Bibliotheek 2.0

Omdat de wereld verandert

Vorig jaar mocht ik de Programmacommissie Bibliotheekinnovatie voorzitten, die in november 2008 het rapport Innovatie met Effect heeft gepubliceerd. Een cruciaal punt in dit programma was het reserveren van het overgrote deel van de € 20 miljoen innovatiegelden van OCW voor centrale besteding aan infrastructuur en content van de digitale bibliotheek.
Begin 2009 is een Regiegroep in het leven geroepen, om de besteding van deze gelden in 2009 te regisseren. Vanaf 1 januari 2010 zou deze taak structureel overgenomen moeten worden door het nieuw op te richten Sectorinstituut voor de Openbare Bibliotheken.

Ondanks het feit dat alle betrokkenen het - in elk geval op papier, héle dikke en nog steeds groeiende stapels papier - verregaand eens lijken te zijn over wat er moet gebeuren, blijkt met vrijwel ondoenlijk ook maar een millimeter vooruitgang te boeken. Hoe komt dat?

Geleidelijk kom ik tot de overtuiging dat het stelsel van openbare bibliotheken ten dode is opgeschreven. NIET omdat de openbare bibliotheek geen toekomst zou hebben, maar omdat die toekomst in belangrijke mate digitaal is, en zich op het internet afspeelt. Dat gegeven verdraagt zich slecht, om niet te zeggen noodlottig, met de huidige bestuurlijke inbedding in drie bestuurslagen: Gemeente (VNG), Provincie (IPO) en Rijk (OCW).

De drie bestuurslagen houden elkaar een in een verstikkende greep, die het einde van de sector zal betekenen .... tenzij .... Tenzij het voorgenomen Bibliotheekcharter, of een andere drastische ingreep, er in slaagt de bestuurlijke inbedding structureel aan te pakken.

Tags: bestuurlijke, bibliotheekcharter, bibliotheekinnovatie, inbedding

Delen

Hierop reageren

Berichten in deze discussie

Josje Calff ziet de provinciale bestuurslaag niet zitten. Tja, daar is politiek Den Haag erg van onder de indruk. En ook in de provinciehuizen krabt men zich nu achter de oren. Het wil niet zo vlotten met de bibliotheekvernieuwing, want het openbare bibliotheekwerk zit in de verstikkende greep van drie bestuurslagen. De voor de hand liggende oplossing: schaf de tussenlaag af. Het wordt echt tijd voor een ingrijpende verandering. Het openbare bibliotheekwerk is belangrijk genoeg om bestuurlijk Nederland nu eindelijk eens flink op de schop te nemen. Het rapport-Kok over de ene Randstadprovincie ligt al weer jaren in een Haagse la te verstoffen. Maar het ging natuurlijk ook niet ver genoeg, de bibliotheekvernieuwing stokt niet alleen in de Randstad, maar in heel Nederland. Al@din, de Antwoordbibliotheek en Schoolbieb zijn in het hele land aan het verpieteren. En Mijneigenbibliotheek.nl kan natuurlijk niet beperkt blijven tot Groningen

In april/mei was ik in Singapore. Dat is een stadsstaat met zo’n 4 miljoen inwoners. De nationale bibliotheek is tevens openbare bibliotheek. Er wordt flink aan innovatie gedaan. Informatie uit de door de bibliotheek vervaardigde Singapore Infopedia ( http://infopedia.nl.sg/) scoort het hoogst bij zoeken in Google en Yahoo. De oplossing is dan ook van Nederland een stadsstaat te maken. Aan de natuur, voorzover die er nog is, valt weinig meer te verpesten. De Veluwe wordt ons Central Park, het IJsselmeer onze speelvijver en verder hebben we nog wat groene zones aan de zich nu al ontvolkende randen van het land.

Heel lang was ik, na het rapport van de Raad voor Cultuur uit 1998 waarin voor het openbare bibliotheekwerk twee lagen bepleit werden (een landelijke brancheorganisatie en verder regionale/provinciale organisaties van ca. 400.000 tot 500.000 inwoners), voorstander van het Groningse model. Dat houdt in: één door fusie van de PSO en de grootste stadsbibliotheek te vormen basisbibliotheek per provincie waar alle andere lokale bibliotheken niet omheen kunnen (bekostigd door provincie en gemeenten samen). Dat is dus 12 voor het hele land, of desnoods 15 als de Stedelijke Bibliotheken Amsterdam, Den Haag en Rotterdam liever geen geld ontvangen van de Provincies Noord- resp. Zuid-Holland.
In de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk, verschenen sinds 2001 (kijk op www.directeuren.net onder Nieuwsbrief NB), heb ik vaak aandacht besteed aan de structureel/bestuurlijke kant van het openbare bibliotheekwerk. In april 2007 verscheen er zelfs nog een Greep-in-het provinciefonds-special (met dank aan Chris Wiersma van de Bibliotheek Almere).

Inmiddels ben ik voorstander van één basisbibliotheek, de Basisbibliotheek Nederland, te bekostigen door de drie overheidslagen samen. Dat levert € 596 miljoen geregisseerd in te zetten geld op, als we de huidige bedragen bij elkaar optellen (ca. € 520 miljoen van de gemeenten, ca € 50 miljoen van de provincies en ca. € 26 miljoen van het rijk, n.l. het besteltakenbudget van een kleine € 6 miljoen en de vernieuwingsgelden van € 20 miljoen. Tellen we het blindenbibliotheekwerk als bijzondere besteltaak mee, dan komt er nog € 9 miljoen bij). Het moet voor de directeur van de Basisbibliotheek Nederland niet moeilijk zijn om uit die € 596 miljoen de door Josje bepleite € 125 miljoen voor de Digitale Bibliotheek Nederland bijeen te brengen.

Maar…, inderdaad Josje, zo zit de werkelijkheid niet in elkaar, Nederland zal bestuurlijk niet hervormd worden met als hoogste doel het openbare bibliotheekwerk te redden.
Ik bepleit dan ook dat de Regiegroep Bibliotheekinnovatie, inclusief Josje Calff, zich nu even helemaal richt op de inhoud (er gerust van uitgaand dat die € 50 miljoen van de provincies via de PSO’s heus wel ten goede komt aan het openbare bibliotheekwerk). Laat die door de Regiegroep aangestuurde Projectgroep van Bart Drenth, Peter van Eijk, Michiel Laan en Wilfried Hoffman nu eens supersnel met dat plan voor de aanwending van de € 20 miljoen OCW-innovatiegeld komen en vertel hoe het in de rest van 2009 concreet wordt gebruikt, het is verdorie al weer half mei.

En laat de branche (de lokale bibliotheekdirecteuren dus) ondertussen niet stil zitten. Zelfs als de provinciale (€ 50 miljoen) en landelijke (€ 26 miljoen) gelden konden worden samengevoegd, hebben we voor de € 125 miljoen van Josje altijd nog € 49 miljoen uit de branche zelf nodig….

Wim Keizer

Hierop reageren

Inderdaad, Wim, denk ik dat "de provinciale laag" voor de openbare bibliotheken geen zinvolle functie (meer) heeft. In dat opzicht - realiseer ik mij na lezing van jouw leerzame toelichting over PSO's en Brancheorganisatie in de Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk nr. 4 - is het echt verschrikkelijk jammer dat in 1998 NIET gekozen is voor het model van de Raad voor Cultuur dat toen op tafel lag.

Dat model schetste precies de twee lagen, die mij nu - in een wereld die niet meer hetzelfde is als in 1998 - voor het OB stelsel uitstekend geschikt lijkt:
(1) één centrale laag, bij uitstek geschikt voor het ontwikkelen en structureel beheren en onderhouden van alle digitale zaken - laten we het voor het gemak even het "Sectorinstituut OB" noemen, en
(2) één decentrale laag, gebaseerd op "werkgebieden" van 400.000 à 500.000 inwoners. In elk werkgebied, soms samenvallend met een grote stad, soms -toevallig- met provinciegrenzen, is een eigen openbare bibliotheek, bestaande uit één centrale vestiging en meerdere, tien à dertig, filialen. Je zou de organisatie in zo'n werkgebied een Basisbibliotheek kunnen noemen, of een Decentrale Bibliotheek Centrale, of kan-niet-schelen hoe. Ik hou het hier maar even zo neutraal mogelijk op een "OB-XYZ". In Nederland zullen er dan ongeveer 30 OB-XYZ's zijn.

Een OB-XYZ is een organisatie die genoeg massa heeft om voor zichzelf inclusief haar filialen de zaken te regelen die nu veelal zijn uitbesteed aan PSO's. (Daarnaast vervullen de huidige PSO's ook nog andere hele nuttige functies, maar dat zijn dan juist de meer commerciële zaken die, net als NBD-Biblion, geen onderdeel moeten zijn van de branche.) Ook het onderscheid tussen wel of niet-WSF-bibliotheken is niet meer relevant.

De financiering van de centrale laag, het "Sectorinstituut OB" gebeurt in zo'n model door de centrale overheid, die van de decentrale laag, de ca. 30 "OB-XYZ-en", gebeurt op basis van een bijdrage per inwoner door de betrokken gemeentes.

Natuurlijk moet zo'n herstructurering er NIET toe leiden dat er opeens minder geld voor het stelsel beschikbaar is dan nu, doordat de financiële bijdrage vanuit de provinciale overheid aan het openbare bibliotheekwerk wegvalt. Het rijk zou haar bijdrage aan de provincies kunnen korten met de bedragen die de provincies nu aan bibliotheekwerk uitgeven, en de som daarvan toevoegen aan de huidige centrale middelen daarvoor - misschien nóg niet genoeg maar structureel een goed begin.

Het werk van het "Sectorinstituut OB" moet optimaal afgestemd zijn op de behoeftes van de "OB-XYZ-en". Dat vereist overleg, en dus een goede, "passende" overlegstructuur. Hoe die er precies uit moet zien weet ik niet, maar de voornaamste partners daarin zijn niet het driespan OCW, IPO en VNG.

Zeker, zeker, Wim en anderen, dat zal allemaal niet "zomaar" eventjes geregeld kunnen worden - maar dat is m.i. geen goede reden om niet over een geschikter model na te denken. Als niemand dat doet, blijft alles in de OB-wereld zéker net zo taai en traag als nu (ook voor de Regiegroep en de Projectgroep ;-)).

Hierop reageren

Dag Josje,
Het kan nooit kwaad na te denken over betere modellen voor het openbare bibliotheekwerk. Maar het kan ook geen kwaad een beetje realistisch te zijn. Structuurdiscussies worden al tientallen jaren gevoerd en die discussies hebben bijzonder weinig opgeleverd. Veel bibliotheekmensen zijn er doodziek van.
Neem nou maar van mij aan dat de Nederlandse provincies nog in geen jaren zullen verdwijnen (in een land dat begon als Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, met een grote hang naar decentralisatie). En neem nou ook maar aan dat het rijk enkel en alleen ten behoeve van het openbare bibliotheekwerk heus geen korting aanbrengt in het provinciefonds (en het bijbehorende bedrag toevoegt aan de centrale OCW-middelen voor dat werk).
De Regiegroep kan natuurlijk altijd minister Plasterk voorstellen het te proberen…, maar ik denk dat ik het antwoord al ken. De minister heeft zijn hoop gevestigd op het Bibliotheekcharter, als het hoogst haalbare compromis tussen de drie bestuurslagen. Overigens, Josje, het Koepelconvenant is indertijd op verzoek van IPO door Provinciale Staten van alle provincies aanvaard. Maar de VNG kwam niet verder dan een advies aan gemeenten. Het commitment van provincies was groter dan dat van gemeenten.

Wat ik zie als grote lijn in de situatie waarin we nu zitten is dat OCW, afgezien van het blindenbibliotheekwerk (€ 9 miljoen), zo'n € 26 miljoen bijdraagt (een kleine € 6 miljoen per jaar besteltakenbudget en € 20 miljoen per jaar - voor vier jaar - innovatiegeld), maar dat de branche gezamenlijk zo'n € 570 miljoen subsidies van gemeenten en provincies ontvangt. Met slechts 5% daarvan is de bijdrage al gelijk aan de bijdrage van OCW. En daar gaan gemeenten en provincies helemaal niet over, dat kunnen de bibliotheken gewoon zelf beslissen. Maar ja, eensgezindheid is een eerste eis om gezamenlijk te werken aan de ontwikkeling van de digitale bibliotheek.
Nu die eensgezindheid er (nog) niet is, kunnen we twee dingen doen:
a. ons er bij neerleggen dat de kwaliteit van het openbare bibliotheekwerk lokaal/regionaal erg uiteenloopt en uiteen zal blijven lopen.
b. vanuit Regie- en Projectgroep met dermate goed onderbouwde, inhoudelijke ideeën over de besteding van de OCW-innovatiegelden komen dat de hele branche er enthousiast van wordt en er spontaan 10% van de eigen begrotingen bij legt. Vandaar mijn pleidooi dat de Regiegroep zich nu even helemaal richt op de inhoud. Het is al weer juni, de branche is erg nieuwsgierig naar de concrete inzet van de OCW-middelen in 2009 en de ideeën voor 2010/2012.

Wim Keizer

Hierop reageren

  • 1
  • 2

RSS

© 2009   Gemaakt op Ning door Edwin Mijnsbergen.   Uw eigen sociale netwerk oprichten

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Privacy  |  Algemene voorwaarden