Vraag: Wat klopt niet aan het volgende verhaaltje. Twee Hollandse blondjes zitten aan den toog in een caféken op den dijk. Zegt de één: “ ‘k Ben juist weer rijexamen gaan doen.” “Allee”, vraagt d’ander: “En, hoe was ‘t?” “Nou, niet goed”, zei ze, “ ‘k ben weer gebuisd! Ik kom weer aan dat rond punt, en daar staat een bord met dertig op, dus ‘k rij dertig keer rond dat rond punt.” “Ai”, zegt d’ander, “en verkeerd geteld, of wat?”
Op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie mocht ik twee weken lang een werkstage volgen in het Belgische Herzele (spreek uit Hèrzeele – wij Nederlanders zijn geneigd de klemtoon anders te leggen dan de Belgen) en één van de eerste opmerkingen die ik daar maakte was dat de Belgen blijkbaar denken dat wij domme blondjes zo intelligent zijn dat wij Vlaams kunnen spreken!
Twee weken lijkt lang, maar is voorbij voor je er erg in hebt. En dat kwam vooral doordat iedere dag er één groot avontuur leek te zijn. Ik kom er dan ook niet onderuit om enkele Literatureluurtjes aan dit verblijf te wijden. Het geeft namelijk een mooi vergelijking tussen de bibliotheek-, boeken- en culturele wereld in Zwartewaterland en die in Herzele.
Herzele is een gemeente qua inwonertal vergelijkbaar met Zwartewaterland en bestaat uit acht deelgemeenten, zeg maar kernen. Tijdens ons verblijf hoorden we dat de schrijver Arthur Japin een bezoek zou brengen aan een buurgemeente van Herzele, Sint Lievens Houtem. En als je voor de Nederlandse Taalunie stage loopt in België, wil je natuurlijk Arthur Japin ook wel even ontmoeten.
De avond was nog jong en het zou nog even duren voordat de lezing zou beginnen, dus we besloten eerst een restaurantje te zoeken voor een hapje eten. In het Brasserietje werd door ons een lekker Koninginnehapje besteld en net toe we onze eerste hap naar binnen schoven, stapte Arthur Japin ook naar binnen met hetzelfde idee. Hij ging met zijn gezelschap aan een tafeltje in onze buurt zitten en al gauw konden we niets anders doen dan meeluisteren: “Ik durf in het buitenland bijna geen boekhandel binnen te gaan. Dan ga ik altijd kijken of er een boek van mij ligt. Als ik het niet zie, denk ik wat moet ik hiermee. En zie ik het wel, denk ik ook wat moet ik hiermee.” Tja, schrijvers en hun twijfels.
Later vertrekken we tegelijkertijd naar De Fabriek, een Vlaams Kulturhus wat geen Kulturhus genoemd wordt, maar in principe volgens hetzelfde concept is gebouwd. Diverse instellingen als de bibliotheek, de kunstacademie en ook een cultureel centrum zijn hier samen gebracht. Een avond lang praat Arthur Japin zijn Vlaams gehoor hier bij over zijn romans: “historische romans zijn voor mij net als een geliefde. Je weet dat je er iets mee moet. Het is net of je tegen je nieuwe liefde zegt: Kom laten we vrijdag uit eten gaan en vertel me al je verhalen”. En op de vraag uit het publiek wat zijn favoriete boek van eventueel andere auteurs is, antwoordde hij gevat: “Weet u wat Harry Mulisch ooit heeft gezegd: Hebt u nog een goed boek gelezen? Wat een onzin. Je vraagt een lezer toch ook niet: hebt u nog een goed boek geschreven?!”
Natuurlijk was ik één van de velen die zich na afloop bij de boekenstand voegde en een boek van hem kocht. Toen ik het boek door Arthur Japin liet signeren, kreeg ik van hem een brede glimlach en vertrouwde hij mij toe: “Ah, dus u bent die stagiaire helemaal uit Nederland”. En eventjes, heel eventjes, voelde ik mij net zo beroemd als Arthur Japin.
Tekst gepubliceerd als "Literatureluurtje" op www.zwartewaterkrant.nl.
Tags: arthur japin, belgië, bib, bibliotheek vlaanderen, herzele, nederlandse taalunie, paul kellens
Delen
Je moet lid zijn van Bibliotheek 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!
Lid worden van dit sociale netwerk