Op donderdag 13 december komen de leden van de VOB weer bijeen in de Grote Hal van het Vergadervolk te Utrecht. Wat gaan zij daar bespreken?
Wat gaan zij daar in de toekomst doen?
Het antwoord is de uitkomst van de thans lopende strategiediscussie. Voorgebakken digitale
formats van hogerhand invullen of samenwerking en netwerkvorming van onderaf vormgeven: vrijwillig een beetje eigen identiteit inleveren voor het belang van het collectief?
Het VOB-bestuur heeft vier inhoudelijke onderwerpen vastgesteld. Drie van de vier onderwerpen, te weten Digitalisering, HRM-beleid en Marketing zijn logisch. Daar kan niemand het belang van ontkennen. Iets minder logisch zijn “etalages” en “cultureel ondernemen”. Het is niet helemaal duidelijk waarom “etalages” zo prominent in de top-4 moeten staan, behalve als gevolg van lobby voor deelbelangen. En “cultureel ondernemen” is weer zo breed dat je er alle kanten mee uit kunt. Een onderwerp dat ik een veel hogere prioriteit zou willen geven is
gezamenlijke presentatie in naamgeving en logo, zowel fysiek als op internet: de bibliotheek moet bij zoekacties bovenaan uitkomen.
Het
vijfde onderwerp is de structuur van het stelsel en de rol van de VOB daarin. Daar heb ik tot nu toe geen VOB-notities of -brie-ven over gezien. Hoopt het VOB-bureau dat dit vraagstuk zich vanzelf oplost door er gewoon over te zwijgen en ondertussen min of meer vanzelfsprekend de rol van het Procesbureau over te nemen? Het blijft ook erg stil rondom het voorgenomen samengaan van VOB en WOB. De WOB is een zuivere ledenvereniging, de VOB zit in een spagaat tussen leden en OCW. Oorzaak van de stilte?
Sprekend over een nieuwe VOB zal duidelijk moeten worden:
- welke doelen en taken die nieuwe VOB heeft;
- wie er leden zijn van de nieuwe VOB;
- wie er zorg draagt voor de financiering van welke taken van de nieuwe VOB;
- hoe de nieuwe VOB gepositioneerd wordt t.o.v. de andere spelers in de bibliotheekbranche.
In mijn
VOB-special van
vorig jaar oktober ben ik op al deze vier punten ingegaan en concludeerde ik dat allereerst belangrijk is tot een door de BB’en gedragen visie te komen omtrent de mate van decentralisatie of centralisatie van het bibliotheekwerk, langs lijnen van taakgebieden die al dan niet een collectieve aanpak vereisen.
Misschien is het aardig, gegeven de decentralisatie van het openbare bibliotheekwerk, eens naar de VNG te kijken.
Is de VNG een verlengstuk, een uitvoeringsapparaat van de departementen? Duidelijk niet. De VNG heeft een visie ontvouwd waarbij de gemeenten niet “een lagere overheid” zijn, maar
de eerste overheid.
En in de bibliotheekbranche is de BB de
hoeksteen van het stelsel. Daar past geen Vereniging van BB’en bij die primair uitvoeringsorgaan is voor OCW.
Onderkent de VNG de noodzaak van gezamenlijke strategie, slagkracht en schaalgrootte van gemeenten en vervult zij daarin een regiefunctie? Duidelijk wel. Dan kan ook de VOB zo’n regiefunctie vervullen. Je kunt een regiefunctie echter alleen maar goed vervullen als de regisseur de regie gegund wordt. Dat is een kwestie van gezag verwerven en houden.
De VOB zou meer gezag kunnen verwerven door zich vanuit een duidelijke visie te focussen op kerntaken die duidelijk niet decentraal kunnen worden aangepakt, de ledenvergadering klip en klaar te beschouwen en te behandelen als het hoogste besluitvormende orgaan (dus niet over de hoofden van de leden heen ongevraagd direct of indirect provincies beïnvloeden), met een klein, hoogwaardig bureau bij de uitvoering van vastgestelde plannen niet te aarzelen te decentraliseren naar de provinciale netwerken (die zonder PSO’s niet functioneren) en niet krampachtig te doen als nieuwe producten en diensten niet allemaal op alle punten (meteen) succesvol blijken te zijn. De wijze waarop er gereageerd wordt op zelfs maar voorzichtige kanttekeningen en vragen bij bijvoorbeeld Schoolbieb en Zoek&boek (Is de - toekomstige - exploitatie duidelijk? Is er voldoende marktonderzoek gedaan?) lijkt symptomatisch voor de wijze waarop kritiek verwerkt wordt. Zie ook de discussie over Zoek&boek
op deze website. Jammer en onnodig:
trial and error is geen schande; alleen wie helemaal niks doet, begaat geen fouten (waar je van kunt leren).
Een belangrijk aspect van de te kiezen bibliotheekstrategie dat ik al eerder noemde is de
kloof tussen arm en rijk. Inmiddels is gebleken dat de 30-min-gemeenten niet verplicht zijn de hen via het Gemeentefonds toegekende € 1,14 per inwoner in te zetten voor het openbare bibliotheekwerk. Het is duidelijk dat de overheveling van de gelden van de
Ondersteuningsregeling Basisbibliotheken naar het Gemeentefonds
ongelukkig verlopen is. Vooral de armere bibliotheken in gemeenten met veel grondgebied en kleine kernen kunnen daar de dupe van zijn. Kiezen voor een brede solidariteit tussen arm en rijk in netwerkverband of inzetten op koplopers: een belangrijke strategische keuze.
Wim Keizer
(verscheen als commentaar in de
Nieuwsbrief Nieuw Bibliotheekwerk van november)