Op 6 maart hield de
IDM opleiding van de Hogeschool Den Haag voor de derde keer een speciale conferentie voor zijn alumni. Dit jaar met het thema “
Beyond Media Literacy”. Vanuit
Cubiss was mij gevraagd om deze conferentie bij te wonen en hier een kort verslag over te schrijven.
Inleiding Jos van Helvoort (Media literacy)
De dagvoorzitter van de conferentie was
Jos van Helvoort. Jos is docent aan de IDM Den Haag en leidde de conferentie in met een kort verhaal over competentiegericht onderwijs en de link met “media literacy” .
Competentiegericht onderwijs is de afgelopen jaren een ontwikkeling geweest in het Hoger- en middelbaar onderwijs waarbij men als opleiding er niet meer van uit gaat dat men alleen kennis overdraagt. Maar dat men naast kennis ook vaardigheden en attitudes aanleert om met deze kennis om te gaan. De combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes wordt een competentie genoemd.
Tijdens zijn verhaal haalde Jos een theorie van
Jan Styeart (lector Fontys hogeschool) aan die binnen competenties drie niveaus onderscheid namelijk; Instrumentale (echte knopjeskennis die mensen nodig hebben om een tool te gebruiken), structurele (inzicht in hoe een tool werkt en hoe een tool gebruikt moet worden) en strategische (het kunnen toepassen en uitbreiden van je kennis).
Jongeren miste volgens hem vooral op de structurele en strategische niveaus veel kennis. Kennis die volgens Jos voornamelijk opgedaan kunnen worden als men media literate is. Dit was ook de centrale boodschap van zijn verhaal:
Media literacy is een leercompetentie!
Serap Kurbanoglu (Geloof in eigen kunnen en vaardigheden)
De eerste preker van de dag was Prof dr. Serap Kurbanoglu docent aan de
hacettepe universiteit in Turkije. Zij begon haar verhaal met een quote van Albert Bandura:
"People's action are based more on what they believe than on what is actualy true". Hiermee gaf zij duidelijk aan waarom information literacy noodzakelijk was en maakte zij meteen de link met de theorie van self-efficacy waaraan zij in het tweede deel van haar verhaal veel aandacht besteedde.
Wat is Information literacy en waarom is het belangrijk?
Het eerste deel van haar verhaal gebruikte Serap om duidelijk te maken wat volgens haar de definitie van Information literacy is en waarom mensen deze vaardigheid zouden moeten bezitten.
Hoewel de definitie van information literacy volgens Serap per land, persoon en geloof nog wel eens wil verschillen en de definitie ook nog volop in ontwikkeling is, gebruikt zij de volgende definitie. Iemand is volgens Serap information literate als deze:
- Weet wanneer informatie nodig is
- Bij zijn of haar zoektocht naar informatie start door de juiste zoekstrategie te gebruiken
- Informatie zoek in alle verschillende beschikbare media
- Gevonden informatie op een goede manier kan verwerken en gebruiken
- En deze informatie ook weer weet te distribueren.
De vaardigheden die iemand information literate maken zijn volgens Serap voornamelijk belangrijk voor de persoonlijke ontwikkeling van mensen. Doordat mensen information literate zijn kunnen zij zichzelf nieuwe kennis en vaardigheden aanleren (lifelong learning) en beter omgaan met de snel veranderende maatschappij.
Als belangrijke maatschappelijke veranderingen die information literacy nog belangrijker maken noemt Serap de uitbreiding van beschikbare kennis en informatie in verschillende vormen, de onduidelijke kwaliteit van informatie, de veranderende karaktereigenschappen van de nieuwe generatie jongeren en de ethische vraagstukken die hieruit voortvloeien.
Self-efficacy
Om mensen de kennis en vaardigheden van Information literacy aan te leren zijn leermethodes volgens Serap alleen niet voldoende. Men zou ook het zelfvertrouwen in de aan te leren vaardigheden moeten ontwikkelen. Dit zelfvertrouwen in het eigen kunnen wordt ook wel
self-efficacy genoemd.
Self efficacy kan op verschillende manieren opgedaan worden. De voornaamste manier is door een handeling vaak uit te voeren en hier heel erg bekwaam in te worden. Door positieve ervaringen op te doen wordt het gevoel van self-efficacy verhoogd. Negatieve ervaringen verlagen het gevoel van self-effacy op hun beurt weer.
Naast het zelf bekwaam worden in het uitvoeren van een handeling zijn ook het kijken naar anderen en sociale stimulansen belangrijke factoren om de self-efficacy te vergroten.
Als mensen zich bijvoorbeeld spiegelen aan anderen en het idee hebben dat "als hij het kan, kan ik het ook" of door anderen worden aangemoedigd "natuurlijk kun jij dit ook" heeft dit dus een positief effect op de self-efficacy.
Self-efficacy is dus belangrijk omdat het gelinkt kan worden aan de leerprocessen, de denkpatronenen, de emoties en de activiteiten van mensen. Als een persoon zijn self-efficacy hoog is, dan zal men snel geneigd zijn om acties te ondernemen, terwijl bij iemand zijn self-efficacy laag is acties zullen uitblijven.
Het verhaal van Serap maakte heel duidelijk dat:
Als men het heeft over mediawijsheid, men het niet alleen over information literacy kan hebben, maar ook over self-efficacy
Als afsluiter van haar verhaal vertelde Serap nog even dat zij het dus belangrijk vond dat men in opleidingen als men aandacht besteed aan information literacy, na afloop niet alleen de aangeleerde kennis en vaardigheden moet evalueren, maar ook aandacht moet besteden aan de self-efficacy van studenten.
Frank Huysmans (Mediawijsheid en wat de bibliotheek hier nu mee moet)
De tweede spreker van deze conferentie was Prof. Dr.
Frank Huysmans bijzonder hoogleraar van de eerstoelgroep Archief- en informatiewetenschap van de universiteit van Amsterdam.
Frank begon zijn verhaal met de melding dat mediawijsheid eigenlijk al heel erg lang bestaat, maar deze nu pas weer veel aandacht heeft gekregen door de versnelde digitalisering van de wereld.
Internationaal gezien is Nederland op het gebied van mediawijsheid een laatkomer. Pas in 2005 heeft de raad van cultuur een advies uitgebracht aan de tweede kamer getiteld "
Mediawijsheid, de ontwikkeling van nieuw burgerschap en is men aandacht gaan schenken aan het begrip mediawijsheid.
Tot die tijd werd er voornamelijk gesproken over media educatie, maar volgens Frank is media educatie niet hetzelfde als mediawijsheid, mediawijsheid is namelijk veel breder. Mediawijsheid zou namelijk niet alleen een item moeten zijn binnen het onderwijs, of voor jongeren, maar zou een aandachtspunt moeten zijn binnen de hele maatschappij. Mediawijsheid is volgens Frank ook niet alleen het kunnen omgaan met media, maar ook het kunnen omgaan en participeren in het sociale proces.
Het verhaal van Frank sluit heel goed aan op de eerdere sprekers en maakt duidelijk dat mediawijsheid een breed begrip is waar veel verschillende maar ook zeer belangrijke elementen onder vallen. Tijdens zijn verhaal deed Frank een uitspraak die dit heel duidelijk maakte:
"Eigenlijk zou mediawijsheid een soort crash course in communicatie wetenschappen kunnen zijn"
In het tweede deel van zijn verhaal ging Frank in op de huidige stand van zaken mbt mediawijsheid. Hij maakte duidelijk dat er sinds 2005 wel meer aandacht aan mediawijsheid besteed werd, maar dat het perspectief op mediawijsheid in de praktijk steeds versmald werd. Als voorbeeld noemde Frank de volgende versmallingen:
- Men heeft het bij mediawijsheid voornamelijk over internet, terwijl ook juist de andere media belangrijk zijn.
- Men spreek alleen over mediawijsheid in relatie tot kinderen en jongeren, terwijl dit nu juist alle burgers aan moet gaan.
- Men besteed voornamelijk aandacht aan de vaardigheden van mensen ipv aan de kennis en de mentaliteit van mensen.
- En men besteed veel te veel aandacht aan de gevaren en de risico's van nieuw media, ipv dat men mensen leert omgaan met deze risico's
In het laatste deel van zijn verhaal ging Frank ik op de bibliotheek en wat zij met mediawijsheid zouden moeten doen. Volgens hem zijn bibliotheken traditioneel gezien heel erg sterk in informatievaardigheden en een brede mediakennis in huis hebben en een grote groep mensen bereikt die niet meer actief aan het onderwijs deelneemt. Hij waarschuwt hierbij wel dat mediawijsheid meer is dan alleen maar een aantal informatievaardigheden alleen, maar ziet wel mogelijkheden voor zowel de openbare- als de speciale bibliotheken.
De vraag is nu of de bibliotheek dit moet gaan doen. Volgens Frank moet dit natuurlijk niet, maar is er wel een heel goede reden om dit te doen. De traditionele dienstverlening van de bibliotheken (het uitlenen van boeken) is namelijk achteruit aan het gaan en bibliotheken zullen moeten kijken hoe zij hier mee om willen gaan.
Zijn laatste boodschap maakte Frank duidelijk met behulp van een
speciale tijdlijn gemaakt door What’s Next and Future Exploration Network over de mogelijke sterfdata van traditionele diensten. Deze maakte zijn boodschap heel duidelijk.

Als bibliotheken zichzelf niet snel aanpassen aan de veranderende wereld en zich blijven richten op de traditionele dienstverlening, dan zou de deadline zoals deze in het plaatje van de extinction tijdlijn is beschreven, wel eens werkelijkheid kunnen worden!
Workshop: Assessment van Informatievaardigheden
Het laatste deel van de conferentie waren er twee workshops gepland. Een van de workshops werd gegevens door
Nicole Giling van de Openbare Bibliotheek Zwolle en ging over een Contextuele zoekmachine voor het VMBO (deze heb ik helaas moeten missen, maar ik ga er vanuit dat Nicolle hier nog wel een bericht van schrijft
op haar weblog :)).
De andere workshop werd gegeven door
Jos van Helvoort en ging over het beoordelen van informatievaardigheden.
Als men over informatievaardigheden spreekt kan men deze volgens Jos vaak op twee verschillende manieren gebruiken namelijk;
- Taakgericht waarbij mn gebruik maakt van informatievaardigheden om een onderwijstaak uit te voeren.
- En gericht op de constructie van een persoonlijk kennissysteem.
Deze indeling komt volgens Jos overeen met de indeling van Bates (2002) over hoe mensen zoeken. Deze indeling is in het onderstaande overzicht kort weeregeven. Een uitgebreidere uitleg van deze indeling is ook te vinden op
het weblog van Jos.

Op basis van deze verschillende indelingen heeft Jos een speciale checklist ontwikkeld die gebruikt kan worden om het werk van studenten te beoordelen. Deze lijst kan zowel door studenten als door docentengebruikt worden en is ingedeeld in verschillende rubrieken die stap voor stap langs gegaan kunnen worden (b.v. orientatie op onderwerp, bronnenlijst, gebruikte zoektemen). Bij iedere rubriek staat het gewenste (professionele) gedrag dat gewenst is uitgewerkt en de mogelijke fouten die men kan maken.
Aan het begin van deze workshop kregen alle aanwezigen deze lijst uitgedeeld samen met een werkstuk dat door studenten van Jos gemaakt waren. Aan de hand van de checklist werden vervolgens in groepjes van twee het werkstuk van de studenten beoordeeld en vervolgens in de groep besproken.
Persoonlijk vond ik de checklist heel erg duidelijk en ook erg nuttig voor gebruik binnen het onderwijs. Uit de nabespreking bleek ook wel dat veel mensen (zowel studenten als docenten) het idee hadden dat hier voornamelijk op het HBO geen of te weinig aandacht aan besteed werd. Ik hoop dat de checklist van Jos en de andere materialen die over dit onderwerp gaan dan ook zo snel mogelijk online beschikbaar gemaakt worden en op verschillende opleidingen gebruikt zullen gaan worden!
Algemene indruk conferentie
Persoonlijk vond ik het een erg geslaagde conferentie die goed georganiseerd was. Mijn complimenten voor de organisatie en de studenten en docenten van de IDM opleiding in Den Haag.
Je moet lid zijn van Bibliotheek 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!
Word lid van Bibliotheek 2.0