Wim Keizer's Posts (48)

WWW maart 2017: boek op komst

In het voorjaar zal mijn boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing verschijnen. Momenteel legt vormgever Patrick Parris (ProBiblio) er de laatste hand aan.
Het boek is al te bestellen door een mailtje te sturen aan mevrouw N.E. Brand, nellybrand49@gmail.com, onder vermelding van naam, adres en indien werkzaam in een bibliotheek of provinciale ondersteuningsinstelling ook de naam daarvan.
De prijs is tot een maand na verschijnen € 10 (voor snelle beslissers) en wordt voor bestellingen die daarna binnenkomen € 14. De genoemde prijzen zijn exclusief verzendkosten. In de vorige WWW (februari) stond wat de inhoud van het boek is.
Het boek bestrijkt de periode 1995-2015 en kan daarmee gezien worden als een aanvulling op het onvolprezen, in 1990 verschenen standaardwerk van Paul Schneiders, Lezen voor iedereen, geschiedenis van de openbare bibliotheek in Nederland.

Meer duidelijkheid

"In het bestuur van de Stichting NBD zitten vier leden op voordracht van de VOB. Inmiddels is daar een vacature ontstaan. Ons bestuur heeft ingestemd met het voorstel van het NBD-Biblion-bestuur om deze vacature niet in te vullen tot er meer duidelijkheid is over de positionering en de governance van de NBD.”
Dit zinnetje las ik in een bericht van 17 februari van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) over een bestuursvergadering op 9 februari.
Wat is NBD Biblion, behalve een BV? Is het een commerciële onderneming, een culturele onderneming, een maatschappelijke onderneming, een maatschappelijk verantwoord ondernemende onderneming, een bibliotheekbranchebedrijf, een bedrijf voor en van de boekensector of van alles wat? Ik ben benieuwd wie er precies meer duidelijkheid wenst en wat die gevraagde duidelijkheid gaat opleveren in een branche die zelf niet weet wat zij in wezen is en wil zijn.

Wel duidelijk is geworden dat OCW de bibliotheekbranche een grote dienst bewezen heeft door tegen de zin van de VOB en 73 bibliotheken positief te reageren op een Wob-verzoek inzake bibliotheekgegevens. Mark Deckers, strategisch adviseur bij Rijnbrink, maakte er op zijn weblog mooie grafieken van en die lokten weer discussies uit over de waarde van cijfers. Zijn cijfers onbelangrijk en gaat het alleen om de verhalen? Of gaat het alleen om cijfers en zijn verhalen niet van belang? Tja, daar is geen ondubbelzinnig antwoord op te geven. Zolang de gemeente de grootste financier van de bibliotheek is, hangt het natuurlijk vooral van de houding en wensen van de gemeente af.
Persoonlijk hou ik van de duidelijkheid die cijfers bij verhalen kunnen geven en vind ik bibliotheken die er niet aan hechten erg lijken op politieke partijen die hun programma niet door het Centraal Planbureau laten doorrekenen. Maar de cijfers moeten dan wel betrekking hebben op heldere begrippen. Om meer te laten zien dan klassieke aantallen leden en uitleningen, wordt nu bijvoorbeeld ook melding gemaakt van aantallen “activiteiten”. Maar zo’n begrip zegt helemaal niets over de maatschappelijke opbrengst van “de maatschappelijke bibliotheek”. Want wat is “een activiteit”? Werk aan de winkel voor de opbrengstmeters.

Meer in de WWW van maart 2017.

Wim Keizer

Read more…

WWW februari 2017: Boek Bibliotheekvernieuwing

Wat kwam er tussen 2001 en 2007 bovendrijven in de erwtensoep? En was het in 2008 genomen besluit van minister Ronald Plasterk om de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) te ontvlechten nu wel of niet een idioot idee? Erik Jurgens (VOB-voorzitter van 2004 tot en met 2011) meende begin 2012, vlak na zijn aftreden, van wel, maar zei erbij de OCW-ambtenaren beloofd te hebben er niet telkens op terug te komen. Wie er in 2016 wel op wilde terugkomen was Jan Ewout van der Putten (VOB-directeur van 1999 tot en met 2009). Hij vindt het nog steeds een idioot idee en meent dat de bibliotheekvernieuwing beter verlopen zou zijn als OCW de stelselgelden via de VOB had laten blijven lopen en de VOB niet gedwongen had zich te “ontvlechten”.
Van der Putten zegt dit in een interview dat is opgenomen in mijn boek Twintig jaar bibliotheekvernieuwing. Van der Putten: “Mijn grootste frustratie is dat we gedwongen werden het allemaal op te geven, terwijl de VOB met de Agenda voor de toekomst 2009-2012 en met op sleutelposities goede mensen klaar stond om de met de branche gemaakte afspraken na te komen.”
Niet alleen Van der Putten komt aan het woord, maar ook Wim Kamerman (procesmanager Bibliotheekvernieuwing van 2001 tot en met 2007), Ap de Vries (VOB-directeur van 2010 tot en met 2015), Marjan Hammersma (in 2008 bij OCW directeur Media, Letteren en Bibliotheken en via directeur-generaal Cultuur en Media opgeklommen tot secretaris-generaal) en Aad van Tongeren (senior beleidsadviseur bij OCW).

Meer over de inhoud van het boek in de WWW van februari 2017.


Twintig jaar bibliotheekvernieuwing verschijnt in voorjaar 2017. Het boek is al te bestellen door een mailtje te sturen aan mevrouw N.E. Brand, nellybrand49@gmail.com, onder vermelding van naam, adres en indien werkzaam in een bibliotheek of provinciale ondersteuningsinstelling ook de naam daarvan.
De prijs is tot een maand na verschijnen € 10 (voor snelle beslissers) en wordt voor bestellingen die daarna binnenkomen € 14.

(Een vooraankondiging met verwachte verschijning eind januari staat ook in Bibliotheekblad 1/2017, maar vormgeving en productie van het boek nemen meer tijd in beslag dan ik bij het schrijven van dat artikel nog dacht).

Read more…

WWW januari 2017: e-books ook via bibliotheken?

Is het de openbare bibliotheken wettelijk verboden zelf e-books te (laten) uitlenen, bijvoorbeeld via NBD Biblion? De uitspraak van het Europese Hof over gelijkstelling van papieren boeken en e-books voor wat betreft het leenrecht (mits volgens het principe van one copy, one user) leidde in Gelderland tot de gedachte dat de openbare bibliotheken het e-book-heft weer in eigen handen moeten nemen, in plaats van het over te laten aan de “landelijke digitale bibliotheek”. Sjaak Driessen, directeur van de bibliotheek in Wageningen (de bblthk), maakte er een ingezonden stuk over voor de WWW van januari 2017.

