecht, penningmeester (senior user).

Waar de VvBL zich druk om maakt is dat volgens haar niet aan de subsidie-eis voldaan is dat de intellectuele rechten die met de subsidiegelden gevestigd zouden worden aan de staat moesten worden overgedragen. Er waren twee inrichtingsconcepten, de “black box” en de “white box”. Deze waren via Biblionet Groningen (black box) en DOBO (white box) ingebracht in  het project. Maar om aan de subsidie-eisen te voldoen, moesten de rechten voor heel Nederland worden afgekocht. Dat is volgens de stukken (met heel veel moeite) en ook volgens reacties op uitlatingen van de VvBL gedaan voor de black box. Voor de white box echter niet. Die box bleek formeel niet bij het project te horen en dus hoefden die rechten volgens OCW niet te worden overgedragen aan de staat. De VvBL, die zegt dat leden schade hebben geleden door marktverstoring met subsidiegelden, heeft hier moeite mee en wil vier dingen bereiken: 1) duidelijkheid over het gehele traject en de gemaakte afspraken, 2) lering trekken uit dit proces ten behoeve van toekomstige projecten en trajecten, 3) komen tot de kern van het betoog van OCW “publieke beschikbaarheid van de resultaten van projecten die met publieke middelen zijn gefinancierd” en 4) een “level playing field” voor bibliotheekleveranciers met betrekking tot de toepassing van de “white”- en “black box”-formules.

OCW heeft in zijn reactie aangegeven te willen inventariseren welke vragen er leven en te willen zoeken naar mogelijke oplossingen.

In de WWW van april 2016 meer over deze kwestie.

Read more…

Vorige week was de aftrap van de campagne "The Right to e-read" van de EBLIDA. Het is een campagne waarbij we proberen zoveel mogelijk handtekeningen op te halen. We willen een verandering van het leenrecht bewerkstelligen in Brussel.Waarom is deze campagne nou nodig vraag je je misschien af? Iedereen kan toch e-lezen? E-boeken verschijnen, bibliotheken lenen ze, weliswaar mondjesmaat, uit. En als je dat allemaal te ingewikkeld vindt dat is er vast wel iemand in je vriendenkring die je van een usb-stick of cd-schijfje kan voorzien met daarop een duizendvoud van meestal niet legaal verkregen titels.

De reden voor deze campagne is tweeledig. Enerzijds willen we een bewustwording op gang brengen bij het algemeen publiek dat bibliotheken graag e-boeken zouden uitlenen. Dat dit lastig te realiseren is omdat wij afhankelijk zijn van de wil van uitgevers om ze via de bibliotheken uit te lenen. E-boeken vallen niet onder het auteursrecht en worden niet als een geprint boek beschouwd, maar als een dienst die je via een licentie moet inkopen. Dat is voor het algemeen publiek vaak helemaal niet duidelijk. Een e-boek is voor hen het zelfde als een gedrukt boek, er staat hetzelfde in en je doet er hetzelfde mee, namelijk lezen. Voor een gemiddelde lezer is het niet te verklaren waarom bibliotheken maar mondjesmaat e-boeken uit lenen.

Daarnaast willen we een bewustwording bij het algemeen publiek en bij de politiek dat de machtsbalans onevenredig is binnen het speelveld van e-boeken. Uitgevers bepalen welke titels zij beschikbaar stellen tegen welke prijs aan bibliotheken. Dat kan variëren van niet beschikbaar stellen tot een drie-vier of vijfvoudig tarief voor het uitlenen van een e-boek, en dan ook nog via de "one reader one copy" regeling. Er is geen sprake van een marktwerking hier, dit is echt marktfalen. De prijzen worden opgedreven in sommige Europese landen of er wordt domweg geweigerd om aan bibliotheken te leveren. Er is geen sprake meer van vrije toegang tot informatie, alleen wanneer over voldoende middelen beschikt om dat te kopen wat je nodig hebt, of wat je wilt lezen kun je over alles beschikken. Maar onze maatschappij kent meer burgers dan alleen degene die het zich kunnen veroorloven!

Even voor de duidelijkheid, want er wordt her en der aan zwartmakerij gedaan, als zouden bibliotheken eigenlijk piraterij bevorderen, juist het illegaal lezen bevorderen. Niets van dat alles is waar! In alle onderhandelingen die bibliotheken voeren, en ook in de petitie die we in Brussel willen gaan aanbieden, pleiten we heel sterk voor een billijke vergoeding voor de makers. Net zoals we bij de geprinte media doen, voor dvd's en cd's, voor alles waar auteursrecht op geheven kan worden, willen bibliotheken leenrecht betalen voor iedere uitlening. Dat hebben we altijd gedaan, en dat willen we blijven doen. Daar zijn we een betrouwbare partner in. En ook voor de duidelijkheid, ik weet dat niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen er onderhandelingen gaande zijn tussen bibliotheken en uitgevers om te komen tot uitleenmodellen voor e-boeken. En daar zijn we heel erg blij mee. Want hopelijk is het zo dat als er één

schaap over de dam is.... er meer volgen.

Er moet echt een goede regeling komen binnen het auteursrecht om burgers het recht op vrije toegang tot informatie te kunnen blijven bieden. Wat mij betreft kun je het er nog over hebben of dat via openbare bibliotheken zou moeten, maar waarom niet? Want deze instituten bestaan al eeuwen en hebben zich altijd ingespannen om te zorgen dat burgers de informatie konden vinden die ze nodig hadden, zich ingespannen om die burgers mondig te maken, ze te prikkelen van nieuwe ideeën kennis te nemen, ze te verleiden andere werelden te ontdekken. Bibliotheken zijn leesmotoren en om Keith Richards nog maar eens vrij te citeren "bibliotheken zijn de equalizers van deze tijd". Gelijke kansen voor iedereen. Daarom is het noodzakelijk dat er een herziening komt van het auteursrecht. Het moet mogelijk worden om e-boeken uit te gaan lenen, van peer-to-peer of via bibliotheken in een eerlijke verhouding tussen verkoper en koper. Dus kom, heb je nog niet getekend? Doe dat dan hier. Heb je het al wel gedaan, roep dan je vrienden, familie, kennissen, collega's op om ook te tekenen. We gaan voor 10.000 handtekeningen in Nederland!

Erna Winters

Read more…

Op een niet al te drukbezochte bijeenkomst is door EBLIDA-voorzitter Klaus-Peter Böttger en VOB-directeur Ap de Vries de petitie ‘The right to e-read’ overhandigd aan D66-Europarlemetariër Marietje Schaake. Dit gebeurde ter gelegenheid van World Book and Copyright Day op 23 april. Eerder op de dag werd in Brussel de petitie aangeboden aan een ander lid van het Europees Parlement, Luigi Berlinguer.

 

Böttger, De Vries en EBLIDA-bestuurslid Erna Winters lichtten de redenen achter de petitie toe. Weliswaar is het in een aantal Europese landen, waaronder Nederland, inmiddels mogelijk voor bibliotheken om e-books uit te lenen aan hun gebruikers. Daarvoor moet in elk land worden onderhandeld met koepels van rechthebbenden – uitgevers, auteurs en andere ‘makers’. De laatsten staan het sterkst in die onderhandelingen, aangezien de leenrechtuitzondering op het auteursrecht dat geldt voor fysieke materialen niet geldt voor digitale content. Althans, dat is de communis opinio onder rechtsgeleerden (daarover verderop meer). In de praktijk betekent dit dat bibliotheken niet kunnen collectioneren, dus niet zelf kunnen bepalen welke boeken ze aan hun gebruikers willen aanbieden. Ook komt het voor dat uitgevers de voorwaarden dicteren waaronder bibliotheken het mogen doen.

Hier te lande is met de 5.000 titels op het landelijke e-book-platform ongeveer een kwart van alle als e-book beschikbare titels beschikbaar voor uitlening. Een veelgehoorde klacht is dat dit niet altijd de titels zijn waar de gebruikers op zitten te wachten. De Europese bibliotheekkoepel EBLIDA is daarom met deze Europabrede campagne gestart om het auteursrecht op dit punt gewijzigd te krijgen. Bibliotheken willen zelf kunnen bepalen welke titels ze tegen welke voorwaarden mogen aanbieden, en eisen ook dat ze daarvoor niet meer dan een redelijke prijs hoeven te betalen.

 

Directeur Hans van Velzen van de openbare bibliotheek Amsterdam presenteerde als voorzitter van de VOB-inkoopcommissie de thans gesloten overeenkomst tussen bibliotheken en uitgevers. Er is een basispakket e-content waar bibliotheekleden zonder meerkosten thuis gebruik van kunnen maken. Daarnaast komt er in de zomer een pluspakket waar leden tegen betaling van € 20 het recht verwerven om 18 titels te lenen. Dit wordt een strippenkaartmodel: zodra de 18 uitleningen ‘op’ zijn, kan een nieuwe strippenkaart worden gekocht.

In het basispakket komen in principe alleen titels uit de ‘long tail’ die 3 jaar of langer geleden zijn verschenen. Per uitlening wordt hiervoor een bedrag van € 0,12 (in het eerste jaar dat ze worden aangeboden € 0,24) afgedragen aan de rechthebbenden. In het pluspakket komen ook nieuwere titels te leen. Voor deze wordt in de eerste 6 (met uitloop naar 12) maanden € 0,48 afgedragen. Voor de CPNB-top-60-titels komt daar nog een opslag bovenop van € 0,12 (in totaal dus € 0,60 per uitlening). Nadat het echt nieuwe van het boek af is, in principe na 6 en ten laatste na 12 maanden, daalt het vergoedingsbedrag naar € 0,36, tot de 3-jaarsgrens wordt bereikt en de € 0,12 gaat gelden. Voor de 18 uitleningen per strippenkaart van € 20 wordt in totaal minder afgedragen dan er bij de leden wordt geïnd; wat er overblijft, vloeit in de bibliotheekkas ter dekking van de gemaakte kosten.

Gezocht wordt naar een businessmodel dat voor bibliotheken én rechthebbenden aantrekkelijk is, benadrukte Van Velzen: “Bibliotheken willen laten zien dat zij een rol kunnen spelen in het ‘legaliseren’ van het e-book-aanbod. Gelezen boeken worden door de bibliotheken betaald, en mensen raken eraan gewend dat voor het lezen van e-boeken betaald moet worden.” Ondanks deze wil tot samenwerking met rechthebbenden is de petitie volgens Van Velzen voor bibliotheken een noodzakelijke stok achter de deur om uit het totaal beschikbare aanbod een eigen selectie te kunnen maken en deze tegen eigen voorwaarden te kunnen uitlenen.

 

Rechtsgeleerde en advocaat Dirk Visser lichtte vervolgens in een geanimeerd betoog toe waarom de VOB een proefproces is gestart omtrent de leenrechtuitzondering. Hoewel de gangbare opvatting is dat de leenrechtuitzondering op het Nederlandse auteursrecht niet van toepassing is voor digitale content, is er toch een sprankje hoop dat de wet toch zo kan worden uitgelegd. Dit sprankje heeft te maken met de uitspraak van het EU-Hof in de zaak Oracle vs. UsedSoft, waarbij tegen de verwachting in het recht op het doorverkopen van licenties op software werd bevestigd. Waar iedereen verwachtte dat het Hof zou oordelen dat je licenties op gedownloade en gebruikte software niet mag doorverkopen als je die niet meer gebruikt, gebeurde het tegenovergestelde. De overwegingen die het Hof tot deze uitspraak brachten, zouden ook op het leenrecht van toepassing kunnen zijn.

“Noch de VOB, noch de Nederlandse overheid kan zelf naar het EU-Hof stappen om hierover een uitspraak te vragen. De enige weg is het beginnen van een proefproces bij de rechtbank. De rechtbank kan vervolgens het Hof om een uitspraak vragen.” De hoogleraar intellectueel eigendomsrecht (RU Leiden) hoopt dat partijen er gezamenlijk bij de rechter op zullen aandringen meteen om een uitspraak van het Hof te vragen en het niet op een slepende procedure bij het Gerechtshof en de Hoge Raad zullen laten aankomen. In dat geval komt er relatief snel duidelijkheid voor alle partijen. Visser stelde dat dat in ieder geval in het belang van de auteurs zou zijn. Die ontvangen per digitale uitlening nu namelijk een hogere vergoeding dan voor een ‘papieren’ uitlening.

Op 27 mei is er voor de Haagse rechtbank een comparitie der partijen. De gedaagde koepelorganisatie Stichting Leenrecht stelt zich neutraal op en voegt zich naar het oordeel van de rechter. De koepels van uitgevers en auteurs alsmede de Stichting Pictoright zijn echter 'tussengekomen' met een tegenclaim. Het lijkt erop dat in ieder geval de uitgevers niet in de wens van de VOB-raadsman zullen meegaan en het toch op de langdurige rechtsweg willen laten aankomen.

 

Europarlementariër Marietje Schaake (D66, Alliance of Liberals and Democrats for Europe) maakte duidelijk waarom zij zich in de komende jaren in Europa sterk gaat maken voor hervorming van het auteursrecht. In de digitale werkelijkheid van nu gaat dit recht, ontstaan in het pre-digitale tijdperk, steeds meer knellen. Het auteursrecht was en is bedoeld om een goede balans te vinden tussen twee aspecten van het algemeen belang. Enerzijds een economische prikkel voor makers om goede content te produceren en aan hun werk een goede boterham te verdienen. Anderzijds het belang van het algemene publiek om tegen zo laag mogelijke drempels gebruik te kunnen maken van wat er aan kennis en cultuur beschikbaar is. Al vaak is vastgesteld dat de nationale wetten in de 28 EU-landen danig van elkaar verschillen, wat het uiterst lastig maakt om tot een uniforme Europese richtlijn te komen. Dat mag Europese beleidsmakers en politici er volgens haar niet van weerhouden het toch te gaan doen. De intentie met wetten en regels is dat zij het algemeen belang, the public interest, dienen, en niet zoals nu dat algemeen belang in de weg zitten, aldus Schaake. Niet alleen bij het uitlenen van e-books, zoals de haar sympathieke EBLIDA-petitie onderstreept, maar ook bij zaken als het ontsluiten van cultureel erfgoed op het web en het hergebruik van tekst en data voor onderzoeksdoeleinden.

De Europarlementariër, bekend van haar succesvolle acties in het Europees Parlement tegen het ACTA-verdrag en vóór het veiligstellen van netneutraliteit, noemde het opnemen van open access als beleidsdoelstelling in het Horizon 2020-programma van de EU als voorbeeld van hoe het ook kan. Tevens brak zij een lans voor het gelijkschakelen van btw op fysieke en digitale boeken. In veel landen, ook hier, geldt voor papieren boeken het lage en voor e-books het hoge tarief. Wat Schaake betreft komen beide in het lage tarief. Ze beloofde zich sterk te gaan maken voor eerlijke systemen met eerlijke prijzen: “Uitgevers moeten zich realiseren dat er geen competitie is tussen van papier en van scherm lezen, maar dat het eerder gaat tussen lezen versus sport en andere vormen van vrijetijdsbesteding.” Het wegnemen van onnodig hoge drempels om te kunnen lezen zou volgens haar de hoogste prioriteit moeten hebben. 

Zie ook deze uitstekende post van Raymond Snijders voor meer achtergrondinformatie over de EBLIDA-campagne en het uitlenen van e-books door bibliotheken. 

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix