Blogs

EUROPEAN MANUSCRIPT LIBRARIANS EXPERT GROUP, 7th CONFERENCE

De zevende conferentie van deze expertengroep focuste op drie thema’s: herdenkingen en verjaardagen (commemoration), post-digitale issues en bezorgdheden en tot slot materialiteit van handschriften. Hieronder een samenvatting van de lezingen:

Commemoration

  • Estelle Gittins (Library TCD), ‘Ireland’s Decade of Commemoration: Marking 1916 in the Library of Trinity College Dublin’[1]

In 2016 wordt in Ierland de “Easter rising” van 1916 herdacht, een opstand tegen het Brits bewind. Dit is met banners, shops,… zichtbaar in heel de stad. Ook Trinity College deed mee, met de blog “Changed Utterly”, die startte op 24 april 2015, dus een jaar voor de herdenking. Blogteksten werden geschreven door het bibliotheelpersoneel en academici en bevatten meestal digitaal materiaal. Ze werden aangekondigd op Twitter, waar het project meer dan 2000 volgers had. De exacte impact van dit project is moeilijk te meten, maar er was constante interactie met academici, studenten, journalisten en andere instellingen. Het project kreeg ook meer media-aandacht dan gedacht en bracht meer gebruikers naar de leeszalen.

 Post-digital Issues and Concerns

  •  Jennifer Edmond (TCD), ‘CENDARI:[2] what next?’

CENDARI (2012-2016) had tot doel het maken van een onderzoeksinfrastructuur voor historisch onderzoek. Er deden 14 partners uit 8 landen mee, en er was een budget van € 6,5 miljoen. Er waren twee pilootprojecten: middeleeuwen en de Eerste Wereldoorlog. Het systeem bracht verschillende elementen samen (databanken, woordenboeken,…) en zorgt er voor dat de onderzoeker niet enkel in deze onderdelen kan zoeken, maar ook bv. persoonlijke notities kan toevoegen.
Na afloop van het project is het belangrijk te kijken hoe deze infrastructuur verder kan blijven bestaan. Dit betreft zowel de organisatie (personeel) als technische infrastructuur (software), data en gebruikersgemeenschap. De conclusie is dat data open moeten zijn (open API’s) en dat men bij humane wetenschappen beter “big data” moet beheren om zo de uniciteit van bumane wetenschappen te onderstrepen. Samenwerking tussen computerwetenschappen, informatiewetenschappen en historici (of andere onderzoekers uit humane wetenschappen) is hierbij onontbeerlijk.

 

  • Jane Ohlmeyer (TCD), ‘The 1641 Depositions:[3] what now?’

De “depositions” bevatten verslagen van ooggetuigen over de opstand in 1641, die hoofdzakelijk in Noord-Ierland plaatsvond, waarbij in de eerste plaats katholieken in opstand kwamen tegen protestanten. In totaal gaat het om meer dan 8.000 getuigenissen, die samen 31 volumes beslaan met meer dan 19.000 pagina’s. Het is een unieke bron, maar wel gekleurd, omdat de getuigenissen enkel van protestanten komen. Het materiaal blijft ook nog vandaag voor controverse zorgen, en wordt bv. nog gebruikt door loyalisten in Noord-Ierland.
Vanuit het standpunt van computerwetenschappen bevatten deze gegevens veel “dirty data’, omdat er absoluut geen eenheid is m.b.t. spelling, syntax, leestekens,… Voor onderzoekers uit humane wetenschappen is dit echter een normaal gegeven.

Het project, gestart in 2007 en openbaar gelanceerd in 2010, was een samenwerking tussen Trinity College en de University of Aberdeen. Met een budget van 1 miljoen euro werd er gewerkt in de volgende fases: conservering, digitalisering, TEI-transcriptie en publicatie zowel online als in boekvorm. Het slagen van het project was in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de transcripties, waarvoor extra personeel werd aangeworven. Online wordt de transcriptie naast het originele document getoond. Er is echter ook bewust gekozen voor een boekpublicatie, omdat een digitale omgeving kwetsbaar blijft. Dit werd nogmaals aangetoond toen de site werd gehacked en daardoor drie maanden onbeschikbaar was. Het project kan als een vlaggenschip voor digital humanities beschouwd worden, met meer dan 23.000 geregistreerde gebruikers en veel interesse uit het publiek en de pers. Het leidde tot bijkomend onderzoek (van bachelorpapers tot doctoraten) en nieuwe projecten zoals Cultura (normalisatie van de tekst) en “1641 in de klas”. Nu is het tijd voor versie 2.0 met open source data, zichtbaarheid van de metadata, integratie van de genormaliseerde tekst en van extra tools, bv. i.v.m. visualisatie, interoperabiliteit met andere data en een groter engagement met de gebruikersgemeenschap. Tot slot nog een waarschuwing: teksten online doorzoeken kan een prima hulpmiddel zijn, maar omwille van “dirty data” blijft het belangrijk om terug te keren naar de originele documenten en ook deze door te nemen, anders zullen de onderzoeksgegevens nooit volledig zijn.

 

Materiality 

  •  Bernard Meehan (Library TCD), ‘The Faddan More Psalter’[4] 

 n 2006 werd er bij werken op een akker een middeleeuws handschrift gevonden dat eeuwen in het water had gelegen. Het was dus in een zeer slechte staat. Toch was het mogelijk hierover onderzoek te doen en daarbij werd het duidelijk dat het om een psalter ging die geschreven was rond het jaar 800 of misschien zelfs vroeger, een periode waaruit weinig psalters bewaard zijn gebleven. Momenteel wordt dit werk bewaard in het National Museum van Ierland.

Verschillende specialisten werden samengebracht om te bekijken hoe dit handschrift behandeld kon worden. 1 bijna volledig bifolio was bewaard en daarnaast enkele losse pagina’s en vooral veel kleine fragmenten. Bovendien waren pagina’s verplaatst naar andere plaatsen in de codex, dus de reconstructie was een hele opgave. Speciale aandacht ging ook naar de boekband, die gelijmd was op papyrus. Deze vaststelling deed bijkomende vragen rijzen over de beshikbaarheid van papyrus in Ierland rond die tijd. Het is duidelijk dat dit handschrift nog niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven.

  •  Susie Bioletti (Library TCD), ‘Early Results from the “Early Irish Manuscripts”[5] Project’

 De bibliotheek van het Trinity College in Dublin werkt reeds 12 jaar aan een project i.v.m. de conservering, onderzoek en digitalisering van de vier belangrijkste vroegmiddeleeuwse insulaire bijbels, nl. :

  • Codex Usserianus Primus, 5e of 7e eeuw (?) (TCD MS 55)
  • het Boek van Mulling, 2de helft van de 8e eeuw (TCD MS 60)
  • het Boek van Dimma, late 8ste eeuw (TCD MS 59)
  • de Slinger van Howth, 8-9e eeuw (TCD MS 56)

Samen met het Book of Kells (TCD MS 58), het Boek van Durrow (TCD MS 57) en het Boek van Armagh (TCD MS 52) vormen ze de belangrijkste collectie vroeg-christelijke boeken in de bibliotheek.

Het project heeft betrekking op vele verschillende aspecten, waarbij momenteel sterk de nadruk wordt geleverd op de codicologische en kunsthistorische aspecten. Multispectrale beeldvorming speelt hierbij een belangrijke rol. Door middel van niet-destructieve technieken wordt er zo pigmentanalyse uitgevoerd.

Voor de realisatie van dit project kan Trinity College rekenen op een subsidie van de Bank of America  - Merrill Lynch Art Conservation Project.

 Opmerking na de lezing (Lieve Watteeuw): KU Leuven start in september 2016 een gelijkaardig onderzoek op de manuscripten van het scriptorium van Echternach (Luxemburg). We zullen hiervoor samenwerken met de Stad Maaseik ( Codex Eyckensis, 8ste eeuw), het KIK en Trinity College Dublin. 

 

  • Ad Leerintveld (Koninklijke Bibliotheek, Netherlands), ‘Authenticating the coat of arms in a Gruuthuse manuscript’

In 2004 kocht de KB het Gruuthuse-handschrift aan, één van de laatste manuscripten met Nederlandstalige middeleeuwse teksten dat nog steeds in privébezit was. Het handschrift werd volledig gedigitaliseerd en in 2013 in zijn thuisstad Brugge tentoongesteld.

In totaal zijn er 146 handschriften gekend die behoord hebben tot de bibliotheek van Lodewijk van Gruuthuse of Louis de Bruges (1427-1492). Het hier besproken handschrift bevat zijn wapenschild en zijn motto (“Plus est en vous – Meer ist in v”), maar dit laatste is een toevoeging uit de negentiende eeuw. Het wapenschild dateert echter wel degelijk uit de vijftiende eeuw, zoals bleek uit onderzoek met multispectrale beeldvorming (2007) en X-stralen (2013). Ter vergelijking werd ook ms. fr. 1001 uit de BnF op dezelfde manier onderzocht, en de conclusie (o.a. van de pigmentanalyse) was dat beide wapenschilden volledig overeenstemmen.

Voor het onderzoek met de X-stralen kon de KB rekenen op de medewerking van Geert Van der Snickt (UAntwerpen) en Joris Dik (TU Delft).

  •  Birgit Vinther Hansen (Kongelige Bibliotek, Copenhagen), ‘Exhibition and fading of manuscripts: microfadometry and a lighting policy to increase exposure and reduce risk’

Het is geweten dat licht schade kan veroorzaken aan tentoongestelde werken. Dit geldt in het bijzonder bij handschriften, zowel oud als modern; bij getypte of gedrukte werken is het risico beperkt. Omwille van mogelijke schade worden tentoonstellingen vaak gehouden in zalen zonder daglicht en wordt de duur meestal beperkt tot maximaal drie maanden. Meer concrete richtlijnen hierover zijn echter schaars[6].

Het is echter mogelijk de eventuele schade te berekenen op een wetenschappelijke manier, via micro-fading technique, waarbij met een speciaal licht op een zeer klein deel van het document wordt geschenen. Wanneer de resultaten gekend zijn, is de volgende vraag hoeveel schade door vervaging men aanvaardt bij het tentoonstellen van werken, en over welke periode (5 – 10 – 25 – 100 jaar?). Bij de KB in Denemarken wordt gewerkt met periodes van 25 jaar. Er zijn drie categorieën van documenten: de meest gevoelige documenten kunnen slechts negen weken getoond worden op een periode van tien jaar, de minst gevoelige tot acht jaar op een periode van tien jaar. Vaak gebeurt het dat zwart-wit documenten uit de vorige eeuw gevoeliger zijn dan gekleurde handschriften uit vroegere eeuwen. Op basis van deze gegevens kan er een wetenschappelijk onderbouwde politiek voor tentoonstellingen en bruiklenen opgesteld worden met “beheersbare/controleerbare risico’s”. Zo worden bij de KB van Denemarken als gevolg van deze politiek de meest gevoelige documenten nooit in bruikleen gegeven. Bij codices kan het omslaan van pagina’s een alternatief zijn voor het te lang blootstellen aan licht, bij brieven is dit uiteraard moeilijker. Ook nuttig om weten is dat ijzergalinkt zich (deels) kan herstellen.

 Opmerking na de lezing: Lieve Watteeuw heeft in 2016 een aanvraag voor kleine infrastructuur gedaan om dergelijke testen ook in Leuven te kunnen uitvoeren.

 

  • Nicholas Pickwoad (University of the Arts, London), ‘Ligatus:[7] the importance of bindings and their description’

Boekbanden weerspiegelen de samenleving waarin ze geproduceerd zijn, zo is bv. in Engelse boekbanden de invloed van continentale binders te merken in de zestiende eeuw, toen de protestanten het vasteland ontvluchtten.

Om goed onderzoek over boekbanden te kunnen verrichten, is het echter in de eerste plaats nodig om over de juiste terminologie te beschikken, en daar ontbreekt het op dit moment aan, ondanks enkele eerdere pogingen. Om deze lacune te verhelpen wordt er nu een onlinethesaurus uitgewerkt binnen het Ligatus-project, de Language of binding (LOB), die momenteel ca. 1500 termen telt. Zoeken kan op trefwoord, via een alfabetische lijst of via een hiërarchische ordening. Momenteel bevat deze thesaurus enkel Engelse termen en verklaringen, maar de bedoeling is om dit uit te breiden naar andere talen, waarbij Frans en Italiaans reeds in voorbereiding zijn. Er worden nog medewerkers gezocht voor andere talen, waaronder het Nederlands.

De plannen voor 2016 zijn:

-          het aantal termen uitbreiden

-          het online plaatsen van de richtlijnen

-          het toevoegen van meer dan 500 illustraties

-          het drukken van de hiërarchische index

Er wordt ook gekeken naar mogelijke samenwerkingsverbanden, bv. door de integratie van Getty Art en Architecture Thesaurus. En dankzij het gebruik van uri’s kunnen catalografen uit bibliotheken wereldwijd linken naar de thesaurus en zo de metadata over boekbanden verbeteren en verrijken in bibliografische beschrijvingen.

 

Commemoration

  •  Claire Breay (British Library), ‘Commemorating the 800th anniversary of Magna Carta in 2015’

 In 2015 was het 800 jaar geleden dat de Engelse koning Jan zonder land de Magna Carta uitvaardigde. Het is het beroemdste document uit de Engelse geschiedenis, al blijven de meningen over de exacte betekenis verdeeld.

Twee van de vier overgebleven kopieën van de Magna Carta worden momenteel bewaard in de Britsh Library. In 2010 werd er gestart met de voorbereidingen van een grote tentoonstelling hierover. Gedurende vijf jaren kwam hiervoor een nationaal organisatiecomité maandelijks samen. In het begin was er niet veel enthousiasme, maar dat groeide naarmate het project vorderde, met duidelijke belangstelling van het publiek en de pers, ook internationaal. Dit alles leidde naast de tentoonstelling tot verschillende andere activiteiten, zoals blijkt uit de opsomming van 119 evenementen op de website. De website zelf bereikte meer dan 1 miljoen unieke bezoekers.

 

  • Rebecca Boxler Ødegaard and Bente Granrud (National Library of Norway), ‘A decade of writer's commemorations - and what we have learned’

 De Nationale Bibliotheek van Noorwegen werd gesticht in 1813, in de aanloop naar de onafhankelijkheid van Noorwegen in 1814. Tot haar diensten behoort een departement handschriften en archieven. Sinds 2005 huist de bibliotheek in een nieuw gebouw, waar jaarlijks 8 tot 10 tentoonstellingen worden gehouden, en meer dan 100 publieke activiteiten worden georganiseerd.

Toen in 2006 een herdenking werd georganiseerd rond de Noorse schrijver Henrik Ibsen († 1906), was dat de aanleiding om te beginnen digitaliseren. Omwille van het grote aantal jaarlijkse tentoonstellingen, is nadien beslist om de ganse workflow van de bibliotheek af te stemmen op de tentoonstellingen. Catalografie en digitalisering van de tentoongestelde werken gebeuren in de jaren voorafgaand aan de tentoonstelling, zodat bij de start van de tentoonstelling al het gerelateerde materiaal gecatalogiseerd en gedigitaliseerd is. Voor 2016 staan er verschillende kleinere tentoonstellingen gepland, soms maar voor één dag, in combinatie met een seminarie of een avondactiviteit.

Door deze werkwijze kwam er meer samenwerking tussen de verschillende departementen van de Nationale Bibliotheek en werden er routines opgebouwd zodat het professionalisme steeg. Ook kwam er meer nadruk te liggen op andere mogelijke doelgroepen. Er moet in de werking echter een onderscheid gemaakt worden tussen de doelstellingen op lange termijn (vooral m.b.t. catalografie) en deze op korte termijn (vooral gericht op communicatie).

 

  • Matthew Shaw (Institute of Historical Research, London), ‘Europeana 1914-1918[8] and creating a digital collective memory’

 Europeana 1914-1918 was/is een samenwerkingsverband tussen tien partners (waaronder de KBR, BnF, BL,…), aangevuld met materiaal verzameld op verschillende collection days (ook in Leuven!) en de Europeana Film Gateway 1914. 600.000 items en meer dan 600 uren film worden zo via twee portalen beschikbaar gemaakt.

Gedurende drie jaren werd dit project voorbereid, waarbij gewerkt werd rond gemeenschappelijke standaarden (voor metadata, digitalisering,…), de selectie van het materiaal, de creatie van de portalen en marketing en publiciteit. De laatste stap was de evaluatie en het afsluiten van het project. Momenteel is deze site wereldwijd één van de belangrijkste bronnen m.b.t. materiaal over WO I (inclusief privébezit). De site is beschikbaar in vijftien verschillende talen en bevat ook een educatief luik. Deelname aan dit project leidde soms ook, zoals in de British Library, tot het houden van tentoonstellingen of andere gerelateerde evenementen.

Momenteel zijn er nog uitdagingen op verschillende vlakken, zoals auteursrecht en verweesde werken enerzijds en anderzijds de langetermijnbewaring van de site (wat als Europeana ooit ophoudt te bestaan?). Ook blijkt uit de resultaten van dit project dat er in verschillende landen op verschillende manieren over WO I gepraat wordt.

 

Post- digital Issues and Concerns

  •  Matthew McGrattan (Bodleian Library Oxford), ‘International Image Interoperability Framework and Bodley’[9]

 Sinds de jaren 1990 wordt er erfgoedmateriaal gedigitaliseerd in de Bodleian Library. Dit gebeurde echter in verschillende projecten, elk met hun eigen werkwijze en technologie, waardoor gebruikers steeds een nieuw systeem moesten leren kennen en de systemen niet op elkaar afgestemd waren. Bovendien werd het moeilijk om na afloop van al deze projecten de verschillende websites te onderhouden.

Daarom is er nu gekozen voor de site Digital.bodleian als uniek toegangspunt tot al het gedigitaliseerde materiaal (ook externe collecties). Zoekopdrachten kunnen gebeuren via trefwoorden of door het bladeren in voorgestelde collecties. Technisch werd er gekozen voor een platform gebouwd met de open source software Inquire[10], voorzien van de IIIF-technologie, en de afbeeldingen worden aangeboden in jpeg2000-formaat. Door het gebruik van IIIF is er slechts één interface en één metadataschema (gebaseerd op Dublin Core) en één zoekindex die het mogelijk maakt verschillende collecties tegelijk te doorzoeken. Met IIIF kunnen bovendien ook documenten uit verschillende collecties met elkaar vergeleken worden, zoals e-codices, Stanford UL, Yale UL, BnF,…

Slotopmerking: er bestaat geen integrale onlinecatalogus van alle handschriften van de Bodleian Library, er kan dus niet gelinkt worden vanuit een databank met individuele titels naar de afbeeldingen.

 

  • Allen Packwood (Churchill College, Cambridge), ‘The Churchill Papers:[11] a modern historical epic’

 De Churchill paper collection bevat meer dan 1 miljoen items: brieven, schoolrapporten en ander persoonlijke papieren van Winston Churchill. In 1995 werden ze aangekocht door de Britse staat – omdat het aankoop was, leidde dit tot veel controverse – en ze worden bewaard in een speciaal hiervoor gebouwd archief. De ontsluiting kende verschillende fases: catalografie (1995-2000), verfilming op microfilm (2000-2005) en digitalisering (2010-). De wetenschappelijke editie van de papieren wordt verspreid door een commerciële partner (Bloomsbury), die ook instaat voor marketing en pr rond dit project (Churchill Archive). Eén van de problemen waarop de onderzoekers stuitten was het auteursrecht: de clearance database bevat meer dan 20.000 namen. In de praktijk blijkt wel dat weinig rechthebbenden problemen maken rond de publicatie (slecht 14 weigeringen in de periode 2000-2005). Tot nu toe werden er verschillende lessen geleerd aan dit project, dat nog steeds in evolutie is:

-          belang van langetermijndenken

-          belang van goede schaderegistratie

-          belang van een goed netwerk

-          de voordelen van het werken met een commerciële partner

 

  • Gerhard Müller (Staatsbibliothek zu Berlin): ‘Archival Metadata; Authority Records and New Approaches to Social Contexts’

De laatste lezing gaf een kijk in de toekomst: wat kunnen we doen met alle metadata die we momenteel verzamelen? Door digitalisering worden documenten in een nieuw licht geplaatst en worden soms tot dan toe ‘verborgen’ relaties tussen documenten zichtbaar. Om documenten goed met elkaar te kunnen vergelijken, zijn authority records onontbeerlijk. Er moet echter ook rekening gehouden worden met de volabiliteit van datasets en met missing data. Voor een goed datamanagement moet er gewerkt worden op drie niveaus: union catalogues, API’s en een evaluatie van de resultaten en de verschillende gerelateerde diensten.

Opmerking: in de marge van deze lezing werd er verwezen naar het EU-project tranScriptorium[12] (2013-2015), waar met HTR-technologie geprobeerd wordt handgeschreven teksten automatisch te transcriberen. HTR staat daarbij voor Handwritten Text Recognition.

 ***

 Naast de lezingen waren er ook geleide bezoeken aan de volgende tentoonstellingen en instellingen:

 1)   Trinity College: Long room (Old Library) en Book of Kells[13]

Trinity College ontvangt jaarlijks meer dan 1 miljoen bezoekers, waarvan er ca. 800.000 ook de tentoonstelling met het Book of Kells bezoeken. De huidige tentoonstelling dateert al van 1998, de conservatoren zijn bezig met het uitbouwen van een nieuwe tentoonstelling. Momenteel staan er panelen met uitleg en reproducties; in de laatste zaal, met aangepaste verlichting, kan men twee (van de vier) opengeslagen volumes van het Book of Kells zien, samen met enkele andere handschriften.

 2)   Royal Irish Academy[14]

De Koninklijke Ierse Academie is een onderzoekscentrum voor de studie van de Ierse geschiedenis, taal en archeologie en de geschiedenis van de Ierse wetenschap. De bibliotheek bevat wereldwijd de grootste collectie handschriften in het Iers, waarvan er eind 2015 reeds 70 gedigitaliseerd waren.

 3)   Marsh’s Library[15]

Marsh's Library werd in het begin van de achttiende eeuw opgericht door aartsbisschop Narcissus Marsh (1638-1713). De boeken staan nog steeds in hetzelfde gebouw als in de achttiende eeuw, meestal zelfs in de rekken en op de planken waaraan ze werden toegewezen door Marsh en door Elias Bouhéreau, de eerste bibliothecaris, toen de bibliotheek werd geopend. Vermeldenswaard zijn de drie ‘kooien’ waarin de lezers werden opgesloten tijdens de consultatie van de boeken, uit angst voor diefstal.

 4)   Chester Beatty Library[16]

Chester Beatty was een schatrijke Iers-Amerikaanse mijningenieur, met een grote bibliofiele belangstelling. Bij zijn aankopen primeerde kwaliteit op kwantiteit, hoewel hij ook in aantallen een imposante collectie bijeenbracht.

Voor de deelnemers aan het congres werd er een geleid bezoek georganiseerd aan de tijdelijke tentoonstelling “Lapis & Gold: The Story of the Ruzbihan Qur’an” door Elaine Wright, curator van de islamitische collecties, en een overzicht van enkele topstukken uit de Oost-Aziatische collecties, door curator Mary Redfern. Nadien was er nog de mogelijkheid om zelf de twee permanente tentoonstellingen te bezoeken (Arts of the book en Sacred traditions). Door de omvang van de tentoonstellingen is het duidelijk dat de museumwerking dominant is in de werking van de Chester Beatty Library.



[1] http://www.tcd.ie/Library/1916/

[2] http://www.cendari.eu/

[3] http://www.1641.tcd.ie/

[4] http://www.museum.ie/Archaeology/Exhibitions/Current-Exhibitions/The-Treasury/Gallery-1-Iron-Age-to-12th-Century/Gallery-2-The-Faddan-More-Psalter-(1)/Context-and-Significance

[8] http://www.europeana1914-1918.eu/

[9] http://digital.bodleian.ox.ac.uk/

[10] http://www.inquireresearch.co.uk/

[11] https://www.chu.cam.ac.uk/archives/collections/churchill-papers/

[12] http://transcriptorium.eu/

[13] http://www.tcd.ie/Library/bookofkells/

[14] https://www.ria.ie/library/about

[15] http://www.marshlibrary.ie/

[16] http://cbl.ie/

Email me when people comment –

You need to be a member of Open Bibliotheken to add comments!

Join Open Bibliotheken

GO opleidingen

Nedap Librix