De aanleiding was een column van Duco van Minnen, beleidsadviseur bij Rijnbrink, op de website van het Gelders Bibliotheeknetwerk. Beide heren zijn niet gelukkig met de landelijke digitale bibliotheek. Van Minnen zegt: “Bibliotheken zijn meer dan doorgeefluiken van uitgevers. We zijn van oudsher selecteurs. We staan voor betrouwbare pluriforme informatie en een veelzijdig romanaanbod en daar is met de aankoop van pakketten e-boeken weinig van over gebleven.”
Driessen vindt: “De KB heeft weliswaar een wettelijke inkooptaak voor e-content maar daarmee (juridisch) geen monopolie. Bibliotheken kunnen met de huidige wetgeving niet verplicht worden om via de KB hun leden te voorzien van e-boeken. Het is bibliotheken niet verboden om zelf te collectioneren, in te kopen.”
Veel meer in de WWW van januari. Gauw lezen maar, ik wens alle lezers een bibliotheekbestendig 2017, met toename van boeken lezen en afname van getwitter.

Read more…

WWW december 2016: Vier opmerkelijke berichten

Het ministerie van OCW heeft op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek gekregen de in het Bibliotheekonderzoeksplatform (BOP) verzamelde gegevens van openbare bibliotheken openbaar te maken. OCW is van plan het verzoek in te willigen, maar vroeg de belanghebbenden om hun zienswijze. Dat is de gebruikelijke procedure. In de brief (pdf) wijst OCW op de weigeringsgronden zoals genoemd in de Wob. De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) liet weten juridisch advies te zullen vragen.
Juridisch advies? Ik zou zeggen: meteen instemmen. Er zou nauw verwantschap moeten bestaan tussen de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) en de Wob. Beide hebben als belangrijk doel te bevorderen dat er kennis en informatie ter beschikking wordt gesteld.

Ik heb jarenlang ervaring met verzamelen van subsidiegegevens van openbare bibliotheken in Noord- en Zuid-Holland. Steevast was het verzoek van de laagst gesubsidieerden deze gegevens te publiceren, want het zou de gemeente op een goed idee kunnen brengen. Van de hoogst gesubsidieerden kam het verzoek deze gegevens niet te openbaren, want de gemeente zou eens op verkeerde gedachten kunnen komen. Onzin natuurlijk, gemeenten wisselen ook onderling informatie uit.

Er zou een landelijke digitale openbare bibliotheek moeten bestaan, waarop alle gegevens van met publiek geld gefinancierde voorzieningen te vinden zijn en waarop alle in het kader van de Wob verstrekte informatie gepubliceerd wordt.

Verschillen in opgaven
De VOB-site had ook nog een ander opmerkelijk bericht. Het is gebleken dat in opgaves over uitleningen van bibliotheekorganisaties verschillen zitten tussen wat enerzijds aan de Stichting Leenrecht werd doorgegeven en anderzijds aan de Koninklijke Bibliotheek (KB) en in 2014 aan de VOB. Dit bleek uit een enquête in het kader van het onderzoek naar de afdracht van leenrechtgelden.
Zo’n bericht roept natuurlijk de vraag op hoe betrouwbaar gegevens op basis van eigen opgaven zijn. Maar gelukkig is volgens artikel 4 van de Wsob betrouwbaarheid een publieke waarde in het kader van de publieke taak van de openbare bibliotheek.

Innovatiekracht on demand
Een derde opmerkelijk bericht is dat de KB een project “Innovatiekracht on demand” is gestart, met concrete begeleiding van lokale innovatietrajecten. Maar nu had ik uit de door de KB gepubliceerde Innovatieagenda (pdf) en uit artikel 16 van de Wsob begrepen dat het primaat voor innovatie bij de provinciale ondersteuningsinstellingen (POI’en) ligt. Gaat de KB nu met een boogje om de POI’en heen rechtstreeks innovatiezaken doen met lokale bibliotheken, nog voordat de door POI’en te maken Actieagenda er is? Was het niet logischer geweest creatieve coach Erik Boekesteijn bij de Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) te plaatsen in plaats van bij de KB?
Over die Innovatieagenda zelf is ook nog wel wat te zeggen, al was het maar dat de kleur van het omslag niet het openbare-bibliotheek-oranje is. Op pagina 22 wordt ineens gesproken over “het openbare bibliotheekgedeelte van de nationale digitale bibliotheek”. Blijkbaar is (of komt) er ook een niet-openbare-bibliotheek-gedeelte, Maar gaat de KB dat niet-OB-gedeelte ook betalen uit de 21,4 miljoen euro die zij van OCW op haar begroting heeft staan voor stelseltaken en digitale infrastructuur? In het Bibliotheekcharter 2010-2012 waren de digitale bibliotheek en de Nationale Bibliotheek Catalogus (NBC) de belangrijkste innovatieonderwerpen. Is het raar de vragen te stellen, voordat je begint met een nieuwe Innovatieagenda, wat het einddoel is en wanneer die twee dingen eindelijk eens klaar zijn?

Kerstboom met kluit
Ik begreep dat ook bij het onderzoek naar één bibliotheeksysteem, die een nauwe relatie zal moeten hebben met de landelijke digitale infrastructuur, de vraag zich voordoet wat OCW (via de KB) zal betalen en wat de gemeenten en provincies (via bibliotheken en POI’en) gaan betalen. Eigenlijk weer het vraagstuk van “de kerstboom met kluit”, waar programmamanager Projectgroep Bibliotheekinnovatie Bart Drenth in 2009 over sprak: OCW betaalt de kluit (de digitale infrastructuur) en de branche betaalt de kerstballen (waar de Agenda voor de toekomst 2009-2012 zo’n 50 tot 55 miljoen euro voor nodig achtte). Maar OCW betaalt na een greep uit het gemeentefonds inmiddels ook de e-content-ballen. Tja, alles hangt met alles samen. Het zou me niet verbazen als er meer grepen in het gemeente- en/of provinciefonds op komst zijn, nu om het ene landelijke bibliotheeksysteem te bevorderen.

VOB sluit zich op
Tot slot een vierde opmerkelijk bericht: geen externe relaties en geen Bibliotheekblad meer bij de ledenvergaderingen van de VOB. Het doet me denken aan de discussies over internet als echokamer. Het lijkt erop dat de VOB de buitenwereld alleen nog kennis wil laten nemen van haar boodschappen via eigen VOB-tweets en gecontroleerde berichten op de eigen site. Ik ben het geheel eens met de open brief die hoofdredacteur Eimer Wieldraaijer hierover publiceerde. 

Meer in de WWW van december 2016.

Read more…

WWW november 2016: waar zouden we zijn zonder netwerk

Zoals we allemaal weten, hebben wij in Nederland een fantastisch bibliotheeknetwerk. Er wordt wel eens geklaagd over grote bestuurlijke drukte, maar ik schreef het al eens eerder: zo’n netwerk is net een Zwitsers horloge. Ieder veertje, radertje, schakeltje palletje, asje en chipje is onmisbaar. Haal één onderdeel eruit en het hele netwerk stort in. Zo is het ook met openbare bibliotheken. Zonder OCW, IPO, VNG, POI’en, PDO’en, VOB, KB, Plusbibliotheken, NBD, OCLC, HKA, BMC, Acta en wat me verder niet zo gauw te binnenschiet zou heel het raderwerk stil staan. Ik ben lid van mijn lokale openbare bibliotheek, maar stel nu eens dat het netwerk er niet zou zijn, zou die bibliotheek dan nog net zo goed functioneren als nu het geval is?

Dat geweldige netwerk van ons heeft wel een klein nadeel: resultaten duren soms wat langer dan een argeloze buitenstaander, zoals ik ben geworden, zou verwachten.
Neem nu de gezamenlijke (innovatie)agenda. In april meldde ik dat het stuk er was en zou worden aangeboden aan het bestuurlijk overleg van OCW, VNG, IPO, KB en VOB.
Begin juli schreef de VOB dat dit bestuurlijk overleg op 27 juni gehouden is en dat de innovatieagenda daar is vastgesteld. De Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) meldde vervolgens begin oktober dat de agenda er is. Dan denk ik in m’n onnozelheid: nu zal die definitieve innovatieagenda binnenkort wel ergens (KB-site?) verschijnen. Maar het duurde tot 10 november, nadat de WWW van november 2016 verscheen, voordat het stuk er was. Dus kon ik alleen maar vermoeden dat er nog wat meer bestuurlijk netwerkoverleg nodig was voor het stuk openbaar gemaakt kon worden. Ik hoop maar dat het door al dat uiterst nuttige overleg niet te dik en vaag is geworden.
Wanneer kan een beleidsplan niet goed zijn? Mijn criterium: als je er, na het dubbelzijdig geprint te hebben, met een gewoon nietapparaatje geen nietje doorheen kunt slaan. Zo’n stuk is op voorhand te dik om nog goed gelezen te worden.

Gelukkig voor Theo Bijvoet kon ik door het concept van het Gezamenlijk collectieplan nog net een nietje slaan. Ik zag op de KB-site dat de conceptversie van het plan in een netwerkoverleg met als vaste deelnemers Arthur Schellekens (VOB), Tineke van Ham (SPN) en Lily Knibbeler (KB) en daarnaast ook Chris Wiersma (Plusbibliotheken) plus opsteller Theo Bijvoet besproken is en dat alle partijen zich positief hebben getoond. Dat is een hele geruststelling voor het restant dat nu wat mag zeggen en voor het publiek dat hoopt op mooie collecties. Ik hoop maar dat ook IPO, VNG, OCW, de POI’en en de PDO’en zich allemaal kunnen vinden in het plan, want nogmaals: ieder onderdeeltje van het netwerk is onmisbaar voor goed openbaar bibliotheekwerk.

Read more…

"Voor de online campagne wordt er gewerkt met sponsored story's, die geproduceerd worden door social influencers in samenwerking met de bibliotheek. Zij verspreiden deze content via verschillende social media kanalen.” Dat lees ik op de site van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB). Eind oktober start de campagne “De bibliotheek maakt je rijker”, in de vorm van “outdoor- en online promotie”. Wie was de opdrachtgever? Dat was de actielijn positionering en marketing uit Route 2020 van de VOB. Actielijnen kunnen blijkbaar opdrachten geven. Wie nam de opdracht aan? Dat is Trendsactive, een “trend interpretation agency” dat in Utrecht (“Joetrekt”) zetelt. En betaald wordt uit het te veel aan vermogen dat de VOB nog had. In week 40 ontvangen alle bibliotheken de “communicatietoolkit”.

Op een site van de Taalunie lees ik dat de week van 8 t/m 15 oktober de week van het Nederlands is. In een VOB-retweet zie ik dat er voor het “outdoor”-gedeelte drie posters komen: Kansrijk: “Nieuwe Nederlanders vergroten hun kansen met onze taalcursussen” (Gelukkig geeft de VOB zelf geen taalcursussen), Belangrijk: “… en ze leest nog lang en gelukkig dankzij onze vrijwilligers” (Voor lezen hebben we geen bibliothecarissen nodig) en Vindingrijk: “De Bieb is dé uitvinding als je iets leuks wil doen na school” (Nederlands leren op school is erg vervelend, maar gelukkig is de Bieb er nog voor de leukigheid).

Laten we hopen dat er ondanks de “social influencers” in 2020 nog wat behouden zal zijn van openbaar bibliotheekwerk in plaatsen en gebieden als ChaamDordrecht, Lingewaard, Lopik, Oirschot, de Oosterschelderegio, Rivierenland, Vlissingen, West-Friesland en Zwartewaterland. Ondertussen zal de Taalunie ontdekt hebben dat weekjes van het Nederlands niet helpen en heel 2020 hebben uitgeroepen tot jaar van de Nederlandse taal. Maar op bibliotheekwerk hoeft zij niet te rekenen.

Het bovenstaande is te vinden in de WWW van oktober 2016. Daarin verder weer het maandelijkse nieuwsoverzicht en opinie.

Read more…

WWW september 2016: Gegevens nodig, maar welke?

Artikel 11 van de Stelselwet is zeer summier over de vraag welke gegevens er voor de “gezamenlijke catalogus” (lid 1) en “beleidsontwikkeling” (lid 2) verzameld moeten worden. Welke gegevens er nodig en zinvol zijn, hangt natuurlijk sterk af van wat bibliotheken eigenlijk willen bereiken en welke gegevens daarbij behulpzaam kunnen zijn. Bij het gebruiken en interpreteren van gegevens, in de hoop dat ze juist zijn, is het vaak ook nog oppassen geblazen, niet alleen bij provinciale subsidie. Bekend is al jarenlang dat huisvestingskosten sterk kunnen verschillen en dus een vertekend beeld geven bij het vergelijken van gemeentelijke subsidies. Ook geven overheden soms andere cijfers op dan de instellingen zelf, omdat overheden in hun begrotingsposten ook interne kosten (ambtenaren, overhead) kunnen toekennen aan de post “bibliotheekwerk”. Die daarmee dan niet hetzelfde is als wat de bibliotheek in handen krijgt.

Ook een vraag is hoe openbaar en makkelijk toegankelijk de gegevens worden. Mijn ervaring is dat laag gesubsidieerde bibliotheken minder bezwaren hadden tegen publicatie dan hoog gesubsidieerde, want tja, in het laatste geval kan de gemeente denken dat er wel wat af kan. Ik zie in gemeentelijke en provinciale stukken nog regelmatig staan dat het “hier” vergeleken met soortgelijke bibliotheken of POI’en wel wat minder kan. Maar ja, het is zoals ik een wethouder eens hoorde zeggen: er zijn vier soorten bibliotheken: 1. Kost veel, biedt veel (niet verkeerd, maar kan beter), 2. Kost weinig, biedt weinig (een keus die je als gemeente kunt maken), 3. Kost veel, biedt weinig (moet je vanaf) en 4. Kost weinig, biedt veel (de ideale bibliotheek). Mooi overzichtelijk. Het zal nog wel even duren voor ik met hulp van het openbare datawarehouse de Nederlandse bibliotheken aldus kan indelen.

Meer hierover en over andere onderwerpen in de WWW van september 2016

Read more…

 

De Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) en de Koninklijke Bibliotheek (KB) lieten 26 respectievelijk 27 juli op hun sites met precies dezelfde tekst weten dat zij “in een goede sfeer” de ontwikkelingen rond de Nationale Bibliotheekpas (NBP) hebben besproken. Zie het VOB-bericht en het KB-bericht, waarin verder bijzonder weinig details staan. Als teksten beginnen met begrippen als “constructieve gesprekken”, “in een open sfeer” of “in een goede sfeer” dan weet je meteen al dat er heibel was en misschien nog wel is. Als die teksten ook nog precies hetzelfde zijn, dan kun je vermoeden dat er door een communicatiedeskundige uren aan geschaafd is.

Het is natuurlijk fijn en mooi te kunnen lezen dat de sfeer tussen VOB en KB goed is, maar als geïnteresseerde website-lezer en boekenlener had ik graag daarnaast ook wat meer details over die NBP vernomen, het liefst van de deskundigen zelf, ook al zijn die details mogelijk niet zo goed voor de sfeer.

Meer hierover en over andere zaken in de WWW van augustus 2016. Waaronder een opinieverhaal over beelden, beeldvorming en werkelijkheid

Read more…

Convenanten en netwerkoverleg: WWW juli 2016

Hoewel Nederland qua basisvaardigheden tot de slimste landen ter wereld behoort, alleen Japan en Finland gaan ons voor, hebben we hier toch een kleine educatieve markt van laaggeletterden en laag-digivaardigen, vroeger wel (half-)analfabeten en (half-)digibeten genoemd.
Op dit marktje zijn instellingen actief als de Stichting Lezen (SL), de Stichting Lezen&Schrijven (SL&S), de Koninklijke Bibliotheek (KB) en de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB): de KB uiteraard namens haar “netwerkpartners” (of zo men wil “klanten”) en de VOB namens haar leden.
Om dit marktje beter te kunnen bedienen, is het gewoonte aan het worden convenanten of samenwerkingsovereenkomsten te sluiten. In februari sloot de KB een overeenkomst met de Belastingdienst, in mei kwam er een convenant van de KB met Seniorweb en de afgelopen maand telde ik er drie: de VOB met het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de KB en de VOB samen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de KB met de SL en de SL&S.
Mooi allemaal, goed voor het imago, maar waarom in het eerste geval (mensen digivaardiger maken bij het zoeken van werk) alleen de VOB de partner is en in het laatste geval (mensen helpen meer geletterd en digivaardiger te worden om mee te kunnen doen in de samenleving) alleen de KB is mij niet duidelijk. In het tweede geval, met BZK (mensen digivaardiger maken om met de overheid te communiceren), waren VOB en KB samen partner. En wat die overeenkomst van KB met SL en SL&S betreft: ik meende dat er al een leescoalitie is, waarin behalve de drie genoemde ook de VOB en de CPNB deelnemen. Maar misschien moet ik alle kleine lettertjes van die overeenkomsten beter lezen om de verschillen te snappen. Kunnen KB, VOB, SL en SL&S niet één groot convenant met elkaar en met alle belangrijke partners afsluiten? Ook dan blijven we nog wel met de vraag zitten hoe veel gewicht we moeten toekennen aan die activiteiten in het “sociale domein”. Zou het misschien zo kunnen zijn dat Paul Postma Marketing Consultancy zinnige dingen zegt over de onderscheidende kernactiviteit van een bibliotheek in relatie tot niet-onderscheidende activiteiten die leuk zijn om erbij te doen? Met andere woorden, dat een (nieuw) imago nog niet hetzelfde is als een identiteit?

Rollen helder voor ogen
Iets anders: ik las op de KB-site dat KB, VOB en Stichting Samenwerkende POI’s Nederland (SPN) “netwerkoverleg” houden: “In hun eerste netwerkoverleg spraken Lily Knibbeler (algemeen directeur KB), Cor Wijn (directeur a.i. VOB) en Tineke van Ham (voorzitter SPN) over uiteenlopende zaken als de voorbereiding van de Bestuurlijke Overleggen met onder andere de minister van OCW en de gezamenlijke Innovatieagenda. Zij stelden vast dat het belangrijk is om elkaars rollen steeds helder voor ogen te houden: de KB als verantwoordelijke voor de landelijke digitale openbare bibliotheek en als regisseur van het netwerk als geheel, de VOB als spreekbuis van de openbare bibliotheekbranche en SPN als belangenbehartiger van de provinciale ondersteuningsinstellingen.”
Dat is mooi, elkaars rollen helder voor ogen houden is superbelangrijk, stel je eens voor dat er overlappende rollen zouden zijn, dan kunnen overheden denken dat er misschien hier of daar wat subsidie af kan. De kop boven het artikel luidt: “Succesvol eerste netwerkoverleg”. Maar wat ik vervolgens mis is wat er zo succesvol aan was. Hebben de partners ontdekt dat ze hun rollen al helder voor ogen hebben? Is het een succes dat ze geen ruzie hebben gemaakt (bijvoorbeeld over de wijze waarop fase 2 van gastlenen wordt ingevuld)? Wat was er succesvol aan het overleg? En dan de deelnemers. OCW, de provincies en de gemeenten hebben een netwerkverantwoordelijkheid. De lokale bibliotheken, de POI’en en de KB vormen het netwerk. OCW overlegt met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Maar hoewel provincies geen lid zijn van de VNG, zijn POI’en wel lid van de VOB, de spreekbuis van de hele openbare bibliotheekbranche. POI’en horen bij de branche. Wij doen het dus efficiënter dan de overheden. Maar de vraagt rijst nu wel of de VOB de POI- belangen niet voldoende behartigt. En is daar dan niet wat beters op te verzinnen dan weer een nieuwe overlegvorm, een nieuwe zeef tussen de KB en de VOB-leden? Ik stel voor dat de KB zich Koninklijke Openbare Bibliotheek gaat noemen, de KOB. En dan lid wordt van de VOB. Scheelt weer een overlegtafel. En kan de KOB als Nationale Bibliotheek niet meedoen aan de Nationale Bibliotheekpas? Dat is fijn voor de gebruikers (die, zoals mij vanuit de branche tientallen jaren verzekerd is, centraal staan).

Meer onderwerpen in de WWW van juli 2016.

Read more…

WWW juni 2016: Stelselwet bron van frustratie

Volgens mr. drs. Alwien Bogaart van de DSP-groep biedt de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) veel ruimte voor interpretatie, “wat niet snel leidt tot een situatie waarin apert duidelijk is dat een interpretatie zich niet correct verhoudt tot de wet.” En: “De wettelijke taken zijn op hoofdlijnen benoemd, definities ontbreken en de rolverdeling tussen de onderscheiden netwerkpartners (Koninklijke Bibliotheek, provinciale ondersteuningsinstellingen en lokale bibliotheken) is op voorhand niet steeds duidelijk. Normen met betrekking tot omvang en kwaliteit ontbreken.”
Hij zegt dit in een adviesrapport voor de provincie Groningen, die graag wil weten of haar interpretatie van de Stelselwet juist is. Die interpretatie zou een forse bezuiniging inhouden op de provinciale subsidie aan Biblionet Groningen en zij zou de Groninger gemeenten, bij gelijkblijvende dienstverlening, met veel hogere kosten opzadelen.

Graatmager
De heer Bogaart heeft gelijk en ik kan het nog sterker vertellen: de Wsob verplicht gemeenten niet een bibliotheek in stand te houden en een provincie niet een provinciale ondersteuningsinstelling (POI) overeind te houden. De wet is geen Bibliotheekwet maar slechts een stelselwetje. We hebben te maken met een graatmagere wet, een wet vol goede bedoelingen maar meer ook niet. De wet kent geen instandhoudingsverplichtingen en geen sancties, ik heb het meermalen geschreven. De Nederlandse politiek wilde daar niet voor kiezen. Daardoor kan ook een gemeente als Lopik rustig met Karmac in zee gaan. En met een piepklein beetje moeite ook nog aan het stelselwetje voldoen, want, zoals Bogaart terecht zegt, kwaliteitsnormen ontbreken.

Boodschap en boodschapper
Natuurlijk krijgen mensen als Bogaart en Theo Doreleijers van Karmac veel kritiek over zich heen vanuit het reguliere openbare bibliotheekwerk. Maar dat is: de boodschapper de schuld geven. Ik begrijp de boosheid, maar deze wet is, doordat mensen er steeds maar weer meer van verwachten dan er feitelijk inzit, nu eenmaal een bron van frustratie voor wie graag wettelijke bepalingen had willen zien voor goed openbaar bibliotheekwerk. In Haagse kringen – ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Koninklijke Bibliotheek (KB), Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) - is het gebruikelijk te zeggen dat het beter is een wet te hebben, hoe mager dan ook, dan helemaal geen wet. Want als er helemaal geen wet zou zijn, zou het allemaal nog erger kunnen zijn. Het is mogelijk, maar bewijs is er niet voor. Juist nu er een wet bestaat, is het aanlokkelijk voor bezuinigende overheden om te kijken hoe ver ze kunnen gaan om er nog net aan te voldoen. En dat is héél ver. De wet gaat uit van drie harmonieus samenwerkende overheidslagen, maar dat is helaas vaak een fictie, zoals ook de beide HEC-rapporten over de Stichting Bibliotheek.nl (BNL) al lieten zien. Ook interessante lectuur voor de KB, die nu met dezelfde problemen te maken krijgt als destijds BNL en daar, blijkens af en toe wat stresserig gedrag op 19 mei tijdens de KB-OB-dag, nog een beetje aan moet wennen. Dat was met name het geval toen het ging om de eisen van uitgevers inzake de tariefstelling van bibliotheken als voorwaarde voor lenen van e-books bij de digitale bibliotheek. Daar maakt de KB de bibliotheken niet blij mee. Maar ook hier geldt: je kunt niet de boodschapper, in dit geval de KB, de schuld geven van het feit dat “de digitale bibliotheek” een rare bibliotheek is.

Draaideur-adviseurs
Ondertussen is de Stelselwet, net als jarenlang de er aan voorafgaande bibliotheekvernieuwing, een mooie bron van inkomsten voor de ABC- t/m XYZ-groep. In dit soort organisaties lopen ook draaideur-adviseurs rond, dat zijn mensen die dan weer eens gemeenten of provincies adviseren en dan weer eens bibliotheken of POI’en van hun inzichten voorzien.

Dit staat in de WWW van juni 2016. Ook veel nieuws daar.

Read more…

De Pas zonder poespas

Heel, heel lang geleden, in 2012, werd er eens een “Nationale Bibliotheekpas” benoemd als speerpunt voor het openbare bibliotheekwerk. Het stond in de VOB-strategie 2012-2016, de Bibliotheek levert waarde. Maar vandaag de dag geeft niemand meer om dat speerpunt. De klassieke bibliotheek, met haar uitleenfunctie waar een Pas voor nodig is, denkt hard op weg te zijn om in 2020 een brede, maatschappelijk-educatieve, toekomstbestendige bibliotheek te kunnen zijn. Daar passen geen lenerspassen in. Bovendien kan in veel regio’s of provincies binnen eenzelfde automatiseringssysteem al met één Pas in verschillende bibliotheken fysiek geleend worden. En digitaal lenen kan zonder Pas, want daar zijn alleen een gebruikersnaam en wachtwoord voor nodig. Dat geldt ook voor vrijwel alle andere digitale activiteiten.

Eén dapper persoon
Maar is er echt helemaal niemand meer bezig met die Pas? Neen, dat klopt niet, want ergens op het VOB-bureau is er nog één dapper persoon die zich druk maakt om de Nationale Pas. Het is Coen van Hoogdalem, sinds november 2015 “projectdirecteur Nationale Bibliotheekpas”. Op de VOB-site liet hij weten wat hij aan het doen is: In een eenvoudige en platte organisatiestructuur (zonder stuurgroep) zoekt hij van onderaf naar technische oplossingen die relatief eenvoudig en vooral snel te realiseren zijn, via HKA (BicatWise) en Infor (Vubis). De Koninklijke Bibliotheek (KB), die gaat over de landelijke digitale infrastructuur, was er niet blij mee, want de vraag rijst wat nog de meerwaarde is van die landelijke infrastructuur.
Wat Van Hoogdalem nu probeert te bereiken is wat ik drie-en-een-half jaar geleden “de Voilà-pas” noemde: een Pas zonder poespas.

Meer hierover en over veel andere ontwikkelingen in de WWW van mei 2016.

Read more…

WWW april 2016: Twee boxen, zoek de verschillen!

Heel, heel lang geleden, in 2009 en 2010, waren er eens tien bibliotheekdirecteuren die met bijna € 2 miljoen subsidiegeld van OCW een project “De Bibliotheek Nederland” (DBN) wilden uitvoeren. Veel andere bibliotheekdirecteuren maakten zich daar vreselijk druk om. Officieel heette dat project, waarvan één onderdeel was om in de bibliotheek met retailformules te gaan werken, “Collectie en Franchise”. Ik wijdde er toentertijd een special van de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk aan (zie www.bibliotheekblad.nl/nieuws/nieuwsbrief en click op WWW, 2010, nieuwsbrief 5a, mei 2010).

Verreweg de meesten van die tien directeuren hebben inmiddels al lang hun carrière elders voortgezet. Het project mondde via de benamingen “Formulebureau” (2011) en “Retailbureau” (2012-2014) in 2015 in vereenvoudigde en flexibeler vorm uit in “de Bibliotheekformule”, die werd ondergebracht bij Rijnbrink. De grootste deelname kwam en komt uit Overijssel.

Niemand in bibliotheekland maakt zich er nog druk om. Alle aandacht gaat nu uit naar “basisvaardigheden” en bibliotheken “klaar maken voor de toekomst” (al dan niet met hulp van handelaren in “toekomstbestendigheid”). De grote vraag op basis van ervaringen sinds 2010 is echter of bibliotheken zich daar in de heel, heel verre toekomst, in 2022 en 2023, ook nog mee bezig zullen houden. Ik ben daar benieuwd naar.

Maar maakt intussen echt helemaal niemand zich meer druk over het project “Collectie en Franchise” en de gevolgen ervan? Vorig jaar kwam ik er achter dat er aan de rand van bibliotheekland een groepje bestaat dat er nog wel mee bezig is: de Vereniging van Bibliotheekleveranciers (VvBL). Deze VvBL stuurde mij een pakket van via procedures op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) van OCW verkregen stukken. Uit deze stukken valt aardig inzicht in het moeizame verloop van het project te destilleren. Ik schreef er vorig jaar over in Bibliotheekblad 7/2015 en gaf dat artikel een aangekondigd vervolg in het net verschenen Bibliotheekblad 3/2016. Volledig inzicht was echter niet te krijgen, want documenten met “persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad” werden niet meegezonden. En om de “persoonlijke levenssfeer van betrokkenen te eerbiedigen” lakte OCW meestal namen af. Maar iedereen weet nog of kan weten (zie hier aan het eind) wie die tien waren. In één stuk, het financiële eindverslag, waren namen niet afgelakt en daar blijkt uit dat er een kleine stuurgroep namens de tien was, bestaande uit de heer T. Torreman, directeur Bibliotheek Eindhoven, voorzitter (senior user), mevrouw T. van Ham, voorzitter DOBO (Directeuren Overleg Bibliotheken Overijssel) (senior supplier), de heer R. Pronk, directeur Biblionet Groningen (senior supplier) en de heer G. Miellet, manager innovatie Bibliotheek Utrecht, penningmeester (senior user).

Waar de VvBL zich druk om maakt is dat volgens haar niet aan de subsidie-eis voldaan is dat de intellectuele rechten die met de subsidiegelden gevestigd zouden worden aan de staat moesten worden overgedragen. Er waren twee inrichtingsconcepten, de “black box” en de “white box”. Deze waren via Biblionet Groningen (black box) en DOBO (white box) ingebracht in  het project. Maar om aan de subsidie-eisen te voldoen, moesten de rechten voor heel Nederland worden afgekocht. Dat is volgens de stukken (met heel veel moeite) en ook volgens reacties op uitlatingen van de VvBL gedaan voor de black box. Voor de white box echter niet. Die box bleek formeel niet bij het project te horen en dus hoefden die rechten volgens OCW niet te worden overgedragen aan de staat. De VvBL, die zegt dat leden schade hebben geleden door marktverstoring met subsidiegelden, heeft hier moeite mee en wil vier dingen bereiken: 1) duidelijkheid over het gehele traject en de gemaakte afspraken, 2) lering trekken uit dit proces ten behoeve van toekomstige projecten en trajecten, 3) komen tot de kern van het betoog van OCW “publieke beschikbaarheid van de resultaten van projecten die met publieke middelen zijn gefinancierd” en 4) een “level playing field” voor bibliotheekleveranciers met betrekking tot de toepassing van de “white”- en “black box”-formules.

OCW heeft in zijn reactie aangegeven te willen inventariseren welke vragen er leven en te willen zoeken naar mogelijke oplossingen.

In de WWW van april 2016 meer over deze kwestie.

Read more…

21st century skills; WWW maart 2016

“Het doel van de agenda is dat bibliotheken, POI’s, de KB en de lokale, provinciale en landelijke overheden samen vorm gaan geven aan een sterk openbaar bibliotheeknetwerk, dat klaar is voor de toekomst,” zo meldde de Kwink-groep in de uitnodiging voor het bijwonen van een bijeenkomst op 17 februari over de strategische innovatieagenda voor het bibliotheekstelsel. Kwink gaat het concept maken in opdracht van de Koninklijke Bibliotheek (KB). Zie ook het verslag in de WWW van maart 2016.

Bij de jaarwisseling 1999/2000 waren veel bedrijven en instellingen, ook bibliotheken, nog wat bescheidener: niet klaar voor de hele toekomst, maar slechts voor het nieuwe millennium.
Ik heb daar in het personeelsblad van ProBiblio een column aan gewijd waarin ik beleidsnota’s 2000-2999 signaleerde en een terugblik gaf op het tweede millennium, de periode 1000-1999.
Highlights waren reisjes die we in de perioden 1096-1099, 1147-1149 en 1189-1192 maakten naar Jeruzalem om de cultuur van de Muzelmannen goed te bestuderen (de kruistochten), de uitvinding van de boekdrukkunst in Mainz in 1450, het rampjaar 1672 toen we allemaal radeloos, redeloos en reddeloos waren (maar het later toch weer goed kwam) en natuurlijk de bezettingen door Napoleon B. in 1804 en Adolf H. in 1940.

Nu is dat millenniumgevoel weggeëbd en zijn we nog een factor 10 bescheidener door slechts 100 jaar vooruit te kijken. Zo hoorde ik 17 februari dat we ons niet alleen met ICT-geletterdheid moeten bezig houden, maar die vaardigheid in de bredere context van de “21st century skills” moeten bekijken.
Hmm, welke vaardigheden hebben we tot 2099 allemaal nodig? Kunnen we daar iets verstandigs over zeggen aan de hand van de “20st century skills” die mensen moesten hebben in, laat ik zeggen, 1916, 1956 en 1996?

M’n beide opa’s moesten in 1916 koeien kunnen melken, graan kunnen maaien (“sikkels klinken, sikkels blinken”) en bomen kunnen omzagen. Omdat Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal bleef, hoefden ze niet te schieten met de bajonet op het geweer of een gloednieuwe tank kunnen besturen. M’n oma’s moesten goed kunnen koken, sokken stoppen, kleren herstellen, het huishouden op orde houden en meehelpen op het land en bij de koeien.

M’n vader moest in 1956 kunnen timmeren (diverse kastjes en schapjes staan respectievelijk hangen nog in m’n huis), en ook goed kunnen rekenen, want naast timmerman was hij verzekeringsagent. Mijn moeder moest ongeveer hetzelfde kunnen als m’n oma’s, maar werkte niet meer op het land en onder de koeien.

Zelf moest ik in 1996 kunnen (mee)bedenken en opschrijven welke fusiewinst de toen net tot ProBiblio gefuseerde PBC’s NH en ZH zouden behalen en hoe ProBiblio zich verder zou kunnen ontwikkelen. De belastingaangifte kon nog op papier. Het NBLC ging in 1995 “op weg naar 2005”, maar in de strategienota met die naam kwam het woord “internet” niet voor.
Wat moeten we kunnen in 2016, 2056 en 2096? En zijn de “21st century skills” van 2016 ook nog die van 2096?

Drie jaar geleden attendeerde ik erop dat we door de komst van robots misschien niet meer hoeven te werken, althans minder hard en lang, en dus mooi gebruik zouden kunnen maken van de perfecte dienstverlening van de openbare bibliotheek op het gebied van boeken lezen. Jezelf kunnen vermaken met langzaam lezen van mooie boeken lijkt me een belangrijke vaardigheid in de digitale netwerksamenleving, met het internet van de dingen, waarin een robot je belastingzaken bijhoudt. De bibliotheek hoeft dan om te kunnen overleven geen bijkantoor van de Belastingdienst te zijn of andere wanhopige pogingen te doen om maar belangrijk te blijven.

Dat hele internet der dingen gaat er wel van uit dat de stroom nooit uitvalt, niet alles door hackers plat kan komen te liggen of door andere crises getroffen kan worden. Edwin Mijnsbergen attendeerde op een site Survivor Library die boeken in pdf aanbiedt (wel meteen printen dus) met oude vaardigheden als jagen, zelf een huis bouwen, een noodverband aanleggen en giftige van eetbare paddenstoelen onderscheiden. Vaardigheden die je nodig hebt als de ICT het laat afweten. En op de site van een Stichting Beroepseer, die wil dat het vakmanschap van professionals in ere wordt hersteld en er een renaissance van beroepseer en beroepstrots komt, kwam ik een lijst van 19e- eeuwse vaardigheden tegen die je heel goed kunt gebruiken in de 21ste eeuw. 
Zo, in deze WWW een terugblik op februari 2016 en nu eerst maar eens zien hoe de (bibliotheek)wereld er in maart uit komt te zien.

Read more…

Naar de flauwekulbestendige bibliotheek

De gemeente Enkhuizen wil “de omvorming” van “de huidige traditionele bibliotheek” naar “een toekomstbestendige bibliotheek”, zo lees ik in een raadsstuk van deze gemeente.
Ondanks columns die ik wijdde aan het modieuze, veel nageaapte begrip “toekomstbestendig”, soms ook wel “toekomstvast” genoemd, lijkt het woord voorlopig niet uit te roeien, niet alleen in Enkhuizen. Terwijl we toch allemaal weten dat niets zo onbestendig is als de toekomst. En waarom zou een traditionele bibliotheek niet een mooie toekomst kunnen hebben? Bij aardbevingsbestendige bibliotheken kan ik me wat voorstellen. Uit breuklijnen in de aardkorst, vulkanische activiteit of ongeremde gaswinning is bekend waar toekomstige aardbevingen waarschijnlijk zullen voorkomen en daar kun je dan rekening mee houden in fundering en bouw. Ook overstromingsbestendige, orkaanbestendige of vandaalbestendige bibliotheken lijken me prima te realiseren. Zelfs atoombombestendige bibliotheken tegen grillige dictators zijn niet geheel onmogelijk, maar wat is in hemelsnaam een “toekomstbestendige bibliotheek”. Ik hoop maar niet dat gemeenten, gevoed vanuit de bibliotheekwereld zelf, “de toekomstbestendige, maatschappelijke bibliotheek” gaan zien als vervanging van “de klassieke bibliotheek”.
Ik zou zeggen: hou op met die flauwekul-woorden zonder betekenis en wees nou als gemeente gewoon eens trots op bibliotheken met boeken, volgens minister Jet Bussemaker fenomenen die ons denken vormen, ons kennis laten maken met nieuwe werelden en ons soms zelfs van gedachten laten veranderen! En volgens CPNB-directeur Eppo van Nispen “de basis van onze maatschappij”.
Het hele woord “toekomstbestendig” duidt op enorme angst voor de nog verborgen gevaren en verrassingen van de toekomst, maar angst voor de toekomst kan het beste bestreden worden door boeken te lezen. En ja, dat doen veel mensen graag thuis. Daarom is er de uitleenfunctie en zijn er de traditionele adviesfunctie, de traditionele educatieve functie en de traditionele raadpleegfunctie. Allemaal belangrijke functies van de flauwekulbestendige bibliotheek, die met “boeken als basis van onze maatschappij” een maatschappelijke basisbibliotheek was en is. Nu uiteraard met inzet van moderne middelen.

Meer over bibliotheekontwikkelingen van de afgelopen maand in de WWW van februari 2016.

Read more…

In het Bibliotheekwereldje was in 2015 een belangrijk woord “digital-only”. In de Echte Wereld was het “vluchtelingen”. Een gastblog van Rob Bruijnzeels en Joyce Sternheim op Bibliotheekblad.nl af een impuls aan de verbinding tussen die twee werelden.
Wordt het bibliotheekwoord van 2016 “zwermintelligentie”? Het zou kunnen, maar het doet me wel erg denken aan het totaal versleten woord “netwerkvorming”, nu weer opgepoetst in de Stelselwet.

In de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk van juli 2003 (zie aldaar, via WWW) publiceerde ik een artikel over netwerken. De beschreven eigenschappen van een netwerk lijken erg op wat ik mij voorstel bij zwermintelligentie: “Er zijn vier netwerk-V's te onderscheiden: Visie, Vertrouwen, Vrijheid en Verantwoordelijkheid”. Enkele netwerkdefinities: "Netwerken zijn informele, productieve, duurzame samenwerkingsrelaties. Netwerken ontwikkelen zich organisch in de tijd. Ze passen zich aan de dynamiek van de omgeving aan". "Netwerken zijn gebaseerd op wederzijdse afhankelijkheid en een vergaande vorm van verantwoordelijkheid naar elkaar toe". "In netwerken werken mensen met zeer verschillende achtergronden samen. Diversiteit en pluriformiteit zorgen voor vernieuwing in denken en doen". Netwerken… zijn verbindingen tussen mensen ….bestaan uit productieve relaties ….kan je niet organiseren ….kan je niet regisseren ….worden gebonden door een gedeelde visie en gedeelde belangen ….kan je creëren door een bepaalde manier van werken ….moeten continu gevoed worden ….groeien organisch ….ondervinden hinder van rigide structuren/processen ….zijn afhankelijk van mensen ….zijn gebaseerd op vertrouwen.” 

Meer in de WWW van januari 2016.

Ik wens alle lezers een mooi, leesbaar en intelligent 2016!

Read more…

WWWW november 2015: aanbestedingen en dorpsgesprekken

In de WWW van november aandacht voor ontwikkelingen in Nijkerk, Leudal (gelegen tussen Weert en Roermond) en Alphen aan den Rijn met als gemeenschappelijk element dat gewoon subsidie verstrekken aan publieke instellingen voor maatschappelijke doelen niet overal meer “in” is. Een mooie gelegenheid voor adviseurs om gemeenten te helpen nieuwe, aan het bedrijfsleven ontleende aanbestedingsmethodieken in te voeren.

Ook zijn er adviseurs die gemeenten in een door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) georganiseerde masterclass over bibliotheekwerk hebben geleerd vragen te beantwoorden als: Hoe kan de klant blijven worden bediend vanuit minder vestigingen? Hoe gaat een gemeente het aanbod beoordelen van nieuwe marktpartijen die op het bibliotheekveld actief zijn? En op welke wijze kan een strategie worden ontwikkeld om digitaal lezen te ondersteunen?
In deze WWW ook een artikel over “dorpsgesprekken” in de gemeente Neder-Betuwe, waarbij bibliotheken die lid zijn van de Bredebieb-community een ander lid, Bibliotheek Rivierenland, te hulp kwamen.

Zeilen bijzetten
“We komen steeds minder tot goede besluitvorming. En dat terwijl we alle zeilen moeten bijzetten om als branche te overleven. De verschillen tussen de verschillende spelers zijn groot en soms ook onoverbrugbaar.” Woorden van bestuurslid Marc Jacobs van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), op 8 oktober tijdens de VOB-ledenvergadering. Namens het bestuur gaf hij een toelichting op de opdracht die het bestuur gegeven heeft aan interim-directeur Cor Wijn om onderzoek te doen naar de positionering en het functioneren van de VOB en voorstellen voor verbetering te brengen. Meer daarover in deze WWW in het verslag van de desbetreffende ledenvergadering. Daarnaast ook een beschouwing over de VOB in relatie tot de officiële bibliotheekvernieuwing.

Op de VOB-site konden we lezen dat de Koninklijke Bibliotheek (KB) de minister van OCW een voorstel heeft gedaan voor een “digital-only-tarief”. Maar aangezien de minister het moet goedkeuren, mogen we nog niet weten wat dat voorstel is. Wel dat in “een geanimeerde discussie met de VOB-commissie Marketing alle voor- en nadelen besproken zijn.” Mijn advies aan KB en VOB, net als in de vorige WWW over die KB-gesprekstafels: hou op met dit soort non-nieuws of meld gewoon het echte nieuws.

Veel meer in deze WWW.

Read more…

Van onder de KB-gesprekstafels

De Koninklijke Bibliotheek meldde 9 september dat er aan de gesprekstafel collectiebeleid “constructief” gesproken is over het door haar te maken gezamenlijke collectieplan. We kunnen lezen dat er “levendig” is gepraat over het interbibliothecaire leenverkeer (IBL). Ook dat de “klant(ervaring)” een centraal uitgangspunt is voor het collectieplan.

Maar waar ik nou reuze benieuwd naar ben, namelijk wat de echte inhoud van die constructieve en levendige gesprekken is, lezen we niet. Daar is natuurlijk wel een mouw aan te passen. De KB zou een onafhankelijke verslaggever kunnen uitnodigen om vanuit een hoekje mee te luisteren en te schrijven. Of een microfoon onder de gesprekstafel kunnen monteren, als de deelnemers fysieke aanwezigheid van een verslaggever storend zouden vinden. Er zijn nog wel meer betere oplossingen te bedenken dan zo’n nietszeggend KB-berichtje, bijvoorbeeld een live-webcam, zoals bij veel gemeenteraadsvergaderingen en de Tweede-Kamer-vergaderingen. Juist het stelsel van openbare bibliotheekvoorzieningen zou dit soort openbaarheid zeer ter harte moeten gaan.

Discussiepunten collectiebeleid

Denkend aan collectiebeleid, schieten me tal van interessante discussiepunten te binnen voor verslaggeving. Wat vindt de KB van het nooit door OCW tegengesproken, door de VNG voorgestane substitutiebeleid: papieren boeken zo spoedig mogelijk door e-books vervangen? En wat heeft dit, als het ook door de KB nagestreefd wordt, voor gevolgen voor het IBL? Neemt het IBL snel af of juist toe, als de Nationale Bibliotheek Catalogus er is. En wat vindt men van het collectiebeleid van Bibliotheek Hoorn, waarover Hans Lastdrager in Bibliotheekblad nummer 7 (sept. 2015) vertelde: de papieren collectie centraal stellen, uitgaan van twee banden per inwoner en zorgen dat de hele Nederlandse literatuur, inclusief gedichten, vertegenwoordigd is.

Zijn er nog “constanten en passanten”: boeken die in elke bibliotheekcollectie thuishoren en boeken die maar kort belangstelling wekken en snel weer uit het zicht verdwijnen?

Is het oude “dakpan-idee” nog haalbaar? Dat hield in: negentig procent van de vraag lokaal beantwoorden, van de resterende tien procent weer negentig procent provinciaal via het zogenaamde OBL (onderling bibliothecair leenverkeer) en het restant (een piepklein beetje) landelijk via het echte IBL?

Moeten bibliotheken “klanten” hebben van wie de ervaring centraal moet staan, of heeft een publieke voorziening misschien een andere taak?

Onderdeel infrastructuur

Zonder verslaggever, rechtstreeks of via een microfoon of webcam, geen adequate weergave van wat er aan tafel besproken wordt.

Er komen meer gesprekstafels, waaronder verschillende over de Landelijke Digitale Infrastructuur (LDI). Allereerst zouden microfoons onder of webcams gericht op KB-gesprekstafels integraal onderdeel van die LDI moeten zijn.

Meer over die LDI, in relatie tot het rapport van "digital-only""-verkenners Job Cohen en Ton Brandenbarg in de WWW van oktober 2015.

Read more…

WWW september 2015: Meer visierapporten, minder toekomst?

Zijn er nog niet genoeg visierapporten over de toekomst van de openbare bibliotheek in omloop? Die vraag had ik al in december 2014 toen ik las dat het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) nog vlak voor zijn opheffing al weer een nieuw visietraject aankondigde. Volgens het SIOB meldde het in januari 2014 verschenen rapport-Cohen wát de bibliotheken in 2025 doen. In het nieuwe project zou het moeten gaan om de vraag hoe en waar ze dat doen. In de WWW van januari 2015 besteedde ik onder “De maand die was” aandacht aan het nieuwe visietraject. Kennelijk is het SIOB er in geslaagd dit project ongeschonden mee te nemen naar de Koninklijke Bibliotheek (KB), want op 15 juli meldde deze dat er een commissie “Toekomst Lokaal Bibliotheekbestel” van start is gegaan, die zich ook nog laat voeden door een klankbordgroep van bibliotheekdirecteuren. Het project "Toekomst Lokaal Bibliotheekbestel" staat niet op zich, nee het valt binnen de programmalijn "Bibliotheek van de Toekomst". Toe maar.
Met alle respect voor commissie- en klankbordgroepsleden, moet ik bekennen te vrezen dat hoe meer rapporten er verschijnen over de toekomst van de openbare bibliotheek hoe minder toekomst die bibliotheek heeft. En wat kost dit project nu weer?
Meer hierover en over andere zaken, zoals de "e-booksabonnementen" van bibliotheken in de WWW van september 2015.

Read more…

WWW augustus 2015: avonturen met de Bieb-reader

De e-readerabonnementen van Bibliotheek Rivierenland, met "Biebreaders" die ontwikkeld zijn door het bedrijf "dgtlOnly BV", waarvan Diederik van Leeuwen, tot 1 januari 2015 directeur van Bibliotheek.nl, manager is, hebben geleid tot een afkeurende reactie van OCW en een antwoord van de Bibliotheek waaruit blijkt dat deze er vooralsnog gewoon mee doorgaat.

Veel meer hierover, alsmede over interessante rapporten betreffende bibliotheekautomatiseringssystemen (is één landelijk bibliotheeksysteem mogelijk?) in deze WWW van augustus 2015. 

Veel leesplezier!

Read more…

Duidelijk is dat gebrek aan goede informatie, gebrek aan adequate opinievorming en gebrek aan open debat als basis voor gedragen besluiten tekenen zijn van niet slim omgaan met de onvermijdelijke spanningen. Wat openbare bibliotheken in de samenleving willen bevorderen (opinievorming en debat, goed geïnformeerde mensen) laten ze na als het om henzelf gaat. Dat schrijf ik o.a. in de WWW van juli 2015 , naar aanleiding van het aannemen tijdens de laatste VOB-vergadering van wat ik een "malle motie" noem.

Verder weer een overzicht van het nieuws.

Read more…