Blogs

innovatieagenda (3)

WWW december 2016: Vier opmerkelijke berichten

Het ministerie van OCW heeft op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek gekregen de in het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) verzamelde gegevens van openbare bibliotheken openbaar te maken. OCW is van plan het verzoek in te willigen, maar vroeg de belanghebbenden om hun zienswijze. Dat is de gebruikelijke procedure. In de brief (pdf) wijst OCW op de weigeringsgronden zoals genoemd in de Wob. De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) liet weten juridisch advies te zullen vragen.
Juridisch advies? Ik zou zeggen: meteen instemmen. Er zou nauw verwantschap moeten bestaan tussen de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en de Wob. Beide hebben als belangrijk doel te bevorderen dat er kennis en informatie ter beschikking wordt gesteld.

Ik heb jarenlang ervaring met verzamelen van subsidiegegevens van openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. Steevast was het verzoek van de laagst gesubsidieerden deze gegevens te publiceren, want het zou de gemeente op een goed idee kunnen brengen. Van de hoogst gesubsidieerden kam het verzoek deze gegevens niet te openbaren, want de gemeente zou eens op verkeerde gedachten kunnen komen. Onzin natuurlijk, gemeenten wisselen ook onderling informatie uit.

Er zou een landelijke digitale openbare bibliotheek moeten bestaan, waarop alle gegevens van met publiek geld gefinancierde voorzieningen te vinden zijn en waarop alle in het kader van de Wob verstrekte informatie gepubliceerd wordt.

Verschillen in opgaven
De VOB-site had ook nog een ander opmerkelijk bericht. Het is gebleken dat in opgaves over uitleningen van bibliotheekorganisaties verschillen zitten tussen wat enerzijds aan de Stichting Leenrecht werd doorgegeven en anderzijds aan de Koninklijke Bibliotheek (KB) en in 2014 aan de VOB. Dit bleek uit een enquête in het kader van het onderzoek naar de afdracht van leenrechtgelden.
Zo’n bericht roept natuurlijk de vraag op hoe betrouwbaar gegevens op basis van eigen opgaven zijn. Maar gelukkig is volgens artikel 4 van de Wsob betrouwbaarheid een publieke waarde in het kader van de publieke taak van de openbare bibliotheek.

Innovatiekracht on demand
Een derde opmerkelijk bericht is dat de KB een project “Innovatiekracht on demand” is gestart, met concrete begeleiding van lokale innovatietrajecten. Maar nu had ik uit de door de KB gepubliceerde Innovatieagenda (pdf) en uit artikel 16 van de Wsob begrepen dat het primaat voor innovatie bij de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) ligt. Gaat de KB nu met een boogje om de POI’en heen rechtstreeks innovatiezaken doen met lokale bibliotheken, nog voordat de door POI’en te maken Actieagenda er is? Was het niet logischer geweest creatieve coach Erik Boekesteijn bij de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) te plaatsen in plaats van bij de KB?
Over die Innovatieagenda zelf is ook nog wel wat te zeggen, al was het maar dat de kleur van het omslag niet het openbare-bibliotheek-oranje is. Op pagina 22 wordt ineens gesproken over “het openbare bibliotheekgedeelte van de nationale digitale bibliotheek”. Blijkbaar is (of komt) er ook een niet-openbare-bibliotheek-gedeelte, Maar gaat de KB dat niet-OB-gedeelte ook betalen uit de 21,4 miljoen euro die zij van OCW op haar begroting heeft staan voor stelseltaken en digitale infrastructuur? In het Bibliotheekcharter 2010-2012 waren de digitale bibliotheek en de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) de belangrijkste innovatieonderwerpen. Is het raar de vragen te stellen, voordat je begint met een nieuwe Innovatieagenda, wat het einddoel is en wanneer die twee dingen eindelijk eens klaar zijn?

Kerstboom met kluit
Ik begreep dat ook bij het onderzoek naar één bibliotheeksysteem, die een nauwe relatie zal moeten hebben met de landelijke digitale infrastructuur, de vraag zich voordoet wat OCW (via de KB) zal betalen en wat de gemeenten en provincies (via bibliotheken en POI’en) gaan betalen. Eigenlijk weer het vraagstuk van “de kerstboom met kluit”, waar programmamanager Projectgroep Bibliotheekinnovatie Bart Drenth in 2009 over sprak: OCW betaalt de kluit (de digitale infrastructuur) en de branche betaalt de kerstballen (waar de Agenda voor de toekomst 2009-2012 zo’n 50 tot 55 miljoen euro voor nodig achtte). Maar OCW betaalt na een greep uit het gemeentefonds inmiddels ook de e-content-ballen. Tja, alles hangt met alles samen. Het zou me niet verbazen als er meer grepen in het gemeente- en/of provinciefonds op komst zijn, nu om het ene landelijke bibliotheeksysteem te bevorderen.

VOB sluit zich op
Tot slot een vierde opmerkelijk bericht: geen externe relaties en geen Bibliotheekblad meer bij de ledenvergaderingen van de VOB. Het doet me denken aan de discussies over internet als echokamer. Het lijkt erop dat de VOB de buitenwereld alleen nog kennis wil laten nemen van haar boodschappen via eigen VOB-tweets en gecontroleerde berichten op de eigen site. Ik ben het geheel eens met de open brief die hoofdredacteur Eimer Wieldraaijer hierover publiceerde. 

Meer in de WWW van december 2016.

Read more…

De Pas zonder poespas

Heel, heel lang geleden, in 2012, werd er eens een “Nationale Bibliotheekpas” benoemd als speerpunt voor het openbare bibliotheekwerk. Het stond in de VOB-strategie 2012-2016, de Bibliotheek levert waarde. Maar vandaag de dag geeft niemand meer om dat speerpunt. De klassieke bibliotheek, met haar uitleenfunctie waar een Pas voor nodig is, denkt hard op weg te zijn om in 2020 een brede, maatschappelijk-educatieve, toekomstbestendige bibliotheek te kunnen zijn. Daar passen geen lenerspassen in. Bovendien kan in veel regio’s of provincies binnen eenzelfde automatiseringssysteem al met één Pas in verschillende bibliotheken fysiek geleend worden. En digitaal lenen kan zonder Pas, want daar zijn alleen een gebruikersnaam en wachtwoord voor nodig. Dat geldt ook voor vrijwel alle andere digitale activiteiten.

Eén dapper persoon
Maar is er echt helemaal niemand meer bezig met die Pas? Neen, dat klopt niet, want ergens op het VOB-bureau is er nog één dapper persoon die zich druk maakt om de Nationale Pas. Het is Coen van Hoogdalem, sinds november 2015 “projectdirecteur Nationale Bibliotheekpas”. Op de VOB-site liet hij weten wat hij aan het doen is: In een eenvoudige en platte organisatiestructuur (zonder stuurgroep) zoekt hij van onderaf naar technische oplossingen die relatief eenvoudig en vooral snel te realiseren zijn, via HKA (BicatWise) en Infor (Vubis). De Koninklijke Bibliotheek (KB), die gaat over de landelijke digitale infrastructuur, was er niet blij mee, want de vraag rijst wat nog de meerwaarde is van die landelijke infrastructuur.
Wat Van Hoogdalem nu probeert te bereiken is wat ik drie-en-een-half jaar geleden “de Voilà-pas” noemde: een Pas zonder poespas.

Meer hierover en over veel andere ontwikkelingen in de WWW van mei 2016.

Read more…

21st century skills; WWW maart 2016

“Het doel van de agenda is dat bibliotheken, POI’s, de KB en de lokale, provinciale en landelijke overheden samen vorm gaan geven aan een sterk openbaar bibliotheeknetwerk, dat klaar is voor de toekomst,” zo meldde de Kwink-groep in de uitnodiging voor het bijwonen van een bijeenkomst op 17 februari over de strategische innovatieagenda voor het bibliotheekstelsel. Kwink gaat het concept maken in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek (KB). Zie ook het verslag in de WWW van maart 2016.

Bij de jaarwisseling 1999/2000 waren veel bedrijven en instellingen, ook bibliotheken, nog wat bescheidener: niet klaar voor de hele toekomst, maar slechts voor het nieuwe millennium.
Ik heb daar in het personeelsblad van ProBiblio een column aan gewijd waarin ik beleidsnota’s 2000-2999 signaleerde en een terugblik gaf op het tweede millennium, de periode 1000-1999.
Highlights waren reisjes die we in de perioden 1096-1099, 1147-1149 en 1189-1192 maakten naar Jeruzalem om de cultuur van de Muzelmannen goed te bestuderen (de kruistochten), de uitvinding van de boekdrukkunst in Mainz in 1450, het rampjaar 1672 toen we allemaal radeloos, redeloos en reddeloos waren (maar het later toch weer goed kwam) en natuurlijk de bezettingen door Napoleon B. in 1804 en Adolf H. in 1940.

Nu is dat millenniumgevoel weggeëbd en zijn we nog een factor 10 bescheidener door slechts 100 jaar vooruit te kijken. Zo hoorde ik 17 februari dat we ons niet alleen met ICT-geletterdheid moeten bezig houden, maar die vaardigheid in de bredere context van de “21st century skills” moeten bekijken.
Hmm, welke vaardigheden hebben we tot 2099 allemaal nodig? Kunnen we daar iets verstandigs over zeggen aan de hand van de “20st century skills” die mensen moesten hebben in, laat ik zeggen, 1916, 1956 en 1996?

M’n beide opa’s moesten in 1916 koeien kunnen melken, graan kunnen maaien (“sikkels klinken, sikkels blinken”) en bomen kunnen omzagen. Omdat Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, hoefden ze niet te schieten met de bajonet op het geweer of een gloednieuwe tank kunnen besturen. M’n oma’s moesten goed kunnen koken, sokken stoppen, kleren herstellen, het huishouden op orde houden en meehelpen op het land en bij de koeien.

M’n vader moest in 1956 kunnen timmeren (diverse kastjes en schapjes staan respectievelijk hangen nog in m’n huis), en ook goed kunnen rekenen, want naast timmerman was hij verzekeringsagent. Mijn moeder moest ongeveer hetzelfde kunnen als m’n oma’s, maar werkte niet meer op het land en onder de koeien.

Zelf moest ik in 1996 kunnen (mee)bedenken en opschrijven welke fusiewinst de toen net tot ProBiblio gefuseerde PBC’s NH en ZH zouden behalen en hoe ProBiblio zich verder zou kunnen ontwikkelen. De belastingaangifte kon nog op papier. Het NBLC ging in 1995 “op weg naar 2005”, maar in de strategienota met die naam kwam het woord “internet” niet voor.
Wat moeten we kunnen in 2016, 2056 en 2096? En zijn de “21st century skills” van 2016 ook nog die van 2096?

Drie jaar geleden attendeerde ik erop dat we door de komst van robots misschien niet meer hoeven te werken, althans minder hard en lang, en dus mooi gebruik zouden kunnen maken van de perfecte dienstverlening van de openbare bibliotheek op het gebied van boeken lezen. Jezelf kunnen vermaken met langzaam lezen van mooie boeken lijkt me een belangrijke vaardigheid in de digitale netwerksamenleving, met het internet van de dingen, waarin een robot je belastingzaken bijhoudt. De bibliotheek hoeft dan om te kunnen overleven geen bijkantoor van de Belastingdienst te zijn of andere wanhopige pogingen te doen om maar belangrijk te blijven.

Dat hele internet der dingen gaat er wel van uit dat de stroom nooit uitvalt, niet alles door hackers plat kan komen te liggen of door andere crises getroffen kan worden. Edwin Mijnsbergen attendeerde op een site Survivor Library die boeken in pdf aanbiedt (wel meteen printen dus) met oude vaardigheden als jagen, zelf een huis bouwen, een noodverband aanleggen en giftige van eetbare paddenstoelen onderscheiden. Vaardigheden die je nodig hebt als de ICT het laat afweten. En op de site van een Stichting Beroepseer, die wil dat het vakmanschap van professionals in ere wordt hersteld en er een renaissance van beroepseer en beroepstrots komt, kwam ik een lijst van 19e- eeuwse vaardigheden tegen die je heel goed kunt gebruiken in de 21ste eeuw. 
Zo, in deze WWW een terugblik op februari 2016 en nu eerst maar eens zien hoe de (bibliotheek)wereld er in maart uit komt te zien.

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix