Blogs

Convenanten en netwerkoverleg: WWW juli 2016

Hoewel Nederland qua basisvaardigheden tot de slimste landen ter wereld behoort, alleen Japan en Finland gaan ons voor, hebben we hier toch een kleine educatieve markt van laaggeletterden en laag-digivaardigen, vroeger wel (half-)analfabeten en (half-)digibeten genoemd.
Op dit marktje zijn instellingen actief als de Stichting Lezen (SL), de Stichting Lezen&Schrijven (SL&S), de Koninklijke Bibliotheek (KB) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB): de KB uiteraard namens haar “netwerkpartners” (of zo men wil “klanten”) en de VOB namens haar leden.
Om dit marktje beter te kunnen bedienen, is het gewoonte aan het worden convenanten of samenwerkingsovereenkomsten te sluiten. In februari sloot de KB een overeenkomst met de Belastingdienst, in mei kwam er een convenant van de KB met Seniorweb en de afgelopen maand telde ik er drie: de VOB met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de KB en de VOB samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de KB met de SL en de SL&S.
Mooi allemaal, goed voor het imago, maar waarom in het eerste geval (mensen digivaardiger maken bij het zoeken van werk) alleen de VOB de partner is en in het laatste geval (mensen helpen meer geletterd en digivaardiger te worden om mee te kunnen doen in de samenleving) alleen de KB is mij niet duidelijk. In het tweede geval, met BZK (mensen digivaardiger maken om met de overheid te communiceren), waren VOB en KB samen partner. En wat die overeenkomst van KB met SL en SL&S betreft: ik meende dat er al een leescoalitie is, waarin behalve de drie genoemde ook de VOB en de CPNB deelnemen. Maar misschien moet ik alle kleine lettertjes van die overeenkomsten beter lezen om de verschillen te snappen. Kunnen KB, VOB, SL en SL&S niet één groot convenant met elkaar en met alle belangrijke partners afsluiten? Ook dan blijven we nog wel met de vraag zitten hoe veel gewicht we moeten toekennen aan die activiteiten in het “sociale domein”. Zou het misschien zo kunnen zijn dat Paul Postma Marketing Consultancy zinnige dingen zegt over de onderscheidende kernactiviteit van een bibliotheek in relatie tot niet-onderscheidende activiteiten die leuk zijn om erbij te doen? Met andere woorden, dat een (nieuw) imago nog niet hetzelfde is als een identiteit?

Rollen helder voor ogen
Iets anders: ik las op de KB-site dat KB, VOB en Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) “netwerkoverleg” houden: “In hun eerste netwerkoverleg spraken Lily Knibbeler (algemeen directeur KB), Cor Wijn (directeur a.i. VOB) en Tineke van Ham (voorzitter SPN) over uiteenlopende zaken als de voorbereiding van de Bestuurlijke Overleggen met onder andere de minister van OCW en de gezamenlijke Innovatieagenda. Zij stelden vast dat het belangrijk is om elkaars rollen steeds helder voor ogen te houden: de KB als verantwoordelijke voor de landelijke digitale openbare bibliotheek en als regisseur van het netwerk als geheel, de VOB als spreekbuis van de openbare bibliotheekbranche en SPN als belangenbehartiger van de provinciale ondersteuningsinstellingen.”
Dat is mooi, elkaars rollen helder voor ogen houden is superbelangrijk, stel je eens voor dat er overlappende rollen zouden zijn, dan kunnen overheden denken dat er misschien hier of daar wat subsidie af kan. De kop boven het artikel luidt: “Succesvol eerste netwerkoverleg”. Maar wat ik vervolgens mis is wat er zo succesvol aan was. Hebben de partners ontdekt dat ze hun rollen al helder voor ogen hebben? Is het een succes dat ze geen ruzie hebben gemaakt (bijvoorbeeld over de wijze waarop fase 2 van gastlenen wordt ingevuld)? Wat was er succesvol aan het overleg? En dan de deelnemers. OCW, de provincies en de gemeenten hebben een netwerkverantwoordelijkheid. De lokale bibliotheken, de POI’en en de KB vormen het netwerk. OCW overlegt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar hoewel provincies geen lid zijn van de VNG, zijn POI’en wel lid van de VOB, de spreekbuis van de hele openbare bibliotheekbranche. POI’en horen bij de branche. Wij doen het dus efficiënter dan de overheden. Maar de vraagt rijst nu wel of de VOB de POI- belangen niet voldoende behartigt. En is daar dan niet wat beters op te verzinnen dan weer een nieuwe overlegvorm, een nieuwe zeef tussen de KB en de VOB-leden? Ik stel voor dat de KB zich Koninklijke Openbare Bibliotheek gaat noemen, de KOB. En dan lid wordt van de VOB. Scheelt weer een overlegtafel. En kan de KOB als Nationale Bibliotheek niet meedoen aan de Nationale Bibliotheekpas? Dat is fijn voor de gebruikers (die, zoals mij vanuit de branche tientallen jaren verzekerd is, centraal staan).

Meer onderwerpen in de WWW van juli 2016.

Email me when people comment –

You need to be a member of Open Bibliotheken to add comments!

Join Open Bibliotheken

GO opleidingen

Nedap Librix