Blogs

handschriften (2)

EUROPEAN MANUSCRIPT LIBRARIANS EXPERT GROUP, 7th CONFERENCE

De zevende conferentie van deze expertengroep focuste op drie thema’s: herdenkingen en verjaardagen (commemoration), post-digitale issues en bezorgdheden en tot slot materialiteit van handschriften. Hieronder een samenvatting van de lezingen:

Commemoration

  • Estelle Gittins (Library TCD), ‘Ireland’s Decade of Commemoration: Marking 1916 in the Library of Trinity College Dublin’[1]

In 2016 wordt in Ierland de “Easter rising” van 1916 herdacht, een opstand tegen het Brits bewind. Dit is met banners, shops,… zichtbaar in heel de stad. Ook Trinity College deed mee, met de blog “Changed Utterly”, die startte op 24 april 2015, dus een jaar voor de herdenking. Blogteksten werden geschreven door het bibliotheelpersoneel en academici en bevatten meestal digitaal materiaal. Ze werden aangekondigd op Twitter, waar het project meer dan 2000 volgers had. De exacte impact van dit project is moeilijk te meten, maar er was constante interactie met academici, studenten, journalisten en andere instellingen. Het project kreeg ook meer media-aandacht dan gedacht en bracht meer gebruikers naar de leeszalen.

 Post-digital Issues and Concerns

  •  Jennifer Edmond (TCD), ‘CENDARI:[2] what next?’

CENDARI (2012-2016) had tot doel het maken van een onderzoeksinfrastructuur voor historisch onderzoek. Er deden 14 partners uit 8 landen mee, en er was een budget van € 6,5 miljoen. Er waren twee pilootprojecten: middeleeuwen en de Eerste Wereldoorlog. Het systeem bracht verschillende elementen samen (databanken, woordenboeken,…) en zorgt er voor dat de onderzoeker niet enkel in deze onderdelen kan zoeken, maar ook bv. persoonlijke notities kan toevoegen.
Na afloop van het project is het belangrijk te kijken hoe deze infrastructuur verder kan blijven bestaan. Dit betreft zowel de organisatie (personeel) als technische infrastructuur (software), data en gebruikersgemeenschap. De conclusie is dat data open moeten zijn (open API’s) en dat men bij humane wetenschappen beter “big data” moet beheren om zo de uniciteit van bumane wetenschappen te onderstrepen. Samenwerking tussen computerwetenschappen, informatiewetenschappen en historici (of andere onderzoekers uit humane wetenschappen) is hierbij onontbeerlijk.

 

  • Jane Ohlmeyer (TCD), ‘The 1641 Depositions:[3] what now?’

De “depositions” bevatten verslagen van ooggetuigen over de opstand in 1641, die hoofdzakelijk in Noord-Ierland plaatsvond, waarbij in de eerste plaats katholieken in opstand kwamen tegen protestanten. In totaal gaat het om meer dan 8.000 getuigenissen, die samen 31 volumes beslaan met meer dan 19.000 pagina’s. Het is een unieke bron, maar wel gekleurd, omdat de getuigenissen enkel van protestanten komen. Het materiaal blijft ook nog vandaag voor controverse zorgen, en wordt bv. nog gebruikt door loyalisten in Noord-Ierland.
Vanuit het standpunt van computerwetenschappen bevatten deze gegevens veel “dirty data’, omdat er absoluut geen eenheid is m.b.t. spelling, syntax, leestekens,… Voor onderzoekers uit humane wetenschappen is dit echter een normaal gegeven.

Het project, gestart in 2007 en openbaar gelanceerd in 2010, was een samenwerking tussen Trinity College en de University of Aberdeen. Met een budget van 1 miljoen euro werd er gewerkt in de volgende fases: conservering, digitalisering, TEI-transcriptie en publicatie zowel online als in boekvorm. Het slagen van het project was in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de transcripties, waarvoor extra personeel werd aangeworven. Online wordt de transcriptie naast het originele document getoond. Er is echter ook bewust gekozen voor een boekpublicatie, omdat een digitale omgeving kwetsbaar blijft. Dit werd nogmaals aangetoond toen de site werd gehacked en daardoor drie maanden onbeschikbaar was. Het project kan als een vlaggenschip voor digital humanities beschouwd worden, met meer dan 23.000 geregistreerde gebruikers en veel interesse uit het publiek en de pers. Het leidde tot bijkomend onderzoek (van bachelorpapers tot doctoraten) en nieuwe projecten zoals Cultura (normalisatie van de tekst) en “1641 in de klas”. Nu is het tijd voor versie 2.0 met open source data, zichtbaarheid van de metadata, integratie van de genormaliseerde tekst en van extra tools, bv. i.v.m. visualisatie, interoperabiliteit met andere data en een groter engagement met de gebruikersgemeenschap. Tot slot nog een waarschuwing: teksten online doorzoeken kan een prima hulpmiddel zijn, maar omwille van “dirty data” blijft het belangrijk om terug te keren naar de originele documenten en ook deze door te nemen, anders zullen de onderzoeksgegevens nooit volledig zijn.

 

Materiality 

  •  Bernard Meehan (Library TCD), ‘The Faddan More Psalter’[4] 

 n 2006 werd er bij werken op een akker een middeleeuws handschrift gevonden dat eeuwen in het water had gelegen. Het was dus in een zeer slechte staat. Toch was het mogelijk hierover onderzoek te doen en daarbij werd het duidelijk dat het om een psalter ging die geschreven was rond het jaar 800 of misschien zelfs vroeger, een periode waaruit weinig psalters bewaard zijn gebleven. Momenteel wordt dit werk bewaard in het National Museum van Ierland.

Verschillende specialisten werden samengebracht om te bekijken hoe dit handschrift behandeld kon worden. 1 bijna volledig bifolio was bewaard en daarnaast enkele losse pagina’s en vooral veel kleine fragmenten. Bovendien waren pagina’s verplaatst naar andere plaatsen in de codex, dus de reconstructie was een hele opgave. Speciale aandacht ging ook naar de boekband, die gelijmd was op papyrus. Deze vaststelling deed bijkomende vragen rijzen over de beshikbaarheid van papyrus in Ierland rond die tijd. Het is duidelijk dat dit handschrift nog niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven.

  •  Susie Bioletti (Library TCD), ‘Early Results from the “Early Irish Manuscripts”[5] Project’

 De bibliotheek van het Trinity College in Dublin werkt reeds 12 jaar aan een project i.v.m. de conservering, onderzoek en digitalisering van de vier belangrijkste vroegmiddeleeuwse insulaire bijbels, nl. :

  • Codex Usserianus Primus, 5e of 7e eeuw (?) (TCD MS 55)
  • het Boek van Mulling, 2de helft van de 8e eeuw (TCD MS 60)
  • het Boek van Dimma, late 8ste eeuw (TCD MS 59)
  • de Slinger van Howth, 8-9e eeuw (TCD MS 56)

Samen met het Book of Kells (TCD MS 58), het Boek van Durrow (TCD MS 57) en het Boek van Armagh (TCD MS 52) vormen ze de belangrijkste collectie vroeg-christelijke boeken in de bibliotheek.

Het project heeft betrekking op vele verschillende aspecten, waarbij momenteel sterk de nadruk wordt geleverd op de codicologische en kunsthistorische aspecten. Multispectrale beeldvorming speelt hierbij een belangrijke rol. Door middel van niet-destructieve technieken wordt er zo pigmentanalyse uitgevoerd.

Voor de realisatie van dit project kan Trinity College rekenen op een subsidie van de Bank of America  - Merrill Lynch Art Conservation Project.

 Opmerking na de lezing (Lieve Watteeuw): KU Leuven start in september 2016 een gelijkaardig onderzoek op de manuscripten van het scriptorium van Echternach (Luxemburg). We zullen hiervoor samenwerken met de Stad Maaseik ( Codex Eyckensis, 8ste eeuw), het KIK en Trinity College Dublin. 

 

  • Ad Leerintveld (Koninklijke Bibliotheek, Netherlands), ‘Authenticating the coat of arms in a Gruuthuse manuscript’

In 2004 kocht de KB het Gruuthuse-handschrift aan, één van de laatste manuscripten met Nederlandstalige middeleeuwse teksten dat nog steeds in privébezit was. Het handschrift werd volledig gedigitaliseerd en in 2013 in zijn thuisstad Brugge tentoongesteld.

In totaal zijn er 146 handschriften gekend die behoord hebben tot de bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuse of Louis de Bruges (1427-1492). Het hier besproken handschrift bevat zijn wapenschild en zijn motto (“Plus est en vous – Meer ist in v”), maar dit laatste is een toevoeging uit de negentiende eeuw. Het wapenschild dateert echter wel degelijk uit de vijftiende eeuw, zoals bleek uit onderzoek met multispectrale beeldvorming (2007) en X-stralen (2013). Ter vergelijking werd ook ms. fr. 1001 uit de BnF op dezelfde manier onderzocht, en de conclusie (o.a. van de pigmentanalyse) was dat beide wapenschilden volledig overeenstemmen.

Voor het onderzoek met de X-stralen kon de KB rekenen op de medewerking van Geert Van der Snickt (UAntwerpen) en Joris Dik (TU Delft).

  •  Birgit Vinther Hansen (Kongelige Bibliotek, Copenhagen), ‘Exhibition and fading of manuscripts: microfadometry and a lighting policy to increase exposure and reduce risk’

Het is geweten dat licht schade kan veroorzaken aan tentoongestelde werken. Dit geldt in het bijzonder bij handschriften, zowel oud als modern; bij getypte of gedrukte werken is het risico beperkt. Omwille van mogelijke schade worden tentoonstellingen vaak gehouden in zalen zonder daglicht en wordt de duur meestal beperkt tot maximaal drie maanden. Meer concrete richtlijnen hierover zijn echter schaars[6].

Het is echter mogelijk de eventuele schade te berekenen op een wetenschappelijke manier, via micro-fading technique, waarbij met een speciaal licht op een zeer klein deel van het document wordt geschenen. Wanneer de resultaten gekend zijn, is de volgende vraag hoeveel schade door vervaging men aanvaardt bij het tentoonstellen van werken, en over welke periode (5 – 10 – 25 – 100 jaar?). Bij de KB in Denemarken wordt gewerkt met periodes van 25 jaar. Er zijn drie categorieën van documenten: de meest gevoelige documenten kunnen slechts negen weken getoond worden op een periode van tien jaar, de minst gevoelige tot acht jaar op een periode van tien jaar. Vaak gebeurt het dat zwart-wit documenten uit de vorige eeuw gevoeliger zijn dan gekleurde handschriften uit vroegere eeuwen. Op basis van deze gegevens kan er een wetenschappelijk onderbouwde politiek voor tentoonstellingen en bruiklenen opgesteld worden met “beheersbare/controleerbare risico’s”. Zo worden bij de KB van Denemarken als gevolg van deze politiek de meest gevoelige documenten nooit in bruikleen gegeven. Bij codices kan het omslaan van pagina’s een alternatief zijn voor het te lang blootstellen aan licht, bij brieven is dit uiteraard moeilijker. Ook nuttig om weten is dat ijzergalinkt zich (deels) kan herstellen.

 Opmerking na de lezing: Lieve Watteeuw heeft in 2016 een aanvraag voor kleine infrastructuur gedaan om dergelijke testen ook in Leuven te kunnen uitvoeren.

 

  • Nicholas Pickwoad (University of the Arts, London), ‘Ligatus:[7] the importance of bindings and their description’

Boekbanden weerspiegelen de samenleving waarin ze geproduceerd zijn, zo is bv. in Engelse boekbanden de invloed van continentale binders te merken in de zestiende eeuw, toen de protestanten het vasteland ontvluchtten.

Om goed onderzoek over boekbanden te kunnen verrichten, is het echter in de eerste plaats nodig om over de juiste terminologie te beschikken, en daar ontbreekt het op dit moment aan, ondanks enkele eerdere pogingen. Om deze lacune te verhelpen wordt er nu een onlinethesaurus uitgewerkt binnen het Ligatus-project, de Language of binding (LOB), die momenteel ca. 1500 termen telt. Zoeken kan op trefwoord, via een alfabetische lijst of via een hiërarchische ordening. Momenteel bevat deze thesaurus enkel Engelse termen en verklaringen, maar de bedoeling is om dit uit te breiden naar andere talen, waarbij Frans en Italiaans reeds in voorbereiding zijn. Er worden nog medewerkers gezocht voor andere talen, waaronder het Nederlands.

De plannen voor 2016 zijn:

-          het aantal termen uitbreiden

-          het online plaatsen van de richtlijnen

-          het toevoegen van meer dan 500 illustraties

-          het drukken van de hiërarchische index

Er wordt ook gekeken naar mogelijke samenwerkingsverbanden, bv. door de integratie van Getty Art en Architecture Thesaurus. En dankzij het gebruik van uri’s kunnen catalografen uit bibliotheken wereldwijd linken naar de thesaurus en zo de metadata over boekbanden verbeteren en verrijken in bibliografische beschrijvingen.

 

Commemoration

  •  Claire Breay (British Library), ‘Commemorating the 800th anniversary of Magna Carta in 2015’

 In 2015 was het 800 jaar geleden dat de Engelse koning Jan zonder land de Magna Carta uitvaardigde. Het is het beroemdste document uit de Engelse geschiedenis, al blijven de meningen over de exacte betekenis verdeeld.

Twee van de vier overgebleven kopieën van de Magna Carta worden momenteel bewaard in de Britsh Library. In 2010 werd er gestart met de voorbereidingen van een grote tentoonstelling hierover. Gedurende vijf jaren kwam hiervoor een nationaal organisatiecomité maandelijks samen. In het begin was er niet veel enthousiasme, maar dat groeide naarmate het project vorderde, met duidelijke belangstelling van het publiek en de pers, ook internationaal. Dit alles leidde naast de tentoonstelling tot verschillende andere activiteiten, zoals blijkt uit de opsomming van 119 evenementen op de website. De website zelf bereikte meer dan 1 miljoen unieke bezoekers.

 

  • Rebecca Boxler Ødegaard and Bente Granrud (National Library of Norway), ‘A decade of writer's commemorations - and what we have learned’

 De Nationale Bibliotheek van Noorwegen werd gesticht in 1813, in de aanloop naar de onafhankelijkheid van Noorwegen in 1814. Tot haar diensten behoort een departement handschriften en archieven. Sinds 2005 huist de bibliotheek in een nieuw gebouw, waar jaarlijks 8 tot 10 tentoonstellingen worden gehouden, en meer dan 100 publieke activiteiten worden georganiseerd.

Toen in 2006 een herdenking werd georganiseerd rond de Noorse schrijver Henrik Ibsen († 1906), was dat de aanleiding om te beginnen digitaliseren. Omwille van het grote aantal jaarlijkse tentoonstellingen, is nadien beslist om de ganse workflow van de bibliotheek af te stemmen op de tentoonstellingen. Catalografie en digitalisering van de tentoongestelde werken gebeuren in de jaren voorafgaand aan de tentoonstelling, zodat bij de start van de tentoonstelling al het gerelateerde materiaal gecatalogiseerd en gedigitaliseerd is. Voor 2016 staan er verschillende kleinere tentoonstellingen gepland, soms maar voor één dag, in combinatie met een seminarie of een avondactiviteit.

Door deze werkwijze kwam er meer samenwerking tussen de verschillende departementen van de Nationale Bibliotheek en werden er routines opgebouwd zodat het professionalisme steeg. Ook kwam er meer nadruk te liggen op andere mogelijke doelgroepen. Er moet in de werking echter een onderscheid gemaakt worden tussen de doelstellingen op lange termijn (vooral m.b.t. catalografie) en deze op korte termijn (vooral gericht op communicatie).

 

  • Matthew Shaw (Institute of Historical Research, London), ‘Europeana 1914-1918[8] and creating a digital collective memory’

 Europeana 1914-1918 was/is een samenwerkingsverband tussen tien partners (waaronder de KBR, BnF, BL,…), aangevuld met materiaal verzameld op verschillende collection days (ook in Leuven!) en de Europeana Film Gateway 1914. 600.000 items en meer dan 600 uren film worden zo via twee portalen beschikbaar gemaakt.

Gedurende drie jaren werd dit project voorbereid, waarbij gewerkt werd rond gemeenschappelijke standaarden (voor metadata, digitalisering,…), de selectie van het materiaal, de creatie van de portalen en marketing en publiciteit. De laatste stap was de evaluatie en het afsluiten van het project. Momenteel is deze site wereldwijd één van de belangrijkste bronnen m.b.t. materiaal over WO I (inclusief privébezit). De site is beschikbaar in vijftien verschillende talen en bevat ook een educatief luik. Deelname aan dit project leidde soms ook, zoals in de British Library, tot het houden van tentoonstellingen of andere gerelateerde evenementen.

Momenteel zijn er nog uitdagingen op verschillende vlakken, zoals auteursrecht en verweesde werken enerzijds en anderzijds de langetermijnbewaring van de site (wat als Europeana ooit ophoudt te bestaan?). Ook blijkt uit de resultaten van dit project dat er in verschillende landen op verschillende manieren over WO I gepraat wordt.

 

Post- digital Issues and Concerns

  •  Matthew McGrattan (Bodleian Library Oxford), ‘International Image Interoperability Framework and Bodley’[9]

 Sinds de jaren 1990 wordt er erfgoedmateriaal gedigitaliseerd in de Bodleian Library. Dit gebeurde echter in verschillende projecten, elk met hun eigen werkwijze en technologie, waardoor gebruikers steeds een nieuw systeem moesten leren kennen en de systemen niet op elkaar afgestemd waren. Bovendien werd het moeilijk om na afloop van al deze projecten de verschillende websites te onderhouden.

Daarom is er nu gekozen voor de site Digital.bodleian als uniek toegangspunt tot al het gedigitaliseerde materiaal (ook externe collecties). Zoekopdrachten kunnen gebeuren via trefwoorden of door het bladeren in voorgestelde collecties. Technisch werd er gekozen voor een platform gebouwd met de open source software Inquire[10], voorzien van de IIIF-technologie, en de afbeeldingen worden aangeboden in jpeg2000-formaat. Door het gebruik van IIIF is er slechts één interface en één metadataschema (gebaseerd op Dublin Core) en één zoekindex die het mogelijk maakt verschillende collecties tegelijk te doorzoeken. Met IIIF kunnen bovendien ook documenten uit verschillende collecties met elkaar vergeleken worden, zoals e-codices, Stanford UL, Yale UL, BnF,…

Slotopmerking: er bestaat geen integrale onlinecatalogus van alle handschriften van de Bodleian Library, er kan dus niet gelinkt worden vanuit een databank met individuele titels naar de afbeeldingen.

 

  • Allen Packwood (Churchill College, Cambridge), ‘The Churchill Papers:[11] a modern historical epic’

 De Churchill paper collection bevat meer dan 1 miljoen items: brieven, schoolrapporten en ander persoonlijke papieren van Winston Churchill. In 1995 werden ze aangekocht door de Britse staat – omdat het aankoop was, leidde dit tot veel controverse – en ze worden bewaard in een speciaal hiervoor gebouwd archief. De ontsluiting kende verschillende fases: catalografie (1995-2000), verfilming op microfilm (2000-2005) en digitalisering (2010-). De wetenschappelijke editie van de papieren wordt verspreid door een commerciële partner (Bloomsbury), die ook instaat voor marketing en pr rond dit project (Churchill Archive). Eén van de problemen waarop de onderzoekers stuitten was het auteursrecht: de clearance database bevat meer dan 20.000 namen. In de praktijk blijkt wel dat weinig rechthebbenden problemen maken rond de publicatie (slecht 14 weigeringen in de periode 2000-2005). Tot nu toe werden er verschillende lessen geleerd aan dit project, dat nog steeds in evolutie is:

-          belang van langetermijndenken

-          belang van goede schaderegistratie

-          belang van een goed netwerk

-          de voordelen van het werken met een commerciële partner

 

  • Gerhard Müller (Staatsbibliothek zu Berlin): ‘Archival Metadata; Authority Records and New Approaches to Social Contexts’

De laatste lezing gaf een kijk in de toekomst: wat kunnen we doen met alle metadata die we momenteel verzamelen? Door digitalisering worden documenten in een nieuw licht geplaatst en worden soms tot dan toe ‘verborgen’ relaties tussen documenten zichtbaar. Om documenten goed met elkaar te kunnen vergelijken, zijn authority records onontbeerlijk. Er moet echter ook rekening gehouden worden met de volabiliteit van datasets en met missing data. Voor een goed datamanagement moet er gewerkt worden op drie niveaus: union catalogues, API’s en een evaluatie van de resultaten en de verschillende gerelateerde diensten.

Opmerking: in de marge van deze lezing werd er verwezen naar het EU-project tranScriptorium[12] (2013-2015), waar met HTR-technologie geprobeerd wordt handgeschreven teksten automatisch te transcriberen. HTR staat daarbij voor Handwritten Text Recognition.

 ***

 Naast de lezingen waren er ook geleide bezoeken aan de volgende tentoonstellingen en instellingen:

 1)   Trinity College: Long room (Old Library) en Book of Kells[13]

Trinity College ontvangt jaarlijks meer dan 1 miljoen bezoekers, waarvan er ca. 800.000 ook de tentoonstelling met het Book of Kells bezoeken. De huidige tentoonstelling dateert al van 1998, de conservatoren zijn bezig met het uitbouwen van een nieuwe tentoonstelling. Momenteel staan er panelen met uitleg en reproducties; in de laatste zaal, met aangepaste verlichting, kan men twee (van de vier) opengeslagen volumes van het Book of Kells zien, samen met enkele andere handschriften.

 2)   Royal Irish Academy[14]

De Koninklijke Ierse Academie is een onderzoekscentrum voor de studie van de Ierse geschiedenis, taal en archeologie en de geschiedenis van de Ierse wetenschap. De bibliotheek bevat wereldwijd de grootste collectie handschriften in het Iers, waarvan er eind 2015 reeds 70 gedigitaliseerd waren.

 3)   Marsh’s Library[15]

Marsh's Library werd in het begin van de achttiende eeuw opgericht door aartsbisschop Narcissus Marsh (1638-1713). De boeken staan nog steeds in hetzelfde gebouw als in de achttiende eeuw, meestal zelfs in de rekken en op de planken waaraan ze werden toegewezen door Marsh en door Elias Bouhéreau, de eerste bibliothecaris, toen de bibliotheek werd geopend. Vermeldenswaard zijn de drie ‘kooien’ waarin de lezers werden opgesloten tijdens de consultatie van de boeken, uit angst voor diefstal.

 4)   Chester Beatty Library[16]

Chester Beatty was een schatrijke Iers-Amerikaanse mijningenieur, met een grote bibliofiele belangstelling. Bij zijn aankopen primeerde kwaliteit op kwantiteit, hoewel hij ook in aantallen een imposante collectie bijeenbracht.

Voor de deelnemers aan het congres werd er een geleid bezoek georganiseerd aan de tijdelijke tentoonstelling “Lapis & Gold: The Story of the Ruzbihan Qur’an” door Elaine Wright, curator van de islamitische collecties, en een overzicht van enkele topstukken uit de Oost-Aziatische collecties, door curator Mary Redfern. Nadien was er nog de mogelijkheid om zelf de twee permanente tentoonstellingen te bezoeken (Arts of the book en Sacred traditions). Door de omvang van de tentoonstellingen is het duidelijk dat de museumwerking dominant is in de werking van de Chester Beatty Library.



[1] http://www.tcd.ie/Library/1916/

[2] http://www.cendari.eu/

[3] http://www.1641.tcd.ie/

[4] http://www.museum.ie/Archaeology/Exhibitions/Current-Exhibitions/The-Treasury/Gallery-1-Iron-Age-to-12th-Century/Gallery-2-The-Faddan-More-Psalter-(1)/Context-and-Significance

[8] http://www.europeana1914-1918.eu/

[9] http://digital.bodleian.ox.ac.uk/

[10] http://www.inquireresearch.co.uk/

[11] https://www.chu.cam.ac.uk/archives/collections/churchill-papers/

[12] http://transcriptorium.eu/

[13] http://www.tcd.ie/Library/bookofkells/

[14] https://www.ria.ie/library/about

[15] http://www.marshlibrary.ie/

[16] http://cbl.ie/

Read more…

Begin oktober kwamen (handschrift-)bibliothecarissen, archivarissen en onderzoekers uit verschillende Europese landen en de Verenigde Staten in Kopenhagen samen voor het 6th International Conference of the CERL Manuscript Librarians Expert Group de tweejaarlijkse conferentie voor handschriftenbibliothecarissen. De opening naar zowel archivarissen als naar niet-Europese (= Amerikaanse) deelnemers was een opvallende nieuwigheid.

De lezingen werden onderverdeeld in vijf uitdagingen. Hieronder staan de samenvattingen. Wie de presentaties zelf wil bekijken, kan deze downloaden via Dropbox:

https://www.dropbox.com/sh/fibz1pxv5i5ybba/AABNQY5U5XxOOrcvymyGhgNUa?dl=0.

 

Challenge 1: Preserving Born Digital Material

Chris Prom (University Library, University of Illinois)

KEYNOTE PAPER: Acquiring and Preserving Digital Archives: Our Great Opportunity

In de afgelopen tien jaar hebben vele archieven de capaciteit ontwikkeld om digitale materialen die individuen genereren te behouden. Digitale bewaardiensten geven ons de gelegenheid om de ontwikkelaars en gebruikers van archieven en manuscripten als partners te betrekken bij het ontwikkelen van een afdruk van de moderne samenleving. We moeten die kans grijpen.

Door een beter begrip van de context waarin individuen leven en werken kunnen we bouwen aan de relaties die alle succesvolle archiveringsprojecten schragen. Uitgaande van de werkzaamheden aan de Universiteit van Illinois en andere repositories, gaf deze lezing voorbeelden van hoe archieven kunnen werken aan het verwerven en behouden van e-mail, communicatie via sociale media en andere digitale documenten. Door het volgen van een paar eenvoudige principes kunnen alle archieven voldoen aan de uitdagingen van de grote migratie van analoge naar digitale communicatietechnologieën. Deze principes zijn: bouw een actief model op, ontmoet de mensen in hun digitale ruimte, gebruik eenvoudige toepassingen die makkelijker combineerbaar zijn (bv. Google Drive, Internet Archive) en bouw gemeenschappen op (bv. voor het bewaren van e-mails).

 

Ivan Boserup (Koninklijke Bibliotheek, Kopenhagen)

MyArchive. A Simple Solution for Preserving Born Digital Personal Archives

Correspondenties vormen sinds de renaissance een belangrijk onderdeel van het geschreven cultureel erfgoed waarop veel historisch onderzoek is gebaseerd. E-mail, d.w.z. digitaal geboren correspondentie, bestaat nu al meer dan veertig jaar en is uitgegroeid tot het favoriete medium van de dagelijkse communicatie. Als nationale bibliotheek heeft de Koninklijke Bibliotheek van Denemarken een lange traditie m.b.t. het verwerven en beheren van correspondentie van Deense fictie-auteurs, kunstenaars, geleerden, wetenschappers, en andere belangrijke actoren binnen het culturele domein. Die correspondentie kwam meestal binnen als onderdeel van geschonken particuliere archieven of archieven van niet-gouvernementele organisaties zoals uitgevers en beroepsverenigingen. Tijdens de laatste tien jaar zijn er een aantal onderzoeken en experimenten geweest voor het bewaren van e-mail, maar die hebben niet geleid tot een standaard van best practice voor de verwerving, het behoud en de communicatie van digitale geboren correspondenties. Het is bovendien duidelijk dat al vele jaren belangrijk materiaal voor toekomstig historisch onderzoek elke dag gewist wordt. Dit is des te verbazingwekkender omdat de gestandaardiseerde digitale vorm van e-mails het vandaag en in de toekomst moet mogelijk maken - en zonder grote kosten - om dergelijk materiaal op een veel grotere schaal dan vroeger te bewaren. Om op dit probleem een antwoord te bieden ontwikkelde de Deense Koninklijke Bibliotheek (KB) MyArchive Service. Het gaat om een eenvoudig concept dat bedoeld is om een nationale bibliotheek of een andere instantie met een sterke digitale infrastructuur de e-mails en bijlagen van nog levende auteurs e.d., die zij relevant vinden, te bewaren, met zeer weinig extra inspanning. De belangrijkste en meest uitdagende taak is geweest om een digitale dienst uit te bouwen waarin de archiefvormer de vrijheid krijgt om te beslissen wat er moet worden bewaard, wanneer er kan worden gecommuniceerd, etc. Het is inderdaad de archiefvormer die hierover beslist, de bewaarinstelling levert enkel de toepassing en heeft gedurende de eerste jaren geen toegang tot de inhoud van de hier bewaarde e-mails. Hoe lang die termijn loopt, moet nog beslist worden.

De toepassing loopt nu tien maanden maar kent slechts een beperkt succes, met dertien gebruikers, waarvan enkelen expliciet op de vraag van de KB. Meer informatie over dit project is terug te vinden op http://www.kb.dk/en/nb/samling/myarchive/index.html. Via MyArchiveCurator@kb.dk kunnen test-logins aangevraagd worden zodat andere instellingen dit systeem ook eens kunnen uitproberen.

 

Jean-Paul Fourmentraux (Ecole des Hautes Etudes en Sciences Sociales (EHESS) en Université de Lille 3)

Net Art. Preserving Digital, Interactive Art

Sinds de tweede helft van de jaren '90 heeft Net Art volledig de manier waarop de moderne kunst wordt verspreid en ontvangen, veranderd. Het gaat hierbij niet om kunst die het internet enkel als vitrine gebruikt, maar om een kunstvorm die haar bestaansreden online vindt, vaak onder de vorm van samenwerkingsverbanden. In deze context is het correct conserveren van kunstwerken niet langer een doel op zich, aangezien Net Art impliceert dat het werk op ieder moment toegankelijk moet zijn voor het publiek. Sommige kunstenaars vinden het ook niet nodig dat de werken bewaard blijven, anderen wel. Hierbij duiken problemen op zoals de veroudering van technieken en / of technologische componenten die interageren met deze werken.

Deze digitale kunstwerken kunnen ondergebracht worden in drie categorieën:

1) ‘mediologische’ werken die bv. ‘artistieke’ virussen op computers loslaten waarbij een computercrash bij gebruikers gesimuleerd wordt (zie bv. www.jodi.org)

2) algoritmische werken gebaseerd op software en de algoritmes die daaraan ten grondslag liggen, bv. Christophe Bruno “The human browser” (http://christophebruno.com/index.php?s=gogol)

3) interactieve werken zoals The file room van Antoni Muntadas (http://www.thefileroom.org/), Dead drops van Aram Bartholl (https://deaddrops.com/nl/), waarbij (gevulde) usb-sticks in muren worden gemetseld, en Humanpedia van David Guez (www.guez.org).

 

Henrik Smith-Sivertsen & Sebastian Svegaard (Koninklijke Bibliotheek, Kopenhagen)

Problems of Web-archiving a Digital Social Event

In mei 2013 won de Deense zangeres Emmelie de Forest het Eurovisiesongfestival (ESF). In overeenstemming met de regels van het ESF, werd Denemarken aangesteld om de show te organiseren in 2014. Het Eurovisiesongfestival is een van de belangrijkste jaarlijkse media-evenementen in de wereld. De show ontstond in 1956 als een van de eerste experimenten rond gedeelde televisie-uitzendingen, en verzamelde sindsdien een groot publiek. Met ingang van 2014 is het ESF niet alleen een tv-programma, maar ook een internetevenement van enkele maanden, waarbij een aantal aspecten zelfs het hele jaar duren.

In deze bijdrage presenteerden bibliothecaris Henrik Smith-Sivertsen en wetenschappelijk onderzoeker Sebastian Svegaard de resultaten van een project gericht op het documenteren van het ESF 2014 als een internetevenement. Dit project startte in december 2013, en dat bleek net op tijd te zijn. De ESF-relevante activiteiten online waren talrijk (bv. 321.000 video’s op YouTube), en dat niet alleen binnen het geografisch gebied van het ESF, maar over het hele world wide web. De vraag was of en hoe het mogelijk is een dergelijke gebeurtenis te documenteren en te archiveren en waarvoor het verzamelde materiaal kan worden gebruikt. Het gaat echt om grote aantallen van gegevens, die bovendien vaak dynamisch zijn. Het is echter mogelijk om manueel de video’s te harvesten, voor Facebook en Twitter werd er dan weer vaak materiaal verzameld en opgeslagen via schermafdrukken. Het verzamelen van deze gegevens is belangrijk omdat de sociale media tonen wat er leeft in de maatschappij, bovendien is er ook nog een voortdurende interactie met de ‘oude media’. Oostenrijk plant daarom iets gelijkaardigs te organiseren voor het ESF van 2015.

 

Challenge 2: Creating New Digital Contents with New Technology: Interoperability, Crowdsourcing, Digital Editing

 

Matthieu Bonicel (Bibliothèque nationale de France)

The Biblissima Project, Middle Ages and Renaissance (http://www.biblissima-condorcet.fr/)

Biblissima (= Bibliotheca bibliothecarum novissima) is een observatorium voor het geschreven cultureel erfgoed van de middeleeuwen en de renaissance. Het project loopt van 2012 tot 2019. Het observatorium richt zich op geschreven documenten in de belangrijkste cultuurtalen van de middeleeuwen en renaissance in Europa (Latijn, Arabisch, Frans, Grieks, Hebreeuws, etc.) en draagt bij tot een beter begrip van de verspreiding van de teksten, de evolutie van de bibliotheken en de overdracht van kennis in Europa van de 8ste tot de 18de eeuw. Doelpubliek zijn zowel onderzoekers als een zo breed mogelijk publiek.

Het Biblissima-webportaal zal een interoperabele image viewer (Mirador) en een repository (opgesteld in FRBR00) bevatten, evenals een zeer grote cluster van semantische data. De inhoud wordt aangeleverd door meer dan vijftig databanken en bibliotheekcatalogi, waaronder specifieke databanken gericht op verluchting, herkomstgegevens, boekbanden e.d. Ook drie grote digitale bibliotheken (Gallica, BVMM en BVH) zullen hun materiaal ter beschikking stellen, en er zal ook gebruik gemaakt worden van TEI-uitgaven en gelijkaardige toepassingen.

Bij de ontwikkeling wordt vooral aandacht geschonken aan de interoperabiliteit van de beelden (image API) en van de metadata (Shared canvas, IIIF). Op het einde van dit jaar zou het mogelijk moeten zijn dat de Universiteit van Stanford beelden kan tonen die geharvest worden in de BnF.

Het portaal zal beschikbaar zijn eind 2016, een testviewer is nu al beschikbaar. De website zal tweetalig zijn, de documentatie vooral Franstalig.

 

Henrik Dupont (Koninklijke Bibliotheek, Kopenhagen)

Crowdsourcing: Denmark seen from the air – before Google

Het crowdsourcing project Denmark seen from the airwerd in september 2012 opgestart met 40.000 luchtfoto's. Sindsdien zijn er meer dan 250.000 andere luchtfoto's gedigitaliseerd en gepubliceerd.

Deze foto's zijn een onderdeel van de uitgebreide KB-collectie van meer dan 3,5 miljoen Deense schuine en verticale luchtfoto’s uit de periode 1890 tot 2008. De foto's komen van verschillende luchtfotografiebedrijven, en vaak is er zeer weinig informatie beschikbaar over de foto's; in de meeste gevallen is het exacte adres niet bekend. De collectie is echter van groot belang voor vele personen, van onderzoekers in familiegeschiedenis tot geografen en anderen die veranderingen in het landschap en gebouwen, met inbegrip van stadsontwikkeling, bestuderen.

De bibliotheek heeft een website waar gebruikers de foto's via een kaart of via een zoekfunctie kunnen vinden. Deze site geeft de gebruiker de mogelijkheid om de foto's op de juiste geografische locatie te plaatsen en andere soorten metadata en informatie aan de foto toe te voegen.

Het project bleek een groot succes; meer dan 95% van de foto's zijn al door crowdsourcing correct geplaatst. Het project zal worden voortgezet en opent met een nieuw gebied en ongeveer 200.000 extra foto's in oktober 2014.

 

Karen Skovgaard-Petersen (Danish Society for Language and Literature)

Digital Editing: The Born Digital Critical and Commented Edition of the Collected Works of Ludvig Holberg (1684-1754).

De Deens-Noorse schrijver Ludvig Holberg (1684-1754) is een centrale figuur uit de Scandinavische Verlichting. Tegenwoordig is hij vooral bekend om zijn meer dan dertig komedies, maar hij schreef tal van andere teksten in een breed scala aan genres. Onder zijn werken zijn een aantal omvangrijke historische werken, de utopische roman Niels Klims Reis naar de onderwereld, een groot aantal morele filosofische essays enz.

Sinds 2009 bereidt een team van Noorse en Deense filologen een nieuwe kritische en becommentarieerde editie van zijn verzamelde geschriften voor, die beschikbaar zal zijn vanaf 2015. Vanaf het begin is dit project ontworpen als een online-editie, op basis waarvan ook zo’n 20 gedrukte boeken zullen worden geproduceerd, met een gemoderniseerde spelling.

Het digitale medium biedt nieuwe mogelijkheden om te voldoen aan de verschillende behoeften van de diverse doelgroepen. Het doel is zowel wetenschappers als een breder publiek te bereiken. Voor wetenschappelijke doeleinden probeert het team een efficiënt onderzoeksinstrument met goede zoekmogelijkheden en diepgaande documentatie en discussies te creëren. Zo zal het bv. mogelijk zijn om de teksteditie te vergelijken met de correspondeerde afbeeldingen in de handschriften bewaard in de Koninklijke Bibliotheek of elders en met de eerste editie. Er zullen ook links gelegd worden naar andere digitale tekstedities, bv. www.toutmoliere.net en het Gutenberg-project.

Tegelijkertijd is het de ambitie om de minder ervaren lezer toegang tot Holbergs teksten te verlenen door het aanbieden van voldoende inleidend materiaal. De praktische uitvoering om de belangen van de diverse doelgroepen te combineren is echter geen eenvoudige taak.

Een andere uitdaging bestaat in de totstandbrenging van een duurzaam en stabiel model voor het onderhoud en de ontwikkeling. Vanwege het dynamische karakter van digitale middelen zijn er bij online-edities voortdurend toezicht en aanpassingen nodig, en moet er een permanente regeling ontworpen worden voor de redactionele en technische verantwoordelijkheid.

Meer informatie over dit project is ook beschikbaar op http://holbergsskrifter.dk/holberg-public/view?docId=adm/main.xml&lang.set=en.

 

Challenge 3: Reuniting Digitally Dispersed Items, Archives, and Collections

 

Ramona Fritschi (University of Fribourg)

Fragmentarium. A Project of an International Research Environment for Medieval Manuscript Fragments

e-codices – de virtuele handschriftenbibliotheek van Zwitserland is bedoeld om toegang te bieden tot alle geselecteerde middeleeuwse en vroegmoderne handschriften van Zwitserland via een virtuele bibliotheek (www.e-codices.ch). e-codices heeft slechts in sommige gevallen fragmenten opgenomen, meestal voor uitzonderlijke stukken. Toch blijkt er een algemene behoefte aan een gespecialiseerd platform voor handschriftfragmenten. Daarom worden er nu fondsen gezocht voor een nieuw project, genaamd "Fragmentarium”. 12 instellingen, waaronder de BnF, de Bibliotheca apostolica vaticana, de British Library, Harvard University en UB Leipzig, hebben hiervoor begin 2014 een opstartvergadering gehouden. Bedoeling is dat er later nog andere partners bijkomen. Uit de lijst blijkt alvast dat er momenteel geen bibliotheken uit Nederland of België meedoen. Indien mogelijk wordt er in januari 2015 gestart met dit project, en zal het lopen tot eind 2018.

Fragmentarium beoogt het gebruik van het internet als een centrale werkplek voor het inventariseren, catalogiseren en onderzoeken van middeleeuwse fragmenten. Bibliotheken, onderzoekers en studenten zijn hierbij het doelpubliek. De mogelijkheid tot crowdsourcing zal verder onderzocht worden. Het is ook de bedoeling dat fragmenten van eenzelfde handschrift die nu verspreid zijn over verschillende bibliotheken via dit project worden samengebracht (codices restituti). Hiervoor zal in december 2014 een nieuwe webapplicatie van e-codices in gebruik genomen worden, die gebaseerd is op IIIF, een nieuwe techniek die ook gebruikt wordt in het hogervermelde Biblissima-project.

 

Jutta Weber (Staatsbibliothek zu Berlin)

The Humboldt Papers

Na de spectaculaire aankoop (12 miljoen euro!) van de dagboeken van Alexander von Humboldt, geschreven tijdens zijn reis in Amerika tussen 1798 en 1804, is de Staatsbibliothek zu Berlin, samen met de Universiteit van Potsdam, een digitaliseringsproject begonnen. Dit omvat ook onderzoek naar de dagboeken (5 doctoraten) en het catalogiseren en digitaliseren van alle Humboldt-documenten uit de Staatsbibliothek zu Berlin, dat zijn persoonlijke archief bewaart sinds de 19de eeuw (14 dozen met o.a. miljoenen korte nota’s en schetsen). Binnen dit project zullen ook de Humboldt-documenten die vandaag door de Biblioteka Jagiellonska in Krakau worden bewaard (als gevolg van evacuaties tijdens de Tweede Wereldoorlog), worden gedigitaliseerd.

Het project, dat wordt ondersteund door het Duitse Ministerie van Onderwijs en Onderzoek, brengt vrijwel alle belangrijke onderdelen van het Humboldt-archief samen. Dit is vooral interessant omdat het archief ook duizenden ongepubliceerde brieven bevat, die een van de meest interessante communicatienetwerken van de 19de eeuw vormen. Het project richt zich op het beschikbaar stellen van zoveel mogelijk informatie over de manier van werken van een van de beroemdste geleerden van zijn tijd. Hiervoor wordt er ook samengewerkt met andere instellingen die Humboldt-documenten bewaren, zoals het Musée d’histoire naturelle in Parijs. Andere bibliotheken die Humboldt-documenten hebben en aan dit project willen meewerken, mogen zich melden bij de projectverantwoordelijke. Voor meer info, zie http://staatsbibliothek-berlin.de/die-staatsbibliothek/abteilungen/handschriften/nachlaesse-autographen/projekte/humboldt-projekt/  

 

Elizabeth Williamson (Cultures of Knowledge, Oxford)

Networking the Republic of Letters, 1550-1750.

De communicatierevolutie van de vroegmoderne periode vergemakkelijkte de uitwisseling van wetenschappelijke correspondentie in heel Europa en leidde tot een internationale, op kennis gebaseerde civiele samenleving. Tegenwoordig biedt de huidige IT-revolutie ongekende middelen om via samenwerking dit transnationaal literair erfgoed ter beschikking te stellen. Deze voordracht documenteerde hoe Cultures of Knowledge (CofK, Oxford) met Early Modern Letters Online (EMLO) probeert dit doel te realiseren. Gefinancierd sinds 2009 door de Andrew W. Mellon Foundation, begon CofK als een poging om een aantal overlappende 17de-eeuwse correspondenties uit te geven. Dit breidde zich ondertussen uit tot een open access platform en digitale toolkit waarbinnen wetenschappers, onderzoeksprojecten, archieven en bibliotheken hun epistolaire data voor de periode 1550-1750 kunnen verzamelen, opslaan, publiceren, analyseren en visualiseren. De volgende aspecten kwamen bod: de redactionele inhoud (van 60.000 naar meer dan 100.000 records), de plannen i.v.m. prosopografie en visualisatie, de technische ontwikkeling, de vooruitgang in het opbouwen van een wetenschappelijke gemeenschap, en de aspiraties om een echte 'wetenschappelijke sociale machine' te hosten. Er werd ook aandacht besteed aan het bijbehorende vierjarig project gefinancierd door de European Cooperation in Science and Technology (COST), getiteld Reassembling the Republic of Letters, 1500-1800: A digital framework for multi-lateral collaboration on Europe’s intellectual history. Dit project heeft tot doel een internationale gemeenschap van bibliothecarissen, archivarissen, onderzoekers en computeringenieurs op te bouwen, om de technische, redactionele, wetenschappelijke, juridische en materiële uitdagingen te bespreken die gepaard gaan met het creëren van een pan-Europese digitaal platform zoals dat wat wordt beheerd door CofK.

 

Frédéric Lemmers (KBR)

Europeana Collections 1914-1918. A Retrospective Critical View

Van mei 2011 tot april 2014 hebben tien nationale bibliotheken en twee technische partners uit acht Europese landen samengewerkt binnen het project Europeana COLLECTIES 1914-1918 met de ambitie om een selectie van meer dan 400.000 documenten uit de Eerste Wereldoorlog te digitaliseren en online te publiceren in www.europeana1914-1918.eu. Het portaal geeft toegang tot individuele en collectieve ervaringen van de oorlog uit alle geografische gebieden die betrokken waren in dit conflict. Dit digitaal corpus van ongeveer 3 miljoen pagina’s beslaat een grote diversiteit aan bronnen (handschriften, boeken, brieven, fronttijdschriften, kaarten, foto's, prenten, tekeningen, kaarten, medailles, ...) en vele talen. Bij gedrukt materiaal werd OCR toegepast.

Samenwerking via Europeana had als voordeel dat de EU 50% van de digitaliseringskosten op zich nam. Maar Europeana is nog altijd niet erg gekend, laat staan veel gebruikt. Daarom was het heel belangrijk dat er een aparte projectwebsite gecreëerd werd, waarop al het materiaal is verzameld, ook dat van de Collection days.

 

Wolfgang-Valentin Ikas (Bayerische Staatsbibliothek, Munich)

Europeana regia. Problems of Reconstructing Dispersed Libraries

In de loop van het door de EU gefinancierde project Europeana Regia (van januari 2010 tot juni 2012) hebben vijf grote bibliotheken uit vier Europese landen (BnF, KBR, Bayerische Staatsbibliothek, Herzog August Bibliotheek, UB Valencia) nauw samengewerkt aan het digitaliseren van meer dan 1.300 zeldzame en kostbare manuscripten vanaf de vroege middeleeuwen tot de renaissance. Allemaal maakten ze ooit deel uit van de drie grote (koninklijke) collecties die momenteel verspreid zijn en vertegenwoordigen ze de Europese culturele activiteit tijdens drie verschillende periodes in de geschiedenis: de Bibliotheca Carolina (8ste en 9de eeuw), de bibliotheek van de Franse koning Karel V en zijn familie (14de eeuw) en de bibliotheek van de Aragonese koningen van Napels (15de en 16de eeuw). Catalogisering en digitalisering werden uitgevoerd met behulp van de gebruikelijke gereedschappen en workflows van de verschillende deelnemende bibliotheken, om dan alles op Europeana te presenteren via een meertalige website (http://www.europeanaregia.eu/nl). Het was niet altijd evident om de interoperabiliteit te creëren tussen de verschillende lokale toepassingen. De respectievelijke metadata werden ook in zes talen vertaald en er werden een aantal filters ontwikkelend om geavanceerde zoekopdrachten naar kopiisten en herkomsten mogelijk te maken. De metadata zijn ondertussen wijd verspreid in verschillende catalogi en portaalsites (in het bijzonder Europeana, Manuscripta Mediaevalia, Belgica, WorldCat). Dit project diende daarnaast ook als pilootproject rond de digitalisering van handschriften bij de Deutsche Forschungsgemeinschaft.

Twee jaar na het beëindigen van het project dringen zich een aantal vragen op, waarvan de belangrijkste is hoe er verdergegaan wordt. Waar en hoe worden al deze gegevens bewaard, en wie betaalt de opslagkosten? Een mogelijke oplossing is hosting door CERL. Daarnaast is het voor een website noodzakelijk dat er constant nieuw materiaal wordt toegevoegd en dat er zelfs nieuwe partners bijkomen, maar het is niet altijd duidelijk of en hoe dit kan binnen Europeana. Een mogelijke nieuwe partner is de British Library, die nu al/slechts twee handschriften heeft toegevoegd.

Het ideale eindresultaat is een virtuele reconstructie van deze middeleeuwse verzamelingen, maar voorlopig is dat nog niet het geval. Zo werden er rond de 800 Karolingische handschriften gedigitaliseerd, maar in de literatuur zijn er 6000 à 7000 bekend.

 

Challenge 4: Promoting Digital Discovery: Reports on Selected National and International Resources: Databases, Networks, Services, and Portals

 

Jonathan Cates (National Archives, London)

Discovery: Developing a National Archives’ Catalogue

In de afgelopen paar jaren hebben de Britse National Archives, opgericht in 2003, gewerkt een volledige nieuwe presentatie van hun onlinebronnen en aan een uitbreiding van hun discovery tool om ook de documenten van andere archieven (inclusief musea) te beschrijven. Het eindresultaat (http://discovery.nationalarchives.gov.uk/) is de grootste online-archiefdatabank in het Verenigd Koninkrijk, met meer dan 32 miljoen beschrijvingen van records uit de National Archives en uit meer dan 2.500 archieven in het hele land. Uit testen bleek o.m. dat er best gewerkt werd met een enkelvoudige zoekbalk. Omdat ‘slechts’ 70% van de opzoekingen met een pc gebeuren, werd er ook een mobiele app ontwikkeld.

 

Hanno Wijsman (Institut de recherche et d'histoire des textes (IRHT), Paris)

Bibale, a database on manuscript provenance, and other digital services of the Institut de recherche et d'histoire des textes

H. Wijsman gaf een presentatie van de Bibale databank (http://bibale.irht.cnrs.fr), een elektronisch hulpmiddel dat gegevens over middeleeuwse en vroegmoderne collecties beschikbaar maakt i.v.m. de transmissie van middeleeuwse handschriften. Deze toepassing werd de voorbije jaren ontwikkeld door het Institut de recherche et d’histoire des textes (IRHT-CNRS) in Parijs en is officieel online in een (beperkte) interface sinds mei 2014. Herkomsten staan centraal in deze toepassing, die gericht is op onderzoek over historische collecties. De databank bestaat uit zeven onderdelen: individus en instellingen, collecties (bibliotheken), composants (handschriften), boekbanden, teksten, bronnen en werken. De data komen in de eerste plaats uit de heraldische kaartindex van het IRHT dat meer dan 7000 bronnen beslaat en wordt o.m. aangevuld met de steekkaarten over herkomst.

Daarnaast zijn er nog verschillende andere IRHT-toepassingen waarnaar gelinkt wordt vanuit Bibale zoals Medium (repertorium van handschriften), Bibliothèque virtuelle des manuscrits médiévaux (BVMM – middeleeuwse handschriften bewaard in andere Franse bibliotheken dan de BnF), Jonas (catalogus van Franse handschriften met uitgebreide informatie), Initiale (verluchte handschriften bewaard buiten de BnF). Voor een overzicht, zie http://www.irht.cnrs.fr/fr/ressources/les-ressources-electroniques. Ook met het het Biblissima-project (http://www.biblissima-condorcet.fr/, zie eerste lezing Challenge 2) wordt er samengewerkt.

 

Gerhard Müller (Staatsbibliothek zu Berlin)

The New Kalliope Database (Letters in German language libraries)

Kalliope, de union catalogue voor zowel collecties met persoonlijke papieren en autografen als voor de archieven van uitgeverijen in Duitsland, is de opvolger van de voormalige Centrale Catalogus van Autografen uit 2002, die toen meer dan een miljoen records bevatte. Vandaag geeft de nieuwe catalogus, met enkelvoudige zoekbalk, online toegang tot meer dan 18.000 zoekmiddelen voor collecties verspreid in meer dan 950 bibliotheken, archieven, musea en soortgelijke instellingen. Deze zoekmiddelen bevatten bijna 2,3 miljoen beschrijvende records, inclusief de namen van meer dan 600.000 personen en rechtspersonen. Vanaf dag één maakt de catalografietoepassing het mogelijk dat bibliothecarissen en archivarissen online collecties beschrijven op basis van internationale archief- en bibliotheekstandaarden (vooral EAD). Dit impliceert, onder andere, dat de catalografietoepassing volledige toegang heeft tot de authority records van de Duitse nationale bibliotheek. Bij de ontwikkeling van de nieuwe onlinecatalogus waren de ontwikkelaars voor de eerste keer in staat om optimaal te profiteren van het enorme potentieel van deze authority records om deze te verbinden met de eigen metadata: eenduidigheid van namen van personen en rechtspersonen, verbindingen tussen records buiten de gebruikelijke grenzen van inventarissen, linken naar aanvullende onlinebronnen zoals Wikipedia en uiteindelijk - op basis van meer dan 1,8 miljoen correspondenties - het visualiseren van sociale netwerken als een middel van exploratie en ontdekking. Er zijn echter nog veel meer mogelijkheden om via de metadata kwantitatieve gegevens te extraheren en historische sociale netwerken te analyseren.

 

Ivan Boserup (KB, Kopenhagen)

The CERL Portal (Manuscripts and Rare Books)

Europese onlinecatalogi van handschriften en archiefmateriaal zijn veel minder internationaal gestandaardiseerd dan OPAC’s met records van gedrukte boeken. Dit is deels te wijten aan waardevolle en sterke lokale catalografietradities, deels aan een gebrek aan middelen voor conversiedoeleinden, en deels aan het ontbreken van een internationale standaard. Op nationaal of taalvlak zijn er echter meer en meer Europese landen die projecten uitwerken om de informatie over deze unieke, niet-gedrukte bronnen in overkoepelende onlinefaciliteiten aan te bieden, zoals het MANUS-project in Italië, of - voor brieven en archieven - KALLIOPE voor de Duitstalige landen en gebieden van Europa. Het CERL-portaal (gehost door de UB van Uppsala) functioneert al een aantal jaren als een gratis 'meta-index' voor zoveel mogelijk internationale, nationale en institutionele handschriftbestanden en wil bestaande databanken promoten en meer zichtbaar maken. Op dit moment gaat het om 24 bibliotheken of netwerken, waaronder UGent, en bevat de databank zo’n 2 miljoen records van handschriften. Technisch gaat het om een MODS-databank en wordt er toegang tot de records gegeven via Z39.50. Het CERL-portaal heeft een meertalige interface en maakt gebruik van de CERL-Thesaurus om zoekopdrachten uit te breiden. Daarnaast geeft het portaal gratis toegang (met verminderde display) tot de vijf miljoen records van drukken uit de periode 1450-1830, die de CERL Heritage of the Printed Book database (HPB) vormen, die integraal toegankelijk is via het lidmaatschap van CERL.

 

Challenge 5: Making Use of Advanced Technical Opportunities

 

Łukasz Kozak (National Library, Warsaw)

Medieval Manuscripts on the Web: Memes or Discarded Images?

Het enorme aantal middeleeuwse handschriften dat online beschikbaar is wordt niet alleen geraadpleegd door onderzoekers, maar ook door een brede gemeenschap van gebruikers. Middeleeuwse teksten en vooral beelden kregen zo een nieuw bestaan via sociale netwerken, projecten, blogs en microblogs. Bepaalde middeleeuwse miniaturen die online gepubliceerd werden gingen zelfs viraal en kenden een ongeziene populariteit. Het klinkt verrassend, maar deze "mediëvalisering" van sociale media door de grote verspreiding van "middeleeuwse inhoud", zelfs buiten hun iconografische en tekstuele context, kan ons waardevolle informatie geven over het gebruik en hergebruik van bronnen van digitale bibliotheken en de mogelijke toepassingen voor de promotie van cultureel erfgoed. Zelf is de spreker actief op Tumblr en Facebook met Discarding images (http://discardingimages.tumblr.com/ en https://www.facebook.com/discardingimages).

Als bijkomend voorbeeld kregen de toehoorders in première de animatiefilm De herinacio te zien, gebaseerd op de Latijnse Physiologus uit het Rochesterbestiarium (Londen, British Library, Royal 12 F XIII). Deze film staan nu online op https://vimeo.com/109377646, een aanrader!

 

Timo Schleier (State and University Library, Göttingen)

EROMM Web Search: Collecting Digitized Material on the Web

The European Register of Microform and Digital Masters (EROMM) is een consortium van twaalf bibliotheken / bibliotheeknetwerken uit tien Europese landen, waaronder de KBR, dat werd opgericht in 1990. Zie http://www.eromm.org/.

Om de microfilmactiviteiten te coördineren werd er een databank ontwikkeld voor de mastercopies van microfilms en -fiches (en later ook voor digitale reproducties) van tekstmateriaal (boeken, kranten, handschriften, kaarten, archiefmateriaal,…). Digitaal geboren materiaal wordt niet opgenomen.

De databank bevat ondertussen gedetailleerde beschrijvingen van meer dan 23 miljoen microvormen. In de laatste jaren werd het echter duidelijk dat de databank geen gelijke tred kon houden met de snelle opkomst van digitaliseringsprojecten. EROMM besloot daarom om een nieuwe zoektoepassing te ontwikkelen, de EROMM Web Search. In deze nieuwe toepassing worden de oude beschrijvingen aangevuld met meer geautomatiseerde en minder gedetailleerde beschrijvingen van nieuwe projecten. De gebruiker vertrekt voor beide onderdelen van één enkelvoudige zoekbalk die full text search toelaat. Wat het technische aspect betreft, werd er gekozen voor OAI-PMH en Dublin Core (DCMES).

 

Slotmoment: CERL and International collaboration

De Manuscripts Expert Group is overgegaan van LIBER naar CERL. Het directiecomité van de expertgroep bestaat uit Jutta Weber (D), Ivan Boserup (DK), Scott McKenderick (UK) en Bernard Meehan (IRL). Jutta Weber en Ivan Boserup vertegenwoordigen de expertgroep bij CERL. Daarnaast worden op de website ook de verschillende leden vermeld. (Omdat het om één vertegenwoordiger per land gaat, zou de benaming “National representatives” beter zijn dan “Members”). Tweejaarlijks wordt er een congres georganiseerd, het volgende zal doorgaan in Dublin, in mei of juni 2016.

De expertgroep heeft een eigen website via de CERL-site. Naast de namen van de leden staan hier ook rapporten per land (tabblad Explore). Voor België is er momenteel geen informatie beschikbaar. Bedoeling is dat hier een keer per jaar, bv. in maart, nieuwe informatie wordt toegevoegd. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de nationale vertegenwoordiger (voor België is dat Ann Kelders van de KBR), maar natuurlijk met input van alle betrokken bibliotheken. Alle andere onderdelen van de website zijn nog “onder constructie”. Wat de tab ‘Mailing list’ betreft, wordt er momenteel gedacht aan een mailinglijst via Facebook.

Ideeën voor de inhoud van site, en helpende handen voor het onderhoud, zijn welkom. Een mogelijke piste is de hosting van grote projecten zoals Europeana regia. Wat niet meer gezegd is tijdens de slotmeeting, maar wel eerder tijdens het congres, is dat een lijst met alle (grote) projecten rond handschriften meer dan welkom zou zijn. Deze webpagina lijkt me daar een ideale plaats voor. Een ander voorstel is het oplijsten van films en tv-programma’s die gebaseerd zijn op middeleeuwse handschriften. Wat het onderhoud betreft, is het momenteel niet mogelijk dat bv. de nationale vertegenwoordigers zelf informatie toevoegen. Het zou beter zijn als dit wel kon, zodat de site een meer dynamisch karakter krijgt.

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix