Blogs

bibliotheekvernieuwing (33)

WWW maart 2017: boek op komst

In het voorjaar zal mijn boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing verschijnen. Momenteel legt vormgever Patrick Parris (ProBiblio) er de laatste hand aan.
Het boek is al te bestellen door een mailtje te sturen aan mevrouw N.E. Brand, nellybrand49@gmail.com, onder vermelding van naam, adres en indien werkzaam in een bibliotheek of provinciale ondersteuningsinstelling ook de naam daarvan.
De prijs is tot een maand na verschijnen € 10 (voor snelle beslissers) en wordt voor bestellingen die daarna binnenkomen € 14. De genoemde prijzen zijn exclusief verzendkosten. In de vorige WWW (februari) stond wat de inhoud van het boek is.
Het boek bestrijkt de periode 1995-2015 en kan daarmee gezien worden als een aanvulling op het onvolprezen, in 1990 verschenen standaardwerk van Paul Schneiders, Lezen voor iedereen, geschiedenis van de openbare bibliotheek in Nederland.

Meer duidelijkheid

"In het bestuur van de Stichting NBD zitten vier leden op voordracht van de VOB. Inmiddels is daar een vacature ontstaan. Ons bestuur heeft ingestemd met het voorstel van het NBD-Biblion-bestuur om deze vacature niet in te vullen tot er meer duidelijkheid is over de positionering en de governance van de NBD.”
Dit zinnetje las ik in een bericht van 17 februari van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) over een bestuursvergadering op 9 februari.
Wat is NBD Biblion, behalve een BV? Is het een commerciële onderneming, een culturele onderneming, een maatschappelijke onderneming, een maatschappelijk verantwoord ondernemende onderneming, een bibliotheekbranchebedrijf, een bedrijf voor en van de boekensector of van alles wat? Ik ben benieuwd wie er precies meer duidelijkheid wenst en wat die gevraagde duidelijkheid gaat opleveren in een branche die zelf niet weet wat zij in wezen is en wil zijn.

Wel duidelijk is geworden dat OCW de bibliotheekbranche een grote dienst bewezen heeft door tegen de zin van de VOB en 73 bibliotheken positief te reageren op een Wob-verzoek inzake bibliotheekgegevens. Mark Deckers, strategisch adviseur bij Rijnbrink, maakte er op zijn weblog mooie grafieken van en die lokten weer discussies uit over de waarde van cijfers. Zijn cijfers onbelangrijk en gaat het alleen om de verhalen? Of gaat het alleen om cijfers en zijn verhalen niet van belang? Tja, daar is geen ondubbelzinnig antwoord op te geven. Zolang de gemeente de grootste financier van de bibliotheek is, hangt het natuurlijk vooral van de houding en wensen van de gemeente af.
Persoonlijk hou ik van de duidelijkheid die cijfers bij verhalen kunnen geven en vind ik bibliotheken die er niet aan hechten erg lijken op politieke partijen die hun programma niet door het Centraal Planbureau laten doorrekenen. Maar de cijfers moeten dan wel betrekking hebben op heldere begrippen. Om meer te laten zien dan klassieke aantallen leden en uitleningen, wordt nu bijvoorbeeld ook melding gemaakt van aantallen “activiteiten”. Maar zo’n begrip zegt helemaal niets over de maatschappelijke opbrengst van “de maatschappelijke bibliotheek”. Want wat is “een activiteit”? Werk aan de winkel voor de opbrengstmeters.

Meer in de WWW van maart 2017.

Wim Keizer

Read more…

De openbare bibliotheek tien jaar van nu

Handreikingen uit: "De openbare bibliotheek tien jaar van nu" (2009):
 
 
1 Maak content beter vindbaar.
Sluit aan bij de manier waarop gebruikers content en verhalen zoeken,uitwisselen en
met elkaar delen. De aloude decimale, hiërarchische classificatiesystemen van bibliotheken
– noodzakelijk om een fysieke collectie te kunnen ordenen – worden langzaam
maar zeker naar de achtergrond gedrongen door nieuwe, minder exacte maar
wel praktische manieren van classificeren (tag clouds, aantal downloads, zoeken op
titelwoorden, full text search, zie § 7.1). Probeer de content daarom zo te presenteren
dat gebruikers ze snel en eenvoudig kunnen vinden. Waar mogelijk kan content
digitaal worden aangeleverd. Waar dat niet mogelijk is en men op de fysieke drager is
aangewezen, valt met slimme technologie (de rfid-chips in alle bibliotheekboeken)
nog veel te verbeteren in het leiden van de gebruiker naar de betreffende plek in de
bibliotheek. Voor gebruikers komt gemak in het vinden van content voor de kwaliteit
van die content: als ik het snel kan vinden, dan is ‘goed’ goed genoeg. Zoals een
recent rapport ( oclc 2007: 8-6) stelt: ‘If convenience does trump quality, then it is
the librarians’ job to make quality convenient.’
 
2 Maak de collectie hybride
Open collecties voor digitale content op het open web. Bied niet alleen aan wat de
bibliotheek zelf fysiek in huis heeft, maar verwijs ook naar waardevolle content op
het web. Kies welke onderwerpen wel en welke niet worden ‘bijgehouden’ (zie handreiking
7). Doe dit op landelijke schaal en zorg voor een centrale taskforce die deze
content opspoort en de url’s actualiseert.
 
3 Ga op de gebruiker af
Besef dat de groeiende groep internetgebruikers zich niet oriënteert op instituties
met een degelijke reputatie, maar steeds meer op de collectieve aanbevelingen van
andere internetters. Wacht dus niet tot deze mensen naar de (site van de) bibliotheek
komen, maar richt alle aandacht op het bereiken van gebruikers met wat je in huis
hebt. Ontwikkel innovatieve concepten die zijn gericht op digitale plaatsen waar
veel gebruikers komen (Google, Hyves, Marktplaats, Kelkoo en dergelijke) of maak
gebruik van bestaande mogelijkheden zoals een e-mail sturen naar subgroepen
gebruikers (nulleners bijvoorbeeld).
 
4 Beschouw ontlezing en ontlening niet als onvermijdelijk gegeven en schrijf het boek
niet af
 
Mensen zien de bibliotheek blijkens onderzoek vooral als een plek waar men boeken
kan vinden en lenen. Hoewel boeken minder in trek zijn zien nog altijd vier miljoen
Nederlanders een reden om lid te zijn van de bibliotheek. Bibliotheken die met persoonsgerichte
marketing werken of de openingstijden verruimen, zien dikwijls een
groei in het gebruik, ook in het lenen van boeken. De meeste andere landen uit het
intermezzohoofdstuk kampen niet met een dalend aantal uitleningen van boeken,
en waar dat wel gebeurt, slaagt men erin de aantallen uitleningen van andere (audiovisuele)
materialen te doen stijgen. Reden genoeg dus om te blijven geloven in de
waarde van de fysieke collectie voor gebruikers. Het gaat er vooral om dat gebruikers
die collectie op of via het web weten te vinden en verwijzingen naar die collectie met
elkaar kunnen delen.
 
5 Personaliseer de dienstverlening en doe hiertoe marktonderzoek
Ontwikkel persoonsgerichte digitale dienstverlening op basis van de uitleenregistraties
à la internetboekhandels als Amazon en Bol. Gebruikers maken zich een
stuk minder zorgen om hun privacy dan bibliothecarissen denken (oclc 2007) en
zijn waarschijnlijk – zeker bij een vertrouwde institutie als de openbare bibliotheek
– bereid om gegevens over zichzelf te laten gebruiken om persoonsgerichte aanbevelingen
te krijgen op basis van hun eigen leengedrag en dat van anderen. Ontwikkel
op basis van beschikbare gegevens bovendien meer kennis van gebruikers en
(vooral) van niet-gebruikers, zodat naast collectie-aanbevelingen ook andere, op de
persoon toegesneden, aanbevelingen kunnen worden gedaan, bijvoorbeeld over de
dienstverlening van samenwerkingspartners (culturele uitgaanstips, evenementen
en dergelijke).
 
6 Diversifieer de toegang tot digitale content
Bied specifieke bronnen van digitale content aan voor specifieke doelgroepen en
hang daar indien nodig een apart prijskaartje aan, bovenop het standaard lidmaatschap.
Zorg ervoor dat de toegang tot deze content via digital rights management goed
is afgeschermd, zodat de rechthebbenden (uitgevers) de bibliotheek als distributeur
kunnen vertrouwen.
 
7 Maak keuzes in de gidsfunctie
Probeer niet langer op basis van de eigen bibliothecaire deskundigheid ‘de’ gids te
zijn voor mensen in het uitdijende media- en informatielandschap. Mensen raken
door internet steeds meer gewend te vertrouwen op de collectieve oordelen (op
sociale websites) van anderen en minder op professionele expertise (‘van decimale
classificatie naar tag clouds’). Die expertise ontwikkelt zich gezien het enorme en nog
altijd uitdijende aanbod ook te langzaam om van grote waarde te kunnen zijn. Focus
daarom, uitgaande van de publieke missie van de openbare bibliotheek, op onderwerpen
van maatschappelijk belang, bouw daaromheen een goede collectie inclusief
links naar de op het web vrij beschikbare content, en weet de gebruiker hiermee te
bereiken – eerst digitaal, vervolgens ook fysiek.
 
8 Steun burgers bij de ontwikkeling van informatievaardigheden en, breder, mediawijsheid
Dat gebruikers steeds meer centraal komen te staan in het verspreiden en ordenen
van content, houdt in dat de traditionele gidsfunctie van bibliotheken meer op de
achtergrond raakt. Bibliothecarissen kunnen met hun expertise gebruikers wel
helpen om zelfredzaam te worden in de omgang met informatie en met media. Voor
velen is het aanbod onoverzichtelijk. Vooral voor volwassen gebruikers die via het
reguliere onderwijs niet meer te bereiken zijn, ligt hier een maatschappelijk belangrijke
taak.
 
9 Zorg voor lokale verankering enerzijds ( frontofficetaken) en landelijke verankering
(backofficetaken) anderzijds
Op lokaal niveau kan maatwerk worden verricht in met name functies als ‘kennis
en informatie’ (zie ‘de G!DS’, een voorziening die veel lokale informatie bundelt)
en ‘kunst en cultuur’ (samenwerking met culturele partners in stad en streek). Op
landelijk niveau kan die dienstverlening plaatsvinden die niet aan lokale omstandigheden
is gebonden en efficiënter te organiseren is.
 
10 Diversifieer de dienstverlening van de fysieke vestigingen
Met name in grote steden ligt het meer voor de hand maatwerk in een wijk te leveren
dan overal in een volledig aanbod te voorzien. Een nieuwe, kinderrijke buurt heeft
andere behoeften dan een wijk met veel etnische groepen of een wijk met overwegend
senioren. Bezie voor de centrale vestiging de mogelijkheden tot vergaande
samenwerking met andere centrale instellingen, zoals het gemeentearchief en het gemeentemuseum, omdat in de gebundelde collecties en expertises meerwaarde
voor de gebruikers schuilt.
 
Afbeelding: American Progress, 1872
Read more…

Verslag Biblotheek Nieuwe Stijl in Tilburg

Afgelopen week de Inspiratiedag Bibliotheek Nieuwe Stijl in Tilburg bezocht. Deze vond zowel in de Bibliotheek Tilburg Centrum als de Kennismakerij in de Spoorzone plaats. Maar we werden verwelkomd in de centrale Bibliotheek Tilburg.

Voor wie er niet bij kon zijn is het verslag op mijn blog wellicht interessant.

Read more…

Bibliotheekblad weer vrij toegankelijk online

Zo droevig als we in april vorig jaar waren over al die 'slotjes' in bibliotheekland, zo enthousiast zijn we nu over het feit dat de nieuwe uitgever van Bibliotheekblad heeft besloten dat de site van het vakblad, inclusief het archief, weer volledig wordt opengesteld. Sinds deze week kunnen we alle artikelen weer gewoon lezen, zonder op een inlogscherm te stuiten. Raymond schreef er afgelopen maandag uitgebreid over.

Zo kunnen we bijvoorbeeld kennis nemen van het artikel van Wim Keizer, over een notitie van de commissie digitale ontwikkeling. Bijzonder leesvoer, dat schrijven!

Read more…

Toen ik voor het eerst las over de nieuwe bibliotheek van Birmingham was ik oprecht onder de indruk. Dat directeur Gambles trotse dingen mocht komen vertellen op het Nationale Bibliotheekcongres vond ik dan ook helemaal niet zo gek. Dat ik onlangs op facebookfoto's van Joop Daalmeijer zag dat de Culturele Raad ter plekke ook een kijkje ging nemen met mensen uit de cultuursector snapte ik ook nog wel. Maar toen ik in diezelfde week van het congres las dat die voorbeeldbibliotheek al zo kort na de opening weer 100 van de 188 medewerkers moet ontslaan, en openingstijden terug moet brengen van 73 naar 40 uur per week, toen vroeg ik me toch af of de beste man daarover ook iets had verteld. Ik begreep dat dat niet het geval was. Daar was misschien een politieke reden voor (onderhandelingen of iets in die geest), maar dan nog: was er dan geen sprake van congresgangersbedrog? Vertellen over het grote succes van een kek gebouw is toch wat wrang als er van de inhoud niet veel meer overblijft. Of ligt dat verhaal genuanceerder? Ik was niet op het congres, dus kan ook niet goed oordelen. Maar opmerkelijk vond ik het in ieder geval wel.

En juist aan die kwestie moet ik denken als ik lees over de ontwikkelingen bij de openbare bibliotheek van Calgary. Daar is men al begonnen aan de bouw van een nieuwe bibliotheek die 245 miljoen dollar mag kosten, maar een persbericht van eergisteren maakt het nog veel gekker. De bibliotheek heeft ook nog eens een prachtige nieuwe website gekregen en nog gekker: het abonnement wordt gratis voor alle inwoners van de stad! Het streven is om het aantal leden op te krikken naar 800.000 (van 400.000 nu). Wow! Dat gun je iedere bibliotheek. Een paleis om in te wonen en te organiseren, digitaal helemaal bij en dan ook nog gratis voor iedereen. Maar wie betaalt dat alles dan in vredesnaam?

Een beetje googlen leert je wel het een en ander hierover. De Gemeente Calgary lijkt in ieder geval al bijna 200 miljoen in dat nieuwe gebouw te (willen) pompen. Iets met het voortbestaan van de bieb nog eens voor 100 jaar garanderen. Dan is er een artikel in de Calgary Herald, dat veel verklapt over de gemeentelijke en provinciale subsidies die de bibliotheek onvangt. Dat zijn geen misselijke bedragen. En dan was er in maart vorig 'zomaar een gift' van 5,5 ton van de Royal Bank of Canada. En via Wikipedia kom ik dan weer uit bij de lokale krant, die in 2013 schreef over een gift van 1,5 miljoen van een Chinese oliemaatschappij, CNOOC. Wtf mensen, wtf. Dat was, als ik het even vlug lees, een bedankje voor het mogen overnemen van een oliebedrijf uit Calgary, Nexen

Ja, jeetje, als je oliegiganten als sponsor hebt dan kun je je wel wat veroorloven. Samen met al die politieke steun bouw je dan dus een droombieb, een droombieb op alle fronten. Dan kun je fluitend gaan voor die kort maar krachtige missie to inspire life stories. Over de oliewereld kun je trouwens ook veel mooie levensverhalen vertellen, maar dat terzijde. 

Deze paar alinea's bevatten verder geen enkele nuance. Ik heb ook niet zoveel goesting om er nog dieper in te duiken, maar ik vraag me wel af deze bibliotheek de belofte straks wél kan waarmaken, en ook na 2019 alles kan blijven doen wat nodig is. Misschien kan Birmingham dat straks toch ook wel hoor, maar dat moeten we eerst nog maar eens zien. Voorlopig vind ik dat vooral een illustratief verhaal. Hoeveel kan je als koning in een paleis investeren als je ook je staf nog wilt kunnen betalen na de oplevering? En dan heb ik het wel over een staf die al het werk doet wat gedaan zou moeten worden he?

Read more…

Ik kondigde het onlangs al aan: voor het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken werk ik aan de actualisering van Inventarisatie Innovatie Openbaar Bibliotheekwerk, van september vorig jaar. Ik richt me daarbij vooral op de projecten die ik in augustus 2013 in kaart bracht, als momentopname, maar als er sprake is van belangrijke of interessante projecten waar de innovatieraad en SIOB ook mee aan de slag zouden kunnen of moeten: dan hoor ik het graag. Schroom dan niet om contact met mij op te nemen. Ik zorg dan dat je een document krijgt aangeleverd waarin je volgens een vast format het project kunt opgeven. Hieronder de tekst van de mail die ik stuurde aan de contactpersonen van 2013:

Dag allemaal,

Precies een jaar geleden waren jullie mijn contactpersoon voor de inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk voor het SIOB. Het sectorinstituut heeft mij nu gevraagd de inventarisatie te actualiseren, opdat de opgerichte innovatieraad (zie https://www.biebtobieb.nl/groepen/innovatieraad) er daadwerkelijk mee aan de slag kan. Een belangrijk verschil met vorig jaar is dat SIOB op basis van de adviezen van de raad ook zal overgaan tot ondersteuning.

In de bijlagen vind je de inventarisatie van vorig jaar en een factsheet van de actualisering van nu. Daarnaast nog een notitie bij het driesporenbeleid van SIOB in dezen.

Voor de mensen die werkzaam zijn bij een PSO is het van belang om te weten dat ik op verzoek van Frans Hoving van SPN ook al een mail heb gestuurd naar de directies van de PSO's, waarin ik heb gevraagd om de gegevens van de juiste contactpersonen. Stem het dus wel even af met je directeur, als dat relevant is.

Mijn verzoek aan jullie allemaal is een contactmoment in de maand augustus. Dat kan per mail, telefonisch of via Skype of Google Hangouts. Wat ik graag wil weten is wat de stand van zaken is rondom de geïnventariseerde projecten van zaken en of er belangrijke wijzigingen zijn, of aanvullingen. Als er nieuwe projecten spelen die jullie relevant vinden voor de innovatieraad, dan kunnen we die toevoegen volgens het format van afgelopen jaar.

Ik verneem graag van je wanneer en hoe er contact kan zijn hierover. Het is wederom kort dag (we moeten de inventarisatie uiterlijk begin september uitwerken) en midden in de vakantieperiode, maar ik hoop desondanks van iedereen feedback te zullen krijgen.

Alvast reuze bedankt!

Read more…

Binnenkort lanceert Frysklab Fab The Library, een leergang rondom FabLabs voor bibliotheekmedewerkers. Een uitgelezen moment om de stand van zaken rondom FabLabs in Nederlandse bibliotheken in kaart te brengen. Waar komen FabLabs vandaan en wat beogen ze? Hebben ze meerwaarde voor en dus ook een toekomst in het Nederlandse bibliotheekwerk?

In januari 2013 besteedde ik voor de rubriek ICT van Bibliotheekblad aandacht aan het fenomeen FabLabs. In het artikel Staan Nederlandse bibliotheken open voor FabLabs? stelde ik vast dat de combinatie FabLabs/bibliotheken in Nederland weliswaar nog in de kinderschoenen stond maar dat het concept minstens verkend zou moeten worden, in ieder geval door grotere bibliotheekorganisaties. Uit de reacties op het artikel bleek dat niet iedereen er zo over dacht. Zo waarschuwde Rob Bruijnzeels bibliotheken in een weerwoord getiteld Absolutely Fabulous FabLabs niet binnen te halen als ‘de zoveelste hippe attractie’, maar er alleen mee aan de slag te gaan als bibliotheekcollecties daarmee gecontextualiseerd en verrijkt worden.

FabLab of Makerplaats
De geschiedenis en oorsprong van FabLabs en Makersplaatsen wordt uitgebreid belicht in de publicatie Makersplaatsen, van de Brabantse Netwerkbibliotheek (BNB) en in het artikel Makerspaces veroveren Nederland , van Jeroen de Boer. Ondanks het feit dat de begrippen geen synoniemen van elkaar zijn worden ze vaak door elkaar gebruikt, waarbij de term FabLab –een afkorting van het Engelse Fabrication Laboratory- vaak de voorkeur krijgt. Er worden ook verschillende definities gehanteerd. BNB definieert het als “een locatie waar mensen met een gedeelde interesse rondom een bepaald onderwerp elkaar kunnen ontmoeten, socialiseren en samenwerken.”  FabLab Enschede houdt het op “een laagdrempelige, openbare, digitaal aangestuurde werkplaats waar iedereen de mogelijkheid krijgt om zijn idee om te zetten tot realiteit: een zelfontwikkeld product”. Misschien nog wel belangrijker dan de definitie van FabLabs is het doel ervan. Jeroen de Boer zegt daarover: “Binnen FabLabs worden ondernemerschap en zelfwerkzaamheid gestimuleerd, waarmee zij informele leeromgevingen zijn om ‘21ste-eeuwse vaardigheden’ (delen,samenwerken, probleemoplossend vermogen en ondernemerschap) te ontwikkelen.

Ze worden vaak lokaal opgezet en geëxploiteerd door non-profitinstellingen. Volgens Fablab.nl, de website van stichting FabLab Benelux, tellen Nederland en België momenteel 34 erkende FabLabs en één FabLabinitiatief. Daarnaast worden er nog zeven initiatieven voor makersplaatsen genoemd die niet specifiek als FabLab worden aangemerkt. De forse groei van het aantal FabLabs in België en Nederland zegt niets over de bekendheid ervan bij het grote publiek, maar duidelijk is wel dat de belangstelling voor ontwikkelingen die er nauw mee samenhangen groot is. Uit nieuwsberichten over activiteiten van FabLabs komt naar voren dat niet alleen het gewone publiek interesse heeft voor de mogelijkheden van bijvoorbeeld 3D-printen; ook de politiek, het onderwijs en de kunstsector beginnen warm te lopen voor de kansen die FabLabs bieden als het gaat om (al dan niet technische) samenwerking, educatie, burgerparticipatie en zelfredzaamheid. Niet ieder evenement wordt door honderden mensen bezocht maar het fenomeen wint wel aan terrein.

Nederlandse bibliotheken
Op bibliotheekcongressen en sociale media valt te beluisteren dat ook Nederlandse bibliotheken zich oriënteren op de mogelijkheden van FabLabs. Zo verkent men het onderwerp in Overijssel vanuit het innovatielab van de bibliotheek Deventer, heeft Doklab Delft het als thema opgenomen in het programma Extreme Library Makeover, nodigde ProBiblio de collega’s van Bibliotheekservice Fryslân (BSF) uit om te komen vertellen over Frysklab voor de ‘Kenniscirkel Mediawijsheid’ en bieden de Zeeuwse bibliotheken de mensen van het regionale FabLab in oprichting ook steeds vaker ruimte tijdens evenementen. Toch zijn er nog niet veel bibliotheken die al daadwerkelijk samenwerken met FabLabs of die er formatie voor hebben vrijgemaakt in beleidsplannen voor de komende jaren. In het rapport Inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk van het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), dat in september 2013 werd gepubliceerd, worden slechts drie concrete projecten vermeld: Digilab van de Bibliotheek Midden-Brabant, het project Makersplaatsen van Cubiss en Frysklab van Bibliotheekservice Fryslân. Niet vermeld in het overzicht, maar wel relevant is BiblioLab van de Bibliotheek Flevomeer. De vier projecten hebben raakvlakken, maar kennen ook veel verschillen.

Digilab Tilburg en Bibliolab Lelystad
Digilab van de Bibliotheek Midden-Brabant werd geopend in november 2013. De bibliotheek omschrijft het lab zelf als ‘een fysieke plek waar geëxperimenteerd kan worden met nieuwe media en nieuwe software’. Strikt genomen is het geen FabLab maar dit initiatief, op de eerste verdieping van de Bibliotheek Tilburg Centrum, heeft er wel veel kenmerken van. De bibliotheek omschreef het in een artikel op de site van Bibliotheekblad zelf als volgt: “In het Digilab stellen we computers, netbooks en tablets ter beschikking, voorzien van de nieuwste software. Je kunt er filmopnames maken, (leren) beeldbewerken, er zijn inloopspreekuren voor het gebruik van e-readers en tablets, en voor peuters en kleuters hebben we de Boek-o-Matic (zelf verhalen maken op een tablet). Ook kan men er de magie van onze 3D-printer ervaren.” Binnen het project wordt onder andere samengewerkt met Fablab 013 en, sinds februari van dit jaar, met de stichting Linux Flavourz Education, die inloopspreekuren organiseert rondom Linux en Open Source software.

BiblioLab is een samenwerkingsverband tussen FabLab Dronten en Bibliotheek Flevomeer, dat als mini-FabLab werd geopend in de bibliotheek in Lelystad, in maart 2013. Ook BiblioLab is een kleine digitale werkplaats waar bezoekers zelf producten mogen ontwerpen en maken met behulp van 3D printers. Het lab is twee dagen per week geopend. Daarnaast worden er regelmatig workshops en presentaties georganiseerd, zowel in de eigen bibliotheek als daarbuiten. Zo bezocht het team van Bibliolab in maart 2014 onder meer bibliotheek Zeewolde en een middelbare school in Emmeloord en ontving het samen met het team van Frysklab een groep collega’s uit Zweden die op studiereis in Nederland waren.

Cubiss Makersplaatsen
Ook het project Makersplaatsen van Cubiss kun je niet omschrijven als een FabLab als zodanig. Het project van deze Provinciale Service Organisatie, dat in 2013 van start ging, is feitelijk een verkenningstraject. Het heeft zich ten doel gesteld om ‘concepten die invulling geven aan het concept makersplaats binnen de bibliotheek te inventariseren en er vervolgens mee te experimenteren’. Dat die projectomschrijving ruimte laat voor een brede interpretatie is geen toeval. Jeroen van Beijnen is een van de projectleiders. In een gesprek legt hij uit dat binnen het project Makersplaatsen bewust wordt ingestoken op ‘maken’ in de breedste zin des woords. Het kan betrekking hebben op  dingen die je met een 3D-printer kunt produceren, maar ook op breien of op reparaties, al dan niet in samenwerking met clubs of met de zogenaamde Repair Cafés (gratis toegankelijke bijeenkomsten die draaien om het samen repareren van spullen) die in steeds meer plaatsen worden georganiseerd.

Gevraagd naar de voortgang van het project vertelt Van Beijnen dat de eerste fase van het project, de inventarisatie, inmiddels is afgerond en dat Cubiss in 2014 twee sporen wil gaan volgen. Er zullen experimenten worden gestart in een aantal grotere bibliotheken, waaronder Eindhoven, Den Bosch en Tilburg en daarnaast wordt er geïnvesteerd in de aanschaf van twee bestelwagens, waarmee de benodigde apparatuur voor kleine makersplaatsen door iedere medewerker met een rijbewijs kan worden vervoerd naar bibliotheken in kleinere kernen. De verwachting is dat de bestelwagens in het tweede kwartaal van 2014 in gebruik zullen worden genomen.

De rol van de PSO binnen dit project is vooral faciliterend. Cubiss vindt het nog niet opportuun om nu al permanente fablabs in te richten in bibliotheken. Als bibliotheken daadwerkelijk aan de slag willen met makersplaatsen zullen ze dat zelf moeten doen. Cubiss stimuleert vooral de verkenning van de mogelijkheden en de kennisdeling rondom het onderwerp, en fungeert daarnaast als gids voor mogelijke samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld met regionale FabLabs. Het aantal uren dat de organisatie voor het project heeft vrijgemaakt is beperkt: van Beijnen besteedt er anderhalve dag per week aan. Als projectleider merkt Jeroen dat er veel belangstelling is vanuit de Brabantse en Limburgse bibliotheken, zeker als het gaat om de koppelingen die zouden kunnen worden gemaakt met het bibliotheekwerk voor het onderwijs. Tegelijkertijd voelt hij weerstand. Die weerstand komt, weinig verrassend, voort uit de bezuinigingen waar bijna alle bibliotheken mee te maken hebben. Bibliotheken willen graag meedoen, maar durven het lang niet altijd aan te investeren in diensten die zichzelf nog niet bewezen hebben.

Mede daarom heeft het projectteam gekozen voor een aanpak waarin kennisdeling en kleine experimenten centraal staan. Een voorbeeld van het eerste is de in april 2013 georganiseerde conferentie The Makers Library, die een breed en zelfs internationaal publiek trok. Een voorbeeld van het tweede is het Cookie Cutter Lab, waarin bibliotheekleden leren hoe zij zelf, zonder voorkennis, een object kunnen ontwerpen en fabriceren met een 3D-printer. Cubiss stelt de printer tijdelijk beschikbaar en voorziet bibliotheken zo van een interessante aanvulling op de zogenoemde mediabarren die sinds vorig jaar rouleren in het Brabantse en Limburgse netwerk.

Van Beijnen is zich er van bewust dat Cubiss minder grote stappen maakt op het gebied van makersplaatsen dan de collega’s van Bibliotheekservice Fryslân, maar is desondanks blij dat ze gezet worden. Het thema staat op de kaart, wordt serieus genomen, en door veel collega’s beschouwd als een kans, bijvoorbeeld binnen het traject De Bibliotheek op school. Daar was een jaar eerder nog geen sprake van.

Frysklab van Bibliotheekservice Fryslân
De genoemde initiatieven hebben een kleinschalig en experimenteel karakter  met elkaar gemeen. Ook Frysklab van Bibliotheekservice Fryslân (BSF) heeft een hoog experimenteel gehalte maar onderscheidt zich door de werkwijze en de (inter-)nationale profilering. Frysklab bestaat nog maar anderhalf jaar en bevindt zich in veel opzichten nog in de ontwikkelfase, maar het project wekt de indruk de samenwerking tussen de makersbeweging, het onderwijs, het bedrijfsleven en het bibliotheekwerk al redelijk goed op de rails te hebben. Frysklab trekt het plan breder dan de techniek en het experiment en lijkt zich mede daardoor te mogen verheugen in de warme belangstelling van vele partijen, inclusief particulieren en politici. FryskLab, dat is ondergebracht in een voormalige bibliobus, hanteert op zijn website de volgende projectomschrijving: “Met FryskLab onderzoekt BSF hoe de inzet van een mobiel FabLab binnen de onderwijssituatie bijdraagt aan de creatieve, technische en ondernemende vaardigheden van kinderen en jongeren. Aan de hand van een project met een looptijd van drie jaar worden de praktische inzetbaarheid, implementatie en borging van FryskLab onderzocht en beproefd. Het principe van de Library as Platform vormt de basis voor het project. Deze steeds breder gedragen filosofie betreft de on- en offline bibliotheek als facilitator van informatie-uitwisseling en kennisdeling.” Deze ambities intrigeren en roepen vragen op.

Jeroen de Boer, projectleider en domeinspecialist nieuwe media bij Bibliotheekservice Fryslân, legt uit dat de basis van het succes van Frysklab werd gelegd met het vertrouwen en de vrijheid die het managementteam van BSF hem en zijn collega’s Bertus Douwes en Aan Kootstra gaven. Het projectteam kreeg van meet af aan een vrije rol toebedeeld, met als enige voorwaarde dat andere werkzaamheden er niet onder mochten leiden. Een gevolg daarvan was dat een deel van het werk ook in eigen tijd werd gedaan, maar geen van drieën vond dat erg. Als je met liefde aan een project werkt stop je er doorgaans veel tijd in maar oogst je, als het goed is, ook veel waardering. Zo werkte dat ook met Frysklab. Door ‘bottom-up’ initiatief te tonen ontstonden ‘top-down’ de waardering en het vertrouwen.

Het idee voor Frysklab leefde eind 2012 al, maar pas een jaar later kreeg het initiatief de officiële status van FabLab van Stichting FabLab Benelux. Dat het langer duurde dan gehoopt werd onder meer veroorzaakt door het feit dat Frysklab zich genoodzaakt zag alternatieve routes naar financiering te bewandelen. Een culturele subsidie van de Provincie Friesland bleef uit, omdat het project moeilijk te plaatsen was voor betrokken ambtenaren. Het projectteam concentreerde zich daarom niet meer alleen op de wens om de leemte op het gebied van FabLabs in Friesland op te vullen, maar ging ook kijken hoe het project een (deel)oplossing zou kunnen bieden voor een aantal provinciale uitdagingen, waaronder het ontwikkelen en behouden van talent, het stimuleren en aanjagen van ondernemerschap en creativiteit, de moeizaam functionerende banenmotor, het creëren van ontwikkelingskansen voor kinderen en het terugdringen van de hoge diplomaloze uitstroom van jongeren uit het onderwijs. Dat werkte.

Door te anticiperen op problematiek waarmee de politiek zich geconfronteerd ziet werd draagvlak gecreëerd. De Gemeente Leeuwarden stapte vroeg in en financierde de bus, de Provincie Friesland en anderen partijen volgden later. Zo stelde stichting Pica geld beschikbaar voor de ontwikkeling van een linked open data kennisbank voor FryskLab en SNS REAAL voor de ontwikkeling van een specifiek lesaanbod voor jongeren. Sindsdien lijkt het project zich in een stroomversnelling te bevinden. Jeroen informeert  geïnteresseerden op zijn blog Rafelranden trouw over alle activiteiten van het projectteam. Hij is nauwelijks bij te houden. Nu eens staat men met de bus in Brabant of de Randstad, dan weer spreekt Jeroen over het project op een congres in binnen- of buitenland. Op die manier wordt het experiment gecombineerd met een slimme vorm van marketing.

Het team werkt ondertussen hard aan de ontwikkeling van drie doorgaande leerlijnen voor het onderwijs, rondom de thema’s watertechnologie, duurzame energie en de creatieve industrie. Tegelijkertijd wordt gezocht naar aansluiting bij het HBO en wordt er overlegd met potentiële partners.  Frysklab neemt daarmee weliswaar deels de rol van het onderwijs over, maar het onderwijs is blij dat de bibliotheek er het voortouw in neemt. Ook dat schept weer draagvlak en vertrouwen.

Frysklab heeft ook subsidie ontvangen van SIOB om de opgedane kennis over te dragen aan andere bibliotheken.  Samen met De Heer Projecten wordt de leergang Fab the library! ontwikkeld, die zal bestaan uit een introductie-, een strategie- en een hands-on module. Omdat de leergang pas vanaf april 2014 wordt aangeboden valt er nog niet veel te zeggen over de animo van bibliotheken maar de verwachting is dat die er zal zijn. Collega van Beijnen van Cubiss hoopt in ieder geval dat mensen uit zijn regio er ook aan deel kunnen nemen. Jeroen de Boer hoopt dat uiteraard ook, maar heeft het voorlopig veel te druk om zich daar zorgen over te maken. Hij vertelt dat Frysklab onlangs ook werd bezocht door leden van de Tweede Kamer die zeer geïnteresseerd zijn in de mogelijkheden van het concept, dat hij werkt aan de afronding van een presentatie in Denemarken en dat hij ook nog een artikel over Frysklab mag schrijven voor het Handboek Informatiewetenschap van Vakmedianet.

Facilitator
Het antwoord op de vraag of bibliotheken nu wel of niet aan de slag zouden moeten gaan met FabLabs luidt hetzelfde als in januari 2013: “Misschien past een FabLab niet bij iedere bibliotheek, maar het concept verdient het zonder meer om verkend te worden, zeker door de wat grotere bibliotheekorganisaties.” Ik denk oprecht dat de genoemde voorbeelden aantonen dat er voldoende kansen liggen. Het heeft weinig zin om, zonder plan of samenhang, willekeurig 3D-printers neer te zetten in bibliotheekvestigingen, maar dat betekent niet dat er niet geëxperimenteerd kan worden. Je kunt met relatief weinig middelen, in samenwerking met lokale partijen, klein beginnen, of je dat nu doet om geleidelijk op te schalen of om publiek en medewerkers in de gelegenheid  te stellen zichzelf over deze ontwikkelingen te laten informeren. Dat de technologie in combinatie met visie, formatieplaatsen en werkvrijheid ook kan leiden tot de dwarsverbanden waarnaar de politiek op zoek is, wordt aangetoond door Bibliotheekservice Fryslân. Daar vallen opeens veel puzzelstukjes op hun plek en krijgt de bibliotheek de sleutelrol die zij zo graag wil vervullen, zowel binnen de gemeenschap als op het gebied van kennisdeling. Dat is niet alleen belangrijk voor bibliotheken; de klant of bezoeker heeft er ook veel baat bij.

Dat vindt ook Ella Hueting, voorzitter van Stichting FabLab Benelux. Zij beschouwt bibliotheken als ideale partner voor FabLabs omdat ze een enorm bereik hebben en als geen ander in staat zijn tot de bundeling, ontsluiting en verspreiding van kennis. Zodra zij 3D-printing als voorbeeld neemt begrijp je waar ze op doelt. Nu draait het nog vooral om de techniek en ligt het nog deels buiten het bereik van de consument, maar de techniek wordt snel goedkoper en laagdrempeliger. De nadruk zal uiteindelijk komen te liggen op de kennisuitwisseling rondom de ontwerpen en toepassingen in plaats van op de technologie. Nu al duiken regelmatig kunstenaars en designers op bij workshops in bibliotheken, om te ontdekken wat de ontwikkelingen kunnen betekenen voor hun vakgebied. Bij die zoektocht naar kennis op fysiek locaties, in alle hoeken van de samenleving: daar is de bibliotheek toch de facilitator en gids bij uitstek? Wie daar niet in gelooft moet het in januari verschenen rapport Bibliotheek van de toekomst, van de commissie Cohen er nog maar eens op naslaan.

@

Dit artikel verscheen ook in Bibliotheekblad, Nr 5, 2014.
Foto: Martin de Jong

Read more…

In de categorie goede ideeën: als erfgoedinstelling de verbinding zoeken met werelden waarin mooie dingen in mum van tijd ontwikkeld worden. Neem nu deze 'library edition' van het zogeheten Startup Weekend in Toronto. Infodocket definieert zo'n weekend als:

"Startup Weekend is a global grassroots movement of active and empowered entrepreneurs who are learning the basics of founding startups and launching successful ventures. It is the largest community of passionate entrepreneurs with over 1800 past events in 120 countries around the world in 2014."

Zie wat er uit voortkwam:

Prachtig toch? Het is in ieder geval interessanter dan menig sessie op de hei, als je het mij vraagt.

Read more…

Het kritische artikel van Jan de Waal over het ebookplatform, op de site van BNL, riep veel reacties op. Het bericht werd meer dan 100 keer geretweet, besproken in andere media, enz. Een goede zaak, want daardoor komen dingen in beweging. Jan plaatste onder het bericht ook een brief die BNL op 3 april verstuurde naar de directies van alle bibliotheken. Het is een verhelderende toelichting.

Vanmiddag is deze brief gestuurd aan alle directies in Nederland.

Van: Directie Bibliotheek
Aan directies


Datum: 3 april 2014 13:36
Onderwerp: Ontwikkelingen e-book dienst
Aan:

Beste collega,

We hebben in januari het lezen van e-books van de bibliotheek gelanceerd: een vernieuwend uitleenmodel waarbij een paar belangrijke uitgangspunten voor het uitlenen van e-books zijn gerealiseerd. We hebben er in nauw overleg met de VOB bewust voor gekozen om het e-bookplatform in de markt te zetten om te voldoen aan de grote vraag naar e-books van de bibliotheek en omdat we wilden beginnen en niet afwachten.

Speelveld
U kent de randvoorwaarden waaronder wij moeten opereren, toch noem ik voor alle duidelijkheid nog de twee elementaire:

1. Leenrecht: Nederland kent (nog) geen leenrecht voor e-books. We moeten dus met alle uitgevers individuele afspraken maken over in te kopen titels. Daardoor bepalen de uitgevers nog in grote mate het aanbod op het e-bookplatform. Desondanks hebben we al 5.000 titels beschikbaar en signaleren we een groeiende belangstelling vanuit uitgeverijen.

2. Aanbesteding en ICT-complexiteit: de bouw van het e-bookplatform moest aanbesteed worden. Dat levert beperkingen op in de keuze van leveranciers en in de mogelijkheid om tussentijds wijzigingen door te voeren. Door koppelingen met andere onderdelen van de infrastructuur en de complexiteit van dit nieuw te ontwikkelen product, zijn er maar liefst 5 bibliotheeksysteem- en nog eens 8 andere leveranciers bij betrokken. Bij een ‘stand alone’ dienst als de VakantieBieb-app is dat slechts één leverancier, daar zijn geen koppelingen nodig met de bibliotheeksystemen, de inlog en catalogus waardoor dit veel eenvoudiger, goedkoper en gebruiksvriendelijker te realiseren is. Echter, we willen met elkaar toe naar een volledig geïntegreerd platform, dat vraagt dus – helaas – om deze meer complexe aanpak. Tegelijkertijd constateren we dat we daarin grote stappen hebben gezet en daarmee oogsten we ook veel lof als branche.

Realiseert u zich alstublieft goed: dit is een gezamenlijke reis in een complex speelveld en we zijn nog maar net gestart.

Eerste ervaringen
Nu we twee maanden operationeel zijn met e-books uitlenen, zien we wat de ervaringen zijn en waar we staan: we hebben ruim 50.000 e-bookgebruikers die meer dan 100.000 titels gedownload hebben. Maar we zien ook dat er nog veel verbeteringen nodig zijn. En uiteraard luisteren we naar reacties van lezers en bibliotheekmedewerkers. Voor ons is dat belangrijke input.

Uitstel campagne
We hebben in overleg met de VOB besloten het e-bookplatform eerst verder te verbeteren en bibliotheken beter te ondersteunen in de dagelijkse contacten met leden en potentiële gebruikers. Dat heeft echter wel gevolgen voor de planning van de marketingcampagne. We hebben daarom besloten de landelijke e-bookcampagne na de zomer te lanceren.
Bij de ontwikkeling van het e-bookplatform zullen we meer aandacht besteden aan de uitleg van bepaalde keuzes. De volgende verbeteracties zijn inmiddels uitgezet:
· Leesapp: het inloggen, de leesbeleving en de informatie binnen de app. Er wordt een compleet nieuwe leesapp gebouwd momenteel.

· Website: categorie widget wordt verbeterd en de e-bookwebsite wordt gerestyled.

· Veelgestelde vragen en antwoorden: de bestaande veelgestelde vragenpagina wordt aangepast op basis van feedback, o.a. instructiefilmpjes en handleidingen.

e-bookpluspakket
Daarnaast komt de functionaliteit voor het uitvoeren van het e-bookpluspakket binnenkort beschikbaar. Deze zal ‘live’ gezet worden op een nader te bepalen moment: in ieder geval niet eerder dan dat de werking daarvan volledig uitgetest is en naar tevredenheid verloopt. Ook zijn we volop in gesprek met uitgevers voor het toevoegen van recente titels. Dat gaat naar verwachting tot resultaat leiden deze zomer.

Afstemming binnen de branche
De afgelopen weken hebben wij diverse reacties en kritieken ontvangen die de indruk geven alsof wij vanuit BNL een geheel eigen koers varen en geen zicht of connectie hebben met de dagelijkse praktijk van de lokale bibliotheken of collectieve belangen. Dat beeld is niet correct. Ik wil nog eens benadrukken dat alle stappen, op zowel technisch, organisatorisch en marketingvlak, op zeer frequente basis met zowel de VOB (diverse commissies en de werkorganisatie) als met individuele bibliotheken (ons account-management en andere contacten) worden besproken en afgestemd. Bij de inkoop van e-booklicenties en de uitvoering van de marketingactiviteiten opereren we zelfs in direct opdrachtgeverschap van de VOB.

Overige zaken
Verder circuleren er diverse vragen over de e-bookdienst, die ik bij deze gelegenheid nog eens wil benoemen en beantwoorden:
· Jeugdleden en hun toegang tot e-books: er wordt gesteld dat jeugdleden worden uitgesloten van het aanbod, echter op het platform zijn diverse titels voor de jeugd beschikbaar. Daarnaast is het basisaanbod van e-books ook met het jeugdlidmaatschap beschikbaar. In aanvang stonden een aantal uitgevers dit niet toe, maar wij koersen nu op het handhaven van deze situatie en hanteren dit als voorwaarde voor deelname met e-book titels. Het jeugdlidmaatschap blijft dus wat ons betreft toegang geven tot het basispakket. Voor meer recente titels zijn wij in gesprek met uitgevers om een speciale ‘Lezen voor je Lijst’ app te ontwikkelen.

· Spotify voor e-books door uitgevers: In de eerste plaats gaat het hier naar verwachting eerder om een ‘Netflix-model’ waarbij je een vast abonnementstarief betaalt. Daarbij zal dit tarief uitkomen op ca. € 100 - 120,- per jaar en ook niet het aanbod van alle uitgevers representeren. Er zullen vast meer van dit soort initiatieven aankomen. Wij zijn ervan overtuigd dat het bibliotheekaanbod een volwaardige plek zal verwerven in het tijdelijk beschikbaar stellen van e-books.

En ook dat ons aanbod meer recente titels gaat bevatten. Dat gebeurt nu al.

Onze vergoedingen aan de uitgevers zijn meer dan ‘fair’ en ons gezamenlijk budget is significant (en stijgend). Bovendien leveren we zeer interessante informatie over (digitaal) leesgedrag aan de uitgevers, relevant voor het uitoefenen van hun vak. Door samen van onze e-bookdienst een succes te maken kunnen we dit argument straks ook omdraaien en uitgevers aangeven dat er geen noodzaak meer voor hen is een eigen ‘spotify voor e-books’ te ontwikkelen, omdat wij die al hebben plus 4 miljoen (potentiële) lezers!

· Koppeling met lidmaatschapsgegevens: het platform kan geen koppeling maken met bepaalde lidmaatschap-gegevens (zoals looptijd abonnement, openstaande boetes). Daardoor is het bijvoorbeeld niet mogelijk een lezer online te blokkeren of de looptijd van het e-bookpluspakket gelijk te schakelen aan de looptijd van het abonnement. Voor uitwisseling van ieder gegeven dient er een koppeling gerealiseerd te worden met de lokale bibliotheeksystemen en deze dienen ook nog real-time met elkaar in verbinding te staan. Dit is niet wenselijk en doelmatig (financieel, technisch). Bovendien mogen we wettelijk gezien geen 18 e-books in een pakket verkopen als we deze niet kunnen uitleveren. De 18 vooruitbetaalde e-books moeten dus door BNL online uitgeleverd kunnen worden, ook als iemand daarna geen lid meer is van de bibliotheek (of als die bibliotheek na betaling niet meer bestaat).

Voortgangsberichten e-books
Met een aantal geselecteerde bibliotheken hebben wij inmiddels afspraken gemaakt de door te voeren verbeteringen en uitbreidingen in alle rust deze zomer te testen en daar waar nodig aan te passen. Wij zullen u via voortgangsberichten eens in de drie, vier weken op de hoogte stellen van verbeterpunten en verdere ontwikkelingen. Met deze verbeteracties kunnen wij na de zomer vol vertrouwen landelijk de schijnwerpers zetten op het lezen van e-books van de bibliotheek.

Ik vertrouw erop dat ik u voor dit moment voldoende heb geïnformeerd,


Met een hartelijke groet,

STICHTING BIBLIOTHEEK.NL

Drs. D.J. van Leeuwen
Directeur

Read more…

Serie Jeroen de Boer: Bibliotheekwerk in transitie

De serie bijdragen 'Bibliotheekwerk in transitie', afgelopen week op het blog van Jeroen de Boer, verdient het om gelezen te worden. In 9 stappen neemt Jeroen ons mee langs een aantal door Rob geschetste ontwikkelingen/vraagstukken rondom het bibliotheekwerk. Het zijn interessante constateringen en nuttige suggesties. Doe er je voordeel mee!

Uit de inleiding:

"Rob Bruijnzeels en ikzelf waren gisteren te gast bij Bibliotheek Groningen. De reden daarvoor was ons licht te laten schijnen over de functie van de bibliotheek in het momenteel in aanbouw zijnde Groninger Forum. Dit complex gaat ruimte bieden aan verschillende organisaties, waaronder, naast de bibliotheek, bijvoorbeeld ook een filmhuis en een debatcentrum.
We waren beide gevraagd, voorafgaand aan het gesprek met directie en een aantal medewerkers, ieder een korte presentatie te geven. Rob gebruikte in de zijne onder andere de slide die je hieronder ziet. Omdat ik de observaties erg prikkelend vind wil ik de komende dagen het rijtje afgaan. Op basis van hoe ik er tegenaan kijk en indien mogelijk het liefst gerelateerd aan mijn eigen ervaringen werk ik ze één voor één uit."

De serie:

Deel 9 volgt vandaag.

Afbeelding: A two-level garden library like no other 

Read more…

Nationale bibliotheekberichten week 49 2013

Afbeelding: Books Rock My World

Read more…

 

Het rapport Inventarisatie innovatie openbaar bibliotheekwerk staat sinds deze week op de site van SIOB. Op 'Mijns Inziens' een persoonlijke noot bij het rapport.

De PDF:

Inventarisatie-innovatie-openbaar-biblitheekwerk-2013%20Definitief%20Document.PDF

Read more…

Aardig, dit overzicht van verschoven prioriteiten in de bibliotheekwereld. Het is afkomstig uit de samenvatting van het strategische kader 2012-2017 van de openbare bibliotheken van Nieuw-Zeeland, dat vorig jaar al werd gepubliceerd. Een bericht over een nieuwe hipster in de gelederen van de organisatie bracht me alsnog bij het document.

Read more…

Interessant leesvoer, dat supplement van American Libraries. Onder de titel 'Digital Content, what's next?'wordt in verschillende artikelen onder meer ingegaan op bibliotheken als uitgevers, als verspreiders van content en als distributeurs van eboeken.

Meer informatie in de bijdrage How Libraries are Evolving in the New Digital Realm.

Read more…

Een recente kop van Wim Keizer op de site van Bibliotheekblad luidde Rapport over contextualisering van content: doe het niet alleen. Met die kop ben ik het wel eens, maar ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat je alleen of in kleine teams ook veel kunt bereiken, als het gaat om contextualisering van informatie en om het concept 'van collectie naar connectie'. Het is een kwestie van doen.

Ik hoop dat onder meer aan te tonen met het uit de hand gelopen hobbyproject Middelburg Dronk. Het is weliswaar geen initiatief van een erfgoedinstelling, maar het betrekt die instellingen er wel bij. Iedere instelling kan zo'n project zonder al te veel middelen starten, rondom welk thema dan ook.

Voor het handboek Informatiewetenschap van Vakmedianet beschreef ik het project als 'case'. Geïnteresseerden kunnen die casebeschrijving ook lezen via M.I. In deel 7 ook links naar deel 1 t/m 6.

Afbeelding Walcherse Boeren op de Markt in Middelburg ca 1927: DVD Ons Zeeland.

Read more…

De tijd dat er veel werd geschreven over innovatie op het gebied van bibliotheekcatalogi lijkt achter ons te liggen. Het is ongetwijfeld zo dat er 'aan de achterkant' wordt gewerkt aan allerlei technische hoogstandjes, maar dat leidt vooralsnog niet tot veel opwinding over mooie dingen 'aan de voorkant'. Toch blijkt uit een uitgebreid artikel van Marshall Breeding dat de wereld van de bibliotheekautomatiseringsindustrie allerminst stilstaat. Lees Automation Marketplace 2013: The Rush to Innovate op de site van LibraryJournal en je bent weer een beetje bij. Onder het artikel een handige lijst met bedrijfsprofielen van de spelers die er toe doen.

Read more…

NFC-Bibliotheken in de Metro

Via Huffington Post:

"Miami Ad School students Max Pilwat, Keri Tan and Ferdi Rodriguez have come up with a concept video about how public libraries could share book samples via subway ads - via the Near Field Communication (NFC) technology embedded in many cell phones.

It's a great video - though we can't help feeling that publishers or online retailers might prefer to use the tech to persuade people to buy books, instead of borrow them.

Either way, this is hardly science fiction. We've already seen something similar in the real world from Samsung, an NFC-activated billboard in New York City that offered free music, content from The New York Times and Onion, plus, yes, book samples too"

Read more…

 

Bibliotheken die midden in de samenleving staan: daar maakt men in Sydney ook werk van. Uit 'The story of the library with a garden':

Two architects in their 20s have beaten a field of experienced international rivals to design a major new public space in Sydney. Their design has a "community living room" theme.Felicity Stewart, 29, and Matthias Hollenstein, 28, of the firm Stewart Hollenstein, won the right to design a $40 million library and plaza at Green Square, on the southern edge of the city centre.The below-ground vision will include garden storytelling, rolling hills and a sunken garden for reading and relaxing. It features an amphitheatre, water play area and music rooms where residents can practise on their instruments without disturbing neighbours.


Het kost een paar centen, maar dan heb je ook wat. Als je bovendien bedenkt dat het gehele Green Square project (een stadsdeel dat plek moet bieden aan 40.000 inwoners!) 8 miljard kost, dan valt die 40 miljoen nog best mee, toch?

Read more…

2013: May the Force be with you!

Een gezond, gelukkig en open 2013 voor iedereen! Laten we proosten op het voornemen om ons niet langer de kaas van het brood te laten eten, door welke kwade krachten dan ook. Ter inspiratie verwijs ik hier naar een bijdrage die Eric Hellman gisteren publiceerde: 2012: Libraries Not Dead Yet.

Libraries themselves faced threats from all sides. In some cases, librarians were sacrificed before the  altar of apparent change, but most of the people saw them as bastions of hope in difficult times. Even when hundreds of thousands of website clamor for eyeballs, people still look to libraries for guidance and shelter. Library usage has actually increased. Maybe it's because so many bookstores have closed, and libraries remain a last refuge of the book lover. Maybe it's the free internet without the incessant Starbucks music. Maybe it's the author at the next table that nobody's ever heard of.
[...]
Jeff Bezos is not the Dark Lord and he's unlikely to issue Order 66 to his army of Kindles. The Random Penguin is not erecting an impenetrable ebook blockade around libraries. But the times ahead will see many more institutions fall into irrelevance and decay, and will see others find new and greater purposes. For 2013, we can't rely on high midi-chlorian counts or light sabers. We have to build some new things. But that Deathstar isn't going away all by itself

Of om met Yoda te spreken: "Always in motion the future is"

Read more…

Bewegingen realisatie landelijk kennisplatform

Via via heb ik vernomen dat vorig jaar tussen de grote (en iets kleinere) partijen in bibliotheekland Nederland langzaam aan een gesprek over landelijke kennisdeling op gang begon te komen.1Als buitenstaander vindt ik het echter moeilijk om te bepalen wat nou precies de huidige stand van zaken is. Voor zover ik kan zien is het gesprek sindsdien enigszins stilgevallen. Inmiddels proberen de betrokken partijen het proces weer vlot te trekken. Met name het SIOB lijkt op dit gebied te proberen een voortrekkersrol te spelen.

Op de website is nieuwsbericht van juli 2011 terug te vinden met als titel SIOB gaat online kennis- en innovatienetwerk opzetten”.2Ik vind dat inhoud zo belangrijk dat ik deze niet zou durven samen te vatten, dus hier het hele bericht:

Eind van dit jaar zal de SIOB-site voorzien in een modern 2.0 kennis- en innovatienetwerk. Bibliotheekprofessionals kunnen daar kennis en ideeën uitwisselen of ontwikkelen, openbaar of in een meer besloten omgeving.

Het moet een levendig online platform worden waar mensen zowel voor hele specifieke onderwerpen en projecten terecht kunnen als voor meer algemene onderwerpen. Het netwerk faciliteert de verschillende vakberaden om ideeën te ontwikkelen met collega's. Voordeel van het kennis en ideeën delen in een groter verband is dat er meer mensen constructief kunnen meedenken of gebruik kunnen maken van de kennis.

Het SIOB ontwikkelt de site in overleg met VOB, B.nl, Stichting PSO en MCN. Met het kennis- en innovatienetwerk wil het SIOB innovatie van onderaf stimuleren, kennis bevorderen en draagvlak creëren voor nieuwe ideeën.

Een prachtige visie. Jammer genoeg wijst alles er echter op dat eind van dit jaar niet meer gaat lukken. Berichten over de vertraging lijkt SIOB niet te hebben gedaan. Wat is dan de huidige stand van zaken?

Als ik verder kijk op de programma pagina “Onderzoek en kennisdeling” zie ik een project beschreven staan dat qua beschrijving heel erg overeenkomt met het bovenstaande project, Innodating.nl. Maar als ik vervolgens de tekst aandachtig lees en het leuke speelse filmpje bekijksnap ik het even niet meer. Waar er in het oorspronkelijke nieuwsbericht wordt verwezen naar “een modern 2.0 kennis- en innovatienetwerk waar bibliotheekprofessionals kennis en ideeën kunnen uitwisselen of ontwikkelen” lijkt de huidige invulling zich veel meer te richten op een soort van ideeën site.

Maar... dat is toch maar één onderdeel van een “een modern 2.0 kennis- en innovatienetwerk”? Er moet binnen zo'n netwerk toch ook ruimte zijn voor vrije kennisdeling die niet perse gebonden is aan ideeën? Denk maar een beetje aan andere plekken waar bibliotheekprofessionals kennis uitwisselen: in zijn algemeen via blogs en Twitter maar ook via bestaande kennisplatforms (Bibliotheek 2.0, Biebkracht en de Brabantse Netwerkbibliotheek) en bestaande lokale werk- en kennisgroepen.

Wat ik ook een beetje raar vind is dat zonder dat er überhaupt nog iets is ontwikkelt er al wordt “geadverteerd” voor het project en dat mensen zich ook al kunnen aanmelden (“Heeft u zo'n mooi project? Dan moet u dat zeker aanmelden op www.innodating.nl”). Misschien ben ik wel gewoon een pessimist, maar als ik het filmpje zie waar een poen geld op tafel wordt getoverd onder de glimlach van de de gloeilamp (de idee-bedenker) en het boek (de bibliotheek?) denk ik toch al heel gauw aan subsidieverslinding.

Het enige dat mij op dat gebied gerust zou stellen is als de ideeën volledig in de openbaarheid worden tentoongesteld en besproken. Als het je als organisatie dan niet lukt om in korte tijd zelf hiervoor een platform te ontwikkelen. Waarom dan geen gebruik maken van een bestaande oplossing? Denk hierbij aan IdeaTorrent, IdeaStorm, GetSatisfaction of UserVoice?

Wat vinden jullie?

1 Het betreft hier SIOB, Cubiss/Brabantse Netwerkbibliotheek, Bibliotheekhuis, Pro Biblio en Biblioservice Gelderland/ Gelders Bibliotheeknetwerk. Zie: “Plannen”, Anneke Manche via Biebkracht, 20 september 2011.

2 De datum van het nieuwsbericht wordt niet in het nieuwsbericht zelf weergeven maar kon alleen worden gevonden via het nieuwsarchief

(Via http://bruceoverdebieb.wordpress.com/2011/12/14/bewegingen-realisatie-landelijk-kennisplatform/)

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix