Blogs

2013 (10)

Nationale bibliotheekberichten week 49 2013

Afbeelding: Books Rock My World

Read more…

Een paar weken geleden heb ik voor het project " Makersplaatsen" contact gezocht met de stichting Fablab Benelux. Natuurlijk heb ik toen ook onze publicatie over "Makersplaatsen in de bibliotheek" meegestuurd. Als reactie hierop kreeg ik de vraag of ik interesse had om me in te schrijven voor de eerste Europesche Fablab conferentie in Aachen. 

Omdat het programma voor ons project erg interessant leek, heb ik mij hier zelf natuurlijk direct voor ingeschreven. Een van de voorwaarde van inschrijving voor deze conferentie was dat je niet alleen kennis kwam ophalen, maar ook kennis kwam delen. Ik heb daarom een korte beschrijving van ons project in het Engels geschreven en de publicatie ingestuurd. Ondanks dat onze publicatie alleen in het Nederlands beschikbaar was, vond men deze gelukkig toch interessant genoeg om tijdens deze conferentie aandacht aan te besteden. 

Wat ik echter niet door had, was dat er van alle deelnemers aan dit congres verwacht werd ook een Pecha Kucha presentatie te geven van het project welke zij ingestuurd hadden. Een Pecha Kucha is een presentatie vorm waarin je als spreker maar 20 slides mag gebruiken om je verhaal te doen en iedere slide maar 20 seconden in beeld is. Ik heb deze presentatievorm al een paar keer enorm de mist in zien gaan en zat er niet echt om te springen om deze vorm zelf in de praktijk te brengen.

Toch heb ik mij laten verlijden om een verhaal over ons project te doen. Hieronder staan de slides van de presentatie. Aangezien het een Pecha Kucha was, zijn de slides zonder verhaal helaas wat minder goed te volgen. Maar het was goed genoeg om een hoop aanwezigen enthousiast te krijgen voor het concept makersplaatsen in Bibliotheken. Wat hierbij ook wel hielp was dat ik ingepland stond na de Pecha Kucha van Jeroen de Boer over het Frysklab en mijn verhaal goed op dat van hem aansloot.

Alle andere presentaties zijn inmiddels al terug te vinden opde website van Fablabcon. En zeker een aanrader voor iedereen die in dit onderwerp geïnteresseerd is. Er waren diverse presentaties vanuit verschillende landen, verschillende disciplines en verschillende niveaus, maar gezamenlijk geven ze een mooi beeld van het concept Fablab, de verschillende uitwerkingen hiervan, de verschillende uitdagingen die men tegen komt en keuzes die men hierin kan maken. 

Hoewel ik er toch wel tegen op zag vond ik het uiteindelijk wel meevallen om een Pecha Kucha te geven. Dit zal zeker nooit mijn eerste keus worden, maar vast niet de laatste keer dat ik er een gegeven heb. Op dit congres vond ik deze werkvorm namelijk ook heel erg prettig. Hierdoor kwamen veel sprekers aan het woord en werd er echt veel kennis gedeeld. Daarnaast waren minder interessante presentaties ook sneller afgelopen. 

Wat mij bij de voorbereidingen wel geholpen heeft was het gratis e-Book over het maken en houden van Pecha Kucha's van Jan Willem Alphenaar waar ik weer door mijn collega Mirjan Albers op werd gewezen. 

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Afsluiting, evaluatie en opmerkelijke dingen

De afsluiting van het congres werd gedaan door Jens Thorhauge. Jens is de voorzitter van de Deense Biblioteksrådet. Wat ik begrepen heb  is dit een lobby organisatie die vergelijkbaar is met de VOB. Jens heeft het hele congres bijgewoond en hier een korte samenvatting van ongeveer 10 minuten van gemaakt. Aan de hand van een presentatie loopt hij heel het congres in een paar steekwoorden door.

Natuurlijk is de samenvatting wel erg algemeen,  maar het is toch indrukwekkend is hoe snel hij het congres heeft weten samen te vatten in een paar woorden en met een paar foto’s. Ik vermoed dat er niet veel mensen zijn die goed kunnen.  Maar ik denk dat het wel een mooie toevoeging zou zijn voor een biblitoheek2daagse als en andere bibliotheek congressen als we dit eens zouden uit proberen.

Evaluatie

Ook de evaluatie van het congres word op een leuke manier ingevuld. Bij binnenkomst in de zaal voor de afsluiting krijgt iedereen een formulier met interview vragen mee. Met dit formulier moeten de deelnemers elkaar interviewen. Simpele vragen als wat vond je goed, wat kon er beter en wat moet volgende keer niet ontbreken was je snel klaar. Maar het was wel een leuke manier om weer op een andere manier met andere deelnemers in contact te komen. En de organisatie heeft zo heel snel zijn evaluatie binnen om te kunnen verwerken.

Opmerkelijk?!

Persoonlijk vond ik het  een heel bijzonder congres. Vooral het internationale karakter vond ik erg waardevol. Wij zijn in Nederland heel erg goed in het naar onszelf en ons eigen beperkte werkgebied te kijken. Maar volgens mij is er nog veel te leren van andere branches en het bibliotheekwerk over de grens. In Zweden, Denemarken, Griekenland en Noorwegen lopen bibliotheken tegen dezelfde problemen tegen als in Nederland (alleen in Finland lijkt de bibliotheek het minder zwaar te hebben).  En allemaal zijn wij ook met vergelijkbare projecten en producten aan het experimenteren.

Zonde om deze kennis niet met elkaar te delen en ervaring met elkaar uit te wisselen. Dit werd op het congres overigens ook heel veel gedaan. Mede daardoor viel het op en was het jammer dat er niet meer Nederlanders aanwezig waren.  Veel Nederlandse projecten zouden namelijk heel goed passen binnen de verschillende sessies die aangeboden werden.

Juist omdat er binnen Nederland al veel gedaan werd op de onderwerpen die in sessies aan bod kwamen viel de inhoud mij soms tegen (dit had waarschijnlijk ook te maken met mijn referentiekader). Niet alle presentaties waren even sterk en even duidelijk en daardoor kwamen niet bij alle sessies de interactieve werkvorm goed uit de verf.  Bij de sessies waar wel sterke en duidelijke presentaties werden gegeven voegde de interactieve werkvorm overigens wel degelijk iets toe. Dit zouden wij zeker in verschillende Nederlandse congressen over kunnen nemen.  

Wat verder op viel is dat tijdens het congres de visie van bibliotheken en de rol die bibliotheken hebben in/bij de democratisering van de samenleving meerdere malen heb gehoord. In Nederland hoor ik hier eigenlijk nooit iemand over spreken. Ik heb het idee dat vooral in de Scandinavische landen dit een veel groter issue is dan in Nederland.

Veel van de deelnemers van het congres (althans de mensen die ik gesproken heb) waren al wel in Nederland geweest. Opvallend veel mensen zijn op studiereis geweest naar de Amsterdam en Delft. Iedereen was hier enorm enthousiast over en vooral de OBA werd als heel bijzonder ervaren.  Natuurlijk is de OBA niet representatief voor het Nederlandse bibliotheekwerk en vind ik dit niet de meest innovatieve bibliotheek van Nederland, maar wij scoren hier als Nederland wel duidelijk punten mee.

Bij elkaar was het congres zeker de moeite waard en ik kan Nederlandse bibliotheken ook zeker aanraden om over twee jaar deel te nemen aan dit congres. En dan hopelijk ook als spreker tijdens een of meerdere sessies.  Er is nog veel kennis te delen en op te halen volgens mij! 

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Civic engagement – How to improve local awareness

De laatste sessie waar ik aan deel heb genomen was een sessie rondom burgerpartipatie en de vraag hoe deze verbeterd kon worden. Een interessante vraag waar in Nederland op verschillende plaatsen succesvolle voorbeelden van te vinden zijn zoals b.v. Leeszaal Rotterdam West en de bibliotheek in Vierlingsbeek waarbij burgers de bibliotheek levend en open houden. En de Limburgse digidorpen om lokale gemeenschappen zoals b.v. die van Poolse migranten te ondersteunen. Met deze voorbeelden in mijn gedachte sloot ik met iets te hoge verwachtingen aan bij deze sessie welke meer in het teken zou staan van het opzetten van marketingcampagnes rondom de bibliotheek.

De sessie werd afgetrapt door Lotte Hviid Dhyrbye manager van een denktank over de toekomst van Deense bibliotheken.  Zij begon met een citaat van een lokale politicus uit de Deense plaats Bornholm.

“I’m sorry to say this, but talking about public libraries doesn’t get may votes”

Hiermee illustreerde ze het belang van marketing voor de bibliotheek. De bibliotheek word door veel gebruikers niet meer als noodzakelijke voorziening gezien en is niet meer een logische plek waar mensen met hun informatievraag naar toe gaan.

Dit werd nog eens extra duidelijk gemaakt door het feit dat 40% van de Deense jongeren tussen de 15 en de 29 de bibliotheek helemaal niet gebruikt en dit cijfer voor alle Denen zelfs 46% is.

Segment analysis – a first step to local awareness
De eerste spreker in deze sessie was Michael Moos-Bjerre. Michael voert op dit moment  een onderzoek uit naar het gebruik en de wensen van gebruikers en niet gebruikers van de bibliotheek met als doel input te krijgen om richting te geven aan de bibliotheek initiatieven van de toekomst.

 

In de sheets van de presentatie is de hele onderzoeksopzet te lezen.  De vragen die dit onderzoek moet beantwoorden zijn:

Wat zijn de opvattingen van gebruikers over de bibliotheek en hoe sluiten deze aan bij het daadwerkelijke gebruik.

  • Welke verschillende groepen zijn er bij onze gebruikers en niet gebruikers te definiëren.
  • Wat zijn de drijfveren van deze verschillende groepen.
  • Wat is de toegevoegde waarde van de bibliotheek voor deze verschillende groepen
  • Welke groepen zijn potentiele gebruikers van de bibliotheek.
  • Hoe realistisch is het om te meer gebruikers in de bibliotheek te krijgen en welke groepen worden dit dan
  • Hoe kunnen we nieuwe gebruikers in de bibliotheek krijgen en behouden.

Aangezien dit onderzoek net begonnen is en er nog geen resultaten bekend waren, voegde deze presentatie niet heel veel toe aan het onderwerp. Ik denk dat het goed is om hier als bibliotheek naar te kijken en ben benieuwd naar de uitkomsten in Denemarken. Maar volgens mij is hier in Nederland ook al veel onderzoek naar gedaan.

Geek the library en Geek the library in Nederland
De tweede en derde presentatie gingen over  de reclamecampagne Geek the Library en werden gegeven voor Chrystie Hill van OCLC en Ton van Vlimmeren van Bibliotheek Utrecht. De presentaties van Chrystie en Ton zijn ook hier en hier te downloaden.

Geek the library is een campagne die (met steun van OCLC) ontwikkeld is in Amerika met als doel om bewustwording en een klimaat te creëren  dat moet leiden tot een verhoging van de subsidies en fondsen die voor bibliotheken beschikbaar zijn.

De campagne richt zich hierbij niet op de super gebruikers van de bibliotheek en die de deur al plat lopen, maar juist op gewone gebruikers die af en toe in de bibliotheek komen. Dit zijn bijvoorbeeld ouders die met hun kinderen naar de bibliotheek komen of ZZP-er en studenten die komen werken in de bibliotheek.
Van deze gebruikers word in de campagne gevraagd om de bibliotheek te steunen door aan te geven in welke onderwerpen zij geïnteresseerd zijn, waarvoor zij een passie hebben en waarvoor zij naar de bibliotheek komen. Dus eigenlijk om aan te geven wat voor een “Geek” zij zijn.

Hierbij wordt voor het woord “Geek” de volgende betekenis gehanteerd:

  1. To love, to enjoy, to celebrate, to have an intence passion for.
  2. Tot possess a large amount of knowledge in.
  3. To promote.

Het aangeven wat voor passie je hebt kan via de website van de bibliotheek of via de website geekthelibrary.org. Hier zijn verschillende digitale hulpmiddelen te downloaden en zelfs hierop aangepaste kleding aan te schaffen.  Ook word gebruikers gestimuleerd om zelf foto’s en filmpjes te maken en deze te delen om zo hun eigen passie en de bibliotheek te promoten.

Een lokale bibliotheek besteed op zijn website en via de traditionele media (kranten, abri posters  e.d.) aandacht aan deze campagne door hier gebruikers centraal in te stellen. En de afbeeldingen en passies van gebruikers hierin naar voren te laten komen.

Het logo en de naam bibliotheek staan hierbij expres niet groot vermeld. De gebruiker en zijn passie wordt centraal gesteld. In de presentatie van Chrysti zijn meer voorbeelden te zien en ook op de website van Geekthelibrary is meer informatie over deze campagne te vinden.

Ton van Vlimmeren sloot aan bij het verhaal van Chrysti en gaf een uitleg over de plannen om in Nederland een vergelijkbare campagne als Geek the library uit te voeren. 

In Nederland gaan de G4 bibliotheken (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) in 2013 beginnen met deze campagne en richten zich hierbij vooral op jongeren tussen de 20 en 34 jaar. De reden om aan deze campagne mee te doen is dat bibliotheken in zwaar weer verkeren en het moeilijk is om budget vrij te krijgen en te behouden. Vooral bij een nieuwe generatie wethouders die de bibliotheek minder belangrijk vinden.
Juist daarom is een bewustwordingscampagne heel noodzakelijk. Timing is hierbij heel belangrijk. Het plan is om de campagne voor de volgende verkiezingen te laten starten.

In eerste instantie richt de campagne zich alleen op de grote steden. Als de campagne succesvol is deze ook overgenomen worden door bibliotheken buiten Nederland. De evaluatie zal in ieder geval gedeeld worden.

Omdat het een Amerikaanse campagne is zijn er een aantal keuzes moeten maken mbt de vertaling naar de Nederlandse situatie. Er is gekozen om het woord geek niet te vertalen omdat hier geen beter alternatief is. Er is even nagedacht over de mogelijkheid om dit door bieb te vervangen, maar de kracht van de campagne is dat er geen bieb in voor hoeft te komen, waardoor hier niet voor gekozen is.
Ook is er gekeken naar de landelijke huisstijl en hoe de campagne en de materialen hiervoor aangepast moeten worden. Omdat de campagnematerialen heel neutraal van kleur en ontwerp zijn is ervoor gekozen alleen de rode kleur in de materialen door het bibliotheekoranje te vervangen. 

De campagne word gedeeltelijk ondersteund door OCLC. OCLC levert een projectleider en zal in 2013 uitgevoerd worden. 

Het is jammer dat de campagne nog niet loopt, ik had graag gezien hoe de verschillende campagne materialen er in Nederland uit zouden hebben gezien.  
Het verbaasd mij wel dat dit soort ontwikkelingen in Nederland helemaal niet lijken te leven. Nog op bibliotheek2.0 nog op de bekende biblioblogs nog op biebtobieb heb ik dit eerder gezien. Wat dat betreft laten wij als kennismakelaars volgens mij toch echt wel een steekje vallen. 

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Reimagining the roles of Public Libraries

De tweede dag werd afgetrapt door Pat Losinski, directeur van de Columbus Metropolitan Library in Amerika.  De sheets van de presentatie van Pat zijn ook vanaf de website van Next Library te downloaden.  In deze keynote presenteerde Pat zijn bibliotheek, de visie die zij op de toekomst hebben, de ontwikkelingen waar zij tegen aan lopen en de keuzes die zij tot nu toe gemaakt hebben.

Toekomstvisie gebruikers?
Wat in de online versie van de presentatie van Pat pas in het eind terug te vinden is, maar waarmee hij zijn presentatie start zijn twee wordclouds. Deze gebruikt hij om te laten zien hoe de gebruikers van zijn bibliotheek de toekomst hiervan zien. De Columbus Metropolitan bibliotheek heeft onder zijn 30.000 facebookfans namelijk een tweetal vragen gesteld. 
Eerst hoe zij de bibliotheek uit hun jeugd zouden omschrijven en vervolgens hoe de bibliotheek van de toekomst er uit zou moeten zien. In de wordcloud die van de antwoorden op de eerste vraag gemaak is was heel groot Books als antwoord te zien. In de tweede wordcloud was duidelijk te zien dat books vervangen was door Community en Technology.  
Een leuke manier om je Facebook volgers in te zetten en op een simpele manier onderzoek te doen naar meningen en ideeën van je gebruikers.  In Nederland zou deze aanpak op Facebook waarschijnlijk niet werken aangezien de meeste Nederlandse bibliotheken met een Facebook pagina een veel lager aantal  volgers hebben. Maar de werkwijze waarbij antwoorden op open vragen via diensten zoals Wordle in een wordcloud samengevat worden is natuurlijk wel heel goed haalbaar.

Rendement
Kort besteed Pat even aandacht aan de wijze waarop hij vind dat er naar bibliotheken en het rendement van bibliotheken gekeken moet worden. Het rendement van de bibliotheek zou je volgens hem niet traditioneel moeten aantonen met cijfers, maar door aan te geven wat de impact op de community van de bibliotheek is.  
Als een voorbeeld hiervan liet hij een kaart zien van het werkgebied waarop de gebruikers van de computerfaciliteiten van de bibliotheek geplot waren. Een kaart die heel inzichtelijk maakt waar de grote groep gebruikers zitten en waar de invloed van de bibliotheek dus het grootste is.

Huidige problemen

De reden waarom er meer naar het rendement dan naar cijfers gekeken moet worden is omdat het gedrag van klanten veranderd. Ook in Amerika nemen de uitleencijfers af. Daarnaast zijn gebruikers niet meer in de kasten te vinden, maar reserveren ze boeken via de digitale diensten van de bibliotheek en halen zij items tussendoor een keer in de bibliotheek op.

Ook in Amerika zijn het aanbieden van goede Ebook diensten een probleem.  Er is in Amerika geen echte concurrentie,  hebben te maken met samenwerkende uitgevers, is een onvoldoende interessant aanbod en een verouderde auteursrechten.
Pat vreest dat als deze ontwikkelingen zich doorzetten dit in de toekomst gaat leiden tot een contentkloof tussen mensen die wel toegang hebben tot content omdat men dit makkelijk kan betalen  en mensen die dit niet hebben.  De bibliotheek heeft de afgelopen jaren al een rol gespeeld in het dichten van de digitale kloof tussen mensen die wel en geen toegang tot technologie hebben, maar moet zich zu sterk maken om ook de toegang tot digitale content te krijgen.

Toekomstige problemen
Naast de problemen waarmee de bibliotheek nu al te maken heeft, moet er volgens Pat ook gekeken worden naar de toekomst.  Hij geeft dit aan met een citaat van Bill Gates:

"We always overestimate the change that will occur in the next two years and underestimate the change that will occur in the next 10. Don't let yourself be lulled into inaction.”

De vraag die biblitoheken zichzelf moeten stellen is, hoe zij de ruimte gaan invullen welke in de toekomst niet meer door boeken word ingenomen? Pat heeft hier het antwoord nog niet op. Hij geeft aan dat hij ziet dat door de opkomst van mobiele technologie er een einde is gekomen aan de bibliotheek als “computerfarm”. Hoe zijn bibliotheek de ruimte die hier ook door vrij komt wil gaan inzetten weet Pat nog niet.
Hij volgt de ontwikkelingen van Makersplaatsen, maar weet nog niet of dit de toekomst voor bibliotheken is. Hij wil eerst de ervaringen van andere bibliotheken afwachten voordat hij hier op wil gaan inzetten. Dit was ook een waarschuwing van Pat om niet overal zomaar op in te stappen, maar goed moet kijken of dit bij jou in de bibliotheek past.

Strategisch plan
In de bibliotheek van Pat hebben zij hiervoor een strategisch plan op gezet waarin zij 3 belangrijke speerpunten hebben benoemd:

  • Jongeren
    Om leren en persoonlijke groei te bevorderen
  • Mijn Biblitoheek
    Om nieuwe bibliotheekdiensten te ontwikkelen die ook echt toegevoegde waarde hebben
  • Life skills
    Om klanten vaardigheden bij te brengend die in de huidige maatschappij noodzakelijk zijn

Pat eindigt zijn verhaal met een uitgebreide toelichting op de activiteiten die zij in Columbus uitvoeren om hun eerste speerpunt te behalen. Hierbij zetten zij zich op kinderen in verschillende leeftijden van de peuterspeelzaal tot de eerste klas middelbare school. En bieden zij 3 programma’s aan die als doel hebben om lees- en leerachterstanden van minder welgestelde kinderen weg te nemen.

  • Ready to read
    Een programma wt vergelijkbaar is met het Nederlandse Boekstart. Waarbij ouders van jonge kinderen worden gestimuleerd om te gaan (voor)lezen met hun kinderen en waarbij het belang hiervan word uitgelegd.
  • Huiswerk help centers
    Waar jongeren met vragen en problemen rondom huiswerk en vakinhoudelijke vragen naar toe kunnen gaan om verder geholpen te worden.
  • Summer reading club
    Een leesclub voor jongeren die in de vakantie geen extra activiteiten aangeboden krijgen door hun ouders en hierdoor achterstand op lopen.

Een aantal leuke programma’s waar wij in Nederland natuurlijk ook al mee bezig zijn, maar waar ongetwijfeld nieuwe ideeën uit op te halen zijn. Het verbaasd mij ook dat wij voor initiatieven die wij hebben geen kennis uitwisselen met  vergelijkbare initiatieven in het buitenland.

De laatste opmerking die Pat in zijn presentatie maakte, was dat het belangrijk was om ook de bibliothecarissen die de verschillende programma’s trokken binnen en buiten de bibliotheek een gezicht te geven. Iedereen heeft binnen zijn bibliotheek een speciale functie, met speciale kennis en dit mag best onder de aandacht gebracht worden. Dit zijn namelijk de mensen die de bibliotheek een gezicht geven.  Hiervoor hebben ze in Columbus speciale flyers/kaarten ontwikkeld waarop het personeel leestips geeft en staat beschreven met welke vragen men bij hen terecht kan.
Een leuke manier om je bibliotheek een gezicht te geven. Dit werkte  in Columbus volgens Pat ook zo goed dat er zelfs kinderen in de bibliotheek om een handtekening kwamen vragen.
Of dit ook in Nederland zou werken weet ik niet, misschien dat wij te nuchter zijn voor dit soort flyers, maar het kan natuurlijk geen kwaad om de mensen die in de bibliotheek werken en hun kennis en kunde beter zichtbaar te maken. 

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Using Design Thinking to Drive Innovation in Libraries

De eerste dag werd afgesloten met een keyote van Mark Jones van het bedrijf IDEO. IDEO is een bedrijf wat gebruik maakt van design thinking om bedrijven te helpen nieuwe producten te ontwikkelen of bestaande producten door te ontwikkelen. Mark liet in een uitgebreide presentatie zien wat design thinking was en hoe dit bij IDEO ingezet werd.

IDEO gebruikt design thinking voor een groot aantal verschillende vragen, van het herontwerpen van tandenborstels tot online bankieren tot ziekenhuizen. Er zijn bij ontwikkelprocessen veel verschillende mogelijkheden beschikbaar, maar de vraag is altijd, welk pad neem je? Het antwoord hierop kan doormiddel van design thinking gegeven worden. Design thinking is namelijk een denkmethode en ontwerp proces.
Volgens Mark, is design thinking bedoeld om innovatie te versnellen en beter oplossingen te bedenken voor uitdagingen in het bedrijfsleven.

Design thinking is een ontwerp proces waarbij het kijken en begrijpen van je gebruikers centraal staat. Volgens het wikipedia artikel over Design thinking bestaan er meer stappen, maar Mark brengt dit terug naar de volgende drie stappen:

  1. Observeer
  2. Ontwikkel ideeën
  3. Maak het

In zijn presentatie behandeld hij deze stappen aan de hand van verschillende voorbeelden van projecten die IDEO uitgevoerd heeft.

Observeer

Een van de belangrijkste uitgangspunten bij design thinking is het observeren van gebruikers in het gebruik van producten of diensten. De vraag is hoe gebruiken gebruikers een toepassing of dienst en waarom doen zij dit op deze manier.

Een voorbeeld wat hierbij gegeven is waarmee IDEO zich heeft bezig gehouden was het herontwerp van tandenborstels voor kinderen. Voorheen waren tandenborstels voor kinderen kleine varianten op de tandenborstels voor volwassenen. Bij het observeren van de gebruikers werd opgemerkt dat kinderen de tandenborstel anders vasthielden als de volwassenen en hier ruwer mee om gingen. Vervolgens is de tandenborstel hierop aangepast en heeft een groter handvat gekregen, met als gevolg dat deze tandenborstels voor kinderen een stuk praktischer in gebruik waren.

Ontwikkel empathie
Gedurende de presentatie blijft Mark er op hameren dat observatie belangrijk is. Hij geeft ook aan dat je bij design thinking eigenlijk een amateur antropoloog moet worden. Je moet je kunnen  verdiepen in je gebruiker en empathie ontwikkelen. Wat ervaart de klant en hoe gaat deze hier mee om.

Een voorbeeld hierbij  was een project rondom de herinrichting van de eerste hulp afdeling van het ziekenhuis. Hierbij werd gevraagd om de herinrichting te regelen om een betere patiënten ervaring te creëren. Hiervoor waren al veel onderzoeken gedaan en was er informatie bekend over hoe goed het ziekenhuis scoorde in jaarlijkse onderzoeken. Maar onderzoeken werden vaak achteraf gehouden en diagrammen uit onderzoeken zeggen nog niet wat je moet ontwikkelen. IDEO heeft daarom een van hen medewerkers in het ziekenhuis ingecheckt en het hele proces als patiënt laten doorlopen.  Het hele traject werd tevens vanuit het gezichtspunt van deze medewerker gefilmd waardoor het ook terug te kijken was.

Vraag je af Waarom
Bij het observeren moet je je volgens Mark ook altijd afvragen waarom?!  Als je alleen maar observeert, is het heel makkelijk om de verkeerde beslissingen te nemen. Als voorbeeld noemt Mark Volkswagen die in Amerika een speciale auto met rek voor surfplanken lanceerde omdat een bepaalde surfketen in Amerika heel populair was geworden.  Dit terwijl de meeste Amerikanen niet aan de kust wonen en helemaal geen behoefte hadden aan een rek voor de surfplank.

Om zijn boodschap nog eens extra te illustreren en het belang van observeren aan te tonen had Mark ook een heel mooi voorbeeld van een klant van een apotheek. Zijn boodschap was dat het een slecht idee was om dingen aan klanten te vragen. Klanten zijn namelijk heel slecht in het beoordelen van zichzelf. Deze klant had reuma en was gevraagd of zij problemen had met het open maken van pillendoosjes. Dit was volgens deze klant geen enkel probleem voor haar. Toen er gevraagd werd om te demonstreren hoe zij haar pillendoosje open maakte, pakte zij hiervoor een snijmachine om brood mee te snijden…

Have ideas

Het tweede uitgangspunt van Design Thinking en de tweede fase van het proces is goede ideeën hebben. Maar om tot goede ideeën te komen heb je volgens Mark eerst heel veel ideeën nodig. Het idee is om veel ideeën te verzamelen en op ideeën van anderen voort te bouwen. Pas als je veel ideeën hebt kun je een goed idee uit kiezen.

Om ideeën te verzamelen doet IDEO veel aan brainstormen. Hierbij maakt IDEO gebruik van de volgende regels:

  • Geef ideeën geen waardeoordeel
  • Eén idee per keer toelichten
  • Blijf gefocust op de vraag die er ligt
  • Bouw voort op ideeën van anderen
  • Stimuleer wilde ideeën
  • Ga voor kwantiteit
  • Visualiseer het

IDEO heeft ook een open platform wat ze voor goede doelen inzetten om het brainstormen te faciliteren. Dit platform noemen ze OpenIDEO. Dit platform is bedoeld om problemen met grote groepen mensen over heel de wereld samen ideeën te bedenken.

Make it real

Het laatste uitgangspunt en de laatste fase van het design thinking proces is het echt uitproberen van ideeën. Je kunt niet zeggen of een idee goed of slecht is en wel of niet gaat werken al je het niet echt uitgeprobeerd hebt. 

Hierbij is het toverwoord “prototyping”. IDEO maakt veel gebruik van prototypes waarin situaties uitgeprobeerd worden. Zowel voor kleine projecten zoals het ontwikkelen van een smartphone app als het herinrichten van een winkel worden door IDEO prototypes ontwikkeld. Voor een smartphone app kun je dit heel simpel digitaal doen, maar voor de herinrichting van een winkel kan IDEO hier een hele werkruimte voor ombouwen. Met piepschuim en goedkope materialen worden dan toonbanken, meubilair en andere elementen van de inrichting van fysieke ruimtes.

Via roleplaying spelen ze bij IDEO in of met prototypes ook verschillende scenario’s na om te kijken of ideeën in de praktijk ook werken zoals men bedacht heeft.  Hierbij is het uitgangspunt dat als iets tijdens het rolesplaying nep voelt, dit ook voor klanten en gebruikers nep zal voelen.

De uitgebreide presentatie van Mark is online te bekijken en hierin staan veel voorbeelden en afbeeldingen van projecten die IDEO uitgevoerd heeft. Hierin staan ook mooie voorbeelden van met prototypes ingerichte bedrijfshallen en het uiteindelijk in een winkel gerealiseerde ontwerp.

Samenvattend geeft Mark het proces van design thinking als volgt weer:
Leer over ideeën, heb ideeën en maak deze ideeën waar.

Volgens mij is Design thinking een interessante denkmethode die wij ook heel goed in de bibliotheek zouden kunnen toepassen. Ik denk dat het heel verhelderend kan zijn om onze klanten en hoe zij de bibliotheek en verschillende bibliotheeksystemen gebruiken.

 

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Children & Makerspaces

Aangezien ik een van de kartrekkers  ben van het deelproject Makersplaatsen en werkplekken in de bibliotheek, kon ik een sessie rondom makersplaatsen en kinderen natuurlijk niet aan mij voorbij laten gaan. Net zoals in het congres The Makers Library kwamen hier verschillende sprekers aan bod die activiteiten uitvoerde waarbij de klant van de bibliotheek ook daadwerkelijk zelf als maker aan de slag gaat.

De sessie rondom makerplaatsen is georganiseer door Helene Bruhn Schvartzman van bibliotheek Aarhus.  Omdat Helene voorafgaand aan deze sessie helemaal niets van makersplaatsen wist, is ze op zoek gegaan naar informatie over makersplaatsen en met een heel mooie definitie terug gekomen:

Makerspace
“Een plaats waar gebruikers middelen worden aangeboden met als doel om hands-on learning mogelijk te maken”

Tot deze definitie is Helene gekomen door verschillende bronnen raad te plegen waaronder het Makerspace playbook. Dit is een handboek heel  was geschreven is voor iedereen die zelf een makersplaats wil opzetten. Een van de uitgangspunten die in dit boek belangrijk zijn en welke de kerngedachte achter de makersbeweging word als volgt omschreven:
 “If you can imagine is, you can make it”

Hierbij wordt duidelijk aangegeven dat hoewel het in het playbook heel erg  over de techniek gaat, een makersplaats zeker niet alleen het aanbieden van hardware is.  In een makersplaats worden middelen aangeboden om zelf nieuwe dingen mee te maken en ontwikkelen.
Hierbij gaat het eigenlijk om geletterdheid. Het reageren op je omgeving en leren en begrijpen hoe de wereld in elkaar zit en hoe je deze zelf kunt beïnvloeden.

Cirkus Mærkbar (Circus Tangible), Sager der Samler

Camilla Jørgensen is de eerste spreker in deze sessie. Zij komt vertellen over het project Cirkus Mærkbar (of te wel Circus tastbaar). Cirkus Mærkbar was een activiteit die georganiseerd is tijdens een festival rondom het thema duurzaamheid in Aarhus.
Tijdens dit festival wilden de organisatie jongeren en kinderen motiveren om deel te nemen aan activiteiten en te discussiëren over thema’s rondom duurzaamheid.  Hierbij is het circus als thema gekozen om het festival aan te kleden en ook leuk te maken voor kinderen.

Tijden het festival zijn verschillende activiteiten georganiseerd waarbij het maken van dingen en het waarde toevoegen van belang waren. Camilla noemde de volgende projecten als voorbeeld:

  • Maak je eigen bos
    Waarbij jongeren in een kweekbak een eigen bos gingen aanleggen. Door gedurende een korte periode verschillende waardes (vochtigheid, zuurstof, temperatuur e.d.) in de bak te meten en analyseren konden zij zelf bedenken waarbij het aanleggen van bossen op gelet moest worden. B.v. dat bomen niet te dicht op elkaar geplaatst moeten worden e.d.
  • Afvalmonsters
    Waarbij met afval standbeelden werden gemaakt welke vervolgens weer ten toon gesteld werden om aan te geven hoeveel afval wij eigenlijk produceren.
  • Een Toy Tombola (speelgoed loterij)
    Waarbij iedereen een stuk speelgoed met een verhaal mocht inleveren.  Vervolgens werd er een loterij gehouden waarin men een stuk speelgoed met een verhaal kon winnen.  Hierbij leerde kinderen de waarde van verschillende items kennen en werden er gesprekken tussen kinderen en volwassenen over de waardes op gang gebracht.

De belangrijkste leerpunten van het Cirkus Mærkbar waren volgens Camilla dat:

  • Activiteiten op kleine schaal een groot begrip op kan leveren.
  • Serieuze activiteiten ook met spel gecombineerd kunnen worden.
  • Dialogen over waarde op gang gebracht kunnen worden.
  • Deze dialogen ook bijdrage aan de relatievorming tussen (groot)ouders en kinderen.
  • Je diepgang in leren kunt vormgeven.

Future Library (Greece)

In de tweede sessie komen  Despina Gerasimidou, Aspasia Tasiopoulou en Maria Vrahliotou aan het woord. Vanuit het Griekse project Future Library komen zij toelichten welke activiteiten zij voor kinderen en jongeren hebben ondernomen.

Hun verhaal begint hoopvol met de melding dat Hoewel zij een Griekse bibliotheek zijn en het crisis is, is het toch mogelijk om actief en innovatief te zijn in de Griekse bibliotheken. Mede door een bijdrage van de Bill en Melissa Gates foundation hebben zij in Griekenland namelijk veel kunnen doen.  

Het idee achter veel van de activiteiten die vanuit het Future Library project voortkomen zijn gebaseerd op het idee dat kleine bibliotheken een grote impact kunnen hebben.  Vanuit het project hebben zij een speciale campagne op kunnen zetten rondom netwerken en de dienstverlening aan kinderen (Network and childrens services).
Vanuit deze campagne zijn in 9 bibliotheken zogenaamde Magic Boxes ingericht. Dit zijn eigenlijk renovaties geweest van de kinder en jeugdafdeling van bibliotheken waarbij deze ook opnieuw fysiek ingericht en technisch uitgericht is.
Daarnaast is er een intensieve training van bibliotheekmedewerkers  geweest waarin verschillende onderwerpen (zoals b.v. event management) aan bod kwamen.
Een van de onderdelen die in veel bibliotheken terug kwam was de Makerspace tafel. Een soort knutseltafel waar kinderen zelf actief aan de slag konden.  

Een volgens de sprekers succesvol project aangezien de bibliotheken hierdoor weer erg positief in het nieuws kwamen en zelfs zo druk bezocht werden dat zij meer kinderen en jongeren in de bibliotheek kregen dan waar zij plaats voor hadden. Een mooi krantenkop die in november 2012 voor deze PR zorgde was er ook een met de melding dat:
”The most popular meeting point in Veria is public library”

Meer over het project Future Library is te vinden op de website en Facebookpagina van het project.

Children as innovators

De derde spreker in deze sessie (Thomas Wittenburg) was naar eigen zeggen een echte Nerd!  Thomas was een van de makers in residence die in de bibliotheek van Aarhus actief is geweest.  In een korte maar enorm enthousiaste presentatie geeft Thomas aan wat hij in de bibliotheek en als maker de afgelopen tijd allemaal gedaan heeft. 

Het is moeilijk om een persoon die zo enthousiast is bij te houden. Thomas heeft zich voornamelijk bezig gehouden met 3D printers,  robotica en het geven van workshops. In de bibliotheek heeft hij verschillende Hack the future projecten gedaan en is actief geweest als mentor voor jongeren op de middelbare school.
Een van de projecten waar hij actief in is geweest is en het praten met jongeren rondom verschillende vraagstukken en hen voor oplossingen prototypes heeft laten maken. Een voorbeeld van een vraag waar jongeren wonderbaarlijk actief mee aan de slag gingen was de simpele vraag was “hoe ontwerp je een klaslokaal?”
Het werken rondom problemen en jongeren prototypes te laten ontwerpen werkt volgens Thomas zowel in kleine als in grote groepen. Hij heeft dit namelijk ook al eens succesvol toegepast voor een scoutingactiviteit met 10.000 kinderen in de leeftijd 6-18 jaar.

Volgens Thomas is de bibliotheek ook een krachtig instrument voor kinderen. Hierover deed hij een heel mooie uitspraak die zeker gebruikt kan worden voor en door bibliotheken:
“If you have a library and 10 kids, you can do everything”

Een van de activiteiten die hij graag nog onder de aandacht brengt is het concept circuit bending. Hierbij word oud elektronisch speelgoed aangepast door b.v. geluiden of functionaliteiten aan te passen en nieuw speelgoed te creëren. Dit is volgens Thomas een mooie activiteit die heel goed in de bibliotheek uitgevoerd en aangeboden zou kunnen worden en past in het rijtje van nieuwe mogelijkheden in de bibliotheek. Voor bibliothecarissen heeft hij als maker ook een duidelijke boodschap:
“Get used to working with a soldering iron”

Leuk om te zien hoe enthousiast iemand rondom zijn activiteiten kan zijn. Volgens mij is het heel goed om meer van dit soort enthousiaste en actieve mensen in de bibliotheek te laten werken.

Peoples Lab

Louise Overgaard is teammanager van bibliotheek Aarhus en is de laatste spreker in deze sessie. Louise verteld kort over het project Folkelab (peoples lab). Het Folkelab is een project waarin de bibliotheek probeert te  achterhalen hoe zij in samenwerking met verschillende partners open innovatie plaatsen kunnen creëren.  Dit project is geïnspireerd door verschillende ontwikkelingen rondom Hackerspaces e makerspaces.

Een van de experimenten die in het kader van het peoples lab is uitgevoerd is het voor een periode van 1 maand inrichten van een Hackerslab in de bibliotheek. Hierbij zijn gedurende deze maand twee speciale makers in residence in de bibliotheek opgenomen met het doel om actief met technologie aan de slag te gaan in de bibliotheek.
De bibliotheek heeft vervolgens samen met deze makers verschillende activiteiten voor kinderen en volwassenen opgezet. Hierbij konden kinderen en volwassenen samen dingen maken en ervaringen op doen.

Dat dit een succesvol project was liet Louise zien door een filmpje (http://youtu.be/iVi2J_9XZeA) te draaien van Valdemar. Valdemar is een jongen die naar het Folkeslab is gekomen en zijn eigen hovercraft gebouwd heeft . In het filmpje verteld hij heel duidelijk hoe hij na verschillende mislukte producten tot een werkende hovercraft is gekomen.

Louise was ook een van de sprekers tijdens het eerder genoemde congres The Makers Library. Tijdens dit congres is zij ook geïnterviewd door de crew van This week in libraries de opname van dit interview is ook online terug te kijken op Vimeo (http://vimeo.com/64893116).

Discussie

Na de verschillende sprekers was er ruimte voor discussie. Om deze discussie te structureren waren er kaarten gemaakt om discussie op gang te brengen en ideeën te bedenken.   De inhoud van de kaarten is hieronder te bekijken.

Wat mij in deze discussie op viel was het enthousiasme van alle aanwezigen over het onderwerp makersplaatsen. Natuurlijk ga je niet naar deze sessie als je er al niet in geïnteresseerd bent, maar ik ben niet eerder zoveel enthousiasme over het onderwerp tegen gekomen.  In onze discussiegroep zat ook een (al wat oudere) medewerker van bibliotheek Aarhus, die zelf de makersplaats in de bieb ervaren had en hier heel positief over was. Volgens haar  was dit een prima invulling in de bibliotheek. Haar opmerking was ook, dis zijn ontwikkelingen die we moeten blijven uitproberen. Want de uitleenfunctie van fysieke boeken is al jaren aan het afnemen en wij moeten nu al kijken naar wat wij gaan doen als in de toekomst alle planken leeg zijn.

Discussies

  • Welke barrières zie je in de combinatie van bibliotheken en kinderen
  • Is het aanbieden van makersplaatsen voor kinderen een taak van scholen of de bibliotheek?
  • Hoe kunnen makersplaatsen in bibliotheken helpen bij het ontwikkelen van geletterdheid?
  • Welke perspectieven zijn er voor bibliotheken die makersplaatsen inzetten?
  • Deel een persoonlijke of professionele ervaring met makersplaatsen en kinderen in makersplaatsen.
  • Wat kunnen de sociale voordelen zijn voor de gemeenschap van makersplaatsen in de bibliotheek?
  • Hoe kunnen makersplaatsen het voor kinderen mogelijk maken om sociale innovatie in je lokale gemeenschap mogelijk te maken.
  • Deel een droomscenario van het gebruik van makersplaatsen voor kinderen.

Ideeën

  • Hoe ga je als bibliotheek ruimte maken voor makersplaatsen in de bibliotheek?
  • Hoe ga je biblitoheekmedewerkers voorbereiden op het werken met en in een makersplaats?
  • Hoe zorg je ervoor dat je materialen en middelen voor een makersplaats kunt vrijmaken?
  • Hoe zou je makersplaatsen in jou bibliotheek promoten bij (potentiele) gebruikers?
  • Welke lokale fondsen en organisaties zou je kunnen benaderen voor ondersteuning of samenwerking bij het opzetten van een makersplaats voor kinderen?
  • Hoe zou jij een makersplaats in jou lokale bibliotheek opzetten?
  • Hoe ga je vrijwilligers en aantrekken om in makersplaatsen voor kinderen als mentor op te treden?

 

Wat ook heel duidelijk naar voren kwam was dat het voor de bibliotheek een logische stap was om ruimte te bieden aan het concept makersplaatsen. De bibliotheek is namelijk al een plek waar veel mensen van diverse leeftijden komen om kennis en informatie op te halen. Een logisch vervolg zou zijn om hier ook de mogelijkheid te bieden om deze informatie en kennis in te zetten in de bibliotheek om tot nieuwe kennis te komen.
De conclusie was dat bibliotheken ook een logische plek zijn om dit soort nieuwe ontwikkelingen in aan te bieden. De Bibliotheek is namelijk een bekende en vertrouwde omgeving voor veel mensen waar zij al binnen durven te stappen.

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Re­imagining Library as a Learning Centre for Creativity, Innovation and Play

Ik was van plan om de sessie over Design Thinking te gaan volgen, maar moest aangezien deze al vol zat uitwijken naar een andere sessie en ben ik terecht gekomen bij Creative, Innovation and Play. In deze sessie was het doel om nieuwe methode en inzichten te krijgen om op een creatieve en speelse manier innovatieve ideeën te bedenken en uitvoeren.

Tijdens de sessie werden er drie interactieve presentaties rondom dit onderwerp  gegeven

Interactie en play

De eerste sessie werd geleid door Eva Eriksson een docent interactie design aan de Universiteit van Götenborg. Binnen Bibliotheek Aarhus heeft zij verschillende projecten opgezet rondom interactie en kinderen.  Eva is ook lid van een van de werkgroepen van de Universiteit rondom ”Interaction design en kinderen” (IDAC)

Eva start met een quote  van een onbekende auteur die volgens haar het belang van plezier aangeeft:

“I fit ain’t real fun, it ain’t real science”

Vervolgens maakt Eva een analyse van het begrip “Playful interaction design” Waarbij zij de woorden “play” en “interaction design” kort beschrijft. Play is in deze context een activiteit waarin mensen veel tijd en moeite willen steken. En interaction design gaat in deze context over het ontwerpen van interspaces (ruimtes tussen de gebruiker en het gebruiksvoorwerp).

Waarom play belangrijk is in de bibliotheek is volgens Eva heel duidelijk. Play of spel is een heel goede manier om mensen te betrekken en deel te laten nemen aan activiteiten.

Eva heeft veel kennis opgedaan in het gebruik van Play om verschillende gebruikers  te betrekken bij activiteiten in en activiteiten en onderzoeken  voor de bibliotheek. Een mooi voorbeeld dat Eva geeft gaat over het uitvoeren van onderzoek naar wensen van kinderen voor de bibliotheek. Je kunt volgens haar namelijk niet aan kinderen  wat ze willen in of voor de bibliotheek, want dan krijg je een sociaal wenselijk antwoord. Wat in dit kader voor kinderen wel goed werkt is als deze vragen in de vorm van een spel worden aangeboden. In bibliotheek Aarhus heeft Eva hiervoor een speciaal project “ Mission from mars” bedacht (via deze link is ook een openbaar beschikbaar artikel over hetzelfde project te downloaden). Hierin zou de bibliotheek bezocht gaan worden door marsmannetjes, maar was er een probleem met het ruimteschip van deze marsmannetjes. Door verschillende problemen met het  ruimteschip werd ervoor gezorgd dat de kinderen het idee hadden met echte marsmannetjes ipv volwassenen te praten, waardoor ze veel vrijer waren om te brainstormen en ideeën te ontwikkelen.

Ruimteschepen en Mars zijn voor Eva grote inspiratiebronnen geweest. Ook in het tweede voorbeeld  speelt namelijk een ruimteschip een rol. Voor dit project had de bibliotheek een computer in een kleine beweegbaar ruimeschip gebouwd. Onder het ruimteschip zat een camera die middels markers op de grond kon zien waar hij zicht in de bibliotheek bevond en bovenop lag een scherm waarop op verschillende plaatsen in de bibliotheek contextgevoelige informatie werd afgespeeld. Bezoekers konden het ruimteschip rondschoppen in de bibliotheek en zo zelf een interactieve rondleiding krijgen.

Eva sluit haar presentatie af met de melding dat bij het ontwerpen van interactie in bibliotheken natuurlijk wel het karakter van een bibliotheek gerespecteerd moet worden. Een achtbaan in de bibliotheek zal volgens haar echt niet werken.

Training creatieve skills

De tweede presentatie werd gegeven door Louise Byrge Sørensen. Louise is onderzoeker bij het centrum voor training van creativiteit van de Aalborg Universiteit. De bibliotheek van Aarhus en de Aalborg Universiteit zijn een samenwerking aangegaan met elkaar rondom de training van creativiteit en nieuwe vormen van samenwerking binnen de bibliotheek.

De afgelopen anderhalf jaar heeft Louise gewerkt aan de ontwikkeling van een programma om creatief denken te stimuleren. Mensen zijn volgens Louise namelijk helemaal niet creatief en weten zelf helemaal niet zonder mer te bedenken wat zij willen of wat zij nodig hebben.  Zij verwijst hierbij naar een bekende quote van Ford rondom de ontwikkeling van de eerste T-Ford:

“If I had asked people what they wanted, they would have said faster horses.”

The programma wa Louise ontwikkeld heeft is gebaseerd op onderzoek, succesvol getest en klaar om uitgezet en gebruikt te worden. Op de website van het trainingsprogramma is hier meer informatie over te vinden. Een van de ideeën achter het programma is dat mensen door iedere week ongeveer 15 minuten te oefenen in creatief denken ook daadwerkelijk creatiever worden.

In het vervolg van de sessie  word een van de opdrachten uit het trainingsprogramma uitgevoerd. Hierbij worden eerste koppels gevormd door mensen over een open vraag na te laten denken en vervolgens op zoek te gaan naar mensen met hetzelfde antwoord. En vervolgens met behulp van fotokaarten gebrainstormd rondom verschillende vragen zoals “bedenk alle redenen waarom het object op de foto gemaakt of gebruikt kan worden”.
Vooral in de internationale setting van de conferentie was dit een leuke manier om in contact te komen met andere bezoekers.

De sessie van Louise werd afgesloten met de opmerking die de resultaten van het onderzoek en de opzet van het trainingsprogramma goed samenvat “Work out and score the best ideas!”

Libraries for children training centers, Uniting leadership and new technologies

De laatste sessie werd gegeven door Olga Dubova. Olga is een manager in de nationale bibliotheek van Ukraine.  Olga geeft een korte presentatie van het programma “the young leaders club” wat in de Ukraine aan jongeren aangeboden wordt.

De young leaders club is  volgens Olga een optel som van entertainment, nieuwe technologie, nieuwe vormen van lezen en lezen.  En richt zich op jongeren van 11 tot 14 jaar oud. Jongeren die hier interesse in hebben zijn iedere donderdag vanaf 15:00 welkom in de bibliotheek om zich bij dit project aan te sluiten.

Het doel van het project is om kinderen leiderschapsvaardigheden bij te brengen. Dit kwam op mij in eerste instantie heel elitair over, maar deze aanname bleek na de uitleg van Olga niet helemaal terecht te zijn. Het programma sluit namelijk heel goed aan op een van de taken van de bibliotheek in het voorbereiden van jongeren en burgers op de toekomst.

Het is een heel praktisch programma waarbij eerst gekeken wordt naar groepsvorming, waarbij dit proces door middel van ijsbrekers, een zogenaamde dansketting en tea-breaks ondersteund wordt. En vervolgens gekeken wordt naar de interesse van de jongeren en hen de mogelijkheid geboden word om deze verder te ontwikkelen doormiddel van training, advies uit boeken, gebruik van gadgets in de bibliotheek, excursies en bijeenkomsten.
(misschien dat deze werkwijze van Olga ook aanknopingspunten heeft die voor projecten zoals Biebsearch interessant zijn, of in het kader van het gebruik van de gadgets wel ideeën op kunnen leveren voor de Mediabar)

Het programma was volgens Olga samen te vatten in  “Energizing, drawing and sharing stories”

Als afsluiting gaf Olga een voorbeeld van activiteiten om groepen te vormen in de bibliotheek door een dancing chain te doen met de bezoekers van deze sessie. Door in een cirkel te gaan staan, elkaars handen vast te pakken en  op muziek te dansen en vervolgens verschillende opdrachten uit te voeren zoals het leggen van knopen door doorelkaar heen te dansen en deze vervolgens weer uit elkaar te halen.
Interessant aangezien ik dit soort activiteiten alleen maar kan van teambuilding activiteiten en binnen Scouting, maar er nog nooit aan heb gedacht dat dit binnen de bibliotheek natuurlijk ook op een zelfde manier gebruikt kan worden.

Read more…

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Interactive Art & Technology for Society of the Future

Zonder een uitgebreide introductie begint Gerfried Stocker aan zijn keynote. De titel van zijn presentatie is nergens terug te vinden, maar zijn screensaver geeft de quote "if you think education is expensive, try ignorence" weer. Hij gaat hier niet op in maar een degelijke quote schetst wel een beeld van het type spreker wat je voor je hebt. Voor mijzelf een leermoment om toch eens te kijken om zelf een soortgelijke quote als bureaubladachtergrond of screensaver in te stellen. En een herinnering dat sprekers altijd wel een korte inleiding nodig hebben (ook al staat dit natuurlijk op de website omschreven). Gerfried gaf een inspirerende, maar wat chaotische presentatie, ik heb geprobeerd deze zo goed mogelijk samen te vatten.

Gerfried Stocker is de artistiek directeur van ARS Electronica. ARS is een Oostenrijkse organisatie welke in 1979 ontstaan is uit een (inmiddels jaarlijks) festival rondom kunst, techniek en maatschappij.  Inmiddels heeft ARS ook een innovatieve Research & development afdeling en een modern museum rondom digitale media en kunst.

Gerfried start zijn keynote met een quote van Ralph Waldo Emerson "Whenever I see a railroad I look for a republic". Dit omdat deze quote volgens hem heel goed het gevolg van de industriële revolutie illustreert, namelijk de opkomst van republieken en het verval van monarchieën.

Gerfried vind dit een mooi voorbeeld van kijken naar vooruitgang Voor het congres vertaald Gerfried dit naar twee stellingen waarin hij de “railroad” vervangt door Bibliotheek en computer en “a republic” leeg laat. Ook hierbij zou men namelijk aan vooruitgang moeten denken.
Maar voordat hij verder gaat plaatst hij over de plek waar voorheen de ”republic” genoemd werd het logo van het NSA programma PRISM. Gerfried maakt deze verwijzing naar eigen zeggen om duidelijk te maken dat wij door dit soort ontwikkelingen het risico lopen om ons vertrouwen in de voordelen van technologie te verliezen. Deze stelling ontkracht hij vervolgens weer door aan te geven dat wij allemaal de volgende quote kennen “Whenever you use a free internet service, you're not a consumer, but part of the product being sold.”

In het vervolg van zijn verhaal geeft Gerfried ons een korte geschiedenisles waarin hij voorbeelden geeft van "nieuwe" concepten en ideeën die al eerder in de geschiedenis zijn uitgevonden en uitgevoerd werden en maakt hij korte uitstappen naar (volgens hem) verschillende voor bibliotheken relevante  onderwerpen.

Crowdsourcing
Het eerste voorbeeld dat hij aanhaalt is crowdsourcing en encyclopedieën. Encyclopedia kunnen namelijk al  een van de eerste crowdsourcig projecten gezien worden. Toen de eerste encyclopedie ontwikkeld werd, koste dit veel tijd en geld. Hier werd destijds toch in geïnvesteerd vanuit het idee dat kennis macht was en voordelen kon opleveren. Maar men kon dit niet alleen doen. Om de inhoud van de eerste encyclopedie bij elkaar te krijgen werd aan verschillende mensen een bijdrage gevraagd. In ruil voor de bijdrage die geleverd werd kreeg iedereen die een bijdrage leverde ook toegang tot de verzamelde informatie en kennis.

Volgens Gerfried is het voor ons nu de uitdaging om een balans te vinden tussen wat men vrij geeft en wat men hier voor terug krijgt.

Hersenonderzoek
Uit hersenonderzoek blijkt dat het geheugen niet werkt zoals een bibliotheekcatalogus. Het geheugen is geen kaartenbak of database, maar een dynamisch systeem wat geactiveerd word door belevenissen. Geheugen is dus geen dood ding, maar een levend organisme.
Terwijl Gerfried deze vergelijking maakt, geeft hij aan dat dit volgens hem ook een nieuw pradigma voor de bibliotheek zou moeten zijn. De bibliotheek zou ook geen dood ding moeten zijn, maar moet levend en een belevenis zijn.

Hierbij maakt Gerfried wel de opmerking, dat dit niet alleen met technologie te bereiken is. Technologie alleen is nooit een oplossing. Verkopers die alleen techniek komen verkopen zouden volgend Gerfried direct de deur uit gegooid moeten worden.

De toekomst van boeken en papier?
Een vraag die Gerfried tijdens zijn presentatie kort stelt is of papier en boeken in de toekomst gaat verdwijnen. Zijn conclusie is, dat papier niet zal verdwijnen om dat dit vaak nog heel nuttig is. Dit illustreert hij door op het podium zijn neus te snuiten.  Voor het boek weet hij het antwoord niet aangezien het boek veel nadelen heeft die door lezen vanaf een tablet op te lossen zijn. En aangezien de ontwikkeling van het papieren boek stil staat en die van tablets nog steeds door gaat is het maar de vraag hoe de verhoudingen in de toekomst liggen.

Hierbij vervolgd Gerfried zijn geschiedenisles met een verwijzing naar de Franse kunstenaar Albert Robida. Deze voorspelde in de 19de eeuw al dat het papieren boek ging verdwijnen. Hij dacht hierbij aan de ontwikkelingen van de phonograph (geluidsrecorder).  Waarbij hij voorspelde dat deze steeds kleiner zou worden totdat ze in een jaszak zou passen en dat dan niemand meer boeken zou lezen omdat deze via de phonograph voorgelezen zouden worden.  Hoewel het gebruik anders was dan hij voorspelde en de voorbeelden die hij gas nu heel overdreven belachelijk lijken waren ze soms ook vrij accuraat.

Vooral de illustraties van Albert Robida welke in de presentatie gebruikt werden sloegen aan bij de deelnemers in de zaal. Een zuil waar tegen betaling boeken geluisterd konden worden en een oplossing voor information overload door het altijd aanwezig zijn van phonographs die via een netwerk aan elkaar verbonden waren.

Angst voor informatie overload is volgens Gerfried een concept wat al rond 1850 bij de introductie van de eerste industriële drukpers bedacht is. Dit kwam voort uit angst voor de toekomst als er zoveel informatie vrij beschikbaar zou zijn.  

De geschiedenisles gaat verder met  een verwijzing naar Paul Otlet een visionair uit de eind 19de en begin 20ste eeuw die het idee had om alle kennis in de wereld te verzamelen en samen te brengen met als doel om oorlogen te voorkomen en mensen samen te brengen. 

Hiervoor richtte Otlet in 1919 het Mundaneum op waar een collectie van meer dan 12 miljoen fichekaarten met beschrijvingen van gedrukte informatie. Dit is eigenlijk een enorme internationale  bibliotheekcatalogus die gebruikers destijds via de post konden bevragen.  Door op de fichekaarten noties te maken introduceerde de medewerkers van Otlet ook een eerste systeem van verwijzingen. Door de economische crisis  in de jaren 30  en de inval van Nazi Duitsland tijdens de tweede wereldoorlog is veel van de collectie van Otlet verloren gegaan.
Het Mundaneum was in het begin van de 20ste eeuw eigenlijk het internet van die tijd. Hierbij maakt Gerfried mooi gebruik van een foto van een van Otlets kaartenbakken in het Mundaneum en een foto van een van de datacentra van Google die, verdacht veel gelijkenissen met elkaar hebben,.

Het is volgens Gerfried belangrijk om er voor te zorgen dat het internet in tegenstelling tot het Mundaneum beschikbaar blijft. Gerfried geeft aan dat het Internet nog een project is wat volop in ontwikkeling is. Het internet word volop gebruikt, maar naarmate er meer standaarden zijn ook steeds vaker misbruikt. Hierbij verwijst Gerfried ook weer terug naar het PRISM project van de NSA.
De uitdaging voor ons is volgens Gerfried  om te zorgen dat de ontwikkelingen van het internet een project blijft, zodat het niet een middel van overheden wordt om hun burgers te controleren en uiteindelijk om innovatie te remmen.

Na het verhaal van Paul Otlet valt de laptop van Gerfried uit. De pogingen om hem weer opnieuw op te starten mogen helaas niet baten. Gerfried gaat hier vrij goed mee om en geeft aan dat het werken met computers is zoals het rijden in een auto, je moet hierbij constant je aandacht houden.  Dit is jammer aangezien hierdoor het laatste verhaal dat Gerfried wil vertellen en zijn conclusie hierdoor niet goed uit de verf komt.

Kort verteld Gerfried nog het verhaal van Emanual Goldberg die experimenteerde met technieken om data op te slaan. Door de tweede wereldoorlog en  de geschiedenis ook vergeten. Dit is volgens Gerfried ook een van de problemen van “the information age” dat wij vergeten waar onze informatie vandaan komt. Gerfried eindigt zijn verhaal met de melding dat er in zijn ogen juist om deze reden altijd behoefte zal blijven bestaan aan een fysieke bibliotheek. Deze laatste stelling komt door het falen van de techniek en tijdgebrek helaas niet helemaal uit de verf.

Read more…

Verslag Next Library 2013 - Welkomswoord

Next library is een conferentie welke iedere twee jaar door de bibliotheek Aarhus georganiseerd wordt. Door de jaren jaren heen is Next Library uitgegroeid tot een internationale conferentie waar meer dan 300 deelnemers uit 25 verschillende landen deelnemen. Vanuit het project Taal en media voor klanten van de bibliotheek heb ik deelgenomen aan dit congres. In verschillende blogberichten zal ik verslag doen van mijn belevingen en bevindingen.

Welkomswoord

Rolf Hapel (directeur van bibliotheek Aarhus) heet alle deelnemers welkom en geeft een korte inleiding in het programma. hij geeft aan dat het de bedoeling van de organisatie is om het congres zo interactief mogelijk te houden en het karakter van een unconference mee te geven. Een van de vragen waarmee Rolf het congres start is :

"How is the library of the future aligning with the goals and vision of your cities"

Met deze vraag probeert Rolf  aan te geven dat het belangrijk is om als bibliotheek aan te sluiten bij de lokale gemeenschap. Voor Aarhus is dit ook belangrijk omdat zij dit jaar beginnen met de bouw van een nieuwe centrale vestiging in de haven van Aarhus. In dit nieuwe gebouw willen zij ook de nieuwe bibliotheek vorm gaangeven samen met de lokale bevolking van Aarhus.

Ook geeft Rolf aan dat bibliotheken niet overal in zwaar weer zitten en de bibliotheek door veel mensen en organisaties belangrijk gevonden wordt. Als voorbeeld van bibliotheken waar het goed gaat is de bibliotheek van Helsinki in Finland. Hier heeft de Finse overheid de bibliotheek aangewezen als groot jubileumproject. Een ander voorbeeld wat hierbij naar voren komt is de Bill en Melinda Gates foundation. Dit is een internationaal fonds welke openbare bibliotheken een belangrijk middel vind in de ontwikkeling van mensen en gemeenschappen en verschillende bibliotheekprojecten ondersteund. Ook het congres wordt dat jaar mede mogelijk gemaakt door de dit fonds.

Na het eerste welkomstwoord geeft de Wethouder van Aarhus welke nog een korte introductie van Aarhus en waarom in Aarhus de bibliotheek zo belangrijk gevonden wordt. Goed om te zien dat een wethouder zo enthousiast over de bibliotheek kan praten, maar ik vermoed dat dit het internationale gezelschap en de ontwikkelingen van een nieuw eyecatcher bibliotheek hier ook aan bijgedragen hebben. Volgens mij een mooi leermoment voor bibliotheken in Nederland om zichtbaar te worden door grotere voor de gemeente zichtbare activiteiten te organiseren.

De introductie van het congres werd afgesloten met de ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Aarhus, bibliotheek Aarhus en de bibliotheek van Chicago. Bibliotheek Chicago heeft het concept van next library overgenomen en zal volgend jaar een vergelijkbaar congres organiseren in Noord-Amerika.

Read more…

GO opleidingen

Nedap Librix