Blogs

innovatie (31)

Een nieuwe horizon?

Al sinds de professionalisering van de openbare bibliotheek heeft de overheid een flinke vinger in de pap gehad bij de bekostigen van de organisaties. Hoewel de openbare bibliotheken een gedecentraliseerde sector is streeft de rijksoverheid sinds het doorzetten van de digitalisering naar centralisatie. Een brede informatievoorziening heeft nooit hoog op de politieke agenda gestaan. En dus is er ook nooit nagedacht over de rol die de openbare bibliotheek daarin zou kunnen spelen.

Waren bibliotheken eind jaren zeventig nog verankerd in een eigen bibliotheekwet, tijdens de bezuinigingen van eind jaren tachtig werd de openbare bibliotheek ondergebracht in de welzijnswet waarbij de verantwoordelijkheid kwam te liggen bij gemeenten en provincies. Het laatste kabinet Lubbers (CDA/PVDA) laat de openbare bibliotheek verdwijnen in de wet op het specifieke cultuurbeleid waar de bibliotheek tot op de dag van vandaag nog onder valt (tot 31 december 2014). De bibliotheek is ondertussen verworden tot een culturele instelling.

Marktwerking
Met de komst van het Kabinet Kok 1 in 1994 (in de volksmond Paars 1) komt ook het idee van marktwerking binnen de non-profit sector in zwang. Ook in de bibliotheek moet men mee in deze nieuwe zakelijkheid. Waar het voor die tijd nog veelal ging over volksverheffing op het gebied van informatie, educatie en leesbevordering, werd de bibliotheek midden jaren negentig steeds meer afgerekend op uitleencijfers (het gemiddelde van uitgeleende boeken). Informatie en educatie verdwenen naar de achtergrond.
Begin 2000 heeft de overheid getracht de openbare bibliotheek te vernieuwen. Dit traject mislukte omdat men zich bezig ging houden met de vorm, schaalvergroting en kostenreductie. Vernieuwing van de inhoud in een nieuwe tijd vond niet plaats en dat terwijl de informatiesamenleving dan al op gang is gekomen. De 2.0 beweging draait op volle toeren.

Stilte
Op het binnenhof blijft het oorverdovend stil. Hoewel nieuwe digitale ontwikkelingen zich in een hoog tempo opvolgen blijft een brede visie op nieuwe maatschappelijke meerwaarden uit. En als er al beleid is rond de informatiesamenleving dan is deze versnipperd over een groot aantal departementen. Ook voor de openbare bibliotheek volgt geen nieuw beleid. Zij blijven zich voor een groot deel bezighouden met het uitlenen van boeken. Digitale middelen worden alleen ingezet om te besparen op de dienstverlening of om de klant meer gebruikersgemakken te geven. Zo kan men vanuit huis boeken reserveren, verlengen en de catalogus bekijken. Daarnaast zet de lokale bibliotheek in op de studie en de ontmoetingsfunctie.
De bibliotheken vieren de literatuur en laten de digitale samenleving links liggen. Er is geen visie over de rol van de bibliotheek in de digitale samenleving. En zolang er nog mensen zijn die boeken komen lenen heeft de bibliotheek bestaansrecht.
Het vinden en zoeken van informatie laat men over aan commerciële partijen. Google lijkt synoniem geworden voor zoeken en vinden. En een betrouwbare informatievoorziening lijkt verder weg dan ooit.

Door bezuinigingen lijkt de bibliotheek rond 2013 dan toch op de landelijke politieke agenda te komen. Men zet een nieuwe bibliotheekwet in de steigers en geeft landelijke bibliotheekorganisaties de opdracht digitale producten te ontwikkelen die voortborduren op de dienstverlening die lokale bibliotheken aanbieden. Vele miljoenen euro's worden gestoken in een landelijke boekencatalogus en in een platform voor e-books. Ondertussen bezuinigen lokale overheden noodgedwongen op hun bibliotheken en halen commerciële spelers de bibliotheek in. Vele soorten diensten worden aangeboden om e-books aan te kopen, te lezen of te verhandelen. Vaak is de collectie en de prijs van zodanige kwaliteit dat de vraag komt opborrelen of het platform van de bibliotheken niet gaat uitdraaien op het zoveelste mislukte ICT-project van de rijksoverheid.

Participeren
Niet alle taken blijven bij de rijksoverheid. Door het omvormen van het nationale zorgstelsel en de invoering van de participatie maatschappij komen sociale taken die het rijk tot op heden zelf uitvoert bij lagere overheden te liggen. Ondertussen verwacht men van de burgers dat ze meer zelfregie en verantwoordelijkheid gaan nemen. Maar over de impact op het dagelijkse leven van kwetsbare groepen binnen de samenleving en hoe zij aan betrouwbare informatie kunnen komen binnen het Google geweld, daar staan zowel de overheid als de bibliotheeksector niet bij stil. Terwijl hier juiste meer publieke meerwaarde voor de openbare bibliotheken te vinden is. Nergens binnen het publieke domein is een onafhankelijke betrouwbare informatie leverancier te vinden.

In een veranderende wereld kunnen bibliotheken niet alleen blijven draaien om het uitlenen van boeken. Ook op de ontmoetingsfunctie heeft de bibliotheek geen alleenrecht. Landelijke bibliotheekorganisaties blijven zich bezighouden met digitale producten voor algemeen gebruik. Ondertussen hebben we de 2.0 samenleving achter ons gelaten en een nieuw type samenleving heeft zich aangediend. Een waarin het individu voorop komt te staan en vele verbindingen en dwarsverbanden kunnen ontstaan.
Een belangrijke rol is weggelegd voor een speler die deze verbindingen of dwarsverbanden lokaal kan faciliteren, betrouwbare lokale informatie beschikbaar kan stellen aan groepen die hier zelf niet toe in staat zijn, of ontmoetingen faciliteren voor digitale of fysieke community's.

De openbare bibliotheek is uitermate geschikt om deze rol op zich te nemen en is al jaren diepgeworteld in de lokale samenleving.  Zij kunnen zich, als ze zich niet langer exclusief blijven bezig houden met het uitlenen van boeken, ontwikkelen tot de informatiehubs van de toekomst. Maar dan moet men nu wel met de toekomst bezig zijn anders is het te laat.

Read more…

Van augustus tot half oktober werkte ik in opdracht van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) aan het actualiseren van een rapport van 2013: de Inventarisatie Innovatie Openbaar Bibliotheekwerk. Dat rapport staat nu online, met een toelichting van het SIOB erbij.

Het was een mooie opdracht, die het instituut me -net als vorig jaar- vrijwel geheel naar eigen inzicht liet uitvoeren. Heerlijk vind ik dat. De werkvrijheid betekende echter niet dat de opdracht zo eenvoudig was als ik op voorhand had ingeschat. Waar ik verwachtte er minder werk aan te hebben dan in 2013 werd het juist méér werk, ondanks de prettige samenwerking met Johan Stapel en Adeline van den Berg. Hoe dat kwam? Er waren deze keer meer respondenten en omdat de innovatieraad dit jaar daadwerkelijk aan de slag gaat met het geheel, waren er ook meer factoren die een rol speelden bij het verwerken van alle input.

Uiteindelijk werd het een document met een longlist die die naam met recht draagt. Of alle projecten ook echt innovatief zijn laat ik in het midden. Mijn taak beperkte zich in dezen tot het inventariseren als zodanig. Ik heb natuurlijk wel een mening. Dit gaat tenslotte toch over een thema waar ik al jaren over schrijf. Maar die mening volgt later. Jan van Deursen heeft me via Skype geïnterviewd over het project, voor een publicatie van SIOB die tijdens het Nationaal Bibliotheekcongres in december gepresenteerd zal worden. Hij heeft het wel pittig neergezet, maar al met al kan ik me goed vinden in zijn weergave van ons gesprek. Afgelopen maandag had ik een afspraak met de vormgever en fotograaf, Thomas P Sciarone en Pim Top. Twee mooie kerels uit Rotterdam waar het meteen mee klikte toen ze aan mijn cd-kast zagen dat ik ook wel van rafeldingetjes houd. Dat komt wel goed, met die publicatie.

En over het rapport zelf dan? Dat moet je zelf maar beoordelen. Het is vooral een opsomming met een toelichting. Er is maar een echte, persoonlijke conclusie, en die heeft alles te maken met de invloed van bezuinigingen. Want één ding is zeker: er wordt op dit moment ontzettend veel verder naar de filistijnen geholpen, ook innovatie. Het is triest, maar het is waar.

Vorig jaar viel op dat er vrijwel alleen –grotendeels uitgewerkte- projecten werden ingezonden en nauwelijks ideeën of  ontwerpen. Voor de geactualiseerde innovatie werden ook 4 projecten ingezonden door groepjes individuen, die zijn voortgekomen uit de 2 zogenoemde innovatiedoedagen  (georganiseerd in het kader van de Innovatieagenda). Het is niet alleen interessant om te constateren dat die dagen blijkbaar concrete ‘projectvruchten’ afwerpen; het is ook mooi om te zien dat die vruchten zijn bedacht en worden gedragen door mensen uit zeer uiteenlopende organisaties. Dat ‘werken over de grenzen van het eigen instituut’ zie je bij de geregistreerde projecten van bibliotheekorganisaties slechts in beperkte mate.

Wat in de inventarisatie niet goed tot uitdrukking komt, maar zeker niet onvermeld mag blijven, is dat uit de interviews en mailwisselingen met verschillende sleutelfiguren uit de bibliotheekbranche een verontrustend beeld naar voren komt over de invloed van de bezuinigingen op de innovatie in het openbaar bibliotheekwerk. Projecten die lopen kunnen weliswaar worden voortgezet maar het werd ook duidelijk dat veel projecten zijn toevertrouwd aan (te kleine) teams, die vaak meerdere projecten tegelijk moeten trekken. Zo nu en dan wordt zelfs expliciet bedankt voor nieuwe projecten –zelfs als daar een subsidie tegenover staat- omdat bezuinigingen de inzet van bestaande medewerkers, of het werven van nieuwe, onmogelijk maken. Deze uitingen wekken de indruk dat innovatie in het openbaar bibliotheekwerk vaak kwetsbaar is. Hoe kwetsbaar precies zou nader onderzocht moeten worden, maar het lijkt niet te voorbarig om te stellen dat krachtenbundeling binnen innovatie meer dan ooit noodzakelijk is. 

Gerelateerd:

De actualisering van de Inventarisatie Innovatie Openbaar Bibliotheekwerk SIOB

Afbeelding: Colossal op Tumblr

Read more…

WWW september 2014

De WWW van september 2014 is verschenen.

Kiezen lezers straks voor 0,30 euro per e-book voorgeselecteerde e-books van Elly of toch maar liever voor € 1,11 per e-book door uitgevers beschikbaar gestelde e-books via het e-bookplatform van Bibliotheek.nl?

Of mag je deze vergelijking helemaal niet maken?

Meer hierover en over de innovatieraad, de Lyon Declaration en de kracht van verhalen in deze WWW.

Ook een samenvatting van Bibliotheek 7.7

Read more…

Ik kondigde het onlangs al aan: voor het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken werk ik aan de actualisering van Inventarisatie Innovatie Openbaar Bibliotheekwerk, van september vorig jaar. Ik richt me daarbij vooral op de projecten die ik in augustus 2013 in kaart bracht, als momentopname, maar als er sprake is van belangrijke of interessante projecten waar de innovatieraad en SIOB ook mee aan de slag zouden kunnen of moeten: dan hoor ik het graag. Schroom dan niet om contact met mij op te nemen. Ik zorg dan dat je een document krijgt aangeleverd waarin je volgens een vast format het project kunt opgeven. Hieronder de tekst van de mail die ik stuurde aan de contactpersonen van 2013:

Dag allemaal,

Precies een jaar geleden waren jullie mijn contactpersoon voor de inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk voor het SIOB. Het sectorinstituut heeft mij nu gevraagd de inventarisatie te actualiseren, opdat de opgerichte innovatieraad (zie https://www.biebtobieb.nl/groepen/innovatieraad) er daadwerkelijk mee aan de slag kan. Een belangrijk verschil met vorig jaar is dat SIOB op basis van de adviezen van de raad ook zal overgaan tot ondersteuning.

In de bijlagen vind je de inventarisatie van vorig jaar en een factsheet van de actualisering van nu. Daarnaast nog een notitie bij het driesporenbeleid van SIOB in dezen.

Voor de mensen die werkzaam zijn bij een PSO is het van belang om te weten dat ik op verzoek van Frans Hoving van SPN ook al een mail heb gestuurd naar de directies van de PSO's, waarin ik heb gevraagd om de gegevens van de juiste contactpersonen. Stem het dus wel even af met je directeur, als dat relevant is.

Mijn verzoek aan jullie allemaal is een contactmoment in de maand augustus. Dat kan per mail, telefonisch of via Skype of Google Hangouts. Wat ik graag wil weten is wat de stand van zaken is rondom de geïnventariseerde projecten van zaken en of er belangrijke wijzigingen zijn, of aanvullingen. Als er nieuwe projecten spelen die jullie relevant vinden voor de innovatieraad, dan kunnen we die toevoegen volgens het format van afgelopen jaar.

Ik verneem graag van je wanneer en hoe er contact kan zijn hierover. Het is wederom kort dag (we moeten de inventarisatie uiterlijk begin september uitwerken) en midden in de vakantieperiode, maar ik hoop desondanks van iedereen feedback te zullen krijgen.

Alvast reuze bedankt!

Read more…

Het thema 'innovatie in de informatiesector' is nu al bijna tien jaar een van de rode draden in mijn werk, maar als ik terugblik op het eerste halfjaar van 2014 constateer ik dat ik er in die periode relatief weinig over schreef. Het bleef uiteraard op mijn pad komen tijdens mijn redactiewerk voor InformatieProfessional, maar mijn focus lag toch vooral op lokale projecten. Daar lijkt in het tweede halfjaar verandering in te komen. Het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) vroeg me onlangs of ik er voor voel om het rapport Inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk te actualiseren. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Ik ga er de komende twee maanden met plezier mee aan de slag.

Veel eerder al, in november 2013, benaderde Huub van Dommelen me met de vraag of ik wilde meedenken over een nieuwe innovatieprijs voor de informatiesector en aansluitend plaats wil nemen in de jury. Ook daar ging ik graag op in, al maakte ik wel het voorbehoud dat ik alleen bijdragen wil leveren 'op afstand'. Digitaal dus. Dat was geen probleem.

Inmiddels heeft Huub het concept helemaal uitgewerkt en het mag gezegd worden: hij heeft er iets veelbelovends van gemaakt. De prijs heet de IVI Awards en zal worden uitgereikt op het KNVI-congres op 18 november. Ik citeer van de website:

De IVI Award is een nieuwe prijs die ieder jaar wordt uitgereikt aan de bibliotheek, mediatheek, archief of soortgelijke organisatie in Nederland die het meest innovatieve product, concept of innovatieve dienst voor het publiek heeft ontwikkeld. IVI staat voor Innovatie voor Informatie.
[...]
De winnaar van de IVI Award ontvangt alle aandacht tijdens de prijsuitreiking op het KNVI-congres op 18 november 2014 en in de (vak) media. De organisatie die de IVI Award wint, ontvangt 12.500 euro aan innovatiesupport van de partners die de IVI Award mogelijk maken.  

De hoogste tijd dus om je concept, product of dienst te nomineren! Je kunt uiteraard ook het werk van iemand anders voordragen. Wij van de jury wachten de inzendingen met belangstelling af!

Afbeelding: De kermiskraam van de actiehandelaars, 1720: RijksStudio

Read more…

Jaarlijks looft het Victorine van Schaickfonds | KNVI de Victorine van Schaick Prijzen uit. De prijzen zijn bedoeld om publicaties en vernieuwing in het informatievak te stimuleren.

Je maakt kans op een van deze prijzen als je recent een bijdrage hebt geleverd aan de innovatie van het informatievak in de ruimste zin van het woord. Dat kan een artikel, presentatie, website, blog of andere publicatie zijn, maar ook een bijzonder en vernieuwend initiatief. Je bent erin geslaagd aan het vak van informatieprofessional nieuwe vorm, betekenis of inhoud te geven. En dan gaat het niet alleen om academische maar juist ook om tastbare, misschien wel alledaagse resultaten. Een studie naar de rol van de informatieprofessional in 2040, het ontwikkelen van een app voor optimale kennisuitwisseling, of bijvoorbeeld ontwikkelingen rondom open access, linked (open) data, sociale media en innovaties voor specifieke doelgroepen zoals kinderen, leesgehandicapten of ouderen.

Zie om een indruk te krijgen ook bijgaand filmpje met de prijswinnaars van vorig jaar: https://www.youtube.com/watch?v=uTkQqCtLjos

Drie prijzen

Er zijn drie prijzen beschikbaar:

  • de Victorine van Schaick Prijs (€ 2000,- en de Victorine van Schaick Penning)
  • de BibliotheekInitiatiefPrijs (€ 1500,-)
  • de Scriptieprijs (€ 1000,-).

Inzendingen en inlichtingen

De jury nodigt iedereen uit om vernieuwende initiatieven of publicaties in te zenden vóór 15 september 2014. De jury wordt gevormd door het bestuur van het Victorine van Schaickfonds | KNVI.

Je inzending moet wel na 31 december 2012 geschreven of ontwikkeld zijn. Voor bachelor scripties, master theses of proefschriften geldt dat deze na 31 december 2012 verdedigd moeten zijn.

De bijdragen kunnen in digitale vorm en/of via een link, voorzien van een kort cv van auteur of maker gemaild worden naar Martina.Borghmans@kb.nl. Ook voor nadere inlichtingen over de prijzen kun je op dit emailadres terecht.

Martina Borghmans
Coördinator Victorine van Schaickfonds | KNVI


Over het Victorine van Schaick Fonds | KNVI

Het Fonds werd in 1977 opgericht ter herinnering aan Victorine van Schaick (1917-1976). Zij was vanaf 1941 werkzaam in verschillende bibliotheken, waaronder de Bibliotheek van het Koninklijk Huisarchief en de Openbare Bibliotheek Amsterdam. In 1972 volgde haar aanstelling aan de bibliotheekopleiding te Den Haag, de toenmalige Dr. P.A. Tiele Academie, waar ze als docent vele studenten enthousiast maakte voor een loopbaan in het bibliotheek- en informatievak. Na haar overlijden stelde de familie een bedrag uit de nalatenschap beschikbaar om het vak te blijven stimuleren, en zo de herinnering aan Victorine levend te houden. Sinds 2005 werkt het Victorine van Schaick Fonds nauw samen met de KNVI, de Nederlandse beroepsvereniging voor professionals in het informatievak, om zo de zichtbaarheid binnen en buiten de bibliotheek- en informatiewereld te vergroten, de band met de beroepsbeoefenaars nauwer aan te halen en het delen en verspreiden van professionele kennis te bevorderen.


Bestuur Victorine van Schaick Fonds | KNVI

Het bestuur van het Fonds bestaat uit: dhr. prof.dr. F.J.M. Huysmans (voorzitter), mw. mr. M.M. Kok (secretaris), dhr. dr. P.J. Moree (penningmeester), dhr. M. Deckers, mw. A.C.M. Dirkx, mw. W.J. van der Kwaak, dhr. M.G. Wesseling, mw. H. Winters MBA.

Foto editie 2012: Website KNVI.

Read more…

Idee: coöperatieve bibliotheek.

Vol verwondering kijk ik naar mensen die bezig zijn met Fab labs. Niet alleen om het fröbelen met 3-D printers en allerlei ander fantastisch gereedschap. Concepten bedenken en meteen uitvoeren. Zonder nog producenten en of grote geldschieters te overtuigen.Maar juist ook over het ontstaan van Fab labs zonder tussenkomst van bestaande instituten. Vaak juist door mensen die in een coöperatie met elkaar aan de slag zijn gegaan. Ideeën uitwisselen waar iedereen iets aan kan hebben.

Nu net dat coöperatie denken is iets wat mij heel interessant lijkt voor bibliotheken. Heden en toekomst vragen van de samenleving om anders na te gaan denken over bestaande organisaties. Mijn vorige blog droeg de titel; “Wij zijn de samenleving”, helaas zijn wij dit niet genoeg. Ook bibliotheekorganisaties zijn nog heel erg hiërarchische opgebouwd, met vele boven- en tussenlagen. Maar het doel, het ondersteunen van de samenleving bij een leven lang leren, het ondersteunen van groepen met een minder niveau en andere maatschappelijke problemen vraagt mijn inziens om een andere organisatiestructuur in openbare organisaties zoals een bibliotheek.

Als we dan toch de openbare bibliotheek opnieuw aan het uitvinden zijn waarom vergeten we dan steeds ons zelf. We kunnen de jasjes, het gebouw en de inhoud wel veranderen maar als de organisatie op dezelfde oude wijze blijft bestaan zal er heel snel een nieuwe stilstand plaats vinden.
Als iedereen het zelfde doel nastreeft, een zelfde passionele inzet heeft en plezier in het werk dan komen er ook veel mooiere en leukere ideeën bovendrijven. Hiervan zal niet alleen de bibliotheek maar ook de samenleving  profiteren, en het is toch de samenleving voor wie we het allemaal doen.

Misschien moeten we bestaande organisaties ontbinden en de spelregels opnieuw uitvinden, in mijn ogen is juist dat innovatief bezig zijn!

Read more…

Zoeken zonder grenzen:

"Spatial Googling" is a concept that allows urban typologies, composed of objects, to break from their boundaries of defined space and become embedded in the urban fabric to enhance the individual search of those objects. The act of searching for specific objects has gone from a physical search through eye contact to a now virtual search through the internet using websites such as Google. In both cases, we are in constant search for the object itself. however, Spatial Googling combines the two by being able to input a search query on a smartphone, and as one maneuvers through the city, the object alerts the individual. This concept uses RFID technology and smartphone devices as a strategy for creating an ambient urban computing ecology.
Bron:  edtechmagazine.com

Read more…

 

Het rapport Inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk staat sinds deze week op de site van SIOB. Op 'Mijns Inziens' een persoonlijke noot bij het rapport.

De PDF:

Inventarisatie-innovatie-openbaar-biblitheekwerk-2013%20Definitief%20Document.PDF

Read more…

Project Glass is een project van Google waarin nagedacht wordt over de toekomst van technologie en hoe dit een rol kan spelen in ons dagelijkse leven. Voor dit project is een kort filmpje gemaakt waarin getoond wordt hoe je bril (of contactlenzen) in de toekomst de rol van het scherm van je tablet of smartphone kunnen overnemen en hoe spraakherkenning het toetsenbord en touchscreen overbodig maakt. 

Een inspirerend filmpje waarin ook een mooi voorbeeld terug komt over hoe er in een boekenwinkel genavigeerd kan worden. Een vraag en wens die ik regelmatig bij verschillende bibliotheken zie terug komen. 

Het mooie van dit filmpje is dat alle mogelijkheden die in het filmpje naar voren komen eigenlijk al bestaan en mogelijk zijn (google maps, routeplanning, videoconferencing, e-mail, agenda etc). Alleen de interface en de wijze waarop ze gepresenteerd worden ziet er anders uit als wij gewend zijn. 

Als wij een dergelijk filmpje voor de bibliotheek zouden maken, welke functionaliteiten zouden wij dan laten zien?

Read more…

1 2 3 4 komt er nog wat van?

Wetende dat een catalogus-leverancier een Joomla website gaat maken voor een bibliotheek zie ik, met de ervaring die ik heb, dat we dan (hoogstwaarschijnlijk) niet mogen verwachten dat er componenten, modules en plugins zullen worden vrijgegeven waardoor andere bibliotheken (die ook gebruik maken van joomla) hun catalogus (ook) aantrekkelijker kunnen maken voor hun leden en bezoekers.. althans; niet zonder eerst met geld over de brug te komen..

Waarom vragen de leveranciers, pso's geld per bibliotheek voor bvb componenten, widgets, plugins, modules, nieuwsbriefontwerpen, etc, om een catalogus gebruiksvriendelijk aan leden en bezoekers voor te kunnen leggen? Het is dan toch al ontwikkeld? Vraag terecht geld voor meerwerk, maar lever dan voor het geld dat er toch al voor was vrijgemaakt in ieder geval een goed werkend product en/of ontwerp af. Helemaal die producten en ontwerpen (zoals de nieuwe huisstijl) waarvan wij toch allemaal willen dat alle bibliotheken die inzetten.

Zoals het er nu naar uit ziet willen de leveranciers en pso's helemaal niet dat bibliotheken mee gaan met de tijd en al helemaal niet dat 'wie dan ook' iets kan vinden in een catalogus zonder eerst een cursus te hebben gevolgd en da's verdomde jammer en klaarblijkelijk ook frustrerend.. :)

Mijn logica dicteert dat de pso's en bibliotheek.nl met het budget dat ze al hebben best wel wat leuke dingen kunnen maken en die vrij kunnen geven aan bibliotheken om in te zetten en dan vraag ik mij meteen ook af; willen de leveranciers niet dat wij gebruik blijven maken van hun product? Hebben we hier echt te maken met een monopolie en/of een kartel?

Dus hierbij de hoofdvraag; Waar blijven de api's???

Al met al jammer, of toch niet en krijg ik hier straks allemaal commentaren die het tegendeel gaan bewijzen? 

Heel graag! :)

En dan nog iets..

Hoe kan het toch zijn dat ik nog geen enkele catalogus bij een Nederlandse bibliotheek ben tegengekomen die gebruiksvriendelijk is en schaamteloos kan worden gepromoot?

Waarom krijg ik geen suggesties (zoals bij Google) als ik per ongeluk 'truks fruit' opvraag.. "Bedoelde u Turks fruit?"

Dit was even een rondje ventileren op eigen titel :)

Zo #datluchtteop :)

Read more…

Het innovatiehuis (Idee voor de bibliotheek)

Het innovatiehuis in 's-Hertogenbosch is een huis van het beroepsonderwijs. In het concept van het innovatiehuis zitten ingrediënten die ook voor een bibliotheek zouden kunnen werken. Laat mij een aantal van die ingrediënten van dat concept uit lichten.

Het innovatiehuis is onder andere het kantoor van de organiserende organisatie die als ondertitel gebruiken: we maken 't verschil door op onorthodoxe wijze activiteiten te organiseren. Als bezoeker kom je vanzelf een keer de organisatoren tegen bijvoorbeeld in de huiskamer. Dan denk ik meteen hoe zit dat bij mijn Bibliotheek, kom ik de directie ooit tegen in bibliotheek zelf op een informele manier ...(ontmoetingskans).

Blog van: Addy de Zeeuw (Concept en procesfacilitatie, het Innovatiehuis)
Lees verder via bibliofuture.nl  

Read more…
Ik heb het nog wel eens over innovatie binnen de bibliotheek en hoe belangrijk samenwerken hierbij is. Natuurlijk werken bibliotheken op verschillende gebieden (zoals b.v. bij het IBL verkeer) al samen, maar hier is voor bibliotheken nog zeker wel een hoop winst te behalen.

Op het weblog van Patrick Beeker kwam ik de volgende TED presentatie van Matt Ridley tegen waarin het nut en de noodzaak van samenwerken in relatie met innovatie nog een keer heel duidelijk wordt uitgelegd. In deze presentatie wordt namelijk uitgelegd dat het helemaal niet belangrijk is hoe slim een individu of een individuele organisatie is, maar hoe slim het collectief is.





Als we dit doortrekken naar de bibliotheekwereld, dan is het duidelijk dat bibliotheken veel meer moeten samenwerken en moeten delen om daadwerkelijk te kunnen innoveren. Je zou jezelf dan ook de vraag kunnen stellen of onze huidige werkwijze dit proces wel voldoende ondersteunen of juist tegenwerken.

Een verkiezing van de beste bibliotheek van Nederland heeft natuurlijk niets met samenwerken te maken, maar beoordeeld een bibliotheek op zijn individuele prestaties. Word bij het kiezen van de beste bibliotheek van Nederland wel voldoende rekening gehouden met de mate waarin bibliotheken samenwerken of kennis en ervaringen met elkaar delen?
Ook het certificatiesysteem zou hier zowel een positief als negatief effect op kunnen hebben. Worden samenwerken, delen en ontwikkeling van de bibliotheek nu meegenomen tijdens certificatie-trajecten of kijken we alleen naar de minimumeisen waaraan een bibliotheek zou moeten voldoen?

Natuurlijk voegen de verschillende andere structuren, activiteiten en procedures die wij door de jaren heen ontwikkeld hebben (zoals b.v. de verkiezing van de beste bibliotheek van Nederland en het certificatiesysteem) zeker iets toe het bibliotheekwerk. Maar misschien dat wij wel iets vaker mogen kijken of deze wel voldoende rekening houden met de noodzaak van samenwerken en delen.

Hoe denken jullie hierover? Moeten wij als bibliotheek meer gaan samenwerken en delen? Zitten er beperkingen aan wat we moeten delen en waarin we samen moeten werken? En als we meer zouden gaan samenwerken en zouden gaan delen, waar is jou bibliotheek of organisatie dan erg goed in en wat zou jij graag met andere bibliotheken willen delen?
Read more…
Wat als gemeente, provincies en het rijk de bibliotheek geen toegevoegde waarde meer vinden hebben voor de maatschappij en de financiering stop zetten?
Wat als het papieren boek verdrongen wordt door het e-book?
Wat als Bol.com en boekhandels boeken gaan uitlenen en hier goedkoper en beter in zijn dan de bilbliotheken?
Wat als klanten massaal weg lopen bij de bibliotheek? Hun lidmaatschap opzeggen en geen materialen meer lenen?
Wat als de leveranciers van Bivat, Vubis, de Aquabrowser, Picarta, het GGC, WINIBW e.d. failiet gaan?

Allemaal worst case scenario's voor de bibliotheek die eigenlijk ondenkbaar zijn en waar wij als sector niet snel op kunnen reageren, mochten deze werkelijkheid worden. Naast deze lijst zijn er waarschijnlijk nog veel meer verschillende scenario's te bedenken die nog ongeloofwaardiger en nog onvoorspelbaarder zijn.
Scenario's die wij als sector niet kunnen of willen zien. Omdat wij teveel binnen onze eigen vaste kaders denken of angstig zijn voor de gevolgen van deze scenario's.

Via een bericht op het weblog van Wilfred Rubens werd ik geattendeerd op het artikel "It's the one you don't see that'll kill you" van het weblog Blogging Innovation. In dit artikel wordt uitgelegd dat veel organisaties vaak geen rekening houden met de meest negatieve scenario's omdat deze hen beangstigen of omdat men deze gewoon niet ziet.

Als oplossing voor dit probleem wordt gesteld dat iedere organisatie buitenstaanders nodig heeft die met een open en kritische houding naar een bedrijf kijken. Buitenstaanders die de huidige standaard werkwijzen ter discussie durven stellen. Een heel mooie werkwijze die zoals ik in mijn inleiding al stelde ook wel interessant is voor de bibliotheekwereld.

Zelf vraag ik me alleen wel af of wij als sector wel open zullen staan voor alle ideeën en opmerkingen die buitenstaanders. En als wij hiervoor open staan, zijn wij als sector dan bereid om hier actie op te ondernemen? Het signaleren is natuurlijk een, het onderkennen twee, maar het daadwerkelijk actie ondernemen...

Hoe denken jullie hier over? Welke onvoorstelbare bedreigingen zien jullie of hebben jullie van buitenstaanders gehoord? Welke bedreigingen hebben jullie onderkend en welke oplossingen hebben jullie hiervoor bedacht? Staan wij als sector voldoende open voor de input van buitenstaanders en hebben wij voldoende zicht op de verschillende scenario's?
Read more…

Maar dan ben ik mijn baan kwijt...

Bij voorstellen om processen te automatiseren willen mensen nog wel eens de volgende opmerking plaatsen. "Maar dan ben ik mijn baan kwijt..." En hoewel het natuurlijk wel zo is dat automatisering vaak als excuus wordt gebruikt om bezuinigingen door te voeren vind ik het toch wel vreemd om dergelijke opmerkingen te horen. Want als jou werk in zijn geheel overgenomen kan worden door een automatisch systeem, wat is dan jou toegevoegde waarde al die jaren geweest? Zelf denk ik dat je alles wat je kunt automatiseren, moet automatiseren en de medewerkers die hierdoor vrij komen, zou moeten inzetten om nieuwe diensten te ontwikkelen en bestaande diensten te verbeteren. Dit is volgens mij de enige manier waarop je door te automatiseren ook echt kunt innoveren. Ondanks dat ik er zo over denk voel ik na het lezen van de laatste Geek And Poke ook wel de hete adem in mijn nek...

Read more…
Als bibliotheek zijn wij natuurlijk niet de enige sector waarbinnen met aan het worstelen is met de vraag hoe wij moeten omgaat met de laatste web 2.0 ontwikkelingen en de grote hoeveelheid aan web 2.0 toepassingen. Ook andere sectoren zoals bijvoorbeeld de politie, de zorg en de overheid spelen met deze vraag. Het is voor de bibliotheek natuurlijk erg interessant om de ontwikkelingen binnen deze sectoren te volgen. En een mooie kans om opgedane kennis met elkaar uit te wisselen. Om eens te kijken wat voor mooie dingen er binnen de overheid allemaal gebeuren ben ik afgelopen donderdag op bezoek geweest bij de open koffie van het Ambtenaar 2.0 netwerk in Den Bosch. Wat is een Open Koffie Een open koffie in een informele bijeenkomst waarbij deelnemers onder het genot van een kopje koffie (of een drankje) kunnen netwerken en discussiëren over diverse onderwerpen. Ook kan er voor een open koffie een spreker uitgenodigd worden om over een bepaald onderwerk een presentatie te geven. Een tijdje geleden heeft Anne-Marie al een heel duidelijke uitleg van het concept open koffie op bibliotheek 2.0 geschreven. Vanuit het netwerk van Ambtenaar 2.0 worden er al een tijdje verschillende Open Koffie's georganiseerd in Den Haag. Omdat het lastig is om vanuit Brabant iedere Open Koffie in Den Haag bij te wonen heeft Monique Roosen (Strategic Innovation Consultant bij de Provincie Noord-Brabant) het idee opgepakt om ook in de provincie Noord-Brabant speciale Open Koffie's te organiseren. De open koffie welke ik heb mogen bijwonen was de tweede en had het thema "innovatie 2.0". Innovatie 2.0 en crowdsourcing bij het Ministerie van Economische Zaken De Open Koffie werd begonnen met een presentatie van Linda van Duivenbode (projectleider Innovatie 2.0 van het Ministerie van Economische Zaken). In een duidelijk presentatie vertelde Linda over het project "Innovatie 2.0" waarbij het Ministerie van Economische Zaken experimenteert met de mogelijkheden van internet om beleidsontwikkeling te ondersteunen. Aanleiding van het project Het project "Innovatie 2.0" is gestart kort na de jaarlijkse Innovation Lecture die door het Ministerie van Economische Zaken wordt georganiseerd. Tijdens dit evenement deed Minister van der Hoeven na een presentatie over co-creatie en crowdsourcing dat het Ministerie van Economische Zaken hier ook mee aan de slag moest. Een aantal ambtenaren die enthousiaste web 2.0 gebruikers waren speelde hier op in en schreven samen een voorstel voor de Minister en mochten uiteindelijk met het project starten. De belangrijkste reden dat dit voorstel aangenomen is was natuurlijk omdat het een antwoord was op een opdracht die de minister haar ministerie had gegeven. Maar naast de opdracht van de minister waren er volgens Linda nog twee belangrijke zaken die de acceptatie van het voorstel zeker hebben bevorderd:
  1. Het voorstel zo geschreven was dat er vanuit het ministerie geen extra geld voor vrij gemaakt hoefde te worden. Het project zou zonder budget uitgevoerd worden met de middelen die er reeds voor handen waren. Doordat er geen budget aanvraag gedaan hoefde te worden kon dit project sneller goedgekeurd worden dan voorstellen waarvoor wel een speciaal budget nodig was. De tweede was
  2. Het voorstel is nadat het geschreven is nog een keer kritisch bekeken en vertaald naar de beleidstaal zoals deze binnen het ministerie gebruikt werd. Termen als co-creatie en crowdsourcing klinken namelijk heel erg mooi, maar zeggen veel beleidsambtenaren niets.
Doel Het uiteindelijke voorstel dat door het ministerie aangenomen is had de volgende doelen:
  1. Het project moest een inhoudelijke bijdrage leveren aan de beleidsvorming van het ministerie
  2. Het project moest het ministerie leren hoe web 2.0 middelen ingezet kunnen worden bij beleidsvorming
Aanpak - Het platform Omdat Ambtenaren officieel geen direct contact mogen hebben met 2de Kamerleden en journalisten was het noodzakelijk om voor het project gebruik te maken van een omgeving die de mogelijkheid had om afgeschermd te worden. De sociale netwerksite Linked-In bleek hier een heel erg geschikt platform voor te zijn. Binnen Linked-In bestaat namelijk de mogelijkheid om afgeschermde groepen te maken. En doordat alle gebruikers die zich voor deze afgeschermde groep aanmelden een ingevuld Linked-In profiel hebben, is het makkelijk om de mensen er uit te filteren die geen toegang mogen hebben tot het platform. Aanpak - De disclaimer Omdat het ministerie en ambtenaren heel erg terughoudend is in het contact met burgers en men ervoor probeert te waken geen onterechte verwachtingen bij burgers te wekken is er voor dit project een heel duidelijke disclaimer opgesteld. Deze houdt in dat ambtenaren op basis van hun inhoudelijke expertise vragen mogen beantwoorden (feitelijke informatie) en discussies mogen voeren over beleidsvraagstukken maar zich moeten onthouden van "omstreden politieke" meningen. Daarnaast moet het duidelijk zijn dat ambtenaren alleen beleidsstukken voorbereiden, de uiteindelijke beslissing ligt bij de minister. Deze disclaimer maakt duidelijk dat ook het ministerie de grenzen van web 2.0 en openheid aan het verkennen is om te kijken hoe ver men kan gaan en hoe open men kan zijn. Aanpak - De drie projecten Aan de start van het project is één overkoepelende Linked-In groep aangemaakt waarin iedereen die aan het project mee wilde werken zich kon aanmelden. Om de mogelijkheden van Linked-In groepen uit te testen zijn vervolgens drie verschillende projecten opgestart. Bij ieder project werd één vraag mbt beleidsvorming van een specifiek thema opgesteld die beantwoord moest worden. Bij ieder project werd op een andere manier gebruik gemaakt van de mogelijkheden van Linked-In groepen.
  1. Voor de eerste vraag werd een speciale groep opgestart waarbinnen een gestuurde discussie gevoerd werd. Dit hield in dat men wel op de door de beheerders gestarte discussies mocht reageren, maar zelf geen discussies mocht starten. Deze speciale Linked-In groep is één maand lang open geweest. In deze maand is deze groep gegroeid naar 238 deelnemers. Vanuit deze 238 deelnemers zijn uiteindelijk door ongeveer 15 actieve deelnemers 50 antwoorden op de gestelde vragen gegenereerd.
  2. Voor de tweede vraag werd ook een speciale groep aangemaakt waarbinnen een speciale vraag gesteld werd. Deze groep werd twee weken open gesteld en kreeg van ongeveer 24 actieve deelnemers 103 antwoorden op de vraag. Iets wat bij dit project bijgedragen heeft aan het grote aantal antwoorden is het feit dat men bij deze vraag de hulp heeft ingeroepen van een netwerk waarmee het ministerie al te maken had. Wat niet aan het grote aantal vragen bijgedragen heeft was de aankondiging van deze nieuwe groep en de vermelding van de in deze groep gestelde vraag op de overkoepelende Linked-In groep. Het vermelden van de vraag op de overkoepelende groep had namelijk als effect dat men de discussie over deze vraag in de overkoepelende- ipv de speciaal aangemaakte groep ging voeren.
  3. Het derde project moet nog starten. Tijdens dit project wil men in een speciaal aangemaakte groep verschillende deelvragen stellen. Deze vragen moeten door een grote gefragmenteerde groep beantwoord gaan worden en naast alleen een virtuele discussie wil men hierbij ook een fysieke discussie organiseren.
Resultaten Geen van de uitgevoerde projecten heeft tot nu toe tot één duidelijk antwoord op de gestelde beleidsvragen geleid. Wel heeft men een hoop nieuwe inzichten opgedaan die zeker gebruikt kunnen worden bij de beleidsontwikkeling rondom de behandelde thema's. In de presentatie van Linda staan de ervaringen van de uitgevoerde projecten duidelijk samengevat. De belangrijkste leermomenten van die zij tijdens haar presentatie extra aanhaalde waren de volgende
  • Betrek naast de enthousiaste web 2.0 ambtenaren ook de projectleiders en dossierhouders bij het project. Zij zijn degene die uiteindelijk met de resultaten aan de slag moeten en zij moeten het nut en de toegevoegde waarde kunnen zien
  • Trek geen expertise naar jou toe, maar ontmoet mensen binnen netwerken die er reeds zijn.
  • Deelnemers aan de projecten nemen deze heel erg serieus en gebruiken hierdoor ook de volledige functies van het gebruikte platform. Dit heeft wel als resultaat dat je de deelnemers ook daadwerkelijk serieus moet nemen. Als zij binnen het platform een antwoord op een vraag geven, verwachten zij ook een reactie op hun antwoord.
Een mooi gevolg van het project "Innovation 2.0" is het "Zero Budget Event" dat op 1 juli door vrijwilligers uit de Innovatie 2.0 Linked-In groep wordt georganiseerd. Tijdens deze unconference die zonder budget georganiseerd wordt zullen deelnemers met elkaar in dialoog gaan over innoveren als een Community of Talents. Deze bijeenkomst is te vergelijken met de happe.ning van bibliotheek 2.0 tijdens de OCN 2008 en de happe.ning die op 24 september gehouden gaat worden. Een heel mooie ontwikkeling die heel duidelijk laat zien dat ook de overheid niet stil zit op web 2.0! Wat kan de bibliotheek hiermee? Wat de bibliotheek hier mee moet werd aan het begin van de presentatie van Linda al heel duidelijk gemaakt met de quote: "Heb lef en moed om anders naar beleidsontwikkeling te kijken" In een tijd dat de bibliotheek zichzelf opnieuw aan het uitvinden is, moeten ook wij eens proberen om op een andere manier naar onszelf te kijken. En andere verkennen en uitproberen om ons bestaansrecht te behouden. Als bibliotheek zouden wij op eenzelfde manier aan onze klanten kunnen vragen om mee te denken over de ontwikkeling van de bibliotheek en welke kant deze op moet. Via Linked-In en Hyves moeten wij een flinke doelgroep kunnen bereiken. Ook zijn wij als bibliotheek natuurlijk ook de aangewezen instelling om gemeentes te ondersteunen bij het opzetten van dit soort initiatieven. Als kennis organisaties waarvan zoveel medewerkers een 23 dingen cursus hebben gevolgd hebben wij de kennis hiervoor zeker in huis. En zelfs als wij de bovenstaande suggesties niet zouden kunnen uitvoeren kunnen wij natuurlijk wel onze fysieke ruimtes ter beschikking stellen aan (lokale) organisaties om ook een Open Koffie te organiseren. Of misschien nog wel interessanter om zelf een open koffie te organiseren. Wat denken jullie hiervan? Kunnen en moeten wij als bibliotheek een rol spelen bij het ondersteunen van co-creatie en crowdsourcing? Kunnen en moeten wij deze instrumenten als bibliotheek zelf ook inzetten? En zouden wij een rol kunnen spelen bij het opzetten en ondersteunen van Open Koffie's?
Read more…

Aan ideeën geen gebrek

Als deelnemer aan het project Goudklompjes ben ook ik op zoek naar gouden ideeën; in mijn geval op het gebied van mediawijsheid. Leuk, maar gezien de steeds ruimere definitie van het begrip mediawijs en het groeiend aantal mensen en instanties die zich met mediawijsheid bezighouden is de uitdijende berg informatie op het web niet meer te overzien.In zo’n geval komt bij mij de vraag op: waar doen we het allemaal voor? Wetenschappelijk onderzoek (bron: Marieke Voorn) heeft onlangs aangetoond dat wanneer iemand letterlijk een stap naar achteren doen, hij/zij beter kan nadenken. Ik ben dus even opgestaan en kwam al snel tot de conclusie dat het verzamelen van goudklompjes (gouden ideeën) alleen zinloos is. Aan ideeën is geen gebrek, het gaat om het toepassen van ideeën.Over hoe te innoveren als organisatie zijn natuurlijk boeken vol geschreven, maar hoe in de praktijk van het bibliotheekwerk ideeën vruchtbaar worden toegepast en waar het wel slaagt en waar niet, is interessant genoeg om verder te onderzoeken.Dit goed in kaart brengen is lastiger dan het lijkt. Op symposia e.d. hoor je voornamelijk de succesverhalen; dat en waarom het doorvoeren van een innovatie niet is gelukt, wordt meestal verzwegen. Hier komt bij dat subsidiegevers ook rekenen op een positieve besteding van hun bijdragen. Mislukkingen openlijk erkennen kan gevolgen hebben voor volgende aanvragen.Los van deze afwegingen hebben wij natuurlijk wel meningen waarom (goede) ideeën niet goed geïmplementeerd of tegengehouden worden. Ik noem er enkele:• Gebrek aan geld en/of uren. (dit is vaak ook een alibi om iets niet te doen!)• Geen goede intern lobby voor het idee.• Het idee is niet goed te verwoorden of te verbeelden.• Er heerst een zekere angst voor verandering.• Te veel organisatiestructuur of juist gebrek hieraan.De komende maanden wil mij op dit onderzoek werpen. Ik hoop te komen tot een antwoord op de vraag waar (binnen welk soort organisaties) ideeën het best ten uitvoer worden gebracht: wat zijn de voorwaarden hiervoor? Zal blijken dat grote bibliotheken goed zijn in implementeren? Of juist de kleinere? Welk soort organisatiestructuur is er het meest geschikt voor? Enzovoorts. Hopelijk kan ik hier over enkele maanden een zinnig antwoord op geven. Suggesties en aanvullingen zijn van harte welkom. Met name bibliotheken die willen praten over waarom het invoeren van innovatie mislukt wil ik vragen te reageren.
Read more…

Sociale Media in 8 minuten

Op het weblog van Erwin Blom kwam ik hetvolgende filmpje tegen. In dit filmpje legt Erwin in 8 minuten uit wat er bij een "social media strategie" allemaal komt kijken. Een interessante presentatie die natuurlijk ook van toepassing is voor alle bibliotheken die sociale media gebruiken of willen gaan gebruiken.
Social Media In Minuten from erwin blom on Vimeo. Bij het zien van dit filmpje vroeg ik me af of wij misschien de bibliotheek niet eens heel anders moeten gaan bekijken. Tot nu toe worden websites en de mogelijkheden van de online bibliotheek nog steeds gebruikt als uitbreiding van de fisieke bibliotheek. Zouden wij het niet eens anders moeten gaan inrichten zodat de fisieke bibliotheek een uitbreiding is van de online bibliotheek?
Read more…

Luisteren naar "De raad van Anders"

Bij het lezen van dit weblogbericht van Nicole moest ik even terug denken aan een weblogbericht op het weblog Young Marketing over "De raad van Anders".

De "Raad van Anders" bestaat uit 18 jongeren in de leeftijd van 16 tot 20 jaar en is in het leven geroepen door Microsoft Nederland. Samen met medewerkers van Microsoft Nederland hebben de leden van de raad van anders, verschillende thema's rondom het onderwerp "Het nieuwe werken" besproken. De bevindingen van de raad van anders zijn samengevat in dit PDF bestand en van het proces is hetvolgende filmpje gemaakt. Hoewel Microsoft aangeeft heel erg veel aan de adviezen van de Raad van Anders te hebben gehad, vraag ik me af of men hier daadwerkelijk iets mee gaat doen. Ik vermoed dat er binnen Microsoft niet heel erg veel zal veranderen. Toch vind ik het wel een heel erg mooi initiatief van Microsoft en vraag me af of het voor de bibliotheek ook nuttig zou kunnen zijn om eenzelfde traject op te zetten. Goede (jeugd) bibliothecarissen luisteren (net zoals Nicole) natuurlijk al lang naar en praten ook al regelmatig met jongeren, maar misschien dat wij dit wel een stuctureler karakter moeten gaan geven. Een groep jongeren die verschillende bibliotheken bezoeken, praten met bibliothecarissen en jongeren en zonder verdere voorkennis van bibliotheekbeleid een advies kunnen geven over hoe zij de bibliotheek graag zouden willen zien. Ik denk dat wij hier als bibliotheekwereld nog een hoop van zouden kunnen leren. Hoe denken jullie hier over?
Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